God is volmaakt – en daarom zijn al Zijn eigenschappen volmaakt
Waarom Gods liefde, rechtvaardigheid en waarheid niemand uitsluiten vóór geloof
Inleiding: Waarom dit noodzakelijk is
Veel theologische systemen beginnen bij de mens:
- bij zijn zonde,
- bij zijn keuze,
- bij zijn onvermogen,
- bij zijn bestemming,
- of bij de vraag: “hoeveel kan de mens eigenlijk?”
Maar dát is niet waar de Schrift begint.
De Bijbel begint bij God.
Niet eerst bij:
wat God doet,
maar bij:
wie God is.
En dat is geen “filosofische” start. Dat is levensnoodzakelijk.
Want zodra iemand God niet zuiver en consequent doordenkt, gebeurt er altijd hetzelfde:
- het Evangelie wordt dubbel,
- beloften worden vaag,
- verantwoordelijkheid wordt nep,
- en zekerheid wordt onmogelijk.
Dan krijg je een God die
wel iets zegt, maar
toch iets anders bedoelt.
Een God die
wel aanbiedt, maar
inwendig niet meent.
Een God die
wel roept, maar ondertussen al besloten heeft dat het voor sommigen niet kan.
En dan breekt het Evangelie. Niet uiterlijk, maar vanbinnen.
De kernvraag is daarom niet:
“Wat kan God doen?”
Maar:
“Wie is God?”
En het antwoord van de Schrift is helder, radicaal en ononderhandelbaar:
God is volmaakt.
Niet grotendeels.
Niet “goed genoeg”.
Niet “in verhouding tot ons”.
Niet “zoals wij het ervaren”.
Maar: volmaakt.
1. Volmaakt is geen gradatie, maar een absolute categorie
In mensentaal werken we met gradaties:
- bijna,
- ongeveer,
- redelijk,
- voldoende,
- “in principe”.
Maar “volmaakt” is geen schuifknop. Het is een grens.
Als iets volmaakt is, betekent het:
- niets ontbreekt,
- niets is teveel,
- niets is scheef,
- niets is tegenstrijdig,
- niets is gemengd.
Gods volmaaktheid werkt door in al Zijn eigenschappen
Gods volmaaktheid is geen losstaand idee, maar werkt door in alles wat Hij is en doet. Eigenschappen zoals liefde, rechtvaardigheid en onpartijdigheid staan niet los van elkaar, maar vormen samen één volmaakt en consistent geheel. God is nooit deels liefdevol en deels onrechtvaardig, of liefdevol voor de één en onrechtvaardig voor de ander.
→ Lees hier meer over Gods onpartijdigheid
→ Lees hier meer over Gods rechtvaardigheid
Jezus zegt:
“Weest dan gijlieden volmaakt, gelijk uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is.”
— Mattheüs 5:48
Dat is geen losse “moraalles”.
Jezus gebruikt God als
maatstaf.
En dat kan alleen als “volmaakt” werkelijk volmaakt is.
Als “volmaakt” rekbaar was, dan zou dit vers zinloos zijn.
Dan zou Jezus eigenlijk zeggen: “doe je best.”
Maar dat is niet wat Hij zegt.
Hij zegt:
God is volmaakt.
En dát is de categorie waarin je Hem moet denken.
Dus: God kan niet “een beetje” liefde zijn.
Niet “meestal” waarachtig.
Niet “vrij vaak” rechtvaardig.
Niet “bijna altijd” eerlijk.
Want zodra je één eigenschap in gradaties trekt, trek je God zelf in gradaties.
En dan heb je niet de God van de Bijbel, maar een menselijk afgodsbeeld:
een God die lijkt op ons, alleen groter.
2. God ís wat Hij is — niet wisselend, niet ontwikkelend
Een mens verandert omdat hij:
- leert,
- groeit,
- zich vergist,
- bijstelt,
- beter wordt,
- of slechter wordt.
Verandering betekent: er was eerst iets dat nog niet af was.
Daarom zegt de Schrift:
“Ik ben de HEERE, Ik word niet veranderd.”
— Maleachi 3:6
En:
“Bij Welke geen verandering is, of schaduw van omkering.”
— Jakobus 1:17
Let op die woorden: geen verandering, geen schaduw.
Waarom is dit zo belangrijk?
Omdat als God zou veranderen, er maar twee opties zijn:
- Hij was eerst minder goed, en werd later beter.
- Hij was eerst beter, en werd later minder.
Beide zijn onmogelijk bij een volmaakt Wezen.
➡️
Veranderlijkheid is een teken van onvolmaaktheid.
➡️ God is onveranderlijk omdat Hij volmaakt is.
En nu komt het:
als God onveranderlijk is, dan zijn Zijn beloften niet “tijdelijk waar”.
Dan is Zijn aanbod niet “voor de show”.
Dan is Zijn Evangelie niet een “schijn-evangelie”.
Wat Hij zegt, is wat Hij meent.
Wat Hij belooft, is wat Hij doet.
Wat Hij aanbiedt, is werkelijk.
3. Gods eigenschappen zijn geen losse delen (God is niet “opgebouwd”)
Wij hebben eigenschappen als losse “dingen”:
- ik kan vriendelijk zijn,
- maar ook ongeduldig,
- ik kan eerlijk zijn,
- maar soms zwak,
- ik kan liefde tonen,
- maar ook egoïstisch zijn.
Dus bij ons zijn eigenschappen gemengd.
Maar God is niet samengesteld uit delen.
God is niet een “mengsel”.
Daarom gebruikt de Schrift absolute taal:
“God is licht, en in Hem is gans geen duisternis.”
— 1 Johannes 1:5
Niet: weinig duisternis.
Niet: bijna geen.
Maar:
gans geen.
En dat is precies het punt:
➡️ één enkele inconsistentie zou betekenen: God is niet volmaakt.
Dus je kunt niet zeggen:
- “God is liefde, maar niet voor iedereen”
- “God is waar, maar Zijn aanbod is niet oprecht”
- “God is rechtvaardig, maar behandelt sommigen anders zonder reden”
- “God is onpartijdig, maar heeft in het geheim selectie”
Want dan maak je van God een wezen met licht én duisternis.
En de Schrift zegt: gans geen.
4. Volmaakte liefde kan niemand uitsluiten vóór keuze
Dit is een sleutel.
De Schrift zegt niet alleen dat God liefde “heeft”.
Ze zegt:
“God is liefde.”
— 1 Johannes 4:8
Dat betekent: liefde is niet een “actie” die Hij soms doet.
Liefde is een eigenschap van Zijn wezen.
En die liefde wordt concreet gedefinieerd:
“Alzo lief heeft God de wereld gehad…”
— Johannes 3:16
De “wereld” in Johannes is niet: “de uitverkorenen”.
De wereld is volgens de Schrift:
- zondig,
- verloren,
- vijandig,
- in het boze liggend.
Dat God deze wereld liefheeft, betekent niet dat iedereen automatisch behouden wordt. Het betekent wél dat niemand uit deze verloren wereld vooraf wordt uitgesloten van het aanbod van redding. Het Evangelie wordt oprecht aangeboden aan ieder mens, maar wordt alleen effectief voor wie gelooft.
“Wij weten dat wij uit God zijn, en de gehele wereld ligt in het boze.”
— 1 Johannes 5:19
En juist díe wereld wordt liefgehad.
Dus als iemand zegt:
“Gods liefde is alleen voor een beperkte groep vóórdat zij geloven”
dan maak je van liefde:
- een selectie,
- een partijdigheid,
- een voorkeur.
En dan is het geen volmaakte liefde meer, maar “liefde met beperking”.
Maar volmaakte liefde kan niet tegelijk:
- zeggen “Ik heb jou lief”
- én vooraf zeggen “maar jij hoorde nooit bij het aanbod”
Want dan is het geen liefde die werkelijk geeft, maar liefde die afschermt.
En dan komt het pastorale hart van dit punt:
Als Gods liefde “wereld” omvat, dan omvat het jou.
Niet omdat jij goed bent.
Maar juist omdat jij in die wereld zit die verloren is.
Het Evangelie is geen bewijs dat jij waardig bent.
Het Evangelie is bewijs dat God liefde is.
5. Volmaakte rechtvaardigheid laat geen enkele uitzondering toe
Rechtvaardigheid betekent: God doet altijd wat juist is.
Niet “ongeveer”. Niet “gemiddeld”. Niet “in de regel”.
“Ik zal de schuldige geenszins onschuldig houden.”
— Exodus 34:7
“Geenszins” is absoluut.
Dus als er ook maar één zonde onbetaald zou blijven, dan is God niet rechtvaardig.
En een niet-rechtvaardige God is geen God, maar onrecht met macht.
Daarom moest er voldoening komen.
En daarom is Johannes 19:30 zo explosief:
“Het is volbracht.”
— Johannes 19:30
Niet: “bijna voldaan.”
Niet: “genoeg voor een paar.”
Maar:
volbracht.
Dit is waarom het kruis geen emotioneel symbool is, maar een juridische realiteit:
- schuld vraagt straf,
- straf vraagt betaling,
- betaling vraagt volledigheid.
En als God volmaakt rechtvaardig is, dan móet de betaling volmaakt zijn.
Volmaakte liefde en volmaakte rechtvaardigheid sluiten elkaar niet uit, maar horen noodzakelijk bij elkaar in een volmaakt God.
→ Waarom Gods oordeel rechtvaardig is
→ Lees hier meer over Gods liefde
6. Volmaakte heiligheid verdraagt geen restschuld
Heiligheid is geen “strengheid”.
Heiligheid is geen hogere morele lat.
Heiligheid is:
absolute reinheid
absolute afgescheidenheid van zonde
Niet gradueel.
Niet relatief.
Niet onderhandelbaar.
De nieuwe stad wordt zo beschreven:
“En in haar zal niet inkomen iets dat onreinigt.”
— Openbaring 21:27
Niet: “bijna niets.”
Niet: “de meeste dingen.”
Niet: “zonden die beleden zijn.”
Maar:
iets.
Eén zonde.
Eén schuld.
Eén onbetaald detail — en toegang is onmogelijk.
Want Gods heiligheid duldt geen enkele restschuld.
God eist betaling — maar de mens kan nooit betalen
God is rechtvaardig.
En rechtvaardigheid betekent niet: dat God straf
oplegt,
maar dat
schuld volledig voldaan moet worden.
God kan zonde niet negeren.
Niet laten liggen.
Niet “door de vingers zien”.
Dat zou betekenen dat Hij Zijn eigen rechtvaardigheid verloochent.
“Ik zal de schuldige geenszins onschuldig houden.”
— Exodus 34:7
De mens
hééft schuld.
Dat staat vast.
En die schuld is niet klein,
niet beperkt,
niet incidenteel —
maar gericht tegen een
oneindig heilige God.
Sommigen zeggen dan:
“De hel is eeuwige straf.
Dat zal dan wel voldoen aan Gods recht.”
Maar hier moet je doordenken, anders mis je de kern.
De Schrift zegt iets huiveringwekkends:
“Want de losprijs van hun ziel is te kostelijk, en zal in eeuwigheid ophouden.”
— Psalm 49:9
Dat betekent niet:
“het duurt heel lang”
Maar:
het gebeurt nooit.
De mens kan zijn ziel
niet vrijkopen.
Niet tijdelijk niet.
Niet uiteindelijk niet.
Maar
in eeuwigheid niet.
Eeuwige straf is daarom
geen betaling.
Het is het
eeuwige onvermogen om ooit te betalen.
Betaling betekent:
de schuld wordt afgelost.
De rekening wordt vereffend.
De eis wordt voldaan.
Eeuwige straf betekent:
de schuld blijft bestaan —
voor altijd.
Dat is geen voldoening.
Dat is
eeuwige restschuld.
En restschuld botst frontaal met Gods volmaakte heiligheid.
Een heilig God kan geen onbetaalde schuld als “afgehandeld” laten bestaan.
Nooit.
Daarom werkt het systeem
“God eist betaling — de mens betaalt zelf”
fundamenteel niet.
De mens kan
nooit betalen.
Niet door werken.
Niet door lijden.
Niet door boete.
Niet door eeuwige straf.
Niet omdat hij niet wil —
maar omdat hij
niet kan.
En hier wordt het beslissend:
Als ook maar één zonde onbetaald blijft,
is er géén schuldoffer,
geen voldoening,
geen verzoening,
en geen toegang tot God.
Daarom is Christus geen optie.
Geen aanvulling.
Geen hulp.
Christus is noodzaak.
Alleen een
volmaakt Offer
kan een
volmaakt God tevredenstellen.
“Het is volbracht” betekent: niets open, niets over
Daarom móést Christus zeggen:
“Het is volbracht.”
— Johannes 19:30
Niet: “Ik heb het mogelijk gemaakt.”
Niet: “Ik heb een begin gemaakt.”
Niet: “De rest hangt nu van jullie af.”
Maar: volbracht.
Dat woord verdraagt geen nuance.
Geen vervolgbetaling.
Geen restschuld.
Het betekent:
de volledige schuld is vereffend.
Niet een deel.
Niet de meeste.
Maar
alle.
Elke zonde.
Elke overtreding.
Elke schuld — volledig gedragen en betaald.
Als ook maar één zonde onbetaald zou zijn gebleven, dan is er geen schuldoffer en geen evangelie.
Een gedeeltelijke betaling is geen betaling. Dan blijft er restschuld bestaan, en restschuld verdraagt Gods volmaakte heiligheid niet. Daarom betaalde Christus óf alle zonden volledig, óf Hij betaalde er geen enkele. Een middenweg bestaat niet.
God eist een schuldoffer — maar de mens kan er nooit één brengen
De Bijbel zegt niet alleen dat God betaling eist,
maar ook
wat voor betaling Hij eist.
God eist een schuldoffer.
Een schuldoffer is geen poging.
Geen straf om te straffen.
Geen boete.
Een schuldoffer is een offer dat de schuld
werkelijk wegneemt.
De rekening moet nul worden.
En precies hier loopt alles vast voor de mens.
De mens
heeft zelf schuld.
En wie schuld heeft, kan geen schuldoffer brengen.
Alles wat een schuldig mens aanbiedt,
is al belast met schuld
en kan daarom nooit voldoen aan Gods eis.
Zelfs eeuwige straf verandert dat niet.
Straf is geen schuldoffer als de drager zelf schuldig is.
De schuld blijft bestaan.
Daarom kan de mens
nooit aan Gods eis voldoen.
Niet omdat hij tekortschiet,
maar omdat het
principieel onmogelijk is.
Dat betekent:
of er komt een schuldoffer van buiten de mens,
of er komt nooit voldoening.
Daarom zegt de Schrift niet:
“de mens bracht een schuldoffer”,
maar:
“Wanneer
Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben.”
— Jesaja 53:10
Niet de mens.
Niet zijn werken.
Niet zijn lijden.
Niet zijn straf.
Maar Christus alleen.
De mens gaat niet naar de hel om schuld te betalen
De mens gaat niet naar de hel om zijn eigen zonden te betalen.
Dat gebeurt nergens.
Schuld wordt daar niet betaald — en kan daar ook nooit betaald worden.
De betaling voor zonde
is
eenmaal, volledig en volmaakt volbracht
door Christus.
Alle schuld is voorzien in Hem.
Maar die betaling wordt alleen toegerekend door geloof.
Daarom gaat de mens niet verloren
omdat er geen voldoening is,
maar omdat hij
buiten die voldoening blijft.
Niet vanwege openstaande schuld in Christus,
maar vanwege ongeloof.
“Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld;
maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld.”
— Johannes 3:18
De hel is daarom geen plaats van betaling,
maar het gevolg van ongeloof
in een
volbrachte, volledige en afdoende betaling.
7. Volmaakte waarheid kan geen dubbel Evangelie dragen
Als de schuld volledig is betaald,
en verloren gaan alleen nog ongeloof kan zijn,
dan staat of valt alles onvermijdelijk met één vraag:
spreekt God de waarheid in Zijn Evangelie,
of zegt Hij iets wat Hij niet werkelijk meent?
“God, Die niet liegen kan.”
— Titus 1:2
“Het is onmogelijk dat God liege.”
— Hebreeën 6:18
Dus als God zegt:
“Die in den Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven.”
— Johannes 3:36
dan betekent “heeft” werkelijk: heeft.
Niet:
- “misschien heeft”,
- “als je volhoudt heeft”,
- “als je uitverkoren blijkt heeft”.
Maar: heeft.
En hier komt de breuklijn:
Als iemand leert dat God het Evangelie wel “aan allen laat prediken”,
maar dat Hij het inwendig niet voor allen bedoelt,
dan krijg je:
- een oprechte prediking met een onoprecht fundament,
- een waar aanbod dat niet waar gemeend is,
- woorden die iets zeggen terwijl de bedoeling anders is.
Gods aanbod is geen toneel.
Gods oproep is geen schijn.
Gods belofte is geen lokkertje.
8. Volmaakte onpartijdigheid sluit verborgen selectie uit
De Schrift zegt:
“Want er is geen aanneming des persoons bij God.”
— Romeinen 2:11
Niet: weinig aanneming.
Niet: beperkte aanneming.
Maar:
geen.
Dit betekent niet dat God geen onderscheid maakt tussen geloof en ongeloof (dat doet Hij wél).
Maar het betekent: God maakt geen onderscheid in
waarde of
toegang op grond van persoon.
Dus niemand kan uiteindelijk zeggen:
- “ik was uitgesloten”
- “ik had pech”
- “het was onmogelijk voor mij”
- “God gaf mij nooit een echte kans”
Iedereen staat:
- onder dezelfde schuld,
- onder hetzelfde Evangelie,
- onder dezelfde oproep,
- met echte verantwoordelijkheid.
En als dat niet zo is, dan is “geen aanneming des persoons” leeg.
9. Alles wat iemand uitsluit vóór geloof tast Gods volmaaktheid aan
Elke leer die zegt (in de kern):
- Christus stierf niet voor allen,
- redding was niet voor iedereen bedoeld,
- sommige mensen hadden nooit een werkelijke mogelijkheid,
introduceert tegelijk:
- beperking in liefde,
- willekeur in rechtvaardigheid,
- schaduw in waarheid,
- partijdigheid in oordeel.
En dat botst met het fundament: God is volmaakt.
Want een volmaakt God kan niet tegelijk:
- iets zeggen en iets anders bedoelen,
- oproepen zonder echte bedoeling,
- aanbieden zonder oprechtheid,
- verantwoordelijk houden zonder reële mogelijkheid.
Dat zou God innerlijk tegenstrijdig maken.
En 1 Johannes 1:5 zegt: gans geen duisternis.
10. Daarom kan er maar één Evangelie zijn
Omdat God volmaakt is:
- moet de betaling volmaakt zijn,
- moet het aanbod oprecht zijn,
- moet de weg gelijk zijn,
- moet de verantwoordelijkheid echt zijn.
En dan komt Paulus:
“Want er is één God, er is ook één Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus;
Die Zichzelf gegeven heeft tot een rantsoen voor
allen.”
— 1 Timotheüs 2:5–6
Let op: “voor allen” betekent niet: “dus allen worden gered.”
Want de Bijbel leert duidelijk dat niet allen geloven.
Maar “voor allen” betekent wél:
- het rantsoen is voldoende,
- het aanbod is oprecht,
- niemand is buitengesloten vóór geloof,
- ieder mens kan werkelijk komen,
- en wie verloren gaat, gaat verloren niet door gebrek aan voorziening, maar door ongeloof.
En dat is precies waarom het Evangelie “goed nieuws” is.
Niet: “er is misschien een deur, als jij bij de juiste groep hoort.”
Maar: “de deur staat open; kom.”
Veelvoorkomende misverstanden over Gods volmaaktheid
1. Volmaaktheid betekent niet dat iedereen automatisch gered wordt
Gods wil tot redding is oprecht, maar redding wordt alleen ontvangen door geloof.
→ Lees meer over ellende en geloof
2. Volmaaktheid betekent niet dat God partijdig kiest
Gods handelen is altijd in overeenstemming met Zijn rechtvaardige en onpartijdige wezen.
→ Lees meer over Gods onpartijdigheid
3. Volmaaktheid betekent niet dat liefde en oordeel elkaar uitsluiten
Juist omdat God volmaakt is, zijn zowel liefde als rechtvaardigheid volledig aanwezig.
→ Lees meer over Gods rechtvaardigheid
Slot:
Dit is geen randthema.
Geen semantiek.
Geen hobbydiscussie.
Als God niet volmaakt is:
- stort het Evangelie in,
- wordt het kruis onzeker,
- wordt geloof een gok,
- wordt oordeel onrecht.
Maar omdat God volmaakt is:
- moest Christus alles dragen,
- moest het Evangelie werkelijk voor allen gelden,
- en draagt de mens echte verantwoordelijkheid.
Als jij tot Hem komt, zal Hij je niet wegsturen.
Niet omdat jij goed bent,
maar omdat Hij waarachtig is.
Niet omdat jij geschikt bent,
maar omdat Hij volmaakt is.
Niet omdat jij het verdient,
maar omdat Christus “volbracht” heeft.
Als iemand dit leest en denkt:
“maar ik ben te slecht” — dan is dat precies de “wereld” die Hij liefhad.
Als iemand dit leest en denkt:
“maar ik heb te veel gezondigd” — dan is “volbracht” óók voor schuld die jij niet kunt dragen.
Als iemand dit leest en denkt:
“maar misschien was ik niet bedoeld” — dan zegt de Schrift: “voor allen”, “de wereld”, “een ieder”, “die wil”.
God is niet bijna wie Hij zegt dat Hij is.
Hij is wie Hij zegt dat Hij is.
En daarom staat dit Evangelie:
niet op menselijke logica,
maar op de
volmaaktheid van God Zelf.