Heeft God bepaald wie wel en niet gered wordt?

Een heldere uitleg over voorkennis, voorbestemming en verkiezing. Niet vanuit menselijke systemen, maar vanuit de Schrift.

Heeft God bepaald wie wel en niet gered wordt?

Een heldere uitleg over voorkennis, voorbestemming en verkiezing

Heeft God vooraf bepaald wie wel en niet gered kan worden? De Bijbel leert dat Gods voorkennis niemand dwingt, en dat voorbestemming en verkiezing niet het Evangelie sluiten, maar juist Gods vaste beloften tonen voor allen die in Christus zijn. Wie gelooft in de Heere Jezus Christus, heeft eeuwig leven.

Voorkennis, voorbestemming en verkiezing helder uitgelegd

De Bijbel leert niet dat God willekeurig sommige mensen redt en anderen geen kans geeft. Voorkennis is wat God weet; voorbestemming en verkiezing laten zien wat God doet met allen die in Christus zijn.

Weinig onderwerpen zijn zo misbruikt, verdraaid en ingewikkeld gemaakt als voorkennis, voorbestemming en verkiezing.


Voor veel mensen zijn het woorden geworden waar mist omheen hangt. Ze horen preken over “Gods verborgen raad”, “de uitverkorenen”, “de verworpenen”, “soevereine genade”, “onwederstandelijke roeping” en “God Die van eeuwigheid heeft bepaald wie zalig wordt”. En voor ze het weten, is het eenvoudige Evangelie verdwenen achter een muur van theologische termen.


Dan wordt de vraag niet meer:


“Wat zegt God dat ik moet geloven om gered te worden?”


Maar:


“Ben ik wel uitverkoren?”
“Heeft God mij wel bedoeld?”
“Mag ik Christus wel aannemen?”
“Is mijn geloof wel echt genoeg bewijs?”


Dat is rampzalig.



Want de Bijbel maakt de weg tot zaligheid niet duister. God heeft het Evangelie niet gegeven om zondaren in onzekerheid te houden. God heeft Zijn Woord gegeven opdat een mens kan weten hoe hij eeuwig leven ontvangt.

“Deze dingen heb ik u geschreven, die gelooft in den Naam des Zoons van God; opdat gij weet, dat gij het eeuwige leven hebt...”
— 1 Johannes 5:13

Niet: opdat gij misschien hoopt.
Niet: opdat gij via kenmerken probeert af te leiden of u erbij hoort.
Niet: opdat gij wacht tot u weet of u uitverkoren bent.


Maar: opdat gij weet.


Daarom moeten deze drie woorden helder worden:


voorkennis
voorbestemming
verkiezing


Als deze woorden verkeerd worden uitgelegd, raakt het Evangelie vertroebeld. Als ze Schriftuurlijk worden uitgelegd, verhogen ze Christus, bevestigen ze de zekerheid van de gelovige en houden ze de deur van genade wijd open voor iedere zondaar.


Wie eerst de eenvoudige Bijbelse boodschap van redding wil lezen, kan beginnen bij: Hoe word ik gered volgens de Bijbel?



1. Voorkennis: God weet alles, maar Zijn weten dwingt niemand


Voorkennis betekent eenvoudig: God weet van tevoren wat er zal gebeuren.


God kent de toekomst. Hij weet wie het Evangelie zal geloven. Hij weet wie Christus zal verwerpen. Hij weet wie zalig zal worden. Hij weet wie verloren zal gaan.


Maar hier moet men scherp blijven:


Dat God iets weet, betekent niet automatisch dat God het veroorzaakt.


Daar gaat het vaak fout.


Mensen redeneren:


“Als God al weet wie zalig wordt, dan ligt het toch vast?”
“Als God weet dat iemand verloren gaat, dan kan die persoon er toch niets meer aan doen?”
“Als God weet wat ik ga kiezen, is mijn keuze dan nog wel echt?”


Maar voorkennis is geen dwang. Voorkennis is kennis.


Een eenvoudig voorbeeld maakt dit duidelijk.


Wetenschappers kunnen berekenen wanneer een zonsverduistering of maansverduistering zal plaatsvinden. Zij kunnen soms exact zeggen op welke dag, op welk uur en zelfs op welke minuut het gebeurt.

Maar veroorzaken zij die verduistering?

Nee.

Zij weten dat het zal gebeuren, maar hun kennis brengt het niet voort.

Zo is het ook met Gods voorkennis, maar dan oneindig volmaakter. God weet alles. Hij weet niet alleen wat zal gebeuren, maar ook wat had kunnen gebeuren als andere keuzes gemaakt waren. Hij kent alle mogelijkheden en alle gevolgen.


Toch maakt Zijn weten de mens geen robot.


God wist dat Adam zou zondigen, maar God maakte Adam niet tot zondaar.
God wist dat Farao zijn hart zou verharden, maar Farao was verantwoordelijk.
God wist dat Judas Christus zou verraden, maar Judas handelde schuldig.
God weet wie het Evangelie zal geloven, maar Hij gelooft niet namens de mens.


Voorkennis betekent dus niet: God dwingt iemand tot geloof of ongeloof.


Voorkennis betekent: God weet alles van tevoren.

“Die van den beginne aan verkondigt het einde, en van ouds af die dingen, die nog niet geschied zijn...”
— Jesaja 46:10

God is God. Hij is alwetend. Hij wordt door niets verrast. Maar Zijn weten maakt de menselijke verantwoordelijkheid niet leeg.


De Bijbel zegt niet tegen de zondaar: “Wacht af of u gekozen bent.”



De Bijbel zegt:

“Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden...”
— Handelingen 16:31

Dat is helder. Dat is direct. Dat is het Evangelie.



2. Voorbestemming: niet voor de verloren mens, maar voor de gelovige


Voorbestemming is iets anders dan voorkennis.


Voorkennis is wat God weet.
Voorbestemming is wat God bepaalt.


Maar de grote vraag is: wie of wat wordt er voorbestemd?


Daar gaat het calvinistische systeem vaak scheef. Men leest het woord “voorbestemming” en vult meteen in: “God heeft vooraf bepaald welke verloren mensen zalig worden en welke verloren mensen geen kans krijgen.”


Maar dat is niet wat de teksten zeggen.


Neem Romeinen 8:29:

“Want die Hij te voren gekend heeft, die heeft Hij ook te voren verordineerd, den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zij onder vele broederen.”

Let op wat er staat.


Er staat niet:

“Die Hij tevoren gekend heeft, die heeft Hij ook tevoren verordineerd om zalig te worden.”


Er staat:

“den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn”


Het doel van de voorbestemming in Romeinen 8:29 is dus niet dat een verloren mens zalig mag worden. Het doel is dat de gelovige uiteindelijk gelijkvormig wordt aan Christus.


Dat is een enorm verschil.


Romeinen 8 spreekt in deze verzen niet tot verloren mensen die nog moeten ontdekken of God hen misschien heeft uitgekozen. Paulus spreekt tot gelovigen. Dat blijkt direct uit het verband:

“En wij weten, dat dengenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede, namelijk dengenen, die naar Zijn voornemen geroepen zijn.”
— Romeinen 8:28

“Degenen die God liefhebben” zijn gelovigen. Het gaat over mensen die al bij Christus horen. Voor hen heeft God iets bepaald: zij zullen uiteindelijk gelijkvormig worden aan het beeld van Zijn Zoon.


Dat is voorbestemming.


Niet: God heeft een deel van de verloren mensen uitgekozen en de rest voorbijgegaan.
Maar: God heeft bepaald wat Hij zal doen met allen die Christus vertrouwen.



Dit raakt direct aan de zekerheid van de gelovige. Wie Christus vertrouwt, ontvangt eeuwig leven omdat God dat heeft beloofd.

“Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.”
— Johannes 6:47

God kan Zijn Woord niet breken. Als God zegt dat wie gelooft eeuwig leven heeft, dan kan Hij niet zeggen: “Voor jou toch niet.”


Daarom is voorbestemming geen bedreiging voor de gelovige. Het is juist een geweldige zekerheid.


Wie in Christus is, komt veilig aan.
Wie in Christus is, wordt uiteindelijk verheerlijkt.
Wie in Christus is, zal gelijkvormig worden aan Christus.
Wie in Christus is, zal nooit verloren gaan.


Lees hierbij ook: Als ik eenmaal geloof, kan ik dan nog verloren gaan?



3. De fout: men maakt voorbestemming tot een leer over wie wel en niet mág geloven


Hier zit de grote verwarring.


Sommigen zeggen:


“Als God mensen heeft voorbestemd, dan heeft Hij sommigen voorbestemd om zalig te worden. En als Hij sommigen heeft voorbestemd om zalig te worden, dan heeft Hij anderen blijkbaar niet voorbestemd. Dus die kunnen niet zalig worden.”


Maar die redenering komt niet uit de tekst. Die wordt in de tekst gelegd.


De Bijbel zegt nergens dat God een zondaar die in Christus wil geloven, zal afwijzen omdat hij niet tot een verborgen uitverkoren groep behoort.


Integendeel.

“Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.”
— Johannes 6:37

Dat is geen kleine tekst.


Christus zegt niet: “Die tot Mij komt, zal Ik eerst onderzoeken of hij uitverkoren is.”


Hij zegt:


“zal Ik geenszins uitwerpen.”


Wie komt, wordt niet uitgeworpen.



En wie mag komen?

“En die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water des levens om niet.”
— Openbaring 22:17

“Die wil.”


Dat is de taal van de Schrift.


Niet: alleen wie een verborgen besluit ontdekt heeft.
Niet: alleen wie kan bewijzen dat hij wedergeboren genoeg is.
Niet: alleen wie eerst voldoende kenmerken ziet.


Maar: die wil, neme.



Het Evangelie is geen gesloten deur met een geheime sleutel. Het Evangelie is een open aanbod van genade op grond van het volbrachte werk van Christus.

“Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.”
— Johannes 3:16

Een iegelijk.


Dat woord moet blijven staan zoals God het gegeven heeft.



4. De cirkel: God heeft bepaald wat iedereen ontvangt die in Christus gelooft


Stel u een cirkel voor.


God zegt als het ware: “Iedereen die in de Heere Jezus Christus gelooft, wordt in Christus geplaatst.”


Binnen die cirkel zijn alle gelovigen. Niet omdat zij beter waren. Niet omdat zij uit zichzelf iets verdienden. Niet omdat zij een bijzonder soort mensen waren. Maar omdat zij Christus geloofden.

“Want gij zijt allen kinderen Gods door het geloof in Christus Jezus.”
— Galaten 3:26

Zodra iemand gelooft, is hij in Christus.


En dan zegt God als het ware: “Iedereen die in deze cirkel is, ontvangt deze zegeningen.”


Welke zegeningen?


Eeuwig leven.
Vergeving.
Aanneming tot kinderen.
Een erfdeel.
Zekerheid.
Toekomstige verheerlijking.
Gelijkvormigheid aan Christus.
Heilig en onberispelijk voor God staan.


God heeft dus van tevoren bepaald wat Hij geeft aan allen die in Christus zijn.


Dat is iets heel anders dan zeggen dat God vooraf bepaalde wie wel en wie niet de cirkel in mag.



De deur is Christus. De toegang is geloof.

“Ik ben de Deur; indien iemand door Mij ingaat, die zal behouden worden...”
— Johannes 10:9

Let op: “indien iemand”.


De Bijbel spreekt breed, open en direct. Wie door Christus ingaat, zal behouden worden.


Dat is waarom de prediking van het Evangelie zo belangrijk is. Als men voorbestemming verkeerd uitlegt, wordt evangelisatie zwakker. Men denkt: “Als God iemand wil redden, gebeurt het toch wel.”



Maar de Bijbel zegt:

“Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods.”
— Romeinen 10:17

Mensen moeten het Evangelie horen. Mensen moeten Christus gepredikt krijgen. Mensen moeten weten dat Hij voor hun zonden gestorven is en opgestaan is.


Een verkeerd begrip van voorbestemming verlamt zielenwinning. Een Bijbels begrip van voorbestemming versterkt juist de zekerheid: iedereen die gelooft, ontvangt precies wat God beloofd heeft.



5. Efeze 1:4: de sleutelwoorden zijn “in Hem”


Een van de belangrijkste teksten is Efeze 1:4:

“Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, vóór de grondlegging der wereld, opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde.”

Veel mensen lezen deze tekst haastig. Zij zien het woord “uitverkoren” en denken direct aan een verborgen selectie van mensen die wel mogen geloven, tegenover anderen die geen kans krijgen.


Maar dan slaan zij de belangrijkste woorden over:


“in Hem”


God heeft ons uitverkoren in Hem.


Dat is de sleutel.


De verkiezing is niet los van Christus. De verkiezing is niet buiten Christus. De verkiezing is niet een mysterie waardoor iemand moet raden of Christus misschien ook voor hem is.


God heeft vóór de grondlegging der wereld bepaald dat allen die in Christus zijn, heilig en onberispelijk voor Hem zullen zijn.


De tekst zegt dus niet dat God mensen uitkoos om in Christus te komen. De tekst zegt dat God ons uitverkoren heeft in Hem.


De vraag is dan niet: “Ben ik misschien verborgen uitverkoren?”


De vraag is:


Ben ik in Christus?


En hoe komt iemand in Christus?



Door geloof.

“In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte.”
— Efeze 1:13

Let op de volgorde:

  1. zij hoorden het Woord der waarheid;
  2. zij geloofden;
  3. zij werden verzegeld.


Dat is helder.


Daarom past deze uitleg ook direct bij het artikel: De waarheid over “uitverkoren in Christus”?



6. Verkiezing gaat in de Bijbel vaak over dienst, positie en doel


Het woord “verkiezing” betekent in de Bijbel niet automatisch: gekozen om naar de hemel te gaan.


Vaak gaat verkiezing over dienst.


God kiest mensen, volken of personen voor een bepaalde taak in Zijn plan.


Israël wordt Gods uitverkoren volk genoemd.

“Maar gij, Israël, Mijn knecht! gij Jakob, dien Ik verkoren heb...”
— Jesaja 41:8

Betekent dat dat iedere Israëliet automatisch zalig was?


Nee.



Israël werd gekozen voor een dienst. God gebruikte Israël om Zijn Woord te geven, om de Messias in de wereld te brengen, en om een licht te zijn voor de volken.

“Welk is dan het voordeel van den Jood? Of welk is de nuttigheid der besnijdenis? Vele in alle manier; want dit is wel het eerste, dat hun de woorden Gods zijn toebetrouwd.”
— Romeinen 3:1-2

Ook de Heere Jezus wordt Gods uitverkoren Knecht genoemd.

“Ziet, Mijn Knecht, Dien Ik ondersteun, Mijn Uitverkorene, in Denwelken Mijn ziel een welbehagen heeft...”
— Jesaja 42:1

Betekent dit dat Jezus gekozen werd om zalig te worden?


Natuurlijk niet. Hij is zonder zonde. Hij is de Zaligmaker Zelf.



Hij werd gekozen voor dienst: om het Lam Gods te zijn, Dat de zonde der wereld wegneemt.

“Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt.”
— Johannes 1:29

God koos ook Cyrus voor een taak. God gebruikte zelfs heidense koningen in Zijn plan.


Dat betekent niet dat elke gekozen persoon automatisch gekozen werd tot eeuwig leven. Het betekent dat God iemand kan kiezen voor een functie, taak of dienst.


Dat is precies waarom men voorzichtig moet zijn met het woord “verkiezing”. Men mag niet automatisch een calvinistisch systeem in elk gebruik van dat woord leggen.


De Schrift moet zelf bepalen wat bedoeld wordt.



7. Jakob en Ezau: het ging niet over hemel en hel


Romeinen 9 wordt vaak gebruikt om te zeggen dat God de ene mens van eeuwigheid liefheeft tot zaligheid en de andere mens haat tot verdoemenis.


Maar kijk goed naar wat er werkelijk staat.

“De meerdere zal den mindere dienen.”
— Romeinen 9:12

Daar gaat het over.


Niet: “De meerdere zal naar de hel gaan en de mindere naar de hemel.”


Maar:


“zal dienen”


Het onderwerp is dienst, positie en Gods voornemen.



Daarna staat:

“Jakob heb Ik liefgehad, en Ezau heb Ik gehaat.”
— Romeinen 9:13

Dat is een zware tekst. Maar men moet hier niet blijven steken alsof dit betekent dat God een onschuldige Ezau zonder kans naar de hel bestemt.


Jakob en Ezau vertegenwoordigen iets.


Ezau staat voor de eerste geboorte, het vlees, de natuurlijke mens, de mens die het geestelijke veracht. Hij verachtte zijn eerstgeboorterecht.

“En Ezau verachtte de eerstgeboorte.”
— Genesis 25:34

Jakob staat in de lijn van de belofte. Hij wilde de zegen. Hij staat in verbinding met de lijn waardoor God verder werkt.


Bovendien werd de uitspraak “Jakob heb Ik liefgehad, en Ezau heb Ik gehaat” later aangehaald, toen de twee personen zelf al lang gestorven waren. Het gaat om wat zij vertegenwoordigden en om de lijn van Gods voornemen, niet om een tekst die leert dat God willekeurig baby’s bestemt tot hemel of hel.


De oudste zou de jongste dienen. Dat is de tekst.


Het gaat over dienst.


Dat is precies het punt.



8. Farao en Judas: God gebruikt verharde mensen, maar maakt hen niet onschuldig


Ook Farao wordt vaak aangehaald.


Men zegt: “God verhardde Farao. Dus Farao kon niet anders.”


Maar dat is te simpel. De Schrift laat zien dat Farao zelf zijn hart verhardde. God bracht hem telkens op een punt van beslissing. Farao zag Gods macht. Hij hoorde Gods eis. Hij werd geconfronteerd met de waarheid. En hij verzette zich.


God verhardt mensen niet door hen zonder verantwoordelijkheid kwaad te maken. God verhardt door hen in het licht te brengen en hen tot beslissing te dwingen. Wanneer zij zich verharden tegen dat licht, worden zij verder verhard.


God kan zulke mensen vervolgens gebruiken als vaten van toorn.


Maar dat betekent niet dat zij onschuldig zijn.


Hetzelfde geldt voor Judas. Hij werd niet als willoze pop tot verdoemenis geschapen. Hij kreeg licht. Hij wandelde uiterlijk dicht bij Christus. Hij hoorde de woorden van Christus. En toch verwierp hij Hem.


God wist het. God gebruikte het. Maar Judas was schuldig.


Dat is het verschil tussen voorkennis en oorzaak.


God wist wat Judas zou doen.
God gebruikte zelfs Judas’ verraad in Zijn plan.
Maar Judas deed het vrijwillig en schuldig.


Daarom blijft de mens verantwoordelijk.

“En gij wilt tot Mij niet komen, opdat gij het leven moogt hebben.”
— Johannes 5:40

De Heere Jezus zegt niet: “Gij kunt niet komen omdat God u geen kans geeft.”


Hij zegt:


“gij wilt niet”


Dat is scherp. Dat is duidelijk. Dat is verantwoordelijkheid.



9. Aanneming tot kinderen: niet hoe een zondaar gered wordt, maar wat God met Zijn kinderen doet


Efeze 1:5 zegt:

“Die ons te voren verordineerd heeft tot aanneming tot kinderen, door Jezus Christus, in Zichzelven, naar het welbehagen van Zijn wil.”

Ook hier wordt vaak gedacht: “Zie je wel, God heeft sommige verloren mensen voorbestemd om kinderen van God te worden.”


Maar de Bijbel legt dit anders uit, en dat past bij Romeinen 8 en Galaten 4.


Een mens wordt kind van God door geloof.

“Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven.”

— Johannes 1:12


“Want gij zijt allen kinderen Gods door het geloof in Christus Jezus.”

— Galaten 3:26

Maar de aanneming tot kinderen heeft ook een toekomstige kant. Romeinen 8 zegt:

“En niet alleen dit, maar ook wij zelven, die de eerstelingen des Geestes hebben, wij ook zelven, zeg ik, zuchten in onszelven, verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing onzes lichaams.”
— Romeinen 8:23

Let op: gelovigen wachten nog op de aanneming, namelijk de verlossing van het lichaam.


Dat betekent niet dat zij nu nog geen kinderen van God zijn. Zij zijn kinderen van God door geloof. Maar de volle openbaring, de plaatsing als zonen, de verandering van het lichaam, ligt nog toekomstig.


Denk aan een zoon die al werkelijk kind van zijn vader is, maar op een door de vader bepaalde tijd openlijk als volwassen zoon wordt geplaatst. Zijn kindschap begint dan niet pas; het wordt zichtbaar bevestigd in positie, verantwoordelijkheid en erkenning.


Zo zijn gelovigen nu al kinderen van God. Maar straks, bij de verlossing van het lichaam, zal openbaar worden wat God van hen gemaakt heeft in Christus.

“Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen; maar wij weten, dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem zullen gelijk wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is.”
— 1 Johannes 3:2

Dat is geen onzekerheid. Dat is verwachting.



10. Voorbestemd tot gelijkvormigheid: God werkt nu, maar voltooit straks


Romeinen 8:29 zegt dat de gelovige voorbestemd is om gelijkvormig te worden aan het beeld van Christus.


Dat heeft twee kanten.


Straks volledig


Op een dag zal iedere gelovige volledig veranderd worden. De oude zondige natuur zal niet meer hinderen. Het lichaam zal verlost worden. De gelovige zal bij Christus zijn en Hem gelijk zijn.

“Die ons vernederd lichaam veranderen zal, opdat hetzelve gelijkvormig worde aan Zijn heerlijk lichaam...”
— Filippenzen 3:21

Dat is zeker. Dat heeft God bepaald.


Nu praktisch


Maar God wil de gelovige nu ook al vormen. Daarom zegt Romeinen 12:

“En wordt dezer wereld niet gelijkvormig; maar wordt veranderd door de vernieuwing uws gemoeds...”
— Romeinen 12:2

Hier gaat het niet om eeuwig leven ontvangen. Eeuwig leven ontvangt men door geloof alleen. Hier gaat het om groei, wandel, dienst, heiliging en vrucht.


God wil dat de gelovige groeit in genade.
Groeit in liefde.
Groeit in vergeving.
Groeit in barmhartigheid.
Groeit in geestelijke volwassenheid.


Maar die groei is niet automatisch.



Een gelovige kan geestelijk groeien, maar hij kan ook vleselijk blijven.

“En ik, broeders, kon tot u niet spreken als tot geestelijken, maar als tot vleselijken, als tot jonge kinderen in Christus.”
— 1 Korinthe 3:1

Let op: “in Christus”, maar vleselijk.


Daarom is het zo belangrijk om redding en discipelschap niet te verwarren. Redding is door geloof alleen. Groei na geloof is de wandel van de gelovige.



11. Lijden kan de gelovige vormen, maar lijden redt hem niet


God gebruikt omstandigheden in het leven van Zijn kinderen.


Mensen kunnen u kwetsen.
Mensen kunnen u onrecht doen.
Mensen kunnen u verkeerd behandelen.
U kunt verliezen lijden.
U kunt door moeilijke tijden gaan.


Dan komt de vraag: hoe reageert u?


In het vlees? Bitter, hard, boos, wraakzuchtig?


Of in de gezindheid van Christus?

“Hebt uw vijanden lief; zegent ze, die u vervloeken; doet wel dengenen, die u haten; en bidt voor degenen, die u geweld doen, en die u vervolgen.”
— Mattheüs 5:44

Dat is geen voorwaarde om gered te worden. Dat is geestelijke vorming na redding.



God kan lijden gebruiken om de gelovige meer op Christus te laten lijken. Maar dat betekent niet dat lijden de betaling voor de zonde is. Christus heeft de zonde betaald.

“Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften.”
— 1 Korinthe 15:3

Daarom moet men nooit zeggen: “Ik moet door lijden mijn zaligheid zeker maken.”


Nee.


De gelovige is veilig door Christus. Maar God kan zijn leven vormen, corrigeren, reinigen en gebruiken.



12. Waarom een verkeerde leer over verkiezing zielenwinning verlamt


Als iemand gaat geloven dat God al bepaald heeft wie wel en niet gered kan worden, dan wordt evangelisatie vanzelf zwakker.


Dan zegt men misschien nog wel dat evangelisatie nodig is, maar diep vanbinnen denkt men:


“De uitverkorenen komen toch wel.”
“De niet-uitverkorenen kunnen toch niet.”
“Het hangt uiteindelijk niet af van de prediking.”


Maar dat is niet hoe de Bijbel spreekt.



De Bijbel zegt:

“Predikt het Evangelie aan alle kreaturen.”
— Markus 16:15

De Bijbel zegt:

“Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods.”
— Romeinen 10:17

De Bijbel zegt:

“Hoe zullen zij dan Hem aanroepen, in Welken zij niet geloofd hebben? En hoe zullen zij in Hem geloven, van Welken zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen, zonder die hun predikt?”
— Romeinen 10:14

Dat is glashelder.


Mensen moeten horen. Mensen moeten geloven. Mensen moeten Christus voor ogen krijgen als de volkomen Zaligmaker.


Als jongeren eropuit gaan en iemand gelooft het Evangelie, dan moeten wij niet zeggen: “Ach, die persoon zou toch wel gered zijn.”


Waar staat dat?


God wist dat zij zouden gaan. God wist wie zou geloven. Maar God maakte hen geen robots. Zij gingen. Zij verkondigden. Die ander hoorde. Die ander geloofde.


God heeft bepaald dat wie gelooft eeuwig leven ontvangt.


Daarom moet het Evangelie helder klinken.



13. De kern van het Evangelie mag nooit onder verkiezing begraven worden


De duivel vindt het niet erg als mensen religieus worden, zolang Christus maar niet helder blijft.


Hij vindt het niet erg als mensen praten over genade, zolang genade maar vermengd wordt met onzekerheid.


Hij vindt het niet erg als mensen praten over verkiezing, zolang zondaren maar niet eenvoudig horen:


Christus stierf voor uw zonden. Hij stond op. Geloof in Hem en u hebt eeuwig leven.


Dat is de kern.

“Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften;
En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften.”
— 1 Korinthe 15:3-4

Het Evangelie is geen oproep om eerst uw uitverkiezing te onderzoeken.


Het Evangelie is geen oproep om eerst te bewijzen dat u wedergeboren bent.


Het Evangelie is geen oproep om te wachten op een bijzondere ervaring.


Het Evangelie is Gods goede nieuws dat Christus volledig betaald heeft, en dat een ieder die in Hem gelooft eeuwig leven heeft.



14. Wat God werkelijk heeft bepaald


Laat alles nu scherp samenvallen.


God heeft niet bepaald dat slechts een verborgen groep verloren mensen Christus mag geloven.


God heeft bepaald dat wie gelooft, eeuwig leven heeft.

“Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.”
— Johannes 6:47

God heeft niet bepaald dat de rest geen kans krijgt.


God heeft Zijn Zoon gegeven voor de wereld.

“Want alzo lief heeft God de wereld gehad...”
— Johannes 3:16

God heeft niet bepaald dat verkiezing een mystieke muur rond het Evangelie wordt.



God heeft gekozen dat allen die in Christus zijn, heilig en onberispelijk voor Hem zullen staan.

“Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem...”
— Efeze 1:4

God heeft niet bepaald dat voorbestemming de zondaar van Christus afhoudt.



God heeft voorbestemd dat de gelovige gelijkvormig wordt aan Christus.

“Die heeft Hij ook te voren verordineerd, den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn...”
— Romeinen 8:29

God heeft niet bepaald dat aanneming tot kinderen een onbegrijpelijke selectie is.



God heeft Zijn kinderen bestemd tot de volle openbaring van het zoonschap, de verlossing van het lichaam.

“verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing onzes lichaams.”
— Romeinen 8:23

Dat is helder. Dat is Bijbels. Dat verhoogt Christus.



15. De beslissende vraag is niet: “Ben ik uitverkoren?” maar: “Ben ik in Christus?”


Veel mensen blijven vastzitten in de verkeerde vraag.


Zij vragen:


“Ben ik uitverkoren?”
“Ben ik wel bedoeld?”
“Mag ik wel geloven?”
“Is Christus wel voor mij gestorven?”
“Heb ik wel genoeg tekenen?”


Maar de Bijbel stuurt u niet naar een verborgen boek in de hemel om te kijken of uw naam erin staat voordat u mag geloven.


De Bijbel wijst u naar Christus.

“Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt.”
— Johannes 1:29

De vraag is:


Hebt u Christus vertrouwd als uw Zaligmaker?


Gelooft u dat Hij voor uw zonden stierf?
Gelooft u dat Hij opstond uit de doden?
Gelooft u dat Zijn betaling genoeg is?
Gelooft u dat God eeuwig leven geeft aan ieder die in Christus gelooft?


Dan hebt u eeuwig leven.


Niet omdat u Gods verborgen raad hebt doorgrond.
Niet omdat u alle theologische systemen begrijpt.
Niet omdat u uzelf geschikt hebt gemaakt.



Maar omdat God het gezegd heeft.

“Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven...”
— Johannes 3:36

Wie hiermee worstelt, kan verder lezen: Is mijn geloof wel echt?



16. Christus heeft betaald: dat is de grond


Hier moet ieder artikel over verkiezing uiteindelijk eindigen: bij Christus.


Wij hebben allemaal gezondigd.

“Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods.”
— Romeinen 3:23

De betaling voor de zonde is de dood.

“Want de bezoldiging der zonde is de dood...”
— Romeinen 6:23

Als wij zelf voor onze zonden moeten betalen, is dat eeuwige scheiding van God. Geen hoop. Geen hemel. Geen eeuwig leven.


Maar God heeft Zijn Zoon gezonden.


Jezus Christus leefde zonder zonde. Hij hoefde niet te sterven voor Zijn eigen zonden, want Hij had geen zonde. Daarom kon Hij sterven voor onze zonden.



Hij nam onze zonden op Zich. Hij stierf in onze plaats. Hij stond op uit de doden. En nu zegt God: wie in Hem gelooft, heeft eeuwig leven.

“Opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.”
— Johannes 3:15

Dat is geen aanbod aan een paar mensen van wie niemand weet wie het zijn. Dat is Gods open Evangelie.


Christus heeft betaald.
God is voldaan.
De zonde is gedragen.
De opstanding bewijst dat het werk volbracht is.
Wie gelooft, heeft eeuwig leven.



Conclusie: deze drie woorden maken het Evangelie niet donker, maar helder


Voorkennis betekent: God weet alles van tevoren.


Maar Gods weten veroorzaakt niet automatisch wat de mens kiest.


Voorbestemming betekent: God heeft bepaald wat Hij zal doen met allen die in Christus zijn.


Niet dat Hij willekeurig sommige verloren mensen een kans geeft en anderen niet.


Verkiezing betekent in de Schrift vaak: gekozen tot dienst, positie of zegen in Gods plan.


En in Efeze 1 is de sleutel: in Hem.


Wie in Christus is, is veilig.
Wie in Christus is, is gezegend.
Wie in Christus is, is uitverkoren in Hem.
Wie in Christus is, zal heilig en onberispelijk voor God staan.
Wie in Christus is, zal gelijkvormig worden aan Christus.
Wie in Christus is, heeft eeuwig leven.


De vraag is dus niet of u Gods verborgen raad kunt doorgronden.


De vraag is:


Gelooft u in de Heere Jezus Christus?

“Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden...”
— Handelingen 16:31

Dat is de weg.
Dat is de zekerheid.
Dat is genade.
Dat is het Evangelie.



En wie Christus vertrouwt, hoeft niet bang te zijn voor voorkennis, voorbestemming of verkiezing. Die woorden zijn dan geen dreiging meer, maar rijke waarheden over wat God weet, wat God doet en wat God voor eeuwig heeft vastgesteld voor allen die in Zijn Zoon zijn.

Hoe word ik gered? Veelgestelde vragen