Heeft de mens werkelijk een eigen vrije wil?

Heeft de mens werkelijk een eigen wil?

Waarom Johannes 7:16–17 laat zien dat de mens bewust kan kiezen om Gods wil te doen

Binnen veel theologische discussies wordt vaak beweerd dat de mens geen echte vrije wil heeft met betrekking tot geloof. Volgens die gedachte kan de mens uit zichzelf niet besluiten om te geloven; alleen wanneer God eerst een innerlijke verandering bewerkt, zou een mens kunnen reageren.


Toch rijst de vraag: leert de Bijbel werkelijk dat de mens geen eigen wil heeft?


Wanneer we de Schrift nauwkeurig lezen, blijkt het tegendeel waar te zijn. De Bijbel spreekt voortdurend over twee verschillende willen:


  1. de wil van God
  2. de wil van de mens


De mens wordt voortdurend opgeroepen om met zijn eigen wil te besluiten Gods wil te doen.


Een bijzonder duidelijke uitspraak hierover vinden we in de woorden van Jezus.



De sleuteltekst: Johannes 7:16–17

“Jezus antwoordde hun en zeide: Mijn leer is Mijne niet, maar Desgenen Die Mij gezonden heeft. Zo iemand wil Deszelfs wil doen, die zal van deze leer bekennen, of zij uit God is, dan of Ik van Mijzelf spreek.”
— Johannes 7:16–17

Deze woorden van Jezus bevatten een diep en belangrijk principe.


Jezus spreekt hier over een situatie waarin:


  • Gods wil bestaat
  • maar de mens moet willen Gods wil te doen


Hij zegt niet:

“Zo iemand gedwongen wordt Gods wil te doen.”

Hij zegt:

“Zo iemand wil Deszelfs wil doen.”

Dit betekent dat de mens een eigen wil heeft die niet automatisch hetzelfde is als Gods wil.


De mens moet dus met zijn eigen wil besluiten om Gods wil te volgen.



Wat betekent dit “moeten”?


In dit artikel wordt soms gezegd dat de mens moet geloven of moet reageren op het Evangelie. Dat betekent niet dat de mens door eigen inspanning redding moet verdienen.


Het “moeten” waar de Bijbel over spreekt is het noodzakelijke antwoord op Gods genade.


God heeft de redding volledig tot stand gebracht in Jezus Christus. De mens kan daar niets aan toevoegen en niets voor verdienen. Maar ieder mens moet wel persoonlijk reageren op wat God heeft gedaan.

“Bekeert u en gelooft het Evangelie.”
— Markus 1:15

Dit “moeten” is dus geen zware religieuze eis, maar de eenvoudige en noodzakelijke reactie op het aanbod van Gods genade.


De mens kan zichzelf niet redden — maar hij moet wel geloven in de Redder.



Twee verschillende willen: Gods wil en de menselijke wil


Wanneer Jezus zegt:


“Zo iemand wil Deszelfs wil doen”


dan impliceert dit onmiddellijk dat er twee verschillende willen bestaan.


Er is:


  • de wil van God,
  • en de wil van de mens.


Deze twee willen zijn niet automatisch hetzelfde. Gods wil staat volledig op zichzelf en is volmaakt heilig. De mens daarentegen heeft een eigen wil, en die staat van nature niet in overeenstemming met Gods wil.


De Schrift beschrijft de toestand van de mens zelfs nog sterker.

“Zij zijn allen afgeweken, tezamen zijn zij onnut geworden; er is niemand die goed doet, er is ook niet tot één toe.”
— Romeinen 3:12

En:

“Maar wij allen zijn als een onreine, en al onze gerechtigheden zijn als een wegwerpelijk kleed.”
— Jesaja 64:6

Deze teksten laten zien dat de natuurlijke mens niet vanzelf Gods wil doet. Zijn wil staat tegenover Gods wil en is tegen Hem gericht.


Juist daarom zegt Jezus:


“Zo iemand wil Deszelfs wil doen.”


De mens moet dus eerst met zijn eigen wil besluiten om Gods wil te doen.


Als de mens automatisch Gods wil zou doen, dan zou deze uitspraak van Jezus volledig overbodig zijn. Dan zou niemand eerst hoeven te willen om Gods wil te doen.


Maar de werkelijkheid die de Schrift beschrijft is anders. De mens bezit een eigen wil die los van God functioneert en die van nature tegenover Gods wil staat.


Daarom moet de mens een bewuste keuze maken: hij moet zijn eigen wil onderwerpen aan de wil van God.



De Bijbel spreekt voortdurend over menselijke keuzes


De hele Schrift laat zien dat God mensen aanspreekt als wezens die kunnen kiezen.


God spreekt mensen niet aan als robots, maar als moreel verantwoordelijke personen.


Een van de duidelijkste voorbeelden staat in het Oude Testament.

“Kiest u heden wie gij dienen zult.”
— Jozua 24:15

Deze oproep zou zinloos zijn als de mens geen echte keuze kon maken.


God roept Israël op om een beslissing te nemen.



God presenteert keuzes aan de mens


Mozes zegt iets soortgelijks tegen Israël.

“Ik neem heden tegen ulieden tot getuigen den hemel en de aarde; het leven en den dood heb ik u voorgesteld, den zegen en den vloek; kies dan het leven.”
— Deuteronomium 30:19

God presenteert hier twee mogelijkheden:


  • leven
  • dood


En vervolgens zegt Hij:


“kies dan het leven.”


Dit vers laat duidelijk zien dat de mens een beslissing moet nemen.



De menselijke wil kan Gods wil weigeren


De Bijbel laat ook zien dat mensen daadwerkelijk Gods wil kunnen weigeren.


Een van de meest aangrijpende voorbeelden staat in de woorden van Jezus over Jeruzalem.

“Hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bijeenvergaderen, gelijkerwijs een hen haar kiekens bijeenvergadert onder de vleugelen; en gij hebt niet gewild.”
— Mattheüs 23:37

Let op de twee willen in dit vers:


  • Christus wilde hen verzamelen
  • zij wilden niet


Hier zien we duidelijk dat Gods wil en de menselijke wil niet automatisch hetzelfde zijn.


De mens kan Gods wil weerstand bieden.



Jezus zegt dat mensen niet willen geloven


Een andere uitspraak van Jezus bevestigt dit.

“En gij wilt tot Mij niet komen, opdat gij het leven moogt hebben.”
— Johannes 5:40

Jezus zegt hier niet:


“Gij kunt niet tot Mij komen.”


Hij zegt:


“gij wilt niet.”


Het probleem ligt dus niet in gebrek aan vermogen, maar in gebrek aan wil.




De Bijbel benadrukt herhaaldelijk het willen van de mens


De Schrift spreekt op vele plaatsen over de wil van de mens.

“Die wil, die neme het water des levens om niet.”
— Openbaring 22:17

Dit vers bevat een universele uitnodiging.


Maar let op het woord:


“die wil.”


Het Evangelie staat open voor iedereen die wil.




De mens moet met zijn eigen wil kiezen


God roept mensen voortdurend op om keuzes te maken.

“Kiest u heden wie gij dienen zult.”
— Jozua 24:15


“Ik heb u het leven en den dood voorgesteld, den zegen en den vloek; kies dan het leven.”
— Deuteronomium 30:19

Een oproep tot keuze heeft alleen betekenis wanneer een keuze werkelijk mogelijk is.



Mensen volgen van nature hun eigen wil in plaats van Gods wil


De Schrift laat zien dat mensen hun eigen verlangens volgen.

“En dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is, en de mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht.”
— Johannes 3:19

Dit vers laat zien dat mensen keuzes maken op basis van hun verlangens.


Zij hebben liever duisternis dan licht.


Dit betekent dat ongeloof voortkomt uit een bewuste voorkeur.



God wil dat mensen geloven


De Schrift leert dat God wil dat mensen tot geloof komen.

“Welke wil dat alle mensen zalig worden, en tot kennis der waarheid komen.”
— 1 Timotheüs 2:4

Gods verlangen is duidelijk.


Hij wil dat mensen gered worden.


Maar niet iedereen wordt gered.


Waarom niet?


Omdat Gods wil niet automatisch wordt uitgevoerd door mensen.


De mens moet met zijn eigen wil reageren.




Onze wil kan geen redding verdienen


Hoewel de mens met zijn eigen wil moet reageren op het Evangelie, betekent dat niet dat iets van onze wil redding kan verdienen.


De Schrift is hier radicaal duidelijk: niets wat uit de mens voortkomt kan God rechtvaardigen.

“Maar wij allen zijn als een onreine, en al onze gerechtigheden zijn als een wegwerpelijk kleed.”
— Jesaja 64:6


“Niet uit de werken der rechtvaardigheid die wij gedaan hadden, maar naar Zijn barmhartigheid heeft Hij ons zalig gemaakt.”
— Titus 3:5

Op het gebied van redding kan God daarom niets aannemen van wat uit de mens zelf voortkomt. Geen goede werken, geen religie, geen menselijke inspanning kan redding verdienen.


De enige juiste beslissing die een mens met zijn wil kan nemen, is geloven in Jezus Christus.

“Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden.”
— Handelingen 16:31

Zelfs dat een mens nog de gelegenheid heeft om te geloven, is volledig te danken aan Gods lankmoedigheid. God is heilig en haat de zonde, en toch geeft Hij de zondaar nog tijd om zich tot Hem te wenden.

“De Heere vertraagt de belofte niet… maar is lankmoedig over ons, niet willende dat enigen verloren gaan, maar dat zij allen tot bekering komen.”
— 2 Petrus 3:9

Dat een mens überhaupt nog leeft en de mogelijkheid heeft om het Evangelie te horen, is pure genade. God haat de zonde, maar Hij wil dat zondaren zich bekeren en in Christus geloven.


De mens kan zichzelf niet redden — maar hij kan wel met zijn eigen wil besluiten om de Redder te geloven.



De mens kan zichzelf niet redden — maar hij moet wel geloven in de Redder.



Geloven is een gebod van God


De Bijbel zegt zelfs dat geloven een gebod is.


“En dit is Zijn gebod, dat wij geloven in den Naam van Zijn Zoon Jezus Christus.”
— 1 Johannes 3:23

Een gebod veronderstelt:


  • verantwoordelijkheid
  • mogelijkheid
  • een echte beslissing


God roept mensen op om te geloven.



Het Evangelie vraagt om een persoonlijke beslissing


De verkondiging van het Evangelie bevat altijd een oproep.

“De tijd is vervuld, en het Koninkrijk Gods nabij gekomen; bekeert u en gelooft het Evangelie.”
— Markus 1:15


“Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden.”
— Handelingen 16:31

Deze oproepen zijn gericht tot de menselijke wil.


De mens moet reageren.



God kan geen gemeenschap hebben met de mens buiten Christus


Hier komt een uiterst belangrijke waarheid bij.


God is heilig.


De mens is zondig.


Daarom kan God geen gemeenschap hebben met de mens buiten Christus.

“Jezus zeide tot hem: Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven; niemand komt tot den Vader dan door Mij.”
— Johannes 14:6

God kan dus ook geen gemeenschap hebben met onze eigen wil buiten Christus.


Onze wil staat van nature los van God en is tegen Hem gericht.


Daarom moet de mens met zijn eigen wil Christus aannemen.



De mens moet met zijn eigen wil Christus aannemen


De Bijbel beschrijft duidelijk hoe iemand kind van God wordt.

“Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden.”
— Johannes 1:12

Hier zien we een bewuste handeling.


Mensen nemen Christus aan.


Dat is een beslissing van de menselijke wil.



Geloof komt uit het hart van de mens


De Schrift zegt dat geloof uit het hart komt.

“Indien gij met uw mond zult belijden den Heere Jezus, en met uw hart geloven dat God Hem uit de doden opgewekt heeft, zo zult gij zalig worden.”
— Romeinen 10:9

Met het woord hart bedoelt de Bijbel niet het fysieke orgaan in het lichaam, maar het innerlijk van de mens — de plaats van denken, overtuiging en wil.


Het hart van de mens is dus de plaats waar iemand overweegt, besluit en gelooft. Daarom zegt de Schrift dat een mens met het hart gelooft, want daar wordt de beslissing genomen om de waarheid van het Evangelie te aanvaarden.


De redding zelf ligt in het geloven met het hart. De belijdenis met de mond is de uiterlijke uitdrukking van dat geloof, wanneer iemand openlijk uitkomt voor Christus.


Het geloof in het hart is dus de enige basis van redding; niets anders kan een mens rechtvaardigen.




Waarom mensen verloren gaan


De Bijbel noemt nooit uitverkiezing als reden voor verlorenheid.


De reden is altijd ongeloof.

“Die niet gelooft is alrede veroordeeld, dewijl hij niet geloofd heeft.”
— Johannes 3:18

Het oordeel is dus enkel en alleen gebaseerd op de reactie van de mens op het Evangelie: geloof of ongeloof.



Johannes 7:17 opnieuw bekeken


Wanneer we teruggaan naar Johannes 7:17, zien we hoe duidelijk Jezus hierover spreekt.


“Zo iemand wil Deszelfs wil doen, die zal van deze leer bekennen.”


De sleutel ligt bij de menselijke wil.


De mens moet bereid zijn om Gods wil te doen.


Wanneer die bereidheid aanwezig is, opent zich de deur naar het herkennen van de waarheid.



God roept mensen om hun wil aan Hem te onderwerpen


De Bijbel roept mensen voortdurend op om hun wil aan God te onderwerpen.

“Onderwerpt u dan Gode.”
— Jakobus 4:7

Onderwerping is een bewuste keuze. Het is een beslissing van de menselijke wil.



Voor een mens die nog niet gelooft, begint die onderwerping met één ding: geloven in Jezus Christus. Alleen door Christus kan een mens werkelijk tot God komen en zich aan Hem onderwerpen.

“Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven; niemand komt tot den Vader dan door Mij.”
— Johannes 14:6


Zonder een echte keuze kan er geen echte zekerheid zijn


De Bijbel leert dat een mens zekerheid van eeuwig leven kan hebben.

“Dit heb ik u geschreven, die gelooft in den Naam des Zoons van God; opdat gij weet dat gij het eeuwige leven hebt.”
— 1 Johannes 5:13

Maar zulke zekerheid kan alleen bestaan wanneer geloven werkelijk een persoonlijke beslissing is.


Als geloof niet werkelijk een keuze van de mens zou zijn, maar alleen het resultaat van een verborgen besluit van God, dan zou niemand ooit kunnen weten of hij werkelijk tot de uitverkorenen behoort.


Dan zou er altijd twijfel blijven.


Maar de Schrift verbindt eeuwig leven niet aan een verborgen besluit, maar aan geloof in Christus.

“Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.”
— Johannes 6:47

Daarom kan een mens alleen echte zekerheid hebben wanneer hij zelf met zijn eigen wil Christus gelooft.


Wie gelooft, heeft eeuwig leven.



De bijbelse conclusie


De Bijbel leert duidelijk dat de mens een eigen wil heeft.

God heeft een wil.


De mens heeft een wil.


Deze twee willen zijn niet automatisch hetzelfde.


De mens moet met zijn eigen wil besluiten om Gods wil te doen.


Tegelijk leert de Schrift dat niets wat uit de menselijke wil voortkomt redding kan verdienen. Geen werken, geen religie en geen menselijke inspanning kan een mens rechtvaardigen voor God.



Daarom is de enige juiste beslissing die een mens met zijn wil kan nemen: geloven in Jezus Christus.

De mens kan zichzelf niet redden — maar hij moet wel geloven in de Redder.

Daarom blijft de oproep van het Evangelie gelden voor ieder mens:

“Bekeert u en gelooft het Evangelie.”
— Markus 1:15

En daarom zegt Jezus:

“Zo iemand wil Deszelfs wil doen, die zal van deze leer bekennen.”
— Johannes 7:17

De mens is verantwoordelijk voor wat hij met die oproep doet.

Hoe word ik gered?