Laat de Schrift spreken

Een serie over hemel, aarde en firmament — niet vanuit menselijke modellen, maar vanuit Gods Woord zelf.

Laat de Schrift spreken

Een serie over hemel, aarde en firmament — niet vanuit menselijke modellen, maar vanuit Gods Woord zelf.

Deze serie begint niet met een model, maar met Schriftgezag. De Bijbel spreekt over hemel, aarde, het uitspansel, wateren boven, zon, maan, sterren en Gods troon. De vraag is niet wat mensen vandaag aannemen, maar of Gods Woord zelf mag spreken over de schepping.


← Terug naar de serie: Het Bijbelse wereldbeeld

Laat de Schrift spreken over hemel en aarde

Voordat Genesis 1 wordt onderzocht, moet eerst de vraag gesteld worden: krijgt de Schrift het eerste woord, of krijgt een modern wereldbeeld dat?

De meeste mensen lezen de Bijbel niet blanco.


Ook gelovigen niet.


Wij nemen vaak ongemerkt een wereldbeeld mee naar de tekst. Wij denken al te weten wat hemel, aarde, zon, maan, sterren, wateren en het uitspansel zijn. Daardoor lezen wij veel Bijbelteksten niet echt meer. Wij herkennen de woorden wel, maar laten ze niet meer wegen.


Als de Bijbel spreekt over de aarde die gegrond is, over het uitspansel, over wateren boven de hemelen, over zon en maan die stilstaan, over sterren die vallen, over de einden der aarde, over de hemelen die vast zijn als een gegoten spiegel, dan wordt vaak direct gezegd:


“Dat is beeldspraak.”


Of:


“Dat is hoe het voor mensen lijkt.”


Of:


“Dat moet je niet letterlijk nemen.”


Of:


“De Bijbel gebruikt gewoon de taal van die tijd.”


Maar de vraag is: waarom zeggen wij dat?


Omdat de tekst dat zelf aangeeft?


Omdat de Schrift dat elders zo uitlegt?


Of omdat wij al een ander wereldbeeld hebben aangenomen, waardoor de Bijbel op die punten niet meer mag zeggen wat hij zegt?


Dat is de kern van deze serie.


Niet eerst: welk model is populair?


Niet eerst: wat hebben wij van jongs af aan geleerd?


Niet eerst: wat zegt de wetenschap?


Maar eerst:


Mag de Bijbel zelf spreken over hemel en aarde?



Al de Schrift is van God ingegeven


Paulus schrijft aan Timotheüs:

“Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is.”
— 2 Timotheüs 3:16

Let op die eerste woorden:


Al de Schrift.


Niet alleen de verzen over zaligheid.
Niet alleen de verzen over genade.
Niet alleen de verzen over het bloed van Christus.
Niet alleen de verzen over geloof alleen.
Niet alleen de verzen over het christelijke leven.


Al de Schrift.


Dus ook Genesis.
Ook Job.
Ook de Psalmen.
Ook Jesaja.
Ook Daniël.
Ook de woorden van Christus over zon, maan en sterren.
Ook Openbaring.


Als God spreekt over hemel en aarde, spreekt God niet minder waarachtig dan wanneer Hij spreekt over zonde, oordeel, genade en eeuwig leven.


God liegt niet in Genesis om pas betrouwbaar te worden in Johannes 3:16.



De Heere Jezus zei:

“Heilig ze in Uw waarheid; Uw woord is de waarheid.”
— Johannes 17:17

Niet: Uw Woord bevat waarheid.
Niet: Uw Woord is geestelijk nuttig, maar op het gebied van de schepping onbetrouwbaar.
Niet: Uw Woord is waar zolang het niet botst met menselijke theorieën.


Maar:


Uw woord is de waarheid.


Daarom moet een gelovige voorzichtig zijn om Bijbelse uitspraken weg te duwen zodra ze botsen met wat hij geleerd heeft van mensen.



De som van Gods Woord is waarheid


Psalm 119 zegt:

“De som Uws woords is waarheid, en al het recht Uwer gerechtigheid is in eeuwigheid.”
— Psalm 119:160

Dat is een sleuteltekst.


Niet één losse tekst moet uit verband worden gerukt.


Niet één beeld moet op zichzelf worden opgeblazen.


Niet één woord moet buiten de rest van de Schrift worden gezet.


Maar de som van Gods Woord is waarheid.


Daarom moet je bij dit onderwerp niet één tekst pakken en daar alles op bouwen. Je moet de hele Schrift laten spreken. Je moet Schrift met Schrift vergelijken.


Wat zegt Genesis?
Wat zegt Job?
Wat zeggen de Psalmen?
Wat zeggen de Profeten?
Wat zegt Christus?
Wat zegt Openbaring?


Wanneer al die teksten samen een patroon vormen, mogen wij dat patroon niet zomaar negeren.


En juist dat is opvallend bij dit onderwerp.


De Bijbel spreekt herhaaldelijk over:


  • hemel en aarde;
  • het uitspansel;
  • wateren boven de hemelen;
  • de aarde die gegrond is;
  • fundamenten en pilaren der aarde;
  • de wereld die niet bewogen zal worden;
  • zon en maan als lichten in het uitspansel;
  • zon en maan die op Gods bevel stilstaan;
  • sterren als het heir des hemels;
  • sterren die door God bij name geroepen worden;
  • sterren die vallen;
  • de hemel als tent, gordijn en uitgespannen doek;
  • de hemelen vast als een gegoten spiegel;
  • de glazen zee als kristal voor Gods troon;
  • de regenboog rondom Gods troon.


Dat zijn geen losse toevallige uitdrukkingen.


Samen vormen zij een Bijbels getuigenis over hemel en aarde.


De vraag is of wij bereid zijn dat getuigenis eerst te laten staan voordat wij het aanpassen aan moderne aannames.



God moet waarachtig zijn


Paulus schrijft:

“God zij waarachtig, maar alle mens leugenachtig.”
— Romeinen 3:4

Dat is een harde tekst.


Als God iets zegt en de mens zegt iets anders, dan is niet God degene die gecorrigeerd moet worden.


Toch gebeurt dat vaak precies zo.


De moderne mens zegt in feite:


“De Bijbel zegt dat wel, maar wij weten nu beter.”


Maar een gelovige mag zo niet beginnen.


Natuurlijk kan een mens zich vergissen in zijn uitleg van de Bijbel. Daarom moeten wij zorgvuldig lezen. Daarom moeten wij context zoeken. Daarom moeten wij Schrift met Schrift vergelijken. Daarom moeten wij niet haastig conclusies trekken.


Maar dat is iets anders dan de Schrift bij voorbaat onderwerpen aan menselijke theorieën.


De juiste houding is:


Laat God spreken. Laat Zijn Woord de norm zijn. Laat menselijke gedachten buigen voor de Schrift.



Spreuken zegt:

“Alle woord Gods is doorlouterd; Hij is een Schild dengenen, die op Hem betrouwen. Doe niet tot Zijn woorden, opdat Hij u niet bestraffe, en gij leugenachtig bevonden wordt.”
— Spreuken 30:5–6

Dat is ernstig.


Wij moeten niet minder zeggen dan God zegt.
Wij moeten ook niet meer zeggen dan God zegt.


Daarom moet dit onderwerp zorgvuldig behandeld worden.


Niet speculeren waar de Schrift zwijgt.


Niet forceren waar de tekst ruimte laat.


Maar ook niet ontkennen waar de Schrift duidelijk spreekt.



Het gevaar van een buitenbijbels wereldbeeld


Paulus waarschuwt:

“Ziet toe, dat niemand u als een roof vervoere door de filosofie, en ijdele verleiding, naar de overlevering der mensen, naar de eerste beginselen der wereld, en niet naar Christus.”
— Kolossenzen 2:8

Dat gevaar is echt.


Een wereldbeeld kan zo diep in iemand zitten dat hij de Bijbel niet meer onbevangen kan lezen.



Dan zegt Genesis:

“En God maakte dat uitspansel, en maakte scheiding tussen de wateren, die onder het uitspansel zijn, en tussen de wateren, die boven het uitspansel zijn.”
— Genesis 1:7

Maar men zegt:


“Dat kan niet letterlijk zo bedoeld zijn.”



Dan zegt Psalm 148:

“Looft Hem, gij hemelen der hemelen, en gij wateren, die boven de hemelen zijt.”
— Psalm 148:4

Maar men zegt:


“Dat is poëzie.”



Dan zegt Job:

“Hebt gij met Hem de hemelen uitgespannen, die vast zijn als een gegoten spiegel?”
— Job 37:18

Maar men zegt:


“Dat is beeldspraak.”



Dan zegt Jozua:

“Zon, sta stil te Gibeon, en gij maan, in het dal van Ajalon!”
— Jozua 10:12

En daarna:

“En de zon stond stil, en de maan bleef staan…”
— Jozua 10:13

Maar men zegt:


“Eigenlijk stond de zon niet stil; de aarde stopte met draaien.”



Dan zegt Christus:

“De sterren zullen van den hemel vallen…”
— Mattheüs 24:29

Maar men zegt:


“Dat kunnen geen sterren zijn.”



Dan zegt Openbaring:

“En de sterren des hemels vielen op de aarde…”
— Openbaring 6:13

Maar men zegt:


“Dat is onmogelijk als sterren werkelijk sterren zijn.”


Zie je wat er gebeurt?


Tekst na tekst wordt gelezen door een vooraf aangenomen bril.


Nogmaals: beeldspraak bestaat. Poëzie bestaat. Profetische symboliek bestaat. Dromen en visioenen bestaan. De Bijbel gebruikt al die vormen.


Maar het probleem ontstaat wanneer “beeldspraak” een vluchtweg wordt zodra de tekst botst met een modern wereldbeeld.


Dan is niet de Schrift de norm, maar het model.



Letterlijk lezen betekent niet dom lezen


Sommigen doen alsof letterlijk lezen betekent dat je nooit beeldspraak mag erkennen.


Dat is onzin.


Letterlijk lezen betekent dat je de tekst leest naar zijn aard.


Geschiedenis als geschiedenis.


Poëzie als poëzie.


Profetie als profetie.


Droom als droom.


Gelijkenis als gelijkenis.


Leerstellige uitspraak als leerstellige uitspraak.


Wanneer Jezus zegt:

“Ik ben de Deur”
— Johannes 10:9

dan betekent letterlijk lezen niet dat Jezus van hout is met scharnieren.



Wanneer Jezus zegt:

“Ik ben het Licht der wereld”
— Johannes 8:12

dan betekent letterlijk lezen niet dat Christus een geschapen lamp is.


Maar het betekent wel dat de uitspraak werkelijk waar is.


Christus is werkelijk de enige door Wie een mens ingaat tot behoud.


Christus is werkelijk het Licht dat de duisternis overwint.


Zo moeten wij ook teksten over hemel en aarde lezen.


Als Genesis 1 zegt dat God een uitspansel maakte dat wateren van wateren scheidt, dan moeten wij eerst vragen: wat zegt de tekst?


Als Job 37 zegt dat de hemelen vast zijn als een gegoten spiegel, dan moeten wij eerst vragen: waarom gebruikt de Schrift zulke taal?


Als Openbaring 4 spreekt over een glazen zee als kristal voor Gods troon, dan moeten wij die tekst niet direct losknippen van Genesis 1, Psalm 148, Job 37 en Ezechiël 1.


Letterlijk lezen betekent niet oppervlakkig lezen.


Het betekent juist: de woorden serieus nemen in hun verband.



De Bijbel hoeft niet gered te worden


Veel mensen behandelen lastige teksten alsof de Bijbel in gevaar is.


Maar de Bijbel hoeft niet gered te worden door menselijke verklaringen.


De Schrift staat.

“In der eeuwigheid, HEERE! staat Uw woord vast in de hemelen.”
— Psalm 119:89

Niet onze theorie staat vast.


Niet onze opleiding staat vast.


Niet onze cultuur staat vast.


Niet onze wetenschap staat vast.


Gods Woord staat vast.


Daarom moeten wij niet bang zijn voor de teksten.


Laat Genesis spreken.


Laat Job spreken.


Laat de Psalmen spreken.


Laat Jesaja spreken.


Laat Daniël spreken.


Laat Christus spreken.


Laat Openbaring spreken.


Als de teksten samen iets anders zeggen dan wij altijd hebben geleerd, dan moet niet de Schrift buigen.


Dan moeten wij buigen.



Schepping en Evangelie staan niet los van elkaar


Sommigen zeggen:

“Waarom zou je je hiermee bezighouden? Het gaat toch om het Evangelie?”


Ja, het Evangelie is het belangrijkste.


Maar de schepping en het Evangelie staan niet los van elkaar.


De Bijbel begint niet met Golgotha, maar met:

“In den beginne schiep God den hemel en de aarde.”
— Genesis 1:1

Waarom?


Omdat de God Die redt ook de God is Die schiep.


De Christus Die stierf voor onze zonden is ook de Christus door Wie alle dingen gemaakt zijn.



Johannes schrijft:

“Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is.”
— Johannes 1:3

Paulus schrijft over Christus:

“Want door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zienlijk en die onzienlijk zijn, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen.”
— Kolossenzen 1:16

Dat is groot.


Christus is niet alleen Redder. Hij is ook Schepper.


Alles in de hemelen en op de aarde is door Hem en tot Hem geschapen.


Daarom is de schepping geen onbelangrijk decor.


De schepping getuigt van Hem.



Psalm 19 zegt:

“De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt Zijner handen werk.”
— Psalm 19:2

Het uitspansel verkondigt iets.


De hemelen vertellen iets.


De schepping spreekt.


Niet zelfstandig los van God, maar als werk van Zijn handen.


Daarom is het niet vreemd om te vragen: wat leert de Schrift over die hemelen? Wat is dat uitspansel dat Gods handenwerk verkondigt?



Dit is geen zaligheidskwestie


Nu moet dit meteen duidelijk zijn.


Niemand wordt gered door juiste kosmologie.


Niemand ontvangt eeuwig leven door het uitspansel te begrijpen.


Niemand komt in de hemel omdat hij weet wat sterren zijn.


Niemand wordt behouden omdat hij gelijk heeft over de vorm van de aarde.


De enige weg tot behoud is Jezus Christus.

“Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden.”

— Handelingen 16:31


“Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven.”

— Johannes 3:36



“Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; niet uit de werken, opdat niemand roeme.”

— Efeze 2:8–9

Het Evangelie is niet: geloof in een wereldbeeld.



Het Evangelie is:

“Dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; en dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften.”
— 1 Korinthe 15:3–4

Daar moet alles onder blijven staan.


Maar al is Bijbelse kosmologie geen zaligheidskwestie, het is wel een Schriftgezagkwestie.


Want dezelfde Bijbel die zegt dat Christus voor onze zonden stierf, spreekt ook over de schepping van hemel en aarde.


Als wij gewend raken om de Schrift te corrigeren wanneer zij over de schepping spreekt, waarom zouden wij dan niet later hetzelfde doen wanneer zij spreekt over zonde, oordeel, hel, genade, opstanding of wederkomst?


Daarom is dit onderwerp niet onbelangrijk.


Niet omdat het de kern van het Evangelie vervangt.


Maar omdat het raakt aan de vraag: mag God spreken, ook wanneer Zijn Woord botst met menselijke zekerheid?



Licht dat naar meer licht leidt


Voor sommigen is dit onderwerp alleen een discussie.


Voor anderen kan het een schok zijn.


Voor mij persoonlijk was dit onderwerp een licht.


Niet het eindlicht, maar een beginlicht.


Het maakte mij wakker voor de vraag: wat als de Bijbel werkelijk waar is zoals hij spreekt? Wat als Gods Woord betrouwbaarder is dan alles wat mensen mij hebben geleerd? Wat als ik de Schrift niet hoef te verdedigen door haar telkens anders te laten bedoelen dan zij zegt?


Dat licht trok mij verder.


Niet uiteindelijk naar een model.


Niet naar een systeem.


Niet naar een discussie.


Maar naar de God van de Bijbel.


En uiteindelijk naar Christus.


De Heere Jezus zei:

“Ik ben het Licht der wereld; die Mij volgt, zal in de duisternis niet wandelen, maar zal het licht des levens hebben.”
— Johannes 8:12

Dat is het hoogste Licht.



Genesis begint met:

“Daar zij licht! en daar werd licht.”
— Genesis 1:3

Psalm 119 zegt:

“De opening Uwer woorden geeft licht, de slechten verstandig makende.”
— Psalm 119:130

Johannes zegt van Christus:

“In Hetzelve was het Leven, en het Leven was het Licht der mensen.”
— Johannes 1:4

En Christus Zelf zegt:

“Ik ben het Licht der wereld.”
— Johannes 8:12

Daar moet deze serie uiteindelijk eindigen.


Niet bij hemel en aarde als onderwerp op zichzelf.


Niet bij een discussie over modellen.


Niet bij menselijke scherpzinnigheid.


Maar bij Hem Die hemel en aarde gemaakt heeft.


Bij Hem Die het ware Licht is.


Bij Hem Die stierf voor onze zonden, begraven is, en opgestaan is ten derden dage.



Wat deze serie wel en niet wil doen


Deze serie wil niet beginnen met spot.


Niet met sensatie.


Niet met losse beweringen.


Niet met menselijke trots.


Niet met de gedachte: “Wij weten het beter dan iedereen.”


Deze serie wil iets veel eenvoudigers doen:


De Bijbel laten spreken.


Tekst voor tekst.


Schrift met Schrift.


Van Genesis tot Openbaring.


Wij zullen vragen:


Wat zegt Genesis over het uitspansel?


Wat zegt de Bijbel over wateren boven de hemelen?


Wat leert de Schrift over zon, maan en sterren?


Waarom spreekt de Bijbel over fundamenten en pilaren der aarde?


Wat betekent het dat de hemelen vast zijn als een gegoten spiegel?


Wat is de glazen zee voor Gods troon?


Waarom is er een regenboog rondom de troon?


Wat zijn sterren volgens de Bijbel?


Waarom vallen sterren in profetische teksten?


Wat bedoelt Daniël met een boom in het midden der aarde, zichtbaar tot aan het einde der ganse aarde?


Wat betekent het dat de hemelen worden uitgespannen als een tent?


Wij gaan niet beginnen met conclusies.


Wij gaan beginnen met teksten.


En wij gaan die teksten niet behandelen alsof God Zich ongelukkig heeft uitgedrukt.


Wij gaan lezen met eerbied.


Want:

“De HEERE is rechtvaardig in al Zijn wegen, en goedertieren in al Zijn werken.”
— Psalm 145:17

En:

“De woorden des HEEREN zijn reine woorden, zilver, gelouterd in een aarden smeltkroes, gezuiverd zevenmaal.”
— Psalm 12:7


De vraag die alles beslist


Uiteindelijk komt het neer op één vraag:


Wie krijgt het eerste woord?


De mens?


Of God?


Het model?


Of de Schrift?


De overlevering van deze wereld?


Of het Woord van de levende God?


Als de Bijbel werkelijk Gods Woord is, dan mag zij niet alleen spreken over hoe een mens behouden wordt, maar ook over de schepping waarin die mens leeft.


Dezelfde God Die zegt:

“Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden”
— Handelingen 16:31

is de God Die zegt:

“In den beginne schiep God den hemel en de aarde.”
— Genesis 1:1

Wij hebben geen recht om het ene met volle overtuiging te geloven en het andere onmiddellijk te onderwerpen aan menselijke correctie.


Laat God waarachtig zijn.


Laat Zijn Woord spreken.


Laat de Schrift zichzelf uitleggen.



En laat elk menselijk model buigen voor Hem Die hemel en aarde gemaakt heeft.


Verder in deze serie


Volgende artikel:
Wat is het uitspansel volgens de Bijbel?