Het Bijbelse wereldbeeld

De Schrift beschrijft geen draaiende bol in lege ruimte, maar een gegronde aarde onder het firmament.

Het Bijbelse wereldbeeld

De Schrift beschrijft geen draaiende bol in lege ruimte, maar een gegronde aarde onder het firmament.

Dit slotartikel trekt de conclusie van de hele serie. Genesis, Job, Psalmen, Jesaja, Ezechiël en Openbaring bouwen samen geen modern bolmodel, maar een Bijbels firmamentmodel: een gegronde aarde onder een uitgespannen hemel, met wateren boven, lichten in het uitspansel en Gods troon boven alles.

Het Bijbelse wereldbeeld: een gegronde aarde onder het firmament

De slotsom van de serie: wat ontstaat er als alle Schriftplaatsen over hemel en aarde samen blijven staan?

Tot nu toe hebben we in deze serie veel Schriftplaatsen onderzocht.


Genesis 1.


Het uitspansel.


De wateren boven.


De gegronde aarde.


De einden en hoeken der aarde.


De vier winden.


Zon en maan.


Sterren.


De hemelen vast als een gegoten spiegel.


De glazen zee voor Gods troon.


De regenboog rondom Gods troon.


Het noorden en de troon van God.


Het licht uit het noorden.


Nu komt de vraag:


Welk wereldbeeld ontstaat er als wij al deze Schriftplaatsen samen laten staan?


Niet als wij één tekst losrukken.


Niet als wij moeilijke teksten poëtisch wegduwen.


Niet als wij bij voorbaat een modern model over de Bijbel heen leggen.


Maar als wij de Schrift zelf laten spreken.


Dan is de conclusie niet vaag.


De Bijbel beschrijft geen draaiende bol in een leeg heelal.

De Bijbel beschrijft een gegronde, uitgestrekte aarde onder een door God gemaakt uitspansel, met wateren boven, hemellichten in het uitspansel, einden der aarde, vier winden, een vaste spiegelachtige hemel, een kristalachtige troonstructuur en Gods troon boven de hemelen.


Als mensen dat vandaag “platte aarde” noemen, dan is dat moderne label armer dan de Bijbelse taal zelf.


De Bijbel spreekt heiliger.


Zij spreekt van:


een gegronde aarde onder het firmament.



De vraag is niet naar een modern label


De vraag is niet:


Gebruikt de Bijbel letterlijk het woord “platte aarde”?


Dat is een zwakke vraag.


De Bijbel gebruikt ook niet de moderne term:


draaiende bol in een heliocentrisch ruimte-universum.


De echte vraag is:


Welk wereldbeeld beschrijft de Bijbel zelf?


Want elk model moet buigen voor de Schrift.


Niet andersom.


Wanneer God spreekt over hemel en aarde, mogen wij Hem niet corrigeren met woorden als:


“Dat bedoelt Hij natuurlijk niet letterlijk.”


“Dat is alleen hoe het lijkt.”


“Dat is oude waarnemingstaal.”


“Dat is poëzie.”


“Dat is symbolisch.”


Soms gebruikt de Bijbel beeldspraak. Zeker.


Maar wanneer dezelfde soort taal terugkomt in Genesis, Job, Psalmen, Jesaja, Daniël, Ezechiël, Mattheüs en Openbaring, dan is het geen losse beeldspraak meer die gemakkelijk kan worden weggeduwd.


Dan is het een patroon.


Dan is het een wereldbeeld.

“De som Uws woords is waarheid, en al het recht Uwer gerechtigheid is in eeuwigheid.”
— Psalm 119:160

Niet één los vers.


De som.



De kernlijnen van de Schrift


Genesis geeft de basis:

“En God maakte dat uitspansel, en maakte scheiding tussen de wateren, die onder het uitspansel zijn, en tussen de wateren, die boven het uitspansel zijn; en het was alzo.”
— Genesis 1:7

En:

“En God noemde het uitspansel hemel.”
— Genesis 1:8

Daarna worden zon, maan en sterren in het uitspansel gesteld:

“En God stelde ze in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde.”
— Genesis 1:17

Dat is het fundament:


  • aarde beneden;
  • uitspansel boven;
  • wateren boven het uitspansel;
  • lichten in het uitspansel;
  • licht op de aarde.


De vogels vliegen niet in het uitspansel zelf, maar:

“boven de aarde, in het aangezicht des uitspansels des hemels.”
— Genesis 1:20

De lichten worden in het uitspansel gesteld.


De vogels vliegen vóór/langs het aangezicht van het uitspansel.


Dat onderscheid is belangrijk.


Het uitspansel kan daarom niet simpelweg gelijkgesteld worden aan de atmosfeer waarin vogels vliegen.



De aarde wordt gegrond genoemd:

“Waar waart gij, toen Ik de aarde grondde?”
— Job 38:4

En:

“Hij heeft de aarde gegrond op haar grondvesten; zij zal nimmermeer noch eeuwiglijk wankelen.”
— Psalm 104:5

De wereld wordt bevestigd genoemd:

“Ook is de wereld bevestigd, zij zal niet wankelen.”
— Psalm 93:1

De Schrift spreekt over einden, hoeken, breedte en vier winden:

“de vier hoeken der aarde”

— Openbaring 7:1


“de breedte der aarde”

— Openbaring 20:9


“de vier winden”

— Mattheüs 24:31

Zon en maan worden beschreven als lichten in het uitspansel.


De zon loopt haar pad.



De zon en maan kunnen stilstaan.

“En de zon stond stil, en de maan bleef staan…”
— Jozua 10:13

De Bijbel zegt niet dat de aarde stopte met draaien.


De Bijbel zegt dat de zon stilstond en de maan bleef staan.


Sterren zijn lichten in het uitspansel, maar duidelijk meer dan dode lichtpunten.


God telt ze.


God roept ze bij name.


Morgensterren zingen.


Sterren strijden.


Sterren kunnen vallen.


Een ster ontvangt een sleutel.



Sterren worden verbonden met angeloi.

“Hij telt het getal der sterren; Hij noemt ze allen bij namen.”

— Psalm 147:4


“De sterren uit haar loopplaatsen streden tegen Sisera.”

— Richteren 5:20


“De zeven sterren zijn de engelen der zeven Gemeenten…”

— Openbaring 1:20


“En haar werd gegeven de sleutel van den put des afgronds.”

— Openbaring 9:1

Dat is geen modern ruimtebeeld.


Dat is een levende hemelse orde.



De hemelen zijn geen lege ruimte


Job zegt:

“Hebt gij met Hem de hemelen uitgespannen, die vast zijn als een gegoten spiegel?”
— Job 37:18

Dat is niet de taal van vacuüm.


Dat is niet de taal van lege ruimte.


Dat is taal van:


  • uitgespannen hemelen;
  • vastheid;
  • spiegelachtige glans.


Psalm 104 zegt:

“Hij rekt den hemel uit als een gordijn.”
— Psalm 104:2

Jesaja zegt:

“Die de hemelen uitbreidt als een dunnen doek, en breidt ze uit als een tent om te bewonen.”
— Jesaja 40:22

Exodus 24 spreekt over de hemel in zijn klaarheid als saffier.


Ezechiël ziet een uitspansel als kristal.



Openbaring toont een glazen zee als kristal voor Gods troon.

“En voor den troon was een glazen zee, kristal gelijk.”
— Openbaring 4:6

Dat is één lijn:


uitspansel — wateren boven — vaste spiegel — saffier — kristal — glazen zee — troon.


De hemel is niet leeg.


De hemel is Gods gemaakte werkelijkheid.



Het uitspansel verkondigt Zijn handenwerk.

“De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt Zijner handen werk.”
— Psalm 19:2


Troon, regenboog en noorden


Openbaring 4 toont de troon in de hemel.

“En ziet, er was een troon gezet in den hemel, en er zat Een op den troon.”
— Openbaring 4:2

Voor die troon is een glazen zee als kristal.



Rondom die troon is een regenboog.

“En een regenboog was rondom den troon…”
— Openbaring 4:3

Genesis noemt die boog:

“Mijn boog”
— Genesis 9:13

De regenboog is dus niet slechts een natuurverschijnsel.


Hij is Gods boog.


Een verbondsteken.


Een teken na wateroordeel.


Een teken in de wolken.


Een teken verbonden met Gods heerlijkheid.


Een boog rondom Gods troon.


Ook het noorden krijgt in de Schrift gewicht.



Job zegt:

“Hij breidt het noorden uit over het woeste…”
— Job 26:7

Psalm 48 noemt Sion:

“aan de zijden van het noorden, de stad des groten Konings.”
— Psalm 48:3

Jesaja 14 spreekt over de berg der samenkomst:

“aan de zijden van het noorden.”
— Jesaja 14:13

Ezechiël 1 begint:

“een stormwind kwam van het noorden…”
— Ezechiël 1:4

Daarna verschijnen wolk, vuur, glans, cherubs, kristalachtig uitspansel, troon en heerlijkheid des HEEREN.


Job 37 zegt:

“Uit het noorden komt goud; bij God is een vreselijke majesteit.”
— Job 37:22

Dat is geen betekenisloze richting.


Het noorden wordt verbonden met Sion, samenkomst, sterren Gods, troonhoogte, goud, glans en Gods heerlijkheid.



Twee wereldbeelden


Nu moet eerlijk worden gezegd wat er gebeurt.


Het moderne model zegt:


  • de aarde is een draaiende bol;
  • de aarde zweeft in ruimte;
  • de aarde draait om de zon;
  • de zon is een ster;
  • sterren zijn verre zonnen;
  • de hemel is ruimte/vacuüm;
  • het firmament is geen vaste werkelijkheid;
  • er zijn geen wateren boven de hemelen;
  • boven en beneden zijn relatief;
  • zon en maan lijken alleen te bewegen;
  • sterren kunnen niet letterlijk vallen;
  • de blauwe hemel is slechts atmosfeer;
  • de aarde heeft geen echte einden of hoeken.


Maar de Bijbel zegt:


  • God maakte het uitspansel;
  • God noemde het uitspansel hemel;
  • er zijn wateren boven het uitspansel;
  • zon, maan en sterren zijn in het uitspansel;
  • de aarde is gegrond;
  • de wereld is bevestigd en zal niet bewogen worden;
  • de aarde heeft midden, einden, hoeken, breedte en vier winden;
  • de zon loopt haar pad;
  • zon en maan stonden stil;
  • sterren zijn het hemelse heir en worden met angeloi verbonden;
  • de hemelen zijn vast als een gegoten spiegel;
  • er is een kristalachtig uitspansel;
  • er is een glazen zee voor Gods troon;
  • er is een regenboog rondom de troon;
  • het noorden is verbonden met Sion, samenkomst, sterren Gods en troonhoogte;
  • uit het noorden komt goud, en bij God is vreselijke majesteit.


Dat zijn twee totaal verschillende wereldbeelden.


Niet een klein verschil.


Niet een nuance.


Niet slechts een andere woordkeuze.


Twee wereldbeelden.



De Bijbel bouwt geen bolmodel


Dit moet helder gezegd worden.


De Bijbel bouwt geen bolmodel.


Wie een draaiende bol in een leeg heelal wil geloven, moet dat model van buiten de Schrift halen en daarna de Bijbel eraan aanpassen.


Dan moet “vast” niet vast betekenen.


Dan moet “niet bewogen” niet niet bewogen betekenen.


Dan moet “wateren boven de hemelen” iets anders betekenen.


Dan moeten zon en maan niet echt stilstaan.


Dan moeten sterren niet echt vallen.


Dan moet het uitspansel geen uitspansel zijn.


Dan moet de blauwe hemel slechts atmosfeer zijn.


Dan moet “in het uitspansel” eigenlijk “ver weg in de ruimte” betekenen.


Dan moet “einden der aarde” alleen beeldspraak zijn.


Dan moet “vier hoeken” alleen beeldspraak zijn.


Dan moet Job 37 alleen poëzie zijn.


Dan moet Genesis 1 door moderne aannames worden herlezen.


Dat is precies het probleem.


Niet dat één tekst moeilijk is.


Maar dat het moderne model voortdurend druk zet op de natuurlijke lezing van de Schrift.



De Bijbel bouwt een firmamentmodel


Wat bouwt de Bijbel dan wel?


De Schrift bouwt dit:


een gegronde aarde onder een vast, uitgespannen firmament.


Met:


  • aarde beneden;
  • hemel boven;
  • uitspansel tussen wateren;
  • wateren boven de hemelen;
  • hemellichten in het uitspansel;
  • zon en maan die hun baan lopen;
  • sterren als hemelse lichten van Gods levende heir;
  • aarde met einden, hoeken, breedte en vier winden;
  • een vaste spiegelachtige hemel;
  • een kristalachtig uitspansel;
  • een glazen zee voor Gods troon;
  • een regenboog rondom Gods troon;
  • een noordelijke troonrichting;
  • Gods troon boven de hemelen.


Dat is het Bijbelse wereldbeeld.


Of iemand dat vandaag “platte aarde” noemt, is minder belangrijk dan de vraag of hij de Schrift laat staan.


Maar laten we geen spelletjes spelen.


Als de keuze is tussen:


een draaiende bol in lege ruimte


of:


een gegronde, uitgestrekte aarde onder het firmament


dan staat de Bijbel veel dichter bij het tweede.


Dat moet gezegd worden.



Geen zaligheidskwestie, wel Schriftgezag


Een mens wordt niet gered door het juiste wereldbeeld.


Een mens wordt niet behouden door te geloven dat de aarde gegrond is onder het firmament.


Een mens wordt gered door geloof in de Heere Jezus Christus.

“Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden…”
— Handelingen 16:31

Het Evangelie is:

“Dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; en dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften.”
— 1 Korinthe 15:3–4

Dat is de boodschap waardoor iemand zalig wordt.


Niet kosmologie.


Maar dit onderwerp is wel een Schriftgezagkwestie.


Want dezelfde Bijbel die zegt dat Christus voor onze zonden stierf, zegt ook dat God hemel en aarde maakte.


Dezelfde Schrift die spreekt over het bloed van Christus, spreekt ook over het uitspansel.


Dezelfde Schrift die eeuwig leven belooft aan wie gelooft, spreekt ook over de wateren boven de hemelen.


Wij mogen niet zeggen:


“De Bijbel is betrouwbaar over zaligheid, maar onbetrouwbaar over schepping.”


God spreekt waarheid.


Altijd.



Dit moet eindigen in aanbidding


Dit onderwerp moet niet eindigen in trots.


Niet in ruzie.


Niet in spot.


Niet in complotdenken.


Niet in koude discussie.


Het moet eindigen in aanbidding.


Psalm 19 zegt:

“De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt Zijner handen werk.”
— Psalm 19:2

Psalm 8 zegt:

“Als ik Uw hemel aanzie, het werk Uwer vingeren, de maan en de sterren, die Gij bereid hebt…”
— Psalm 8:4

Openbaring 4 zegt:

“Gij Heere, zijt waardig te ontvangen de heerlijkheid, en de eer, en de kracht; want Gij hebt alle dingen geschapen, en door Uw wil zijn zij, en zijn zij geschapen.”
— Openbaring 4:11

Dat is de juiste uitkomst.


Niet:


“Ik weet meer dan anderen.”


Maar:


“Gij Heere, zijt waardig.”


De Bijbelse scheppingstaal moet de mens kleiner maken.


God groter.



Christus boven alle hemelen


Dit wereldbeeld is niet los van Christus.


Johannes zegt:

“Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is.”
— Johannes 1:3

Kolossenzen zegt:

“Want door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zienlijk en die onzienlijk zijn, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen.”
— Kolossenzen 1:16

Christus maakte hemel en aarde.


Christus maakte het uitspansel.


Christus maakte zon, maan en sterren.


Christus maakte de wateren boven.


Christus maakte de aarde.


Christus maakte de hemelse heirscharen.



En diezelfde Christus kwam in de wereld om zondaren te redden.

“Christus Jezus is in de wereld gekomen, om de zondaren zalig te maken…”
— 1 Timotheüs 1:15

De Schepper werd Redder.



Paulus zegt:

“Die nedergedaald is, is Dezelfde ook, Die opgevaren is verre boven al de hemelen, opdat Hij alle dingen vervullen zou.”
— Efeze 4:10

Hebreeën zegt:

“Dewijl wij dan een groten Hogepriester hebben, Die door de hemelen doorgegaan is, namelijk Jezus, den Zone Gods, zo laat ons deze belijdenis vasthouden.”
— Hebreeën 4:14

Christus is door de hemelen doorgegaan.


Hij is opgevaren boven alle hemelen.



Hij verschijnt nu voor het aangezicht Gods.

“Maar in den hemel zelven, om nu te verschijnen voor het aangezicht Gods voor ons.”
— Hebreeën 9:24

De hemelen zijn dus niet alleen scheppingstaal.


Zij zijn ook verlossingstaal.


Christus ging door de hemelen als onze Hogepriester.


Daarom mogen de hemelen niet worden leeggemaakt.


De Bijbel maakt ze vol van Gods majesteit.



Slot


De vraag is niet of de Bijbel het moderne label “platte aarde” gebruikt.


De vraag is welk wereldbeeld ontstaat als de Schrift zelf mag spreken.


En het antwoord is duidelijk.


De Schrift beschrijft geen aarde die als draaiende bol door lege ruimte beweegt.


De Schrift beschrijft een aarde die God gegrond heeft, onder een hemel die Hij uitspande, met wateren boven, lichten in het uitspansel, einden der aarde, vier winden, vaste hemelen, een levende hemelse orde en Gods troon boven alles.


Dat moet gezegd worden zonder schaamte.


Niet omdat een model redt.


Niet omdat kosmologie het Evangelie is.


Maar omdat God waarheid spreekt.


Ook over hemel en aarde.


En boven die hele schepping staat Christus.


De Schepper.


De Redder.


Het Lam.


De Koning.

“Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is.”
— Johannes 1:3

En:

“Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven…”
— Johannes 3:36

Laat de wereld haar modellen hebben.


Laat de Schrift spreken.



En laat ieder mens buigen voor de God Die hemel en aarde gemaakt heeft.