Calvinisme is niet slechts een andere uitleg van moeilijke teksten; het raakt de waarheid van het Evangelie zelf. Wanneer Christus’ betaling, Gods aanbod, geloof en zekerheid worden verdraaid, wordt het Evangelie aangetast.
Heeft calvinisme invloed op de waarheid van het Evangelie?
Waarom beperkte verzoening, onweerstaanbare genade en volharding-als-bewijs het goede nieuws verduisteren.
Sommige mensen zeggen:
“Wat maakt het uit? Calvinisten geloven toch ook in genade? Zij geloven toch ook in Christus? Zij gebruiken toch ook de Bijbel?”
Dat klinkt redelijk.
Maar de echte vraag is niet of iemand Bijbelse woorden gebruikt.
De vraag is:
wat bedoelt hij met die woorden?
Een mens kan spreken over genade, maar ondertussen werken toevoegen.
Een mens kan spreken over geloof, maar ondertussen zeggen dat niet iedereen werkelijk kan geloven.
Een mens kan spreken over Christus’ dood, maar ondertussen zeggen dat Hij niet voor iedereen gestorven is.
Een mens kan spreken over zekerheid, maar ondertussen de gelovige terugwerpen op zijn eigen leven als bewijs.
Dan wordt het Evangelie aangetast.
Niet altijd openlijk.
Niet altijd grof.
Niet altijd met verkeerde termen.
Maar juist subtiel.
Een beetje zuurdesem maakt de hele klomp zuur.
“Een weinig zuurdesem verzuurt het gehele deeg.”
— Galaten 5:9
Daarom moeten wij helder zijn.
Het Evangelie is geen speelruimte voor theologische systemen.
Het Evangelie is de boodschap waardoor zondaren gered worden.
Als die boodschap vertroebeld wordt, is dat geen klein probleem.
Dat is ernstig.
Het Evangelie moet helder blijven
De Bijbel geeft een eenvoudige boodschap.
De mens is een zondaar.
De straf op de zonde is de dood.
De mens kan zichzelf niet redden.
Christus stierf voor onze zonden.
Hij werd begraven.
Hij stond op uit de doden.
Wie in Hem gelooft, ontvangt eeuwig leven.
Paulus vat het Evangelie zo samen:
“Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften;
En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften.”
— 1 Korinthe 15:3-4
Dat is de kern.
Christus stierf voor onze zonden.
Hij stond op.
De betaling is gedaan.
De zondaar wordt opgeroepen om te geloven.
“Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden...”
— Handelingen 16:31
Niet: ontdek of u uitverkoren bent.
Niet: onderzoek of Christus misschien voor u gestorven is.
Niet: wacht tot u onweerstaanbaar getrokken wordt.
Niet: bewijs door uw volharding dat uw geloof echt is.
Geloof in den Heere Jezus Christus.
Dat is helder.
Maar calvinisme brengt op bijna elk punt van deze boodschap een verdraaiing aan.
Dit wordt ook uitgewerkt in: Hoe calvinisme het Evangelie besmet.
Rattengif bestaat niet voor honderd procent uit gif
Een gevaarlijke dwaling is vaak niet volledig vals aan de buitenkant.
Rattengif bestaat niet alleen uit gif. Er zit veel in dat aantrekkelijk lijkt. Maar juist dat kleine beetje gif maakt het dodelijk.
Zo werkt dwaalleer vaak ook.
Er wordt gesproken over God.
Over genade.
Over geloof.
Over Christus.
Over de Bijbel.
Over soevereiniteit.
Over heiligheid.
Maar ergens wordt iets toegevoegd, verschoven of beperkt.
En juist dat maakt het gevaarlijk.
Calvinisme klinkt vaak vroom. Het verheft zogenaamd Gods soevereiniteit. Het spreekt zogenaamd hoog over genade. Het lijkt diep, ernstig en eerbiedig.
Maar als het gevolg is dat Christus niet werkelijk voor allen stierf, dat niet ieder mens werkelijk kan geloven, dat genade niet geweigerd kan worden, en dat zekerheid uiteindelijk afhangt van latere volharding, dan is het Evangelie niet helderder geworden.
Dan is het besmet.
TULIP raakt de kern van het Evangelie
De vijf punten van het calvinisme worden vaak samengevat met TULIP:
T — totale verdorvenheid
U — onvoorwaardelijke verkiezing
L — beperkte verzoening
I — onweerstaanbare genade
P — volharding der heiligen
Op het eerste gezicht lijken dit misschien technische leerstukken. Maar ze raken rechtstreeks de vraag:
Wat mag ik tegen een verloren zondaar zeggen?
Mag ik eerlijk zeggen:
“God heeft u lief”?
“Christus stierf voor uw zonden”?
“U mag geloven”?
“Wie in Christus gelooft, heeft eeuwig leven”?
“U kunt zeker weten dat u naar de hemel gaat”?
Volgens de Bijbel: ja.
Volgens consequent calvinisme: dat wordt ingewikkeld.
Want als Christus niet voor iedereen gestorven is, kan ik niet eerlijk tegen ieder mens zeggen dat Christus voor hem stierf.
Als God niet werkelijk wil dat alle mensen zalig worden, kan ik niet eerlijk zeggen dat Gods aanbod aan iedereen oprecht is.
Als iemand niet kan geloven tenzij God hem eerst onwederstandelijk verandert, dan is “geloof in Christus” geen werkelijke uitnodiging aan ieder mens.
Als iemands zekerheid uiteindelijk blijkt uit zijn volharding, dan rust zekerheid niet meer eenvoudig op Gods belofte, maar op het bewijs in zijn leven.
Daarom beïnvloedt calvinisme de waarheid van het Evangelie.
1. Totale verdorvenheid: dood betekent niet dat de mens niet kan geloven
De Bijbel leert duidelijk dat de mens zondig, verloren en dood is in misdaden en zonden.
“En u heeft Hij mede levend gemaakt, daar gij dood waart door de misdaden en de zonden.”
— Efeze 2:1
Maar calvinisme maakt van geestelijke dood vaak iets wat de Bijbel er niet van maakt.
Het zegt: de mens is dood, dus hij kan niet horen, niet geloven, niet reageren, niet kiezen, tenzij hij eerst wedergeboren wordt.
Maar geestelijke dood betekent in de Schrift: gescheiden van God.
Dit wordt apart uitgewerkt in: Wat bedoelt de Bijbel met ‘dood in zonden’?
Adam stierf op de dag dat hij zondigde. Toch sprak God daarna nog met Adam. Adam kon horen. Adam kon antwoorden. Adam kon zich verbergen. Adam kon schuld afschuiven.
Dood betekende niet dat hij geen bewustzijn, wil of verantwoordelijkheid meer had.
Dood betekende: gescheiden van God door de zonde.
Zo is de verloren mens dood in zonden. Hij kan zichzelf niet redden. Hij kan zijn zonde niet betalen. Hij kan geen gerechtigheid voortbrengen die hem naar de hemel brengt.
Maar hij kan het Woord horen.
Hij kan Gods getuigenis geloven of verwerpen.
Zie ook: Is de mens niet in totale doodstaat?
Daarom zegt de Bijbel:
“Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods.”
— Romeinen 10:17
Geloof komt door het horen van Gods Woord.
Niet door een verborgen wedergeboorte vóór geloof.
Niet door een onweerstaanbare werking los van het Evangelie.
God roept door Zijn Woord. De mens is verantwoordelijk voor wat hij met dat Woord doet.
2. Onvoorwaardelijke verkiezing maakt God tot aannemer des persoons
Calvinisme leert dat God vóór de grondlegging der wereld bepaalde mensen uitkoos om zalig te worden, zonder enige voorwaarde, terwijl anderen werden voorbijgegaan.
Maar de Bijbel zegt:
“Ik verneem in der waarheid, dat God geen aannemer des persoons is.”
— Handelingen 10:34
En:
“Want er is geen aanneming des persoons bij God.”
— Romeinen 2:11
Als God zonder enige voorwaarde de één kiest tot redding en de ander voorbijgaat, wat is dan het onderscheid?
Waarom deze wel en die niet?
Calvinisme zegt: dat is Gods soevereine beslissing.
Maar de Schrift legt de scheidslijn niet daar. De Schrift legt de scheidslijn bij geloof of ongeloof.
“Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die den Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem.”
— Johannes 3:36
Niet: wie uitverkoren is, heeft eeuwig leven.
Niet: wie niet uitverkoren is, kan het leven niet zien.
Maar:
Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven.
Wie de Zoon niet gelooft, blijft onder de toorn.
Dat is de Bijbelse scheidslijn.
3. Beperkte verzoening maakt het Evangelie onzeker
Dit is één van de ernstigste punten.
Calvinisme leert vaak dat Christus niet voor alle mensen gestorven is, maar alleen voor de uitverkorenen.
Maar de Bijbel zegt:
“En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden der gehele wereld.”
— 1 Johannes 2:2
Niet alleen voor de onze.
Maar ook voor de zonden der gehele wereld.
Dat is niet beperkt.
Dat is niet alleen voor een verborgen groep.
Dat is de wereld.
De Bijbel zegt ook:
“Want er is één God, er is ook één Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus;
Die Zichzelven gegeven heeft tot een rantsoen voor allen, zijnde de getuigenis te zijner tijd.”
— 1 Timotheüs 2:5-6
Een rantsoen voor allen.
Niet voor enkelen.
Niet voor alleen de uitverkorenen.
Voor allen.
Als Christus niet voor iedereen gestorven is, dan kun je niet tegen ieder mens zeggen: “Christus stierf voor uw zonden.”
Dan moet je zeggen: “Misschien stierf Christus voor u. Misschien niet.”
Dat is geen goed nieuws.
Het Evangelie is goed nieuws omdat Christus werkelijk voor zondaren stierf, omdat de betaling werkelijk voldoende is, en omdat ieder die gelooft eeuwig leven ontvangt.
“Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.”
— Johannes 3:16
De wereld.
Een iegelijk.
Dat is Gods taal.
4. Onweerstaanbare genade maakt genade tot dwang
Calvinisme leert dat Gods genade voor de uitverkorenen onweerstaanbaar is. Zij zullen komen, omdat zij niet anders kunnen.
Maar de Bijbel laat zien dat mensen Gods werk kunnen weerstaan.
“Gij hardnekkigen en onbesnedenen van hart en oren, gij wederstaat altijd den Heiligen Geest; gelijk uw vaders, alzo ook gij.”
— Handelingen 7:51
“Gij wederstaat altijd den Heiligen Geest.”
Dat is duidelijke taal.
De Heere Jezus zei:
“En gij wilt tot Mij niet komen, opdat gij het leven moogt hebben.”
— Johannes 5:40
Hij zei niet: “Gij kunt niet komen, omdat gij niet uitverkoren zijt.”
Hij zei:
“Gij wilt niet.”
Dat is verantwoordelijkheid.
Ook zei Hij:
“Jeruzalem, Jeruzalem! gij, die de profeten doodt, en stenigt, die tot u gezonden zijn! hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bijeenvergaderen, gelijkerwijs een hen haar kiekens bijeenvergadert onder de vleugelen; en gijlieden hebt niet gewild.”
— Mattheüs 23:37
“Ik heb gewild.”
“Gijlieden hebt niet gewild.”
Dat is geen onweerstaanbare genade.
Dat is een oprechte Heiland, en mensen die Hem weerstaan.
Genade die niet geweigerd kan worden, is geen genade zoals de Bijbel haar voorstelt. Het wordt dwang.
Zie ook: Is bekering dan geen eenzijdig Godswerk?
Maar het Evangelie is een oprechte uitnodiging.
“En die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water des levens om niet.”
— Openbaring 22:17
Die wil, neme.
5. Volharding als bewijs rooft zekerheid
Calvinisme zegt vaak dat wie werkelijk gered is, zal volharden. Als iemand niet volhardt, was hij nooit werkelijk gered.
Dit klinkt vroom, maar het verschuift de zekerheid.
Niet langer kijkt iemand eenvoudig naar Christus’ belofte.
Hij kijkt naar zichzelf.
Heb ik genoeg vrucht?
Ben ik genoeg veranderd?
Volhard ik genoeg?
Heb ik wel echt geloof?
Ben ik wel werkelijk uitverkoren?
Dat is geen Bijbelse zekerheid.
De Bijbel zegt:
“Deze dingen heb ik u geschreven, die gelooft in den Naam des Zoons van God; opdat gij weet, dat gij het eeuwige leven hebt, en opdat gij gelooft in den Naam des Zoons van God.”
— 1 Johannes 5:13
Opdat gij weet.
Niet: opdat gij later misschien zult weten als gij genoeg volhardt.
Niet: opdat gij kunt hopen dat uw werken bewijzen dat gij echt zijt.
Opdat gij weet.
Hoe weet de gelovige dat?
Omdat God het gezegd heeft.
“Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.”
— Johannes 6:47
Daar rust zekerheid.
Niet in mijn leven.
Niet in mijn vrucht.
Niet in mijn trouw.
Niet in mijn volharding.
Maar in Christus en Zijn Woord.
Zie ook: Als ik eenmaal geloof, kan ik dan nog verloren gaan?
Het is slecht nieuws als niet iedereen hetzelfde is voor God
De Bijbel zegt:
“Want er is geen onderscheid. Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods.”
— Romeinen 3:22-23
Geen onderscheid.
Jood en heiden.
Vroom en goddeloos.
Net mens en openlijke zondaar.
Allen hebben gezondigd. Allen hebben Gods gerechtigheid nodig.
Daarom moet het Evangelie ook voor allen zijn.
Als allen zondig zijn, en allen schuldig zijn, dan moet de redding ook werkelijk aan allen aangeboden worden.
Gods gerechtigheid is:
“...tot allen en over allen, die geloven; want er is geen onderscheid.”
— Romeinen 3:22
Tot allen.
Over allen die geloven.
De voorziening is voor allen.
De toepassing is op allen die geloven.
Zie ook: God is geen aannemer des persoons.
Dat is zuiver.
Het is slecht nieuws als God redding niet aan iedereen aanbiedt
Johannes 3 is niet ingewikkeld.
“Opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.”
— Johannes 3:15
“Want alzo lief heeft God de wereld gehad...”
— Johannes 3:16
“Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld, opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden.”
— Johannes 3:17
Een iegelijk.
De wereld.
De wereld.
De tekst zegt wat zij zegt.
Calvinisme moet deze woorden vaak kleiner maken.
Wereld betekent dan niet wereld.
Allen betekent dan niet allen.
Een iegelijk betekent dan niet een iegelijk.
Maar waarom zouden wij de duidelijke woorden van God kleiner maken om een systeem te redden?
Laat God spreken.
Als God zegt wereld, geloof dan wereld.
Als God zegt allen, geloof dan allen.
Als God zegt een iegelijk, geloof dan een iegelijk.
Zie ook: Is geloof een gave van God?
Het is slecht nieuws als Christus niet voor ieder mens stierf
Als Christus niet voor ieder mens stierf, dan is er voor sommige mensen geen hoop.
Dan kunnen zij het Evangelie horen, maar Christus heeft niet voor hen betaald.
Dan kunnen zij geroepen worden om te geloven, maar er is voor hen geen verzoening.
Dan wordt de uitnodiging leeg.
Maar de Bijbel zegt:
“Doch wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond, Die een weinig minder dan de engelen geworden was, vanwege het lijden des doods, opdat Hij door de genade Gods voor allen den dood smaken zou.”
— Hebreeën 2:9
Voor allen.
En:
“En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden der gehele wereld.”
— 1 Johannes 2:2
Voor de gehele wereld.
Daarom mag een prediker eerlijk tegen ieder mens zeggen:
Christus stierf voor uw zonden.
De betaling is gedaan.
Geloof in Hem, en gij zult zalig worden.
Dat is goed nieuws.
Het is slecht nieuws als werken vóór of ná de redding worden toegevoegd
Iedereen begrijpt meestal dat goede werken iemand niet kunnen redden vóórdat hij gelooft.
Maar veel mensen voegen werken alsnog toe nádat iemand gelooft.
Dan zeggen zij:
“Goede werken redden u niet, maar als u echt gered bent, zult u goede werken hebben.”
Dat klinkt voorzichtig.
Maar vaak wordt het alsnog een bewijsvoorwaarde.
Dan wordt gezegd:
Als u geen vrucht hebt, was u nooit echt gered.
Als u niet volhardt, was uw geloof niet echt.
Als uw leven niet genoeg veranderd is, bent u waarschijnlijk niet wedergeboren.
Dan zijn werken via de achterdeur weer binnengekomen.
Maar de Bijbel zegt:
“En indien het door genade is, zo is het niet meer uit de werken; anderszins is de genade geen genade meer; en indien het is uit de werken, zo is het geen genade meer; anderszins is het werk geen werk meer.”
— Romeinen 11:6
Genade en werken mengen niet.
Niet vóór de redding.
Niet tijdens de redding.
Niet ná de redding als bewijsgrond voor zekerheid.
Goede werken zijn belangrijk.
Een gelovige behoort de Heere te dienen.
Een gelovige behoort vrucht te dragen.
Een gelovige behoort heilig te wandelen.
Maar goede werken zijn niet de grond van redding.
En ze zijn ook niet de grond van zekerheid.
De grond is Christus.
Kan iemand geloven en daarna toch slecht leven?
Dit is de vraag waar velen van schrikken.
“Bedoel je dat iemand in Christus kan geloven, eeuwig leven ontvangen, en daarna slecht leven — en toch naar de hemel gaan?”
Ja.
Niet omdat zonde goed is.
Niet omdat God zonde goedkeurt.
Niet omdat een christen zo hoort te leven.
Maar omdat eeuwig leven eeuwig leven is.
Als iemand gered wordt door geloof, dan blijft hij niet gered door werken.
Als eeuwig leven een gave is, dan is het geen loon voor gedrag.
Als Christus voor al zijn zonden betaalde, dan hoeft hij niet alsnog naar de hel om voor die zonden te betalen.
“Want de bezoldiging der zonde is de dood, maar de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus onzen Heere.”
— Romeinen 6:23
Een ongehoorzame gelovige kan zwaar getuchtigd worden.
Hij kan gemeenschap verliezen.
Hij kan vreugde verliezen.
Hij kan zijn getuigenis verwoesten.
Hij kan loon verliezen.
Hij kan zelfs vroegtijdig sterven onder Gods tucht.
Maar hij verliest niet het eeuwige leven.
Waarom niet?
Omdat hij dat leven niet heeft ontvangen door zijn gedrag.
Hij heeft het ontvangen door geloof in Christus.
“Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.”
— Johannes 6:47
Het is slecht nieuws als iemand naar zijn leven moet kijken om te weten of hij gered is
Als u naar uw leven moet kijken om te weten of u gered bent, zult u nooit echte rust hebben.
Vandaag lijkt uw leven misschien netjes.
Morgen valt u.
Vandaag voelt u liefde.
Morgen bent u koud.
Vandaag hebt u vrijmoedigheid.
Morgen bent u bang.
Vandaag lijkt u geestelijk.
Morgen ziet u uw eigen vlees.
Wat dan?
Bent u vandaag gered en morgen niet?
Was uw geloof echt, of toch niet?
Hoeveel vrucht is genoeg?
Hoe lang moet u volharden?
Hoe diep moet uw berouw zijn?
Hoe groot moet uw verandering zijn?
Dat is geen Evangelie.
Dat is slavernij.
De Bijbel geeft zekerheid buiten uzelf.
“Die den Zoon heeft, die heeft het leven; die den Zone Gods niet heeft, die heeft het leven niet.”
— 1 Johannes 5:12
De vraag is niet: heb ik genoeg bewijs in mijn leven?
De vraag is: heb ik de Zoon?
Hoe ontvang ik de Zoon?
Door geloof.
“Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven.”
— Johannes 1:12
Wie in Christus gelooft, heeft Hem.
Wie Hem heeft, heeft het leven.
Dat is zekerheid.
Calvinisme beïnvloedt ook evangelisatie
Wat u gelooft, beïnvloedt wat u doet.
Als u diep van binnen denkt dat God toch al bepaald heeft wie zalig wordt, en dat de uitverkorenen uiteindelijk toch wel komen, dan verliest evangelisatie iets van haar urgentie.
Natuurlijk kan iemand zeggen: “God gebruikt middelen.”
Maar de vraag blijft: gelooft u werkelijk dat deze persoon voor u Christus mag aannemen? Gelooft u werkelijk dat Christus voor hem gestorven is? Gelooft u werkelijk dat hij verantwoordelijk is om het Evangelie te geloven?
De apostel Paulus leefde met ernst.
“Wij dan, wetende den schrik des Heeren, bewegen de mensen tot het geloof...”
— 2 Korinthe 5:11
En:
“Zo zijn wij dan gezanten van Christuswege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christuswege: laat u met God verzoenen.”
— 2 Korinthe 5:20
Dat is geen koude leerstelling.
Dat is bewogenheid.
God gebruikt het gepredikte Evangelie.
“Want nademaal, in de wijsheid Gods, de wereld God niet heeft gekend door de wijsheid, zo heeft het Gode behaagd, door de dwaasheid der prediking, zalig te maken die geloven.”
— 1 Korinthe 1:21
Daarom moet het Evangelie zuiver blijven.
Conclusie
Heeft calvinisme invloed op de waarheid van het Evangelie?
Ja.
Het is niet slechts een discussie voor theologen.
Het raakt wat u tegen een verloren mens kunt zeggen.
Het raakt de liefde van God.
Het raakt de dood van Christus.
Het raakt de oprechtheid van het aanbod.
Het raakt de zekerheid van de gelovige.
Het raakt evangelisatie.
Het raakt de eenvoud van het Evangelie.
Calvinisme zegt dat het genade verhoogt.
Maar in werkelijkheid beperkt het de verzoening, maakt het genade onweerstaanbare dwang, verplaatst het zekerheid naar volharding, en maakt het het Evangelie ingewikkeld.
De Bijbel is helder.
God heeft de wereld liefgehad.
Christus stierf voor de zonden der gehele wereld.
God wil dat alle mensen zalig worden.
De zaligmakende genade Gods is verschenen aan alle mensen.
Een iegelijk die gelooft, heeft eeuwig leven.
Daarom moeten wij het Evangelie zuiver houden.
Niet bijna goed.
Niet grotendeels goed.
Niet met één procent vergif erin.
Zuiver.
Christus alleen.
Genade alleen.
Geloof alleen.
Eeuwig leven als gave.
Zekerheid op grond van Gods belofte.
“Deze dingen heb ik u geschreven, die gelooft in den Naam des Zoons van God; opdat gij weet, dat gij het eeuwige leven hebt...”
— 1 Johannes 5:13
Dat is het goede nieuws.
En dat goede nieuws mag niet aangetast worden.
📖 Lees ook:
👉 Calvinisme getoetst aan de Schrift
👉 Calvinisme en genade gaan niet samen