Wat als Kaïn behouden was?

Wat als Kaïn behouden was?

De meeste mensen begrijpen Kaïn compleet verkeerd

Waarom Kaïns verhaal laat zien dat redding nooit gebaseerd was op jouw prestaties — maar volledig op genade door geloof

Er zijn mensen die al jaren onder het evangelie zitten.


Ze horen over Jezus Christus.
Ze horen dat Hij stierf voor zondaren.
Ze horen dat Hij opstond uit de dood.
Ze horen dat eeuwig leven gratis is.
Ze horen dat iemand door geloof behouden wordt.


En toch durven ze niet eenvoudig op Christus te vertrouwen.


Waarom niet?


Niet altijd omdat ze God haten.
Niet altijd omdat ze de Bijbel verwerpen.
Niet altijd omdat ze niets met Jezus te maken willen hebben.


Vaak is het juist anders.



Ze zeggen:

“Ik wil wel geloven.”
“Ik wil wel tot Christus komen.”
“Ik wil wel gered worden.”
“Ik wil wel zeker weten dat ik naar de hemel ga.”

Maar dan komt die ene gedachte:

“Eerst moet ik veranderen.”

Eerst moet ik stoppen met deze zonde.
Eerst moet ik mijn leven opruimen.
Eerst moet ik bewijzen dat ik het meen.
Eerst moet ik laten zien dat ik serieus ben.
Eerst moet ik beter worden.
Eerst moet ik heiliger worden.
Eerst moet ik meer verdriet over mijn zonden hebben.
Eerst moet mijn leven er anders uitzien.


En pas daarna, denken ze, mogen ze werkelijk tot Christus komen.


Maar dat is niet het evangelie.


Dat klinkt misschien nederig, maar het is in werkelijkheid een vorm van vertrouwen op jezelf. Want je zegt dan eigenlijk:

Christus is niet genoeg.
Zijn bloed is niet genoeg.
Zijn volbrachte werk is niet genoeg.

Ik moet eerst iets toevoegen.
Ik moet eerst iets bewijzen.
Ik moet eerst iets worden.

Dat is precies waar veel mensen vastlopen.


En om dat goed te begrijpen, moeten we naar iemand kijken van wie bijna iedereen denkt dat hij alleen maar een verloren monster was:


Kaïn.



1. Waarom Kaïn zo belangrijk is


Kaïn wordt bijna altijd heel snel ingedeeld.


Men zegt:

“Kaïn doodde Abel. Dus Kaïn was verloren.”

Of:

“1 Johannes zegt dat Kaïn uit den boze was. Dus klaar.”

Maar is dat zorgvuldig Bijbellezen?


De vraag is niet of Kaïn zwaar gezondigd heeft. Dat heeft hij zonder twijfel.



De vraag is dieper:

Kan alles wat de Schrift over Kaïn zegt, verklaard worden als hij uitsluitend een zondige natuur had?

Dat is de kern.


Want als de Bijbel leert dat de zondige natuur bepaalde dingen absoluut niet kan, maar Genesis 4 laat zien dat God Kaïn aanspreekt op dingen die boven de mogelijkheden van de zondige natuur uitgaan, dan moeten we heel goed opletten.


Dan is Kaïn niet zomaar een voorbeeld van “een verloren mens die slecht leeft”.


Dan wordt Kaïn veel ernstiger.


Dan laat Kaïn zien hoe verschrikkelijk het vlees is, zelfs bij iemand die werkelijk licht van God had.


En juist dat maakt de evangelieboodschap krachtig.


Want als zelfs Kaïns zwaarste zonde plaatsvond ná licht, ná waarschuwing, ná Gods spreken, dan kan redding nooit gebaseerd zijn op jouw vermogen om je toekomstige zonden uit je leven te verwijderen.


Anders was niemand veilig.



2. De som van Gods Woord is de waarheid


Voordat we Genesis 4 lezen, moeten we eerst één belangrijk principe vastzetten.


Sommige mensen zullen zeggen:

“Maar er staat nergens letterlijk: Kaïn was behouden.”

Dat klopt.


Maar de Bijbel openbaart waarheid niet altijd door één losse zin waarin alles letterlijk wordt samengevat.



De Bijbel geeft vaak waarheid door de som van Gods Woord.

De som Uws woords is de waarheid, en al de rechten Uwer gerechtigheid zijn in der eeuwigheid.”
— Psalm 119:160

Dat is een zeer belangrijk vers.


De waarheid ligt niet altijd in één geïsoleerde tekst. De waarheid wordt vaak helder wanneer je alle Schriftgegevens samenlegt.


Neem bijvoorbeeld de Drie-eenheid.


De Bijbel gebruikt nergens letterlijk het woord “Drie-eenheid”. Maar de Schrift leert:


  • er is één God;
  • de Vader is God;
  • de Zoon is God;
  • de Heilige Geest is God;
  • de Vader, Zoon en Geest worden onderscheiden.


De som van Gods Woord leert dus de Drie-eenheid.


Neem ook hemelzekerheid.


De Bijbel gebruikt misschien niet altijd precies de woorden die mensen verwachten, maar wanneer je teksten als Johannes 3:16, Johannes 5:24, Johannes 6:47, Johannes 10:28, Efeze 1:13-14, Romeinen 8:38-39 en vele andere teksten samenlegt, dan wordt duidelijk:


wie in Christus gelooft, heeft eeuwig leven en zal niet verloren gaan.


Dat is geen zwak bewijs.
Dat is juist sterk bewijs.


Zo moeten we ook naar Kaïn kijken.



Niet vragen:

“Waar staat letterlijk in één zin dat Kaïn behouden was?”

Maar vragen:

“Wat zegt de hele Schrift over wat de zondige natuur niet kan, en wat zegt Genesis 4 dat God tegen Kaïn deed en zei?”

De som van Gods Woord is de waarheid.



3. Eerst moet vaststaan wat de zondige natuur is


Als we Kaïn willen begrijpen, moeten we eerst weten wat de Bijbel zegt over de natuurlijke mens, het vlees, de oude natuur.


De Bijbel is daar niet vaag over.


Paulus schrijft:

“Er is niemand, die verstandig is, er is niemand, die God zoekt.”
— Romeinen 3:11

Dat is absoluut.



Niet: weinig mensen zoeken God.


Niet: sommige mensen zoeken God.


Maar: niemand zoekt God.


De natuurlijke mens zoekt God niet vanuit zichzelf.


Daarna schrijft Paulus:

“Allen zijn zij afgeweken, te zamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die goed doet, er is ook niet tot één toe.”
— Romeinen 3:12

Ook dat is absoluut.


Nu moeten we goed onderscheiden.


Dit betekent niet dat een ongeredde mens nooit iets kan doen wat voor mensen aardig, nuttig of sociaal goed lijkt. Een ongeredde mens kan vriendelijk zijn voor zijn buren. Hij kan geld geven aan een goed doel. Hij kan hard werken. Hij kan trouw zijn in menselijke relaties.


Maar dat is niet hetzelfde als werkelijk goeddoen voor God.


Voor God is de maatstaf oneindig hoger.



Jesaja zegt:

“Doch wij allen zijn als een onreine, en al onze gerechtigheden zijn als een wegwerpelijk kleed…”
— Jesaja 64:6

Let goed op.


Niet alleen onze zonden zijn onrein.


Zelfs onze gerechtigheden zijn als een wegwerpelijk kleed.


Dat betekent dat de beste werken van de gevallen mens, wanneer ze uit de natuurlijke mens voortkomen, God niet kunnen behagen.



Paulus zegt hetzelfde in Romeinen 8:

“Daarom dat het bedenken des vleses vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich der wet Gods niet; want het kan ook niet.”
— Romeinen 8:7

Hier zegt Paulus niet alleen dat het vlees zich niet wil onderwerpen aan God.



Hij zegt:

het kan ook niet.

Dat is zeer belangrijk.


De zondige natuur mist niet alleen de wil. Zij mist ook het vermogen.



Daarna zegt Paulus:

“En die in het vlees zijn, kunnen Gode niet behagen.”
— Romeinen 8:8

Dus de mens die uitsluitend in het vlees is, kan God niet behagen.



En Paulus schrijft ook:

“Maar de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen, die des Geestes Gods zijn; want zij zijn hem dwaasheid, en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden.”
— 1 Korinthe 2:14

De natuurlijke mens ontvangt Gods dingen niet. Hij verstaat ze niet geestelijk. Hij kan niet functioneren op het terrein van Goddelijke waarheid.



En Jezus zegt:

“Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees; en hetgeen uit den Geest geboren is, dat is geest.”
— Johannes 3:6

Vlees blijft vlees.


Het vlees wordt niet langzamerhand geest.
Het vlees wordt niet verbeterd.
Het vlees wordt niet opgeknapt.
Het vlees blijft vlees.


Dat is de basis.


Dus als Kaïn uitsluitend een natuurlijke mens was, dan geldt dit:


  • hij zoekt God niet;
  • hij doet geen werkelijk goed voor God;
  • hij kan God niet behagen;
  • hij kan zich niet aan God onderwerpen;
  • hij ontvangt geestelijke dingen niet;
  • hij is slaaf van zonde;
  • hij kan niet over zonde heersen.


Met die Bijbelse meetlat moeten we Genesis 4 lezen.



4. Genesis 4 begint met offerdienst

“En het geschiedde ten einde van enige dagen, dat Kaïn van de vrucht des lands den HEERE offer bracht.”
— Genesis 4:3

Kaïn bracht een offer aan de HEERE.


Dit vers bewijst op zichzelf nog niet alles. Het bewijst niet automatisch dat zijn offer goed was. Integendeel, Genesis laat zien dat God Abel en zijn offer aanzag, maar Kaïn en zijn offer niet.


Maar dit vers laat wel iets belangrijks zien:


Kaïn leefde niet als iemand zonder enige kennis van God.


Hij kende de HEERE.
Hij wist van offerdienst.
Hij stond in een sfeer van verantwoordelijkheid tegenover God.


De kwestie in Genesis 4 is dus niet eerst horizontaal: Kaïn tegenover Abel.


De kwestie is eerst verticaal: Kaïn tegenover God.


Dat is belangrijk, want daardoor moeten we Genesis 4:7 ook verticaal lezen.


Wanneer God later zegt: “indien gij weldoet”, gaat het niet simpelweg over sociaal fatsoen tegenover Abel. Het gaat over Kaïns reactie voor Gods aangezicht.



5. Abel toont wat werkelijk goeddoen is


De Schrift legt zelf uit waarom Abel aangenomen werd.

“Door het geloof heeft Abel een meerdere offerande Gode geofferd dan Kaïn, door hetwelk hij getuigenis bekomen heeft, dat hij rechtvaardig was…”
— Hebreeën 11:4

Abel offerde door geloof.


Dat is de sleutel.



Hebreeën zegt ook:

“Maar zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen…”
— Hebreeën 11:6

Dus Abel behaagde God door geloof.


Dat betekent dat het verschil tussen Abel en Kaïn niet slechts uiterlijk was. Het ging niet alleen om het soort offer. Het ging om geloof voor God.


Abel kwam op Gods wijze.


Kaïn reageerde verkeerd op Gods beoordeling.



Daarom is Gods woord aan Kaïn zo belangrijk:

“Is er niet, indien gij weldoet, verhoging?”
— Genesis 4:7

God roept Kaïn niet simpelweg op om beleefd te zijn tegen zijn broer.


God spreekt in de context van offer, geloof, aanvaarding, afwijzing en reactie op Gods oordeel.



6. God spreekt persoonlijk tot Kaïn

“En de HEERE zeide tot Kaïn: Waarom zijt gij ontstoken, en waarom is uw aangezicht vervallen?”
— Genesis 4:6

Dit is een groot punt.


God spreekt persoonlijk tot Kaïn.


Niet via Adam.
Niet via Abel.
Niet via een priester.
Niet via een engel.


De HEERE Zelf spreekt tot hem.


En God spreekt niet pas nadat Kaïn Abel heeft vermoord. God spreekt vóór de moord.


Dat is genade.


God ziet de zonde groeien in Kaïns hart. Hij ziet de boosheid. Hij ziet de jaloezie. Hij ziet de richting waarin Kaïn gaat. En God waarschuwt hem.



Jesaja zegt:

“Maar uw ongerechtigheden maken een scheiding tussen ulieden en tussen uw God, en uw zonden verbergen het aangezicht van ulieden, dat Hij niet hoort.”
— Jesaja 59:2

Zonde brengt scheiding.


Toch zien we in Genesis 4 dat God Kaïn persoonlijk aanspreekt, confronteert, onderwijst en waarschuwt.


Dat is geen klein detail.


Dat is echte Goddelijke omgang.



7. God confronteert Kaïns innerlijke toestand

“Waarom zijt gij ontstoken, en waarom is uw aangezicht vervallen?”
— Genesis 4:6

God gaat naar het hart.


Kaïn is boos.


Waarom?


Omdat God Abel en zijn offer heeft aangenomen, maar Kaïn en zijn offer niet.


Kaïns probleem is niet begonnen met moord. Zijn probleem begon in zijn hart.


Daar kwamen op:


  • trots;
  • jaloezie;
  • boosheid;
  • afgunst;
  • weigering om Gods oordeel te aanvaarden.


Jakobus zegt:

“Want waar nijd en twistgierigheid is, aldaar is verwarring en alle boze handel.”
— Jakobus 3:16

En Paulus noemt onder de werken van het vlees:

“vijandschappen, twisten, afgunstigheden, toorn…”
— Galaten 5:20

Kaïns vlees is duidelijk actief.


Maar let op: God spreekt Kaïn niet aan alsof hij niets anders kan dan dat vlees volgen.


God spreekt hem aan als iemand die verantwoordelijk is om niet aan zonde toe te geven.



8. “Indien gij weldoet” — dit is geen menselijk fatsoen

“Is er niet, indien gij weldoet, verhoging?”
— Genesis 4:7

Dit is misschien het belangrijkste punt in heel deze studie.


Veel mensen lezen hier te snel overheen.


Ze denken:

“Als Kaïn Abel niet had doodgeslagen, dan had hij toch welgedaan?”

Maar dat mist de kern.


Dat is “weldoen” op menselijk niveau. Horizontaal. Tegenover Abel.


Maar God spreekt hier niet allereerst over sociaal gedrag tegenover Abel. God spreekt in de context van offerdienst, geloof, aanvaarding en verhouding tot Hem.


Kaïns offer was niet aangenomen. Abels offer wel. En Hebreeën zegt waarom Abel werd aangenomen:

“Door het geloof heeft Abel een meerdere offerande Gode geofferd dan Kaïn…”
— Hebreeën 11:4

Dus wanneer God tegen Kaïn zegt: “indien gij weldoet”, gaat het niet simpelweg over: “gedraag je wat netter.”


Als “weldoen” hier slechts horizontaal bedoeld zou zijn — alsof God simpelweg zegt:


“Kaïn, wees aardiger.”
“Beheers je emoties beter.”
“Vermoord je broer niet.”


dan ontstaat opnieuw een groot probleem.


Waarom wordt Kaïn dan door velen direct behandeld als bewijs van verlorenheid…


maar David niet?


David pleegde overspel en liet Uria feitelijk vermoorden.


Waarom Lot niet?


Waarom Petrus niet?


Waarom Paulus niet, die gelovigen vervolgde?


Waren zij beter dan Kaïn? Geen haar beter.


De ernst van een zonde bewijst op zichzelf niet automatisch iemands eeuwige bestemming.


Dus Genesis 4 kan niet gereduceerd worden tot een oppervlakkige les over menselijk gedrag.


De context is veel dieper.


Kaïn staat voor Gods aangezicht.


Zijn offer werd afgewezen.


Abels offer werd aangenomen door geloof.


En Gods oproep tot “weldoen” staat midden in die verticale context.


Het gaat over werkelijk goeddoen voor Gods aangezicht.


Dat betekent:


  • goed reageren op Gods beoordeling;
  • zich onderwerpen aan Gods oordeel;
  • in geloof handelen;
  • Gods weg accepteren;
  • juist wandelen voor Zijn aangezicht;
  • niet reageren vanuit vlees, boosheid, jaloezie en trots.


En nu wordt het zeer krachtig.


Want de natuurlijke mens kan dat niet.

“Er is niemand, die goed doet, er is ook niet tot één toe.”

— Romeinen 3:12


“En die in het vlees zijn, kunnen Gode niet behagen.”

— Romeinen 8:8


“Doch wij allen zijn als een onreine, en al onze gerechtigheden zijn als een wegwerpelijk kleed…”

— Jesaja 64:6

Dat betekent niet dat een natuurlijke mens nooit iets kan doen wat voor mensen vriendelijk, nuttig of fatsoenlijk lijkt.


Maar voor God is de maatstaf hoger.


Voor God is zelfs de gerechtigheid van de gevallen mens onrein, wanneer die voortkomt uit de oude natuur.


Daarom is Genesis 4:7 zo belangrijk.


Als Kaïn alleen oude natuur had, dan zou Gods “indien gij weldoet” geen werkelijke geestelijke mogelijkheid zijn.


Maar God spreekt niet leeg.


God speelt geen spel.


God zegt niet voor de vorm iets wat geestelijk onmogelijk is voor iemand die uitsluitend vlees heeft.


God spreekt Kaïn aan op echte verantwoordelijkheid voor Zijn aangezicht.


Dat wijst erop dat Kaïn niet slechts als een puur natuurlijke mens zonder geestelijk leven gezien moet worden.



9. “Verhoging” — God spreekt over aanvaarding

“Is er niet, indien gij weldoet, verhoging?”
— Genesis 4:7

God spreekt niet alleen over “weldoen”.


Hij spreekt ook over “verhoging”.


Dat woord draagt de gedachte van opgericht worden, aangenomen worden, verheven worden, gunst ontvangen.


In de context gaat het om Gods gunst na een juiste reactie op Zijn beoordeling.


En dat is aangrijpend.


Want Kaïn is boos. Zijn aangezicht is vervallen. Zijn hart gaat de verkeerde kant op. De zonde staat als het ware klaar om hem te grijpen.


En toch schrijft God hem niet direct af.


God zwijgt niet.


God keert Zich niet koud van hem af.


God spreekt.


God waarschuwt.


God wijst een weg.



Hij zegt als het ware:

Kaïn, dit hoeft niet zo te gaan.
De zonde ligt aan de deur.
Maar jij moet haar niet laten heersen.

Zie de genade hierin.


Voordat Kaïn zijn broer doodslaat, komt God hem waarschuwen.


Voordat de zonde uitbreekt in moord, legt God de vinger op zijn hart.


Voordat haat werkelijkheid wordt in bloedvergieten, spreekt God over goeddoen en verhoging.


Maar ook hier geldt: dit soort goeddoen en verhoging kan niet uit de oude natuur voortkomen.



Hebreeën zegt:

“Maar zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen…”
— Hebreeën 11:6

Dus als God spreekt over goeddoen voor Zijn aangezicht en over verhoging, dan gaat het om iets dat alleen mogelijk is in een geestelijke verhouding tot God.


Niet door het vlees.


Niet uit de oude natuur.


Niet vanuit menselijke religie.


Maar door geloof.



10. “De zonde ligt aan de deur”

“…en zo gij niet weldoet, de zonde ligt aan de deur.”
— Genesis 4:7

Nu verandert het beeld.


God spreekt niet meer alleen over goeddoen en verhoging. Hij waarschuwt nu voor het gevaar dat vlakbij ligt.


De zonde ligt aan de deur.


Dat is een ernstig beeld.


Zonde wordt voorgesteld als iets dat klaarstaat om toe te slaan. Niet als iets onschuldigs. Niet als iets kleins. Niet als iets dat Kaïn gemakkelijk kan negeren.


De zonde ligt dichtbij.


Ze wacht.


Ze wil binnendringen.


Ze wil overheersen.


Ze wil beheersen.


Ze wil vernietigen.


Dit is de taal van strijd.



En precies zulke taal gebruikt Paulus later tegen gelovigen:

“Dat dan de zonde niet heerse in uw sterfelijk lichaam, om haar te gehoorzamen in de begeerlijkheden deszelven lichaams.”
— Romeinen 6:12

Let op: Paulus schrijft dit aan gelovigen.


Waarom zou Paulus tegen gelovigen zeggen dat zonde niet moet heersen?


Omdat zonde nog wil heersen.


Een gelovige heeft nog vlees. Maar hij hoeft het vlees niet te gehoorzamen.


Dat is precies wat we in Genesis 4 zien.


Zonde ligt aan de deur.


Zij wil Kaïn grijpen.


Maar God spreekt Kaïn aan om haar niet te laten heersen.


De vraag is dus niet: “Was er gevaar?”


Ja, er was enorm gevaar.


De vraag is: “Spreekt God Kaïn aan als iemand die totaal machteloos onder die zonde ligt?”


Nee.


God waarschuwt hem als iemand die verantwoordelijk is om niet toe te geven.



11. “Haar begeerte is tot u”

“…haar begeerte is toch tot u…”
— Genesis 4:7

De zonde heeft begeerte tot Kaïn.


Dat betekent: de zonde wil hem hebben.


Niet alleen zijn gedrag.


Zijn hart.


Zijn denken.


Zijn handen.


Zijn mond.


Zijn richting.


Zijn leven.


Zonde wil niet slechts even aanwezig zijn. Zonde wil heersen.


Dit is geen neutrale situatie.


Zonde is actief.


Zonde is agressief.


Zonde wil dienstbaarheid.



Paulus zegt:

“Weet gij niet, dat wien gij uzelven stelt tot dienstknechten ter gehoorzaamheid, gij dienstknechten zijt desgenen, dien gij gehoorzaamt…?”
— Romeinen 6:16

Dat is precies het punt.


Zonde wil iemand tot dienstknecht maken.


Zonde wil niet slechts een daad.


Zonde wil heerschappij.


Bij Kaïn zien we dat gebeuren.


Eerst is er afwijzing.


Dan boosheid.


Dan een vervallen aangezicht.


Dan waarschuwing.


Dan de zonde aan de deur.


Dan de begeerte van zonde tot hem.


En als Kaïn niet luistert, zal de zonde niet stoppen bij een gevoel.


Zij zal doorgroeien tot moord.


Dat is wat het vlees doet wanneer het niet geoordeeld wordt.



12. “Gij zult over haar heersen” — onmogelijk met alleen oude natuur

“…en gij zult over haar heersen.”
— Genesis 4:7

Hier komt de climax.


Kan een mens met uitsluitend zondige natuur over zonde heersen?


Nee.


De Schrift is daar helder over.



Jezus zegt:

“Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Een iegelijk, die de zonde doet, is een dienstknecht der zonde.”
— Johannes 8:34

Paulus zegt over de oude positie:

“Want toen gij dienstknechten waart der zonde…”
— Romeinen 6:20

Een mens met alleen oude natuur is niet vrij tegenover zonde.


Hij is slaaf.


Hij is dienstknecht.


Hij staat onder de macht van zonde.



Maar tegen gelovigen zegt Paulus iets anders:

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”
— Romeinen 6:14

Dat is taal van een andere positie.


Niet omdat het vlees verbeterd is.


Niet omdat de oude natuur ineens goed is geworden.


Maar omdat er meer is dan vlees.


Er is genade.


Er is nieuw leven.


Er is een nieuwe positie.


Daarom past de taal van “heersen over zonde” niet bij iemand die puur onder de slavernij van de oude natuur staat.


Als Kaïn alleen vlees was, dan zou de zonde vanzelf heersen.


Dan was hij slaaf.


Dan was “gij zult over haar heersen” geen werkelijke geestelijke mogelijkheid.


Maar God spreekt Kaïn aan alsof hij niet machteloos is onder de zonde.


God spreekt hem niet aan als iemand die uitsluitend natuurlijke mens is.


God spreekt hem aan als iemand met echte verantwoordelijkheid voor Zijn aangezicht.


En dat past bij iemand met meer dan alleen oude natuur.



13. De cumulatieve conclusie over Kaïn


Leg nu alles samen.


Kaïn had:


  • kennis van de HEERE;
  • offerdienst;
  • directe aanspraak van God;
  • persoonlijke waarschuwing;
  • confrontatie van zijn hart;
  • oproep tot werkelijk goeddoen voor Gods aangezicht;
  • belofte van verhoging;
  • verantwoordelijkheid om over zonde te heersen.


Maar de natuurlijke mens:


  • zoekt God niet;
  • doet geen werkelijk goed voor God;
  • kan God niet behagen;
  • kan zich niet onderwerpen aan God;
  • is slaaf van zonde;
  • kan niet over zonde heersen.


Wat leert de som van Gods Woord dan?


Niet zwak.
Niet vaag.
Niet oppervlakkig.


Maar krachtig:


Kaïn had meer dan alleen de oude natuur.


En als hij meer had dan alleen oude natuur, dan betekent dat: geestelijk leven, werk van God, nieuwe natuur.

Dus de conclusie is: Kaïn was behouden.

Niet omdat hij goed leefde.


Niet omdat hij geen zware zonde deed.


Maar omdat de Schrift laat zien dat hij niet slechts een natuurlijke mens was.


En nu komt het schokkendste punt.



14. Kaïns zwaarste zonde kwam ná enorm licht

“En Kaïn sprak met zijn broeder Abel; en het geschiedde, als zij in het veld waren, dat Kaïn tegen zijn broeder Abel opstond, en sloeg hem dood.”
— Genesis 4:8

Kaïn luisterde niet.


Hij koos niet voor de weg van geloof, onderwerping en goeddoen voor God.


Hij koos voor het vlees.


Zijn boosheid werd haat.


Zijn haat werd moord.


Maar let op:


die moord gebeurde nádat God tot hem sprak.


Nádat God hem waarschuwde.


Nádat God hem confronteerde.


Nádat God hem wees op goeddoen, verhoging en heersen over zonde.


Dat maakt het verhaal schokkend.


Want zijn zwaarste zonde kwam ná licht.



15. “Uit den boze” bevestigt juist hoe slecht het vlees is


Johannes schrijft:

“Niet gelijk Kaïn, die uit den boze was, en zijn broeder doodsloeg. En om wat oorzaak sloeg hij hem dood? Omdat zijn werken boos waren, en die zijns broeders rechtvaardig.”
— 1 Johannes 3:12

Sommigen zeggen:

“Zie je wel, Kaïn was uit den boze, dus hij was verloren.”

Maar dat is te snel.


Johannes beschrijft hier de bron waaruit Kaïns daad voortkwam.


Zijn moord kwam niet uit geloof.


Zijn moord kwam niet uit de nieuwe natuur.


Zijn moord kwam niet uit wat uit God geboren is.


Zijn moord kwam uit de oude natuur.


Uit het vlees.


Uit dat wat in karakter vijandschap tegen God is.



Jezus zei:

“Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees; en hetgeen uit den Geest geboren is, dat is geest.”
— Johannes 3:6

Let op hoe absoluut Jezus spreekt.


Vlees wordt nooit geest.


Vlees wordt nooit heilig.


Vlees wordt nooit verbeterd.


Vlees blijft vlees.


En dat vlees is fundamenteel corrupt.



Paulus zegt:

“Daarom dat het bedenken des vleses vijandschap is tegen God…”
— Romeinen 8:7

Dus wanneer Kaïn zijn broer vermoordt, zien we precies hoe ver het vlees kan gaan wanneer iemand eraan toegeeft.


Jaloezie werd haat.


Haat werd moord.


Dat is de vrucht van het vlees.



Maar de Bijbel laat ook zien dat er iets totaal anders bestaat:

“Een iegelijk, die uit God geboren is, die doet de zonde niet… en hij kan niet zondigen, want hij is uit God geboren.”
— 1 Johannes 3:9

Dat spreekt over de nieuwe natuur.


Wat uit God geboren is, zondigt niet.


Wat uit het vlees geboren is, blijft vlees.


Daarom is het zo belangrijk dit te begrijpen:


een gelovige heeft nog steeds vlees.


Dat vlees blijft volledig verdorven.


Dat vlees blijft in karakter tegen God.


Dat vlees kan nog steeds verschrikkelijke dingen voortbrengen wanneer iemand eraan toegeeft.



Daarom waarschuwt Paulus gelovigen:

“Wandelt door den Geest en volbrengt de begeerlijkheid des vleses niet.”
— Galaten 5:16

Waarom zou Paulus dat schrijven aan gelovigen als het onmogelijk was?


Omdat gelovigen werkelijk kunnen wandelen naar het vlees in plaats van door geloof.


Dat maakt zonde niet kleiner.


Dat maakt zonde juist ernstiger.


Want Kaïn laat zien hoe ver vlees kan gaan wanneer het niet geoordeeld wordt.


Zijn daad kwam uit den boze.


Dat bewijst hoe verschrikkelijk het vlees is.


Het bewijst niet dat Genesis 4:6-7 geen echte omgang, waarschuwing en verantwoordelijkheid bevatte.



16. Judas noemt “de weg van Kaïn”


Judas schrijft:

“Wee hun, want zij zijn den weg van Kaïn ingegaan…”
— Judas 11

Let op de formulering.



Judas zegt niet:

de eeuwige verdoemenis van Kaïn.

Hij zegt:

de weg van Kaïn.

Een weg is een patroon, een koers, een manier van wandelen.


De weg van Kaïn is:


  • eigenwillige godsdienst;
  • verkeerde reactie op Gods oordeel;
  • boosheid over correctie;
  • jaloezie op de rechtvaardige;
  • haat tegen de broeder;
  • uiteindelijk moord.


Judas gebruikt Kaïn als waarschuwing voor een vleeslijke weg.


En dat maakt veel meer indruk wanneer je ziet dat Kaïn niet zomaar een verloren buitenstaander was, maar iemand die werkelijk door God werd aangesproken en toch voor het vlees koos.



Kaïns tragedie was niet een gebrek aan genade


God sprak.


God waarschuwde.


God corrigeerde.


God wees een weg.


Kaïns probleem was niet dat God hem geen genade gaf.


Kaïns probleem was dat hij koos om naar het vlees te wandelen in plaats van in geloof te reageren.


En precies daar herkennen veel mensen zichzelf vandaag.


Niet in moord.


Maar wel in zelfvertrouwen.


Religie.


Trots.


Uitstel.


En weigering om eenvoudig op Christus te vertrouwen.



17. Waarom dit voor het evangelie zo belangrijk is


Nu komen we bij de grote toepassing.


Veel mensen denken:

“Ik moet eerst veranderen voordat ik gered kan worden.”

Maar Kaïn laat zien dat redding nooit gebaseerd kan zijn op hoe netjes je leven eruitziet.


Want als redding gebaseerd was op perfecte wandel, op het verwijderen van toekomstige zonden, of op het bewijs dat je nooit meer diep zult vallen, dan was niemand veilig.


Kaïn niet.
David niet.
Lot niet.
Petrus niet.
De Korinthiërs niet.
Jij niet.
Ik niet.


David pleegde overspel en moord.


Lot wordt door Petrus “rechtvaardig” genoemd:

“En den rechtvaardigen Lot…”
— 2 Petrus 2:7

Petrus verloochende de Heere Jezus met vloeken.



De Korinthiërs waren gelovigen, maar vleeslijk:

“En ik, broeders, kon tot u niet spreken als tot geestelijken, maar als tot vleselijken…”
— 1 Korinthe 3:1

Misschien lijk jij niet op Kaïn in moord.


Maar misschien lijk jij wel op Kaïn in uitstel.



Misschien blijf jij zeggen:

“Ik moet eerst mijn leven veranderen voordat Christus mij wil redden”

Maar dat is niet het evangelie.


Heiliging is belangrijk.
Gehoorzaamheid is belangrijk.
Groei is belangrijk.
Zonde is ernstig.


Maar dat zijn niet de voorwaarden om eeuwig leven te ontvangen.


Eeuwig leven ontvang je door geloof in Christus.



18. Christus stierf voor zondaren


Paulus schrijft:

“Maar God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaars waren.”
— Romeinen 5:8

Niet nadat wij onszelf verbeterd hadden.


Niet nadat wij alles op orde hadden.


Niet nadat wij bewezen hadden dat wij nooit meer zouden vallen.



Maar:

als wij nog zondaars waren.

Dat is genade.


Christus stierf niet voor mensen die zichzelf al schoon hadden gemaakt.


Hij stierf voor zondaren.



19. Jezus wist van je toekomstige falen


Dit is belangrijk.


Toen Christus aan het kruis stierf, kende Hij niet alleen jouw verleden.


Hij kende ook jouw heden.


En jouw toekomst.


Hij wist alles.


Hij kende elke zonde die jij ooit zou doen.


En toch stierf Hij.


Dat betekent niet dat zonde licht is.


Het betekent dat Zijn offer volledig is.



20. Hoe word je gered?


De Bijbel maakt het eenvoudig.

“Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden…”
— Handelingen 16:31

Niet:

  • verander eerst;
  • stop eerst;
  • bewijs eerst;
  • verbeter eerst;
  • word eerst waardig.


Maar:

geloof.

Vertrouw op Christus.


Vertrouw op Zijn dood voor jouw zonden.


Vertrouw op Zijn opstanding.


Vertrouw op Zijn volbrachte werk.



21. Wat is het evangelie?


Paulus vat het evangelie samen:

“Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften;
En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften.”
— 1 Korinthe 15:3-4

Dat is het evangelie.


Christus stierf voor onze zonden.
Hij werd begraven.
Hij stond op uit de dood.



De vraag is niet:

heb jij jezelf genoeg veranderd?

De vraag is:

geloof jij dat Christus genoeg gedaan heeft?


22. Hemelzekerheid


Wanneer iemand in Christus gelooft, ontvangt hij niet tijdelijk leven, maar eeuwig leven.


De Heere Jezus zegt:

“Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.”
— Johannes 6:47

Niet: zal het misschien krijgen.


Niet: krijgt het zolang hij goed genoeg blijft.


Maar:

heeft het eeuwige leven.

Jezus zegt ook:

“En Ik geef hun het eeuwige leven; en zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid, en niemand zal dezelve uit Mijn hand rukken.”
— Johannes 10:28

Dat is hemelzekerheid.



En:

“Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die Mijn woord hoort, en gelooft Hem, Die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven, en komt niet in de verdoemenis, maar is uit den dood overgegaan in het leven.”
— Johannes 5:24

Let op de woorden:

  • heeft eeuwig leven;
  • komt niet in de verdoemenis;
  • is overgegaan uit de dood in het leven.


Dat is zekerheid.


Niet omdat jij zo sterk bent.


Niet omdat jouw vlees verbeterd is.


Maar omdat Christus redt.


Volledig.



23. Daarna begint groei


Wanneer iemand gelooft, betekent dat niet dat zonde ineens onbelangrijk wordt.


Integendeel.


Dan begint de strijd.


Dan begint groei.


Dan begint heiliging.


Dan leert God je wandelen.


Dan leert Hij je niet te wandelen naar het vlees, maar naar de Geest.

“Wandelt door den Geest en volbrengt de begeerlijkheid des vleses niet.”
— Galaten 5:16

Maar dit is het gevolg van redding.


Niet de voorwaarde voor redding.


Je wordt niet gered omdat je je leven eerst hebt veranderd.


Je wordt gered door geloof in Christus.


En daarna wil God je leren wandelen als iemand die Hem toebehoort.



24. Een waarschuwing voor gelovigen


Kaïns verhaal is niet alleen een evangelieboodschap voor ongelovigen.


Het is ook een ernstige waarschuwing voor gelovigen.


Veel gelovigen denken:

“Zo ver zou ik nooit gaan.”

Maar Kaïns val begon niet met moord.


Zijn val begon veel eerder:


  • boosheid
  • jaloezie
  • trots
  • weigering om Gods correctie te accepteren
  • wandelen naar het vlees


En uiteindelijk groeide dat uit tot moord.



Dat is precies waarom het Nieuwe Testament gelovigen voortdurend waarschuwt:

“Die dan meent te staan, zie toe, dat hij niet valle.”

— 1 Korinthe 10:12


“Wandelt door den Geest en volbrengt de begeerlijkheid des vleses niet.”

— Galaten 5:16

Het vlees is niet verbeterd sinds je redding.


Het vlees blijft vlees.


Daarom moet een gelovige dagelijks wandelen door geloof.


Niet om gered te blijven.


Maar omdat wandelen naar het vlees verwoesting brengt.


Kaïn is daar een ernstige waarschuwing van.



25. De grote les van Kaïn


Kaïn is niet bedoeld om zondaren te laten denken:

“Ik ben te slecht, dus er is geen hoop.”

Kaïn is ook niet bedoeld om gelovigen gemakzuchtig te maken.


Kaïn laat twee enorme waarheden zien:


Het vlees is verschrikkelijk.


En:


Christus redt zondaren volledig uit genade.


Dus stop met wachten.


Kom tot Christus.


Nu.


Zoals je bent.


Met je zonden.


Met je schaamte.


Met je mislukkingen.


Met je lege handen.



En geloof in Hem.

“Die in den Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven.”
— Johannes 3:36

Niet morgen.


Niet nadat jij jezelf gerepareerd hebt.


Vandaag.
Door geloof alleen.

In Christus alleen.

Wil je zeker weten dat je naar de hemel gaat?