Volgens de Bijbel wordt de scheiding tussen hemel en hel niet bepaald door wie van twee mensen het beste heeft geleefd. Ieder mens heeft gezondigd en kan zichzelf niet redden. De slechtst levende mens die in Jezus Christus gelooft, ontvangt eeuwig leven. De best levende mens die zonder Christus sterft, blijft veroordeeld. Een goede levenswijze is waardevol, maar kan geen zonden uitwissen. Christus alleen redt.
Wie gaat naar de hel volgens de Bijbel?
Stel u twee mensen voor.
Niet twee mensen die ongeveer hetzelfde hebben geleefd.
Twee uitersten.
De eerste heeft bijna alles verkeerd gedaan wat een mens verkeerd kan doen.
De tweede heeft bijna alles goed gedaan wat een mens goed kan doen.
Wanneer mensen hun levens beoordelen, lijkt de uitkomst eenvoudig.
Maar wanneer beiden sterven, blijkt dat de scheiding tussen hemel en hel op een andere plaats ligt dan vrijwel iedereen verwacht.
De eerste mens
De eerste man heeft een verwoest leven achter zich.
Hij heeft gelogen wanneer de waarheid hem iets zou kosten.
Hij heeft mensen gebruikt die hem vertrouwden.
Hij heeft liefde beantwoord met egoïsme, waarschuwingen genegeerd en spijt achtergelaten in levens die ooit dicht bij hem stonden.
Misschien zijn er mensen die nog altijd pijn dragen door wat hij heeft gedaan.
Misschien zouden sommigen zeggen dat hij zijn straf verdiende.
En zij zouden gelijk hebben.
Er is niets bewonderenswaardigs aan zijn verleden.
Geen verzameling goede werken waarmee hij zijn kwaad kan vergoelijken.
Geen religieuze reputatie.
Geen keurige levensloop.
Geen reden waarom mensen zouden zeggen:
„Als iemand de hemel verdient, dan is hij het.”
Hij verdient haar niet.
Hij weet het.
Aan het einde van zijn leven hoort hij het Evangelie.
Niet dat hij eerst een beter mens moet worden.
Niet dat hij zijn verleden moet herstellen voordat God naar hem wil luisteren.
Niet dat hij voldoende berouw, tranen of goede voornemens moet voortbrengen.
Hij hoort dat Jezus Christus voor zijn zonden stierf, werd begraven en uit de dood opstond.
Hij hoort dat Christus de volledige betaling heeft volbracht.
En deze man gelooft Hem.
Voor het eerst probeert hij zichzelf niet te verdedigen.
Hij verbergt zich niet achter goede bedoelingen.
Hij belooft God niet dat hij voortaan alles beter zal doen om daarmee het eeuwige leven te verdienen.
Hij stelt zijn vertrouwen op Jezus Christus alleen.
Misschien blijven hem nog jaren om met de gevolgen van zijn daden te leven.
Misschien resten hem slechts dagen.
Misschien heeft hij geen tijd meer om mensen te laten zien dat er iets is veranderd.
Maar hij heeft Christus geloofd.
De tweede mens
De tweede man heeft een totaal ander leven geleid.
Hij was trouw aan zijn vrouw.
Zijn kinderen wisten dat zij op hem konden rekenen.
Wanneer iemand hulp nodig had, stond hij klaar.
Hij werkte eerlijk, betaalde wat hij verschuldigd was en behandelde mensen met respect.
Hij gaf aan goede doelen zonder er aandacht voor te vragen.
Hij bezocht misschien zijn hele leven een kerk.
Hij kende de verhalen uit de Bijbel.
Hij bad voor het eten, sprak met eerbied over God en werd door zijn omgeving gezien als een voorbeeldig mens.
Wanneer hij een kamer binnenkwam, hoefde niemand bang te zijn voor wat hij zou aanrichten.
Mensen vertrouwden hem.
Mensen hielden van hem.
Wanneer hij sterft, is de kerk vol.
Er staan bloemen rond zijn kist.
Zijn kinderen spreken met tranen over zijn trouw.
Een vriend vertelt hoeveel hij voor anderen heeft betekend.
Steeds klinkt dezelfde gedachte:
„Wanneer iemand in de hemel is, dan is hij het wel.”
Maar gedurende zijn leven vertrouwde deze man op precies dat leven.
Hij geloofde dat God zijn oprechtheid zou zien.
Dat zijn goede daden zwaarder zouden wegen dan zijn fouten.
Dat een liefdevol, eerlijk en godsdienstig mens toch niet verloren kon gaan.
Hij kende de naam van Jezus.
Misschien bewonderde hij Hem.
Misschien noemde hij Hem zijn Voorbeeld.
Maar hij zag zichzelf nooit als een verloren zondaar die alleen door Christus gered kon worden.
Hij vertrouwde niet volledig op wat Christus had volbracht.
Hij vertrouwde op de man die iedereen tijdens zijn begrafenis prees.
Hij vertrouwde op zichzelf.
Twee levens naast elkaar
Leg hun levens nu naast elkaar.
| De eerste mens | De tweede mens |
|---|---|
| Heeft veel kwaad gedaan | Heeft veel goed gedaan |
| Heeft mensen beschadigd | Heeft mensen geholpen |
| Heeft een slechte naam | Heeft een goede naam |
| Kan nergens op roemen | Heeft veel waarop mensen roemen |
| Vertrouwt uiteindelijk op Christus | Vertrouwt uiteindelijk op zijn leven |
Wie van deze twee wordt gered?
Volgens de maatstaf van mensen lijkt het antwoord bijna beledigend eenvoudig.
De tweede natuurlijk.
Zijn leven was mooier.
Zijn invloed was beter.
Zijn keuzes waren wijzer.
Zijn begrafenis laat zien hoeveel mensen hem liefhadden.
Maar de Bijbel stelt niet eerst de vraag:
Wie van deze twee heeft het beste geleefd?
De beslissende vraag is:
Wie van deze twee heeft in Jezus Christus geloofd?
Jezus zegt:
„Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam des eniggeboren Zoons van God.”
— Johannes 3:18
Daar ligt de scheiding.
Niet tussen de man met het lelijkste verleden en de man met de mooiste begrafenis.
Niet tussen degene die door iedereen werd afgewezen en degene die door iedereen werd bewonderd.
Maar tussen degene die Christus geloofde en degene die zonder Christus bleef.
Het antwoord dat alles omkeert
De eerste mens wordt gered.
De tweede mens blijft verloren.
Lees die woorden langzaam.
De slechtst levende mens die in Jezus Christus gelooft, wordt gered.
De best levende mens die zonder Jezus Christus sterft, blijft veroordeeld.
Niet omdat God het verschil tussen hun levens niet ziet.
Hij heeft iedere leugen, ieder slachtoffer en iedere daad van egoïsme van de eerste mens gezien.
Hij heeft ook iedere daad van trouw, liefde en zelfopoffering van de tweede gezien.
God noemt kwaad niet goed.
Hij noemt goed niet waardeloos.
Maar geen van beide levens kan de grond van redding zijn.
De eerste mens wordt niet gered omdat zijn zonden onbelangrijk waren.
Hij wordt gered omdat zijn zonden zo werkelijk waren dat Christus ervoor moest sterven — en omdat hij op die volbrachte betaling heeft vertrouwd.
De tweede mens gaat niet verloren omdat zijn liefde voor zijn gezin verkeerd was.
Hij gaat niet verloren omdat eerlijk werken, armen helpen of trouw zijn slechte dingen zijn.
Hij gaat verloren omdat ook hij een zondaar was en zijn goede leven zijn zonden niet kon uitwissen.
Hij had een Zaligmaker nodig.
Maar hij vertrouwde op zichzelf.
Hoe kan de slechtste mens worden gered?
Paulus schrijft een van de radicaalste zinnen in de Bijbel:
„Doch dengene, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.”
— Romeinen 4:5
God rechtvaardigt de goddeloze.
Niet omdat goddeloosheid aanvaardbaar is.
Niet omdat zonde zonder gevolgen blijft.
Niet omdat een paar geloofswoorden een leven van kwaad plotseling goed noemen.
God kan de goddeloze rechtvaardigen omdat Jezus Christus de schuld heeft gedragen.
De redding van de eerste mens zegt niet:
Zijn slachtoffers deden er niet toe.
Zij zegt:
Zijn schuld was zo groot dat alleen het bloed van Christus haar kon betalen.
Wanneer hij Christus gelooft, wordt het kwaad uit zijn verleden niet herschreven alsof het nooit gebeurd is.
Aardse gevolgen kunnen blijven.
Gebroken vertrouwen kan niet altijd worden hersteld.
Slachtoffers kunnen nog jarenlang pijn dragen.
Een aardse rechter kan hem nog steeds terecht veroordelen.
Maar voor zijn eeuwige redding rust hij niet langer op zichzelf.
Hij rust op Christus.
En Christus is genoeg.
Waarom redt de beste mens zichzelf niet?
Omdat de beste mens die wij ons kunnen voorstellen nog altijd niet zonder zonde is.
„Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods.”
— Romeinen 3:23
De Bijbel zegt niet dat sommige mensen Gods heerlijkheid missen.
Allen hebben gezondigd.
De morele afstand tussen twee mensen kan enorm zijn.
De afstand tussen de beste mens en Gods volmaaktheid blijft echter onoverbrugbaar.
De tweede man kan werkelijk veel beter hebben geleefd dan de eerste.
Maar beter dan een ander is niet hetzelfde als volmaakt voor God.
Minder schuld is niet hetzelfde als onschuld.
Een schoner kledingstuk dan dat van uw buurman is nog niet vlekkeloos.
Een goede levenswijze kan veel kwaad voorkomen, veel mensen zegenen en veel liefde voortbrengen.
Maar zij kan één ding nooit doen:
een reeds begane zonde veranderen in volmaakte gehoorzaamheid.
Daarom kan zelfs het mooiste mensenleven niet als betaling dienen.
Een goed leven is goed — maar het is geen Zaligmaker
Hier moeten wij uiterst nauwkeurig zijn.
De Bijbelse boodschap is niet:
Het maakt niets uit hoe u leeft.
Het maakt wel degelijk uit.
Het leven van de eerste man heeft mensen verwond.
Het leven van de tweede man heeft mensen gezegend.
Kwaad is werkelijk kwaad.
Goed is werkelijk goed.
Een trouwe vader is beter voor zijn gezin dan een ontrouwe vader.
Een eerlijke werkgever is beter voor zijn werknemers dan een bedrieger.
Een liefdevolle echtgenoot veroorzaakt minder verdriet dan iemand die zijn gezin verwaarloost.
God ziet dat verschil.
Maar een goed leven en eeuwige redding beantwoorden twee verschillende vragen.
Een goed leven beantwoordt:
Hoe hebt u geleefd?
Het Evangelie beantwoordt:
Waarop rust uw redding?
De fout ontstaat wanneer wij van een goede levenswijze een redder maken.
Uw trouw kan uw huwelijk beschermen.
Zij kan uw zonden niet betalen.
Uw vrijgevigheid kan een hongerig mens voeden.
Zij kan u geen volmaakte gerechtigheid geven.
Uw godsdienst kan uw hele leven vormgeven.
Zij kan het volbrachte werk van Christus niet vervangen.
Een goede manier van leven kan veel mensen helpen.
Zij kan de mens die haar leidt niet redden.
Twee begrafenissen
Stel u opnieuw de twee begrafenissen voor.
Bij de eerste kist staan misschien weinig mensen.
Er zijn ongemakkelijke stiltes.
Niemand weet hoe hij een leven vol schade mooi moet samenvatten.
Misschien worden vooral de woorden uitgesproken die mensen altijd uitspreken wanneer zij niet weten wat zij nog kunnen zeggen.
De aanwezigen zien zijn verleden.
Maar zij weten misschien niet dat hij aan het einde van zijn leven alle hoop op zichzelf liet varen en Christus geloofde.
Bij de tweede kist staan rijen mensen.
Er zijn oprechte tranen.
De gesproken woorden zijn niet overdreven. Deze man heeft werkelijk veel voor anderen betekend.
De aanwezigen zien zijn leven.
Maar zij weten misschien niet dat hij tot zijn laatste adem op dat leven vertrouwde en nooit op Christus alleen.
De eerste begrafenis lijkt zonder hoop.
De tweede lijkt vol zekerheid.
Maar mensen kunnen alleen zien wat aan de buitenkant zichtbaar werd.
God weet waarop ieder hart vertrouwde.
Daarom mogen wij over de eeuwige bestemming van concrete overledenen niet lichtvaardig oordelen.
Maar wij die nog leven, moeten wel de waarschuwing horen:
Een mooie grafrede is geen bewijs van eeuwig leven.
Een kerk vol mensen kan iemand niet de hemel binnendragen.
De liefde van een gezin kan zijn naam niet in het boek des levens schrijven.
En het feit dat niemand iets slechts over hem kan zeggen, betekent niet dat hij zonder Christus voor God kan verschijnen.
De hemel is niet de beloning voor de beste mensen
Veel mensen stellen zich de eeuwigheid voor als een grote verdeling.
De slechtste mensen gaan naar de hel.
De redelijke mensen komen misschien op het nippertje binnen.
De beste mensen krijgen vanzelfsprekend de hemel.
Maar dat is niet het Evangelie.
De hemel is geen prijs voor de best presterende zondaren.
Eeuwig leven is een gave.
„Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; niet uit de werken, opdat niemand roeme.”
— Efeze 2:8-9
Wanneer de tweede man door zijn goede levenswijze gered kon worden, had hij iets om op te roemen.
Wanneer de eerste man eerst zijn hele verleden moest herstellen, zou het werk van Christus niet genoeg zijn.
Maar voor beiden geldt precies dezelfde waarheid:
Niet uit u.
Niet uit de werken.
Het is Gods gave.
De eerste mens kan niets toevoegen omdat hij niets heeft.
De tweede mens mag niets toevoegen, al denkt hij veel te hebben.
Beiden moeten met lege handen naar Christus komen.
Aan de voet van het kruis verdwijnt iedere vergelijking
Voor het kruis kan de tweede man naar de eerste wijzen en zeggen:
„Ik heb veel beter geleefd dan hij.”
Dat is misschien waar.
Maar naast Jezus Christus valt iedere menselijke vergelijking weg.
Hij alleen was zonder zonde.
Hij alleen gehoorzaamde volmaakt.
Hij alleen hoefde niet voor Zijn eigen schuld te sterven.
En juist Hij stierf voor schuldige mensen.
Daarom is de diepste tegenstelling niet:
de slechte mens tegenover de goede mens.
De diepste tegenstelling is:
de schuldige mens in zichzelf tegenover de schuldige mens in Christus.
De eerste staat voor God met zijn eigen verleden.
De tweede staat voor God met het volbrachte werk van Jezus Christus.
Dat is het verschil tussen veroordeling en eeuwig leven.
Kan een slecht mens dan gewoon geloven en doorgaan?
De vraag verraadt hoe snel wij opnieuw naar werken terugkeren.
Wie Christus gelooft, ontvangt eeuwig leven als gave.
Niet als loon voor een veranderd leven.
Na de redding behoort een gelovige wel anders te leven.
Hij mag zijn zonden belijden, groeien, herstellen wat hersteld kan worden en voortaan wandelen in goede werken.
Hoe hij leeft, heeft gevolgen voor:
- gemeenschap met God;
- zijn getuigenis;
- andere mensen;
- Gods tuchtiging;
- toekomstig loon.
Maar zijn goede leven na de redding wordt niet alsnog de betaling voor zijn eeuwige leven.
Christus heeft betaald.
Volledig.
Het nieuwe leven is niet de wortel van zijn redding, maar behoort de vrucht ervan te zijn.
Lees hierover verder in: Maar je moet toch wel iets doen?
Wie gaat dan naar de hel?
De Bijbelse scheiding is pijnlijk eenvoudig.
Niet alleen de zichtbaar slechte mens gaat verloren.
Niet alleen de misdadiger.
Niet alleen degene die openlijk met God spot.
Ieder mens die zonder Jezus Christus sterft, blijft veroordeeld.
Dat kan de mens zijn die bijna alles verkeerd deed.
Maar ook de mens die naar menselijke maatstaven bijna alles goed deed.
De manier van leven bepaalt niet of Christus nodig is.
Zowel de beste als de slechtste mens heeft Hem nodig.
De manier van leven bepaalt evenmin of Christus voldoende is.
Hij is voldoende voor beiden.
Het slechte leven van de eerste mens is niet sterker dan het kruis.
Het goede leven van de tweede mens kan het kruis niet vervangen.
Misschien herkent u zichzelf niet in de eerste man
Misschien hebt u geen verwoest leven geleid.
Misschien herkennen mensen in u juist veel van de tweede man.
U bent trouw.
U probeert eerlijk te zijn.
U hebt anderen lief.
U neemt uw verantwoordelijkheid.
U bezoekt misschien al jarenlang een kerk.
Dat zijn geen dingen waarvoor u zich moet schamen.
Maar zij kunnen wel de gevaarlijkste schuilplaats van uw leven worden wanneer u daaruit concludeert dat u Christus niet volledig nodig hebt.
De eerste man weet vaak dat hij geen redder in zichzelf vindt.
De tweede man kan zijn hele leven naar zijn eigen goede daden kijken zonder te beseffen dat ook hij verloren is.
Daarom kan fatsoen soms gevaarlijker misleiden dan openlijke goddeloosheid.
Niet omdat fatsoen slechter is.
Maar omdat het iemand kan laten denken dat hij veilig is.
Misschien herkent u zichzelf juist in de eerste man
Misschien leest u dit en denkt u:
U weet niet wat ik heb gedaan.
Dat klopt.
Maar Christus wist voor welke zonden Hij stierf.
Uw schuld kan groter zijn dan mensen weten.
Zij is niet groter dan Zijn betaling.
Uw leven kan zo beschadigd zijn dat u het nooit volledig kunt herstellen.
U hoeft het niet eerst te herstellen om eeuwig leven te ontvangen.
U hoeft niet eerst een betere versie van uzelf te worden.
U moet geloven in Jezus Christus.
Hij zegt:
„Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.”
— Johannes 6:47
Niet:
Die eerst zijn verleden waardig maakt.
Niet:
Die voortaan nooit meer struikelt.
Niet:
Die voldoende bewijst dat zijn geloof echt is.
Maar:
Die in Mij gelooft.
De slechtste en de beste knielen op dezelfde plaats
Aan het einde blijken de twee mannen minder verschillend dan iedereen dacht.
Beiden hebben gezondigd.
Beiden kunnen zichzelf niet rechtvaardigen.
Beiden hebben een Zaligmaker nodig.
De eerste moet ophouden te denken dat hij te slecht is voor Christus.
De tweede moet ophouden te denken dat hij te goed is om Christus volledig nodig te hebben.
De eerste moet zijn wanhoop loslaten.
De tweede zijn hoogmoed.
En beiden moeten geloven.
Daar, aan de voeten van Jezus Christus, blijft niets over waarop een mens in zichzelf kan roemen.
Alleen genade.
Alleen Zijn betaling.
Alleen Zijn belofte.
Alleen Christus.
Conclusie: daar ligt de scheiding tussen hemel en hel
Wie gaat naar de hel volgens de Bijbel?
Ieder mens die zonder Jezus Christus sterft.
Niet omdat ieder mens even slecht heeft geleefd.
Maar omdat ieder mens heeft gezondigd en niemand zichzelf kan redden.
Daarom kan het uiterste contrast werkelijk bestaan:
De slechtst levende mens op aarde die in Jezus Christus gelooft, wordt gered.
De best levende mens op aarde die niet in Jezus Christus gelooft, blijft verloren.
De eerste wordt niet gered door zijn slechte leven.
De tweede gaat niet verloren door zijn goede leven.
De eerste wordt gered door Christus.
De tweede blijft verloren zonder Christus.
Daar ligt de scheiding tussen hemel en hel.
Niet in hoeveel beter u was dan een ander.
Niet in hoeveel mensen bij uw begrafenis over uw goedheid zullen spreken.
Niet in uw kerk, uw doop, uw oprechtheid of uw verbeterde leven.
Maar in het antwoord op één vraag:
Hebt u uw vertrouwen voor eeuwig leven volledig op Jezus Christus gesteld?
Een slecht leven hoeft uw eeuwige einde niet te bepalen.
Een goed leven kan nooit uw eeuwige Redder zijn.
Jezus Christus alleen redt.
Hoe word ik gered volgens de Bijbel?
Lees hoe u vandaag het eeuwige leven ontvangt door op Jezus Christus alleen te vertrouwen.
VERDER LEZEN
Is redding alleen door geloof in Jezus Christus?
Maar je moet toch wel iets doen?
Wat is de hel volgens de Bijbel?