Het visnet stelt de verzameling voor van de natuurlijke heidenen die na de opname op aarde leven en aan het einde van Daniëls zeventigste week nog in leven zijn. De goede vissen zijn gelovige rechtvaardigen; de kwade vissen zijn ongelovigen. De Gemeente is dan reeds bij Christus en Israël wordt afzonderlijk gelouterd. De engelen voeren dezelfde scheiding uit die Mattheüs 25 als het oordeel over de schapen en de bokken beschrijft. Dit is niet de grote witte troon, want die volgt pas na het duizendjarig Koninkrijk.
De gelijkenis van het visnet uitgelegd
De levende volken worden bij Christus’ wederkomst als goede en kwade vissen gescheiden
De gelijkenis van het visnet sluit de reeks van zeven hoofdgelijkenissen in Mattheüs 13 af. Christus toont geen geleidelijke verbetering waarbij uiteindelijk iedereen tot geloof komt. Het net bevat tot het einde zowel goede als kwade vissen. Pas wanneer het vol geworden en aan land gebracht is, voeren de engelen de definitieve scheiding uit.
Welke mensen worden door dit net verzameld? Wanneer vindt de scheiding plaats? Zijn de goede vissen bijzonder vruchtbare gelovigen? En beschrijft Christus hier de grote witte troon?
De directe uitleg van Christus en de parallel met Mattheüs 25 geven een nauwkeurig antwoord:
Het visnet stelt de verzameling voor van de natuurlijke heidenen die na de opname op aarde leven en bij Christus’ zichtbare wederkomst nog in leven zijn. De goede vissen zijn de gelovige en daardoor gerechtvaardigde mensen; de kwade vissen zijn de ongelovigen. De Gemeente is dan reeds bij Christus en Israël wordt afzonderlijk gelouterd. Bij de voleinding scheiden Christus’ engelen deze levende heidenvolken zoals Mattheüs 25 de schapen van de bokken scheidt.
Dit artikel maakt deel uit van Mattheüs 13 en de zeven gelijkenissen uitgelegd.
1. Lees de gelijkenis én Christus’ verklaring
Christus zegt:
“Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een net, geworpen in de zee, en dat allerlei soorten van vissen samenbrengt; hetwelk, wanneer het vol geworden was, de vissers aan den oever optrokken, en nederzittende lazen het goede in hun vaten, maar het kwade wierpen zij weg.”
— Mattheüs 13:47–48
Daarna legt Hij Zelf het tijdstip, de uitvoerders en de twee groepen vast:
“Alzo zal het in de voleinding der eeuwen wezen; de engelen zullen uitgaan, en de bozen uit het midden der rechtvaardigen afscheiden, en zullen dezelve in den vurigen oven werpen; daar zal wening zijn en knersing der tanden.”
— Mattheüs 13:49–50
De hoofdonderdelen zijn daardoor helder:
| Onderdeel | Betekenis |
|---|---|
| Het net | De eindtijdelijke verzameling voor het oordeel |
| De zee | De wereld der volken |
| Allerlei vissen | Mensen uit verschillende volken, talen en achtergronden |
| Het volle net | Gods vastgestelde moment voor de voleinding is bereikt |
| Het land | Het verzamelen is geëindigd; de beoordeling begint |
| De goede vissen | De rechtvaardigen |
| De kwade vissen | De bozen |
| De vissers in het beeld | Door Christus verklaard als de engelen die scheiden |
| De vurige oven | Het oordeel met als uiteindelijke bestemming het eeuwige vuur |
2. De zee stelt hier de volkenwereld voor
De zee wordt in profetische Schriftplaatsen gebruikt voor de woelige wereld der volken. Daniël ziet vier wereldrijken uit de grote zee opkomen. Openbaring verklaart de wateren waarop de hoer zit rechtstreeks:
“De wateren die gij gezien hebt, waar de hoer zit, zijn volken en scharen en natiën en tongen.”
— Openbaring 17:15
Niet iedere zee in ieder Bijbelgedeelte moet daarom automatisch „heidenvolken” betekenen. In deze gelijkenis wordt de betekenis door de volledige context bevestigd:
- de wereldakker is eerder als het terrein van de volken vastgesteld;
- Israël is daarna als afzonderlijke schat in die akker onderscheiden;
- het net brengt allerlei soorten samen;
- de gebeurtenis vindt bij de voleinding plaats;
- engelen scheiden rechtvaardigen en bozen;
- Mattheüs 25 verzamelt op hetzelfde tijdstip al de volken.
De zee is hier daarom niet eenvoudig „de mensheid in het algemeen”, zonder verdere onderscheiding. Zij is de volkenwereld waaruit bij Christus’ komst de levende heidenvolken voor Zijn troon worden samengebracht.
3. „Allerlei soorten” benadrukt de verscheidenheid van de volken
Het net verzamelt „allerlei soorten” vissen. De volkenwereld bestaat uit verschillende natiën, talen, gebieden, culturen en maatschappelijke groepen.
Die verscheidenheid blijft werkelijk bestaan, maar bepaalt de uitkomst van het oordeel niet. Wanneer het net aan land komt, bestaan uiteindelijk slechts twee geestelijke posities:
- rechtvaardigen;
- bozen.
Nationaliteit, afkomst, aanzien, rijkdom of uiterlijke godsdienst maken niemand tot een goede vis. Het beslissende onderscheid is persoonlijk geloof in Jezus Christus.
4. Het net wordt vol en aan land gebracht
Christus zegt dat het net „vol geworden” is voordat het wordt opgetrokken. Dit betekent niet dat mensen aan de hand van een verborgen getal de datum van de wederkomst kunnen berekenen.
„Vol” markeert de door God vastgestelde overgang:
- de volken worden verzameld;
- de bepaalde tijd wordt voltooid;
- het net wordt aan land gebracht;
- de gemengde toestand eindigt;
- de beoordeling en scheiding beginnen.
Gedurende de huidige geschiedenis blijven gelovigen en ongelovigen naast elkaar bestaan. Het einde wordt niet bereikt doordat mensen de wereld geestelijk zuiver maken, maar doordat de Koning verschijnt en Zelf het oordeel laat uitvoeren.
5. De goede vissen zijn de rechtvaardigen
Christus laat de identiteit van de goede vissen niet aan menselijke beoordeling over. In Zijn verklaring noemt Hij hen „de rechtvaardigen”.
De vraag is daarom hoe een zondaar rechtvaardig wordt. Paulus geeft het antwoord:
“Doch dengene die niet werkt, maar gelooft in Hem Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.”
— Romeinen 4:5
De goede vissen zijn niet uitsluitend gelovigen die veel vrucht hebben gedragen of een indrukwekkend leven hebben geleid. Zij zijn mensen die door geloof gerechtvaardigd zijn.
Daaruit volgen twee belangrijke waarheden:
- een gelovige die praktisch weinig vrucht draagt, blijft positioneel een rechtvaardige en dus een goede vis;
- een ongelovige met een maatschappelijk respectabel of godsdienstig leven blijft zonder Christus onder de bozen.
De positie bepaalt tot welke groep iemand behoort. De wandel kan die positie zichtbaar maken of verduisteren, maar verandert een door geloof gerechtvaardigd mens niet in een kwade vis.
6. De kwade vissen zijn de bozen
De kwade vissen worden door Christus „de bozen” genoemd. Dat betekent niet slechts dat zij meer zichtbare zonden dan anderen hebben gedaan. Alle mensen hebben gezondigd.
Het onderscheid is opnieuw positioneel. De bozen staan buiten de gerechtigheid die God aan de gelovige toerekent. Zij zijn niet in Christus gerechtvaardigd en ontmoeten de Koning daarom nog in hun eigen zonden.
Een gelovige kan vleselijk wandelen en ernstig zondigen, maar blijft door Christus’ volbrachte werk gerechtvaardigd. Een ongelovige kan veel uiterlijke deugd tonen, maar bezit zonder geloof niet Gods toegerekende gerechtigheid.
Dat verklaart waarom de definitieve scheiding niet door menselijke waarnemers wordt uitgevoerd. Wij zien vooral iemands gedrag; God kent zijn werkelijke positie.
7. De engelen voeren de onfeilbare scheiding uit
In het verhaal trekken vissers het net op en sorteren zij de vangst. In de verklaring zegt Christus:
“De engelen zullen uitgaan, en de bozen uit het midden der rechtvaardigen afscheiden.”
— Mattheüs 13:49
De gelijkenis geeft daarom geen opdracht aan de Gemeente om door menselijke beoordeling alle ongelovigen uit de wereld te verwijderen. De engelen voeren bij de voleinding de volmaakte positionele scheiding uit.
Zij vergissen zich niet door een vleselijke gelovige vanwege zijn zwakke wandel onder de bozen te plaatsen. Zij laten zich evenmin misleiden door de goede werken van een ongelovige. Zij handelen onder het gezag van Christus, Die de Zijnen kent.
8. Het visnet en het onkruid beschrijven hetzelfde oordeel
De gelijkenis van het onkruid en die van het visnet gebruiken verschillende beelden, maar Christus geeft hun dezelfde hoofdkenmerken:
| Tarwe en onkruid | Het visnet |
|---|---|
| De voleinding der wereld | De voleinding der eeuwen |
| De maaiers zijn de engelen | De engelen gaan uit |
| Kinderen des Koninkrijks | Rechtvaardigen |
| Kinderen des bozen | Bozen |
| Het onkruid wordt verwijderd | De kwade vissen worden afgescheiden |
| De vurige oven | De vurige oven |
| De rechtvaardigen blijven in het Koninkrijk | De goede vissen worden behouden |
De ene gelijkenis toont de volkenwereld als akker; de andere als zee. De ene spreekt over tarwe en onkruid; de andere over goede en kwade vissen. Maar tijdstip, uitvoerders, twee posities en uitkomst zijn dezelfde.
De beelden vullen elkaar aan:
- het onkruid toont dat gelovigen en ongelovigen tijdens de geschiedenis naast elkaar blijven bestaan;
- het visnet toont hoe de levende volken bij de voleinding worden verzameld en gescheiden.
9. Mattheüs 25 geeft de historische vervulling
Mattheüs 13 zegt dat de scheiding bij de voleinding plaatsvindt en door de engelen wordt uitgevoerd. Mattheüs 25 beschrijft dezelfde gebeurtenis rechtstreeks. In De schapen en de bokken van Mattheüs 25 uitgelegd wordt deze rechtszitting volledig uitgewerkt:
“En wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid, en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op den troon Zijner heerlijkheid. En voor Hem zullen al de volken vergaderd worden, en Hij zal ze van elkander scheiden, gelijk de herder de schapen van de bokken scheidt.”
— Mattheüs 25:31–32
De overeenkomsten zijn te precies om als een toevallige algemene parallel te behandelen:
| Mattheüs 13 | Mattheüs 25 |
|---|---|
| De voleinding | De Zoon des mensen komt in heerlijkheid |
| De engelen gaan uit | Alle heilige engelen komen met Hem |
| Allerlei vissen worden verzameld | Al de volken worden vergaderd |
| Rechtvaardigen en bozen | Schapen en bokken |
| De groepen worden gescheiden | Hij scheidt hen van elkander |
| Rechtvaardigen worden behouden | Schapen beërven het Koninkrijk |
| Bozen naar de vurige oven | Bokken naar het eeuwige vuur |
Mattheüs 25 is daarom de historische ontvouwing van het oordeel dat het visnet in beeldvorm aankondigt.
10. Tarwe, goede vissen en schapen zijn dezelfde positionele groep
Mattheüs 13 noemt de goede vissen „rechtvaardigen”. Mattheüs 25 gebruikt exact dezelfde benaming voor de schapen:
“En dezen zullen gaan in de eeuwige pijn; maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven.”
— Mattheüs 25:46
De cumulatieve identificatie is daarom helder:
Tarwe = goede vissen = schapen = gelovige en daardoor gerechtvaardigde mensen uit de levende volken.
Daartegenover geldt:
Onkruid = kwade vissen = bokken = ongelovige mensen uit de levende volken.
Dit betekent niet dat iedere gelijkenis dezelfde details herhaalt. Het onkruid verklaart het naast elkaar opgroeien; het net verklaart het verzamelen; de schapen en bokken tonen het oordeel voor de troon van de gekomen Koning. Zij beschrijven verschillende onderdelen van dezelfde Koninkrijksgrens.
11. „Al de volken” zijn niet Israël
Israël wordt in de Schrift profetisch van de volken onderscheiden:
“Zie, dat volk zal alleen wonen, en het zal onder de heidenen niet gerekend worden.”
— Numeri 23:9
In Mattheüs 25 staan bovendien „deze Mijn broeders” als een te onderscheiden groep tegenover de verzamelde schapen en bokken. Het oordeel betreft daarom de levende heidenvolken en hun verhouding tot Christus, zoals die onder meer in hun behandeling van Zijn broeders zichtbaar is geworden.
Israël ondergaat aan dezelfde Koninkrijksgrens een afzonderlijke nationale loutering. Ezechiël zegt:
“En Ik zal ulieden onder de roede doen doorgaan, en Ik zal u brengen onder den band des verbonds. En Ik zal de wederstrevers van ulieden en degenen die tegen Mij overtreden, uit ulieden uitzuiveren.”
— Ezechiël 20:37–38
Daarom mogen twee oordelen niet worden samengeperst:
- Israël wordt afzonderlijk onder de band van het verbond gebracht en gelouterd;
- de levende heidenvolken worden als schapen en bokken voor de troon van Christus verzameld.
12. De werken van de schapen verdienen hun redding niet
In Mattheüs 25 worden de schapen onderscheiden door hun behandeling van Christus’ broeders. Dat betekent niet dat zij door voedsel, kleding of bezoek het eeuwige leven verdienen.
Christus noemt hen reeds „rechtvaardigen”. Zij ontvangen bovendien:
“Het Koninkrijk, hetwelk u bereid is van de grondlegging der wereld.”
— Mattheüs 25:34
Zij construeren dat Koninkrijk niet door hun werken; zij erven wat voor hen bereid is. Hun verbazing laat eveneens zien dat zij hun daden niet als verdienstelijke reddingswerken hebben bijgehouden.
Hun werken zijn vrucht van hun verhouding tot de Koning en worden door Hem openbaar genoemd. Zij veroorzaken de rechtvaardiging niet en vormen voor mensen geen onfeilbare meetlat van wedergeboorte. Dezelfde Schrift die hun zichtbare handelen werkelijk beoordeelt, noemt hen reeds positioneel rechtvaardigen.
13. De gelijkenis van de zaaier begrenst het net niet
Eerder kon de gedachte ontstaan dat alleen de steenachtige plaatsen, de doornen en de goede aarde in het net terechtkomen. Zij hebben het Woord immers op enige wijze ontvangen, terwijl het zaad bij de weg onmiddellijk wordt weggeroofd.
Maar die beperking houdt niet stand zodra het visnet als de verzameling van de levende volken bij Christus’ komst wordt herkend. Mattheüs 25 zegt dat „al de volken” worden vergaderd. Daaronder bevinden zich ook mensen die het Woord onmiddellijk hebben verworpen.
De zaaier en het visnet beantwoorden verschillende vragen:
| Gelijkenis | Vraag |
|---|---|
| De zaaier | Wat gebeurt er wanneer verschillende mensen het Woord horen? |
| Het visnet | Wat gebeurt er wanneer de levende volken bij de voleinding worden verzameld? |
De weg valt dus niet buiten het oordeel. Een mens die niet gelooft en niet zalig wordt, behoort bij de kwade vissen wanneer hij bij Christus’ wederkomst levend onder de volken aanwezig is.
14. De vier gronden veranderen de positionele scheiding niet
De reacties uit de gelijkenis van de zaaier helpen wel verklaren wie binnen de uiteindelijke scheiding rechtvaardig of boos is:
| Grond | Reactie op het Woord | Positie bij het volkerenoordeel |
|---|---|---|
| De weg | Gelooft niet en wordt niet zalig | Kwade vis, onkruid, bok |
| Steenachtige plaats | Gelooft werkelijk, maar wijkt later praktisch af | Goede vis, tarwe, schaap |
| Doornen zonder geloof | Het Woord wordt vóór reddend geloof verstikt | Kwade vis, onkruid, bok |
| Doornen na geloof | De gelovige wandelt vleselijk en blijft onvruchtbaar | Goede vis, tarwe, schaap |
| Goede aarde | Gelooft, bewaart het Woord en draagt vrucht | Goede vis, tarwe, schaap |
De doornen zijn daarbij bijzonder belangrijk. Een ongelovige en een vleselijke gelovige kunnen uiterlijk allebei onvruchtbaar lijken. De ene bezit alleen de oude natuur; de andere bezit eeuwig leven maar wandelt praktisch naar het vlees.
Menselijke waarnemers kunnen daardoor op grond van zichtbare vrucht niet onfeilbaar bepalen wie goede of kwade vis is. Christus kent het geloof en de positie; Zijn engelen voeren de scheiding uit.
15. Dit oordeel vindt vóór het duizendjarig Koninkrijk plaats
Mattheüs 25 zegt dat de Zoon des mensen eerst in heerlijkheid komt, op Zijn troon zit en de volken scheidt. Daarna zegt Hij tegen de schapen:
“Komt, gij gezegenden Mijns Vaders, beërft dat Koninkrijk, hetwelk u bereid is van de grondlegging der wereld.”
— Mattheüs 25:34
Het oordeel bepaalt dus wie van de dan nog levende heidenvolken het duizendjarig Koninkrijk mag binnengaan. Het betreft natuurlijke mensen die na de opname op aarde leven en het einde van Daniëls zeventigste week levend bereiken. De Gemeente is reeds bij Christus en Israël wordt afzonderlijk gelouterd; geen van beide groepen wordt hier als goede en kwade vissen beoordeeld.
De schapen zijn op dat moment levende natuurlijke mensen. Zij ontvangen geen opstandingslichaam in deze oordeelsscène, maar gaan in hun natuurlijke lichamen Christus’ aardse Koninkrijk binnen. Daar kunnen zij leven, gezinnen vormen en zich over de aarde uitbreiden onder de regering van de Koning.
De bokken worden daarentegen verwijderd. Zij ontvangen geen toegang tot het Koninkrijk.
16. Waarom het visnet niet de grote witte troon kan zijn
Het tijdstip, de deelnemers en de uitkomst verschillen volledig.
Het tijdstip verschilt
Het visnet en Mattheüs 25 vinden bij Christus’ wederkomst en vóór het duizendjarig Koninkrijk plaats. De grote witte troon verschijnt pas nadat de duizend jaren geëindigd zijn.
De deelnemers verschillen
Bij het visnet worden levende rechtvaardigen en bozen uit de volken van elkaar gescheiden. Bij de grote witte troon staat:
“En ik zag de doden, klein en groot, staande voor God.”
— Openbaring 20:12
Over deze opstanding staat:
“Maar de overigen der doden werden niet weder levend, totdat de duizend jaren geëindigd waren.”
— Openbaring 20:5
De rechtvaardigen van de eerste opstanding hebben dan reeds duizend jaar met Christus geregeerd. Voor de grote witte troon staat daarom geen gemengde groep levende schapen en bokken die nog van elkaar moet worden gescheiden.
De uitkomst verschilt
Bij het visnet gaat één groep het aardse Koninkrijk binnen. Bij de grote witte troon vluchten de eerste hemel en aarde weg en worden de veroordeelde doden in de poel des vuurs geworpen. Niemand wordt daar nog als natuurlijk mens toegelaten tot het reeds beëindigde duizendjarig Koninkrijk.
Daarom kan het visnet onmogelijk de grote witte troon voorstellen.
17. De vurige oven is hier eeuwig oordeel
Over de kwade vissen zegt Christus:
“En zullen dezelve in den vurigen oven werpen; daar zal wening zijn en knersing der tanden.”
— Mattheüs 13:50
Dezelfde woorden staan bij het onkruid. Mattheüs 25 noemt bij dezelfde Koninkrijksgrens de bestemming van de bokken uitdrukkelijk:
“Gaat weg van Mij, gij vervloekten, in het eeuwige vuur, hetwelk den duivel en zijn engelen bereid is.”
— Mattheüs 25:41
En:
“En dezen zullen gaan in de eeuwige pijn; maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven.”
— Mattheüs 25:46
De context bepaalt daarom de betekenis van de vurige oven. Hier gaat het niet om tijdelijk verlies van loon of uitsluiting van één Koninkrijksvoorrecht. De kwade vissen zijn de levende ongelovigen uit de volken die bij Christus’ wederkomst als bokken worden afgezonderd. Hun vonnis wordt aan deze Koninkrijksgrens rechtstreeks uitgevoerd: zij gaan in het eeuwige vuur.
Mattheüs 25 vult de chronologie van de gelijkenis uitdrukkelijk aan. De kwade vissen verblijven niet eerst duizend jaar in het dodenrijk en verschijnen niet later alsnog voor de grote witte troon. Die latere rechtszitting betreft de dan nog op te wekken doden; alleen wie niet in het boek des levens gevonden wordt, gaat daar in de tweede dood. De lijn van het visnet is daarom:
- de ongelovigen worden bij de Koninkrijksgrens verwijderd;
- zij gaan het Koninkrijk niet binnen;
- zij gaan rechtstreeks in het eeuwige vuur;
- zij verschijnen niet later alsnog voor de grote witte troon.
18. De profeten bevestigen dezelfde Koninkrijksgrens
Johannes de Doper spreekt over Christus:
“Wiens wan in Zijn hand is, en Hij zal Zijn dorsvloer doorzuiveren, en Zijn tarwe in Zijn schuur samenbrengen, en zal het kaf met onuitblusselijk vuur verbranden.”
— Mattheüs 3:12
Maleachi zegt:
“Want zie, die dag komt, brandende als een oven; dan zullen alle hoogmoedigen en al wie goddeloosheid doet, een stoppel zijn.”
— Maleachi 4:1
Daarna gaat voor degenen die Gods Naam vrezen de Zon der gerechtigheid op. Oordeel over de goddelozen en Koninkrijkszegen voor de rechtvaardigen behoren tot dezelfde Dag des HEEREN.
Psalm 37 herhaalt dezelfde richting: de kwaaddoeners worden uitgeroeid, terwijl de zachtmoedigen het land erfelijk bezitten. Dat is exact de beweging van het visnet en Mattheüs 25: de bozen worden verwijderd en de rechtvaardigen ontvangen de aardse Koninkrijkszegen.
19. Vier groepen en oordelen moeten onderscheiden blijven
De Schrift geeft aan de Koninkrijksgrens en daarna verschillende groepen en oordeelsscènes. Zij mogen niet tot één algemeen laatste oordeel worden samengeperst.
| Groep | Plaats binnen Gods profetische orde |
|---|---|
| De Gemeente | Vóór de toorn met Christus verbonden; de ene door Zijn bloed verworven parel |
| Israël | De schat in de wereldakker; afzonderlijk onder de band van het verbond gelouterd en nationaal hersteld |
| De levende heidenvolken | Als tarwe en onkruid, goede en kwade vissen, schapen en bokken bij de wederkomst gescheiden |
| De dan nog op te wekken doden | Na de duizend jaren voor de grote witte troon geoordeeld; alleen wie niet in het boek des levens staat, ondergaat de tweede dood |
Deze onderscheiding brengt de tijdlijn juist samen:
- Christus komt in heerlijkheid met Zijn engelen;
- Israël wordt afzonderlijk gelouterd;
- de levende heidenvolken worden verzameld en gescheiden;
- de rechtvaardige schapen gaan het duizendjarig Koninkrijk binnen;
- Christus regeert duizend jaar;
- daarna verschijnen de overige doden voor de grote witte troon.
Niet in het net als oordeelgroep, wel tot onze lering
De Gemeente wordt bij deze rechtszitting niet als een natuurlijke groep uit de zee der volken verzameld. Zij is reeds bij Christus. Dat maakt de gelijkenis echter niet betekenisloos voor gelovigen van nu. De Schrift zegt:
“Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing die in de rechtvaardigheid is.”
— 2 Timotheüs 3:16
Het visnet leert ons dat Christus iedere eeuwige positie volmaakt kent, dat uiterlijke vruchtbaarheid menselijke waarnemers kan misleiden, dat alleen geloof een mens rechtvaardigt en dat de huidige vermenging niet blijvend is. Gods definitieve scheiding komt zeker; daarom moet het Evangelie worden verkondigd zolang mensen nog kunnen geloven.
20. Het Evangelie bepaalt tot welke groep u behoort
Het visnet waarschuwt dat de voleinding werkelijk komt. Geen mens blijft voor altijd ongescheiden in de zee der volken. De Koning zal verschijnen en ieder mens blijkt dan óf gerechtvaardigd óf nog in zijn zonden te zijn.
God rechtvaardigt niet degene die voldoende religieuze werken verzamelt, maar de goddeloze die in Christus gelooft:
“Doch dengene die niet werkt, maar gelooft in Hem Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.”
— Romeinen 4:5
Jezus Christus, Gods Zoon, stierf voor onze zonden, werd begraven en stond lichamelijk op uit de doden. Hij belooft:
“Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.”
— Johannes 6:47
Wie in Hem gelooft, ontvangt onmiddellijk eeuwig leven en wordt door God rechtvaardig gerekend. Goede werken kunnen daarna als vrucht volgen, maar zij maken niemand tot een goede vis. Alleen Christus’ gerechtigheid, ontvangen door geloof, doet dat.
Conclusie
Het visnet wordt in de zee der volken geworpen. Wanneer het bij de voleinding vol is, worden de levende heidenvolken voor het oordeel bijeengebracht. De goede vissen zijn de door geloof gerechtvaardigde mensen; de kwade vissen zijn de ongelovige bozen. De engelen voeren onder Christus’ gezag de onfeilbare scheiding uit.
Mattheüs 25 beschrijft dezelfde gebeurtenis als het oordeel over de schapen en bokken wanneer de Zoon des mensen in heerlijkheid op Zijn troon zit. Tarwe, goede vissen en schapen zijn dezelfde positionele groep; onkruid, kwade vissen en bokken eveneens. De werken van de schapen openbaren hun geloof, maar verdienen hun redding niet.
Dit oordeel vindt vóór het duizendjarig Koninkrijk plaats. De levende rechtvaardigen gaan als natuurlijke mensen het Koninkrijk binnen. Het visnet kan daarom niet de grote witte troon zijn, want die oordeelt de overige doden pas na de duizend jaren.
De vurige oven is in deze context werkelijk eeuwig oordeel. Mattheüs 25 verklaart de bestemming als het eeuwige vuur en de eeuwige pijn. De ernst van de gelijkenis ligt daarom niet in tijdelijk loonverlies, maar in de definitieve scheiding tussen gerechtvaardigden en ongelovigen.
De slotsom luidt:
Het visnet is de verzameling van de levende heidenvolken bij Christus’ wederkomst. Goede vissen, tarwe en schapen zijn gelovige rechtvaardigen die het Koninkrijk binnengaan; kwade vissen, onkruid en bokken zijn ongelovigen die worden verwijderd en het eeuwige oordeel tegemoetgaan. Israël wordt afzonderlijk gelouterd, en de grote witte troon volgt pas na het duizendjarig Koninkrijk.
Lees verder
Volledig overzicht:
Mattheüs 13 en de zeven gelijkenissen uitgelegd
Vorige studie:
De verborgen schat en de kostbare parel uitgelegd
Verwante studie: