Eén boom. Eén Zoon.

Toen maakte Satan Gods eenvoudige woord verdacht. Nu doet hij hetzelfde met het Evangelie.

Eén boom. Eén Zoon.

Toen maakte Satan Gods eenvoudige woord verdacht. Nu doet hij hetzelfde met het Evangelie.

De eenvoudigheid die in Christus is

Waarom iedere toevoeging aan geloof in Christus de eenvoudige heilsboodschap verbreekt.

Hoe ontvangt een mens eeuwig leven?


Volgens veel religieuze systemen is het antwoord ingewikkeld.


U moet geloven, maar eerst moet God u geloof geven.


U moet tot Christus komen, maar eerst moet uw wil veranderd worden.


U moet geloven, maar daarna moeten uw vruchten bewijzen dat uw geloof echt was.


U moet Christus aannemen, maar misschien is Hij niet voor u gestorven.


U moet geloven, maar pas wanneer u tot het einde volhardt, zou blijken dat u werkelijk gered was.


Het klinkt geleerd.


Het klinkt godsdienstig.


Maar het is allesbehalve eenvoudig.



Paulus waarschuwt juist voor het afwijken van de eenvoudigheid die in Christus is:

“Doch ik vrees, dat niet enigszins, gelijk de slang Eva door haar arglistigheid bedrogen heeft, alzo uw zinnen bedorven worden, om af te wijken van de eenvoudigheid, die in Christus is.”
— 2 Korinthe 11:3

Paulus maakt hier een vergelijking.


Niet zomaar een mooie illustratie.


Een echte vergelijking.


En die vergelijking moet kloppen op precies het punt waarop Paulus haar maakt:


God had helder gesproken, maar de slang bracht Eva door arglistigheid van dat eenvoudige vertrouwen af. Zo kunnen ook mensen worden afgebracht van de eenvoudige, zuivere en ongedeelde gerichtheid op Christus.


Daarom moeten wij terug naar het paradijs.


Niet omdat wij zelf een pakkend beeld willen bedenken.


Paulus stuurt ons er rechtstreeks naartoe.



De directe context: één Man, één Christus, één Evangelie


Vers 3 staat niet los.


Paulus schrijft direct daarvoor:

“Want ik ben ijverig over u met een ijver Gods; want ik heb ulieden toebereid, om u als een reine maagd aan een Man voor te stellen, namelijk aan Christus.”
— 2 Korinthe 11:2

Let op de enkelvoudigheid:


Eén reine maagd.


Eén Man.


Christus.


De gemeente moest niet verdeeld raken tussen Christus en andere gronden.


Niet Christus plus een systeem.


Niet Christus plus menselijke verdienste.


Niet Christus plus een andere middelaar.


De gerichtheid moest zuiver, onverdeeld en enkelvoudig blijven:


op Christus.


Daarna volgt de waarschuwing over Eva.



En vervolgens zegt Paulus:

“Want indien degene, die komt, een anderen Jezus predikte, dien wij niet gepredikt hebben, of indien gij een anderen geest ontvingt, dien gij niet ontvangen hebt, of een ander Evangelie, dat gij niet aangenomen hebt, zo verdroegt gij hem met recht.”
— 2 Korinthe 11:4

De context is dus glashelder.


Het gaat om:


  • één Man tegenover een anderen Jezus;
  • één ontvangen Evangelie tegenover een ander Evangelie;
  • zuivere gerichtheid op Christus tegenover religieuze verdraaiing;
  • eenvoudigheid tegenover arglistigheid.


De eenvoudigheid in Christus betekent daarom niet alleen dat de boodschap begrijpelijk is.


Zij betekent ook:


  • oprechtheid;
  • enkelvoudigheid;
  • ongedeeldheid;
  • zuivere toewijding;
  • geen tweede grond naast Christus;
  • geen toevoeging die de blik van Christus afleidt.


De heilsboodschap is niet alleen eenvoudig omdat zij kort kan worden uitgelegd.


Zij is eenvoudig omdat zij volledig samenkomt in één Persoon:


Jezus Christus.



Over welke eenvoudigheid spreekt Paulus?


Niet ieder Bijbels onderwerp is eenvoudig.


De Persoon van Christus is onuitputtelijk.


De Schrift bevat diepe leerstukken.


Profetie, de Drie-eenheid, de twee naturen van Christus en Gods raadsbesluiten zijn niet allemaal in één korte zin volledig uit te leggen.


Maar daar gaat het hier niet om.


Het gaat om:


de weg waardoor een zondaar eeuwig leven ontvangt en de zuivere gerichtheid op Christus bewaart.


Daarvoor geldt de vergelijking van Paulus.


Toen:


God sprak helder.


Eva kon Hem vertrouwen.


De slang maakte Gods eenvoudige woord verdacht.


Nu:


God spreekt helder over Zijn Zoon.


De mens kan Hem vertrouwen.


Satan en valse leer maken Gods eenvoudige Evangelie ingewikkeld of vervangen het door iets anders.


Dat is de overeenkomst.


Niet dat Eva vóór de val en wij na de val in ieder opzicht gelijk zijn.


Wel dit:


God spreekt werkelijk tot de mens, Zijn Woord is helder en de mens kan Hem geloven.


Als de eenvoudigheid in Christus in werkelijkheid alleen toegankelijk zou zijn na een lange keten van verborgen voorwaarden, dan zou Paulus’ vergelijking haar kracht verliezen.



In het paradijs was het gigantisch eenvoudig


God had de mens zeer goed geschapen:

“En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed.”
— Genesis 1:31

Daarna gaf Hij één helder gebod:

“Van allen boom dezes hofs zult gij vrijelijk eten; maar van den boom der kennis des goeds en des kwaads, daarvan zult gij niet eten; want ten dage als gij daarvan eet, zult gij den dood sterven.”
— Genesis 2:16-17

De formule was:


Eén boom.


Niet eten.


Geloof God.


Dat was alles.


Geen verborgen voorwaarde.


Geen innerlijke werking die eerst bewezen moest worden.


Geen bijzondere gave die eerst herkend moest worden.


Geen onbekende maatstaf.


Geen rekenmachine nodig.


God zei niet:


Eet niet, mits Ik u eerst een bijzondere kracht geef om niet te eten.


Hij zei niet:


Eet niet, wanneer u eerst ontdekt dat uw wil op de juiste manier functioneert.


Hij zei niet:


Eet niet, maar pas later zal blijken of uw gehoorzaamheid echt was.


Hij zei:


Eet niet.


Adam en Eva hoorden het.


Zij begrepen het.


Zij konden God vertrouwen.



Eva kende Satans tactiek nog niet


Eva kreeg voor het eerst met de slang te maken.


Zij had Genesis 3 nog niet gelezen.


Zij kende zijn gedachten niet uit eerdere geschiedenis.


Zij had geen Bijbel vol waarschuwingen over:


  • zijn leugens;
  • zijn arglistigheid;
  • zijn verzoekingen;
  • zijn listige omleidingen;
  • een anderen Jezus;
  • een ander Evangelie;
  • zijn verschijning als engel des lichts.


Satan begon met één vraag:

“Is het ook, dat God gezegd heeft?”
— Genesis 3:1

Daar begint zijn methode.


God had eenvoudig gesproken.


Satan zette er een vraagteken achter.


Heeft God dat werkelijk gezegd?


Bedoelde Hij het echt zo?


Is het wel zo absoluut?


Is er misschien meer aan de hand?


Kan het werkelijk zo eenvoudig zijn?


Daarna verdraaide hij Gods woord.


Daarna ontkende hij Gods waarschuwing.


Daarna bood hij iets anders aan.


God zei:


Eet niet.


Satan zei:


Eet juist wel.


De mens week af van Gods eenvoudige woord.


Het gevolg was de val.



Wij kennen zijn tactiek wel


In dat opzicht zijn wij zelfs bevoordeeld.


Eva ontmoette de slang zonder zijn methode te kennen.


Wij ontmoeten zijn leugens met de gehele Schrift in onze hand.

“Opdat de satan over ons geen voordeel krijge; want zijn gedachten zijn ons niet onbekend.”
— 2 Korinthe 2:11

Zijn gedachten zijn ons niet onbekend.


Wij weten dat hij niet altijd begint met een openlijke ontkenning.


Vaak begint hij met:


“Is het ook, dat God gezegd heeft?”


Wij weten dat hij Gods woorden:


  • bevraagt;
  • verdraait;
  • aanvult;
  • vervangt;
  • ingewikkeld maakt.


Wij weten ook:

“En het is geen wonder; want de satan zelf verandert zich in een engel des lichts.”
— 2 Korinthe 11:14

Daarom klinkt zijn aanval op het Evangelie vaak bijzonder vroom.


Niet:


Geloof Christus niet.


Maar:


U kunt niet zomaar geloven.


Niet:


Ga weg van Christus.


Maar:


Wacht eerst totdat u geschikt, veranderd, uitverkoren of geestelijk gekwalificeerd genoeg bent om te mogen komen.


Het klinkt godsdienstig.


Maar het resultaat blijft hetzelfde:


De mens blijft bij Christus vandaan.



Nu is het opnieuw gigantisch eenvoudig


Na de val is de mens niet meer zeer goed.


Hij is zondig.


Schuldig.


Sterfelijk.


Verloren.

“Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods;”
— Romeinen 3:23

De mens kan zichzelf niet redden.


Maar God vraagt hem ook niet zichzelf te redden.


God zegt niet:


Maak de val ongedaan.


Niet:


Betaal uw eigen schuld.


Niet:


Word eerst weer zeer goed.


Niet:


Volbreng eerst een geestelijk herstelprogramma.



God heeft Zelf een Zaligmaker gegeven.

“En dit is het getuigenis, namelijk dat ons God het eeuwige leven gegeven heeft; en ditzelve leven is in Zijn Zoon.”
— 1 Johannes 5:11

Het eeuwige leven is:


in Zijn Zoon.


Niet in uw werken.


Niet in uw gevoel.


Niet in uw kerk.


Niet in uw uitverkiezingsbewijzen.


Niet in uw toekomstige volharding.


Niet in uw vermogen om uzelf geestelijk te ontleden.


Maar in Zijn Zoon.


Daarom is de boodschap opnieuw gigantisch eenvoudig:


Eén Zoon.


Geloof in Hem.



Heb eeuwig leven.

“Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.”
— Johannes 6:47


De vergelijking moet op dit punt werkelijk matchen


De vergelijking van Paulus ziet er zo uit:

In het paradijs Nu in Christus
Eén helder woord van God Eén helder getuigenis van God
Eén boom Eén Zoon
Niet eten Geloven
Geen voorwaarden vóór het gebod Geen voorwaarden vóór geloof
Geen verborgen variabelen Geen verborgen variabelen
Geen rekenmachine Geen rekenmachine
Eva kon God vertrouwen Wij kunnen God vertrouwen
Satan bood een alternatief Valse leer brengt een anderen Jezus of een ander Evangelie

Stel dat Eva hoorde:


Eet niet.


Maar wij zouden in werkelijkheid moeten horen:


Geloof, mits u eerst verborgen uitverkoren bent, reeds wedergeboren bent, een bijzondere geloofsgave ontvangt, voldoende vrucht draagt en later tot het einde volhardt.


Dan is dat geen overeenkomstige eenvoudigheid.


Dan wordt bij Eva één duidelijke opdracht gegeven, maar bij ons een ingewikkelde keten van verborgen voorwaarden.


Dat is niet wat Paulus vergelijkt.


Paulus wijst juist op:


de eenvoudigheid die in Christus is.


Eva kon eenvoudig God vertrouwen.


Wij kunnen net zo eenvoudig God vertrouwen.



De val maakte redding noodzakelijk, maar geloven niet onmogelijk


De gevallen mens kan niet:


  • zijn schuld betalen;
  • zijn zonden uitwissen;
  • zichzelf rechtvaardigen;
  • eeuwig leven verdienen;
  • Christus’ werk aanvullen;
  • zichzelf tot Zaligmaker maken.


Maar God vraagt geen van die dingen.


God zegt:


Geloof in Mijn Zoon.

“Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden.”
— Handelingen 16:31

Geloven is niet hetzelfde als zichzelf redden.


Christus redt.



De mens gelooft Hem.

“Doch hem, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.”
— Romeinen 4:5

De Schrift zegt niet:


Hem die eerst geestelijk geschikt gemaakt wordt en daarna misschien geloven kan.


Zij zegt:


Hem die niet werkt, maar gelooft.


Geloof is geen betaling.


Geen verdienste.


Geen menselijke bijdrage aan het kruis.


Geloof is God geloven aangaande Zijn Zoon.



Toen geen voorwaarden. Nu geen voorwaarden.


Dit is de kern.


In het paradijs zei God niet:


Eet niet, mits…


Hij zei:


Eet niet.


In het Evangelie zegt God niet:


Geloof, mits…


Hij zegt:


Geloof.


Toen was er geen voorwaarde vóór Gods eenvoudige gebod.


Nu is er geen voorwaarde vóór geloof.


Toen hoefde Eva niet eerst te ontdekken of zij wel kon gehoorzamen.


Nu hoeft de zondaar niet eerst te ontdekken of hij verborgen geschikt gemaakt is om te geloven.


God spreekt.


De mens gelooft Hem.


Dat is de eenvoudigheid.



De enige ware heilsformule


Jezus Christus zegt:

“Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den Vader, dan door Mij.”
— Johannes 14:6

Niet:


Ik ben een onderdeel van den Weg.


Niet:


Ik begin den Weg en uw volharding maakt hem af.


Niet:


Ik ben de Weg voor degenen die eerst ontdekken dat zij uitverkoren zijn.


Maar:


Ik ben de Weg.



Johannes 6:47 geeft de persoonlijke toepassing:

“Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.”
— Johannes 6:47

Daarom is de meest nauwkeurige formule:


Wie in Christus gelooft → heeft eeuwig leven.


Verkort:


Geloof in Christus → eeuwig leven.


Christus is de grond.


Geloof is niet de prijs.


Geloof is de wijze waarop de gave wordt ontvangen.


De Persoon: Christus.


De voorwaarde: geloof.


De uitkomst: eeuwig leven.


Het tijdstip: heeft.


Verborgen voorwaarden: 0.


Menselijke verdiensten: 0.


Toekomstige prestaties: 0.


Onbekende variabelen: 0.


Vraagtekens: 0.


Geen rekenmachine nodig.



Eén toevoeging maakt alles ingewikkeld


Voeg één noodzakelijke voorwaarde toe:


Geloof in Christus + X → eeuwig leven.


Dan ontstaan onmiddellijk drie vragen:


  1. Wat is X precies?
  2. Hoeveel X is nodig?
  3. Hoe weet ik dat ik X werkelijk bezit?


Daarna moet X worden bewezen.


En dat bewijs vraagt vaak nieuwe voorwaarden.


Eén plusteken veroorzaakt een explosie van vraagtekens.



Toevoeging 1: geloof moet eerst als bijzondere gave ontvangen worden


De eenvoudige boodschap is:


Geloof in Christus.


De toevoeging wordt:


U kunt alleen geloven wanneer God u eerst op een bijzondere wijze het geloof geeft.


Dan volgen de vragen:


  • Heeft God het mij gegeven?
  • Hoe weet ik dat?
  • Kan ik nu geloven?
  • Moet ik wachten?
  • Hoe voelt gegeven geloof?
  • Hoe onderscheid ik het van gewoon geloven?
  • Mag ik Christus geloven voordat ik weet dat ik die gave bezit?


De formule wordt:


Verborgen gave + bewijs van die gave + waar geloof → misschien leven.


Of:


? + ? + geloof → ?


De aandacht verschuift van Christus naar de vraag of de mens eerst een verborgen gave bezit.


Eva hoefde niet eerst te onderzoeken of God haar het vermogen had gegeven om Zijn woord te geloven.


Zij moest Hem eenvoudig geloven.



Toevoeging 2: de wil moet eerst aantoonbaar veranderd worden


Dan wordt gezegd:


U kunt niet geloven voordat God uw wil verandert.


Nieuwe vragen:


  • Is mijn wil al veranderd?
  • Hoe weet ik dat?
  • Kan ik nu geloven?
  • Moet ik wachten op een innerlijk teken?
  • Is mijn verlangen om gered te worden bewijs?
  • Mag ik Christus aannemen voordat ik weet dat mijn wil vernieuwd is?


De formule wordt:


Veranderde wil + bewijs van verandering + ontvangen geloof + Christus → misschien leven.


Of:


? + ? + ? + Christus → ?


De zondaar kijkt niet meer rechtstreeks naar Christus.


Hij kijkt naar de toestand van zijn eigen wil.


Wat eenvoudig was, is ingewikkeld geworden.



Toevoeging 3: eerst verborgen wedergeboorte


Dan wordt de volgorde:


Eerst wedergeboorte. Daarna geloof.


Maar dan volgen opnieuw vragen:


  • Ben ik al wedergeboren?
  • Wanneer gebeurde dat?
  • Hoe weet ik dat?
  • Welke kenmerken bewijzen het?
  • Kan ik wedergeboren zijn zonder bewust in Christus te geloven?
  • Moet ik eerst leven bezitten voordat ik kan geloven tot leven?


De formule wordt:


Verborgen wedergeboorte + kenmerken + geloof → leven.


Of:


? + ? + geloof → leven.


Dat is niet dezelfde eenvoudigheid als:


Eén boom. Niet eten.



Toevoeging 4: een verborgen verkiezing moet persoonlijk bewezen worden


De Bijbelse vraag is:


Gelooft u in den Zoon?


Het religieuze systeem verplaatst de aandacht naar:


Ben ik werkelijk uitverkoren?


Daarna volgen de vragen:


  • Staat mijn naam in Gods verborgen besluit?
  • Stierf Christus werkelijk voor mij?
  • Geldt de belofte werkelijk voor mij?
  • Mag ik geloven zonder verkiezingskenmerken?
  • Is mijn verlangen bewijs?
  • Is mijn droefheid diep genoeg?
  • Draag ik genoeg vrucht?


De formule wordt:


Verborgen verkiezing + bewijs van verkiezing + waar geloof → zekerheid.


Of:


? + ? + ? → ?


De mens wordt naar een verborgen raad gestuurd die hij niet kan lezen.


Maar de Schrift zegt niet:


Onderzoek eerst of u verkoren bent.


Zij zegt:

“Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden.”
— Handelingen 16:31


Toevoeging 5: Christus stierf niet voor ieder mens


Wanneer geleerd wordt dat Christus niet voor ieder mens stierf, ontstaat voor de hoorder onvermijdelijk de vraag:


Is Zijn offer werkelijk voor mij bedoeld?


Daarna volgen vragen:


  • Behoor ik tot de groep voor wie Hij stierf?
  • Mag ik Hem werkelijk aannemen?
  • Geldt het Evangelie zonder voorbehoud voor mij?
  • Kan ik geloven dat Hij voor mijn zonden stierf?
  • Is Hij werkelijk aan mij aangeboden?


De formule wordt:


Behoren tot verborgen groep + bijzondere verzoening + waar geloof → leven.


Of:


? + ? + geloof → leven.


Christus wordt verkondigd.


Maar de mens moet eerst ontdekken of Christus wel voor hem bedoeld is.


Dat is niet eenvoudig.



Toevoeging 6: geloof moet eerst als echt geloof bewezen worden


De boodschap verschuift van:


Geloof in Christus.


naar:


Onderzoek uw geloof.


Nieuwe vragen:


  • Is mijn geloof diep genoeg?
  • Is het hoofdgeloof of hartgeloof?
  • Voelde ik genoeg?
  • Was ik oprecht genoeg?
  • Heb ik mij voldoende overgegeven?
  • Heb ik werkelijk losgelaten?
  • Is mijn geloof wel zaligmakend?


De formule wordt:


Geloof + juiste soort + juiste diepte + juiste ervaring → leven.


Of:


Geloof + ? + ? + ? → ?


Niet meer:


Is Christus betrouwbaar?


Maar:


Is mijn geloof betrouwbaar genoeg?


Christus verdwijnt naar de achtergrond.


Het geloof zelf wordt het voorwerp van vertrouwen.



Toevoeging 7: voldoende berouw en zondekennis


Dan luidt de formule:


Voldoende zondekennis + voldoende wanhoop + diep genoeg berouw + geloof → leven.


Maar hoeveel is voldoende?


  • Hoe verloren moet iemand zich voelen?
  • Hoeveel tranen zijn nodig?
  • Hoe lang moet overtuiging duren?
  • Kan iemand te snel geloven?
  • Moet hij eerst alle hoop verliezen?
  • Hoe diep is diep genoeg?


De formule wordt:


Overtuiging ≥ ? + berouw ≥ ? + geloof → leven.


De mens moet eerst een onbekende hoeveelheid ellende bereiken.


Maar het Evangelie zegt niet:


Voel u verloren genoeg.


Het zegt:


Geloof in Christus.



Toevoeging 8: eerst alle zonden verlaten


Dan volgen de vragen:


  • Ken ik al mijn zonden?
  • Moet ik ze allemaal afzonderlijk belijden?
  • Hoe volledig moet ik ze verlaten?
  • Wat als ik later opnieuw val?
  • Bewijst mijn val dat ik nooit werkelijk geloofde?
  • Hoe lang moet ik verandering tonen?


De formule wordt:


Alle zonden kennen + alle zonden verlaten + verandering bewijzen + Christus → leven.


Of:


? + ? + ? + Christus → ?


De zondaar moet zichzelf eerst veranderen voordat hij tot de Zaligmaker mag komen.


Dat is geen Evangelie.



Toevoeging 9: volledige overgave en discipelschap


Dan vraagt iemand:


  • Heb ik werkelijk alles overgegeven?
  • Is er nog één gebied dat ik vasthoud?
  • Hoe volledig is mijn gehoorzaamheid?
  • Wat als ik later zondig?
  • Bewijst ongehoorzaamheid dat ik Hem nooit echt aannam?
  • Hoeveel onderwerping is genoeg?


De formule wordt:


Geloof + volledige overgave + voldoende gehoorzaamheid + blijvend discipelschap → leven.


Of:


Geloof + ? + ? + ? → ?


De gave van eeuwig leven wordt vermengd met de prijs van discipelschap.


Redding en navolging worden één grote voorwaardelijke som.



Toevoeging 10: voldoende vrucht als noodzakelijk bewijs


Dan wordt de formule:


Geloof + voldoende vrucht → zekerheid.


Maar:


  • hoeveel vrucht is voldoende?
  • hoe snel moet zij zichtbaar worden?
  • welke vrucht telt?
  • wat als iemand langzaam groeit?
  • wat als een gelovige ernstig valt?
  • waar ligt de grens?


De formule wordt:


Geloof + vrucht ≥ onbekende grens → zekerheid.


Of:


Geloof + ? → ?


De mens rekent zonder de norm te kennen.


Dat is geen zekerheid.


Dat is onzekerheid met een godsdienstige naam.



Toevoeging 11: volharding tot het einde als eindbewijs


Dan wordt de formule:


Geloof vandaag + geloof morgen + geloof iedere volgende dag tot de dood → leven.


In symbolen:


G₁ + G₂ + G₃ + … + Gₙ → leven.


Maar niemand kent n.


Niemand kent zijn sterfdag.


Niemand kent zijn volledige toekomst.


Vandaag kan alleen de eerste waarde worden ingevuld:


1 + ? + ? + ? + … + ? → ?


De uitkomst kan pas bij de dood worden vastgesteld.


Dan weet u pas aan het einde of het begin echt was.


Dat is geen huidige zekerheid.


Dat is een levenslange proefperiode.


Maar Christus zegt:

“Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.”
— Johannes 6:47

Niet:


Zal bij zijn dood ontdekken of hij het werkelijk had.


Maar:


Heeft.



De volledige TULIP-formule


TULIP bestaat uit:


  • totale verdorvenheid;
  • onvoorwaardelijke verkiezing;
  • beperkte verzoening;
  • onweerstaanbare genade;
  • volharding der heiligen.


Op papier lijkt het systeem gesloten.


Maar voor de individuele mens is bijna iedere waarde verborgen.


Ben ik uitverkoren?


?


Stierf Christus persoonlijk voor mij?


?


Was mijn roeping onweerstaanbaar?


?


Is mijn geloof werkelijk?


?


Zijn mijn vruchten voldoende?


?


Zal ik volharden?


?


De praktische formule wordt:


? + ? + ? + ? + ? + toekomst → ?


Daarna ontstaat een cirkel:


Ik weet dat ik uitverkoren ben omdat ik waar geloof.


Ik weet dat ik waar geloof omdat ik zal volharden.


Ik weet dat ik zal volharden omdat ik uitverkoren ben.


Dus:


Verkiezing bewijst geloof.


Geloof bewijst volharding.


Volharding bewijst verkiezing.


De ene onbekende waarde moet de andere onbekende waarde bewijzen.


Maar geen enkele waarde is vooraf zelfstandig bekend.


Dat is niet dezelfde eenvoudigheid als in het paradijs.


Eva hoefde geen verborgen systeem te doorgronden.


Zij moest God eenvoudig vertrouwen.


Paulus gebruikt juist die situatie om te waarschuwen voor het verlaten van de eenvoudigheid in Christus.


Daarom maakt een ingewikkelde heilsformule de vergelijking kapot.



Eén plusteken veroorzaakt een kettingreactie


De Bijbelse formule is:


Wie in Christus gelooft → heeft eeuwig leven.


Voeg één X toe:


Geloof in Christus + X → eeuwig leven.


Dan moet X worden:


  • uitgelegd;
  • gedefinieerd;
  • gemeten;
  • bewezen;
  • onderhouden;
  • later bevestigd.


Bijvoorbeeld:


Geloof moet als bijzondere gave ontvangen zijn.


Hoe weet ik dat ik die gave heb?


Door vrucht.


Hoeveel vrucht?


Dat blijkt door volharding.


Hoe weet ik dat ik zal volharden?


Omdat ik uitverkoren ben.


Hoe weet ik dat ik uitverkoren ben?


Omdat ik waar geloof bezit.


Hoe weet ik dat mijn geloof waar is?


Omdat het een gave is.


De cirkel wordt:


Gave → waar geloof → vrucht → volharding → verkiezing → gave.


Iedere term verwijst naar een andere term.


Maar de zondaar weet nog steeds niet waar hij moet beginnen.


Het Evangelie heeft geen cirkel nodig.


Het loopt in één rechte lijn:


Zondaar → Christus → eeuwig leven.



De kindertest


De weg tot eeuwig leven moet zo helder zijn dat een kind haar kan begrijpen.


Vraag een kind:


Wat zei God in het paradijs?


Eet niet van die ene boom.


Was dat ingewikkeld?


Nee.


Wat zegt God nu?


Geloof in Zijn Zoon.


Wat geeft Hij?


Eeuwig leven.


Dat is alles.


Een kind hoeft niet te berekenen:


  • of het verborgen uitverkoren is;
  • of zijn wil reeds vernieuwd is;
  • of geloof op een bijzondere wijze aan hem gegeven werd;
  • of wedergeboorte vóór geloof plaatsvond;
  • of zijn zondekennis diep genoeg is;
  • of zijn berouw voldoende is;
  • of zijn geloof van het juiste soort is;
  • of zijn vruchten boven een onbekende grens liggen;
  • of het tientallen jaren later nog zal volharden.


Een kind kan begrijpen:


Jezus Christus heeft alles gedaan.


Geloof in Hem.


Wanneer iemand eerst een heel theologisch systeem moet doorgronden voordat hij mag geloven, is de heilsformule niet eenvoudig.


En wanneer de voorwaarde om eeuwig leven te ontvangen niet meer overeenkomt met de eenvoudigheid van Paulus’ vergelijking:


dan is die heilsformule vals.



Niet alles wat moeilijk is, is vals


Niet ieder moeilijk Bijbels onderwerp is vals.


Niet iedere diepe leerstelling is verkeerd.


Niet iedere uitleg die inspanning vraagt, is onwaar.


Maar wanneer de weg tot eeuwig leven ingewikkeld, verborgen of onberekenbaar wordt gemaakt, is het Evangelie veranderd.


Daarvoor waarschuwt de context:


  • een anderen Jezus;
  • een anderen geest;
  • een ander Evangelie.


De eenvoudigheid in Christus mag niet worden vervangen door een religieuze rekensom.



Zoek de formule die werkelijk past


Formule A


Goede werken − slechte werken ≥ onbekende grens.


Uitkomst:


?


Formule B


Christus + sacramenten + gehoorzaamheid + volharding.


Uitkomst:


?


Formule C


Geloof + diepe ervaring + voldoende berouw + kenmerken.


Uitkomst:


?


Formule D


Verborgen verkiezing + bijzondere geloofsgave + voldoende vrucht + toekomstige volharding.


Uitkomst:


?


Formule E


Wie in Christus gelooft → heeft eeuwig leven.


Uitkomst:


Heeft.


Welke formule past bij:


“de eenvoudigheid, die in Christus is”?


Welke formule is even helder als:


Eén boom. Niet eten.


Welke formule bevat:


  • één Persoon;
  • één voorwaarde;
  • één zekere uitkomst;
  • geen tweede grond;
  • geen verborgen waarden;
  • geen menselijke verdienste;
  • geen toekomstige eindberekening;
  • geen vraagteken?


Er blijft maar één formule over:


Wie in Christus gelooft, heeft eeuwig leven.



Toen één boom. Nu één Zoon.

Toen Nu
Eén boom Eén Zoon
Eén helder woord Eén heldere belofte
Niet eten Geloven
Geen voorwaarden Geen voorwaarden
Eva kon God vertrouwen Wij kunnen God vertrouwen
Eva kende Satans tactiek nog niet Wij kennen zijn tactiek
Satan zei: eet wel Satan zegt: geloof niet zomaar
Gods waarschuwing werd betwijfeld Gods belofte wordt betwijfeld
Het gevolg was dood Ongeloof houdt in de dood

Toen verleidde Satan de mens om te nemen wat God verboden had.


Nu verhindert hij de mens om te ontvangen wat God vrijelijk geeft.


Toen zei hij:


Neem.


Nu zegt hij:


Wacht.


Onderzoek uzelf.


Bewijs het eerst.


Alleen geloven is te eenvoudig.



Maar God zegt:

“Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden.”
— Handelingen 16:31


De radicale conclusie


De vergelijking in 2 Korinthe 11:3 verplicht ons de eenvoudigheid werkelijk serieus te nemen.


Toen:


God sprak helder.


Eva kon Hem geloven.


Satan maakte het eenvoudige verdacht.


Nu:


God spreekt helder over Zijn Zoon.


Wij kunnen Hem geloven.


Satan maakt het eenvoudige ingewikkeld of vervangt het door een ander Evangelie.


Iedere noodzakelijke toevoeging aan geloof in Christus schopt die vergelijking omver.


Want iedere toevoeging zegt in feite:


Het is nu niet meer zo eenvoudig als toen.


Maar Paulus wijst juist naar Eva om te waarschuwen voor het verlaten van:


“de eenvoudigheid, die in Christus is.”


De ware formule is daarom niet:


Christus + verkiezingsbewijs + bijzondere geloofsgave + vrucht + volharding → misschien leven.


De ware formule is:


Wie in Christus gelooft → heeft eeuwig leven.


Geen rekenmachine.


Geen verborgen voorwaarden.


Geen tweede grond.


Geen menselijke aanvulling.


Geen uitgestelde uitslag.


Geen misschien.


Toen één boom.


Nu één Zoon.


Toen:


Geloof Gods waarschuwing.


Nu:


Geloof Gods belofte.

“Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.”
— Johannes 6:47

Eén Zoon.


Eén belofte.


Eén antwoord.



Geloof in Hem.

Hoe word ik gered?