De aarde is gegrond

De Schrift spreekt over grondvesten, bevestiging en een aarde die niet wankelt.

De aarde is gegrond

De Schrift spreekt over grondvesten, bevestiging en een aarde die niet wankelt.

De Bijbel spreekt herhaaldelijk over een aarde die God gegrond heeft op haar grondvesten. Psalmen, Job en Kronieken zeggen dat de wereld bevestigd is en niet zal wankelen. Dit artikel onderzoekt deze teksten zonder ze onder druk van een modern model om te buigen.

De aarde is gegrond en zal niet wankelen

Wat betekent het dat de Bijbel de aarde gegrond, bevestigd en onbeweeglijk noemt?

De eerste artikelen van deze serie gingen over de bovenstructuur van de schepping.


Genesis 1 gaf de bouwtekening van hemel en aarde.

Daarna zagen we het uitspansel.

Daarna de wateren boven de hemelen.


Nu moeten we naar de aarde zelf kijken.


Want de Bijbel spreekt niet alleen over wat boven de aarde is, maar ook over wat de aarde is, hoe God haar gesteld heeft, en hoe zij in Zijn scheppingsorde staat.


Daarbij valt iets op.


De Bijbel spreekt herhaaldelijk over de aarde als:


  • gegrond;
  • bevestigd;
  • gevestigd;
  • niet wankelend;
  • niet bewogen;
  • met grondvesten;
  • met pilaren;
  • door God gesteld.


Dat is geen losse tekst.


Dat is een patroon.


De vraag is dus:


Wat leert de Bijbel over de aarde als gegronde en bevestigde schepping van God?


Niet: wat zegt een modern wereldbeeld?


Niet: hoe kunnen wij deze teksten zo snel mogelijk figuurlijk maken?


Maar:


Welke taal gebruikt de Schrift zelf?



De aarde is van de HEERE


Voordat we spreken over fundamenten, pilaren en onbeweeglijkheid, moeten we eerst beginnen met eigendom.


De aarde is niet autonoom.


De aarde is niet van de mens.


De aarde is niet een toevallig object in een leeg heelal.


De aarde is van de HEERE.

“De aarde is des HEEREN, mitsgaders haar volheid, de wereld, en die daarin wonen.”
— Psalm 24:1

Deze tekst geeft direct de juiste houding.


De aarde behoort aan God.


De wereld en haar inwoners behoren aan God.


Daarom heeft God het recht om Zelf te zeggen wat de aarde is, hoe Hij haar gemaakt heeft, en welke plaats zij heeft in Zijn schepping.



Psalm 89 zegt:

“De hemel is Uwe, ook is de aarde Uwe; de wereld en haar volheid, die hebt Gij gegrond.”
— Psalm 89:12

Let op:


“die hebt Gij gegrond.”


De wereld is niet alleen van God. Zij is door God gegrond.


Dat woord wordt steeds belangrijker.



De grondvesten der aarde zijn des HEEREN


Hanna zegt in haar lofzang:

“Want de grondvesten der aarde zijn des HEEREN, en Hij heeft de wereld daarop gezet.”
— 1 Samuël 2:8

Dit is een zeer sterke tekst.


Er staat:


  • de aarde heeft grondvesten;
  • die grondvesten zijn van de HEERE;
  • Hij heeft de wereld daarop gezet.


Dat klinkt niet als de taal van een bewegende bol in een lege ruimte. Het is de taal van een gevestigde wereld die door God op grondvesten gezet is.


Natuurlijk kan iemand direct zeggen: “Dat is poëtisch.”


Maar dan moeten we eerlijk zijn. Deze taal komt niet één keer voor. Zij komt steeds terug.


Grondvesten.

Pilaren.

Gegrond.

Bevestigd.

Niet wankelen.

Niet bewogen worden.


Als de Schrift zo vaak dezelfde soort taal gebruikt, mogen wij die niet zomaar wegzetten.


Hanna’s lofzang is geen natuurkundeboek. Maar zij spreekt wel waarheid over God en Zijn schepping.


En zij zegt:


“Hij heeft de wereld daarop gezet.”


Dat is krachtige scheppingstaal.



De aarde heeft een plaats


Job zegt over God:

“Die de aarde beweegt uit haar plaats, dat haar pilaren schudden.”
— Job 9:6

Let op twee dingen.


Eerst:


“uit haar plaats”


De aarde heeft een plaats.


Daarna:


“dat haar pilaren schudden”


De aarde wordt in verband gebracht met pilaren.


De tekst zegt niet dat de aarde normaal voortdurend beweegt. Integendeel: God is zo machtig dat Hij de aarde uit haar plaats kan bewegen, zodat haar pilaren schudden.


Dat is juist een beschrijving van Gods overweldigende macht. Wat normaal vast staat, kan Hij doen beven.


De Schrift spreekt over pilaren der aarde. Hoe wij die pilaren precies moeten voorstellen, tekent de Bijbel niet technisch uit. Maar de taal zelf is duidelijk: de aarde wordt voorgesteld als door God gedragen, bevestigd en vastgemaakt.


Dit sluit aan bij aardbevingen en oordelen waarin God de aarde doet sidderen.


Maar de gewone orde is: de aarde heeft haar plaats.


God kan haar doen bewegen uit die plaats.


Dat is iets anders dan zeggen dat de aarde zelf voortdurend door de ruimte raast.



Waar waart gij, toen Ik de aarde grondde?


In Job 38 stelt God Zelf vragen aan Job.


Dat hoofdstuk is bijzonder belangrijk, omdat God hier spreekt over Zijn scheppingswerk.

“Waar waart gij, toen Ik de aarde grondde? Geef het te kennen, indien gij kloek van verstand zijt.”
— Job 38:4

God zegt:


“toen Ik de aarde grondde”


De aarde is door God gegrond.


De taal van “gronden” en “grondvesten” draagt in de Schrift de gedachte van funderen, vestigen en vastzetten. De aarde wordt niet voorgesteld als een bewegende planeet zonder vaste plaats, maar als een schepping die God Zelf gegrond, gemeten en gesteld heeft.


Dan vervolgt God:

“Wie heeft haar maten gezet, want gij weet het? Of wie heeft over haar een richtsnoer getrokken?”
— Job 38:5

Hier wordt de aarde beschreven met bouwtaal:


  • maten zetten;
  • richtsnoer trekken.


Daarna:

“Waarop zijn haar grondvesten nedergezonken? Of wie heeft haar hoeksteen gelegd?”
— Job 38:6

Dit is nog sterker.


God spreekt over:


  • grondvesten;
  • nederzinken van die grondvesten;
  • een hoeksteen.


Dat is de taal van een bouwwerk.


God beschrijft de aarde als iets dat Hij heeft gegrond, gemeten, voorzien van grondvesten en een hoeksteen.


Nogmaals: iemand kan zeggen: “Dat is poëtisch.” Maar dan moet hij verklaren waarom Gods eigen scheppingsvragen precies deze taal gebruiken, en waarom dezelfde taal elders in de Schrift steeds terugkomt.


De Schrift geeft geen beeld van een aarde zonder vaste plaats.


Zij spreekt over een aarde die God grondde.



De pilaren der aarde


Psalm 75 zegt:

“De aarde en al haar inwoners waren versmolten; Ik heb haar pilaren vastgemaakt. Sela.”
— Psalm 75:4

Hier spreekt God Zelf:


“Ik heb haar pilaren vastgemaakt.”


Dat is opnieuw sterke taal.


Niet alleen “pilaren”, maar:


“vastgemaakt.”


De aarde en haar inwoners kunnen wankelen, beven, versmelten, maar God zegt dat Hij haar pilaren vastgemaakt heeft.


Dat past bij de gedachte van een door God bevestigde wereldorde.


Het is ook theologisch diep: de stabiliteit van de aarde is niet uit zichzelf. Zij is afhankelijk van Gods vastmakende macht.


De aarde staat niet vast omdat zij autonoom is.


Zij staat vast omdat God haar bevestigt.



De wereld is bevestigd, zij zal niet wankelen


Psalm 93 zegt:

“De HEERE regeert, Hij is met hoogheid bekleed; de HEERE is bekleed met sterkte, Hij heeft Zich omgord. Ook is de wereld bevestigd, zij zal niet wankelen.”
— Psalm 93:1

Let op de verbinding.


Eerst:


“De HEERE regeert”


Daarna:


“Ook is de wereld bevestigd”


En dan:


“zij zal niet wankelen”


De stabiliteit van de wereld hangt samen met de regering van de HEERE.


Omdat de HEERE regeert, is de wereld bevestigd.



Psalm 96 zegt hetzelfde:

“Zegt onder de heidenen: De HEERE regeert; ook zal de wereld bevestigd worden, zij zal niet bewogen worden; Hij zal de volken richten in alle rechtmatigheid.”
— Psalm 96:10

Opnieuw:


  • De HEERE regeert.
  • De wereld is bevestigd.
  • Zij zal niet bewogen worden.
  • God richt de volken.


Dit is geen losse opmerking. Het is aanbidding en verkondiging onder de heidenen.



Psalm 97 zegt:

“De HEERE regeert, de aarde verheuge zich; dat vele eilanden zich verblijden.”
— Psalm 97:1

Psalm 99 zegt:

“De HEERE regeert, dat de volken beven; Hij zit tussen de cherubim; de aarde bewege zich.”
— Psalm 99:1

Wanneer de aarde beweegt, is dat in de context van Gods majesteit en oordeel. Maar de gewone scheppingsorde wordt beschreven als bevestigd en niet wankelend.


De woorden “niet wankelen” en “niet bewogen worden” zijn geen zwakke woorden. Zij drukken stabiliteit en onbeweeglijkheid uit. Natuurlijk kan God de aarde doen beven in oordeel, maar de gewone scheppingsorde wordt niet beschreven als een aarde die voortdurend beweegt. Zij wordt beschreven als bevestigd en niet wankelend.


Psalm 93 en Psalm 96 zijn bijzonder duidelijk:

“zij zal niet wankelen”
— Psalm 93:1


“zij zal niet bewogen worden”
— Psalm 96:10

Dat moet blijven staan.



De aarde gegrond op haar grondvesten


Psalm 104 is één van de belangrijkste scheppingspsalmen.


In de vorige artikelen zagen we al dat Psalm 104 spreekt over de hemel en de wateren:

“Hij bedekt Zich met het licht, als met een kleed; Hij rekt den hemel uit als een gordijn.”
— Psalm 104:2


“Die Zijn opperzalen zoldert in de wateren…”
— Psalm 104:3

Daarna komt de aarde:

“Hij heeft de aarde gegrond op haar grondvesten; zij zal nimmermeer noch eeuwiglijk wankelen.”
— Psalm 104:5

Dit is misschien de sterkste tekst van allemaal.


Er staat:


  • God heeft de aarde gegrond;
  • op haar grondvesten;
  • zij zal nimmermeer noch eeuwiglijk wankelen.


Dat is driedubbel krachtig.


Niet alleen:


“de aarde is stabiel.”


Maar:


“gegrond”


En:


“op haar grondvesten”


En:


“zij zal nimmermeer noch eeuwiglijk wankelen”


Als iemand deze tekst onmiddellijk figuurlijk maakt, moet hij uitleggen waarom hij dat doet.


De tekst zelf spreekt recht.


Psalm 104 is scheppingstaal. Het gaat over hemel, wateren, aarde, afgrond, bergen, dalen, bronnen, dieren, zon, maan en Gods voorziening.


In die context zegt de psalm:


“Hij heeft de aarde gegrond op haar grondvesten.”


Dat hoort bij de scheppingsorde.


Wie deze woorden leest alsof zij eigenlijk het tegenovergestelde mogen betekenen — een aarde zonder grondvesten, zonder vaste plaats, voortdurend in beweging — laat niet eerst de Schrift spreken, maar een vooraf aangenomen model.



De aarde blijft staan


Prediker zegt eenvoudig:

“Het ene geslacht gaat, en het andere geslacht komt; maar de aarde staat in der eeuwigheid.”
— Prediker 1:4

Mensen komen en gaan.


Geslachten verdwijnen.


Koninkrijken komen op en vallen weer.


Maar de aarde staat onder Gods bestel.



Dat sluit aan bij Psalm 119:

“Gij hebt de aarde vastgemaakt, en zij blijft staan.”
— Psalm 119:90

Daarna:

“Naar Uw ordinantiën blijven zij nog heden staan, want zij allen zijn Uw knechten.”
— Psalm 119:91

Dit is zeer belangrijk.


De aarde blijft staan.


Waarom?


Niet omdat zij onafhankelijk is.


Niet omdat zij zichzelf draagt.


Maar:


“Naar Uw ordinantiën”


En:


“zij allen zijn Uw knechten”


De schepping blijft staan omdat zij onder Gods ordinantiën staat.


De aarde is Gods knecht.


De hemellichten zijn Gods knechten.


De wateren zijn Gods knechten.


Alles staat onder Gods bevel.


Psalm 119 zegt niet dat de aarde door zichzelf stabiel is. Hij zegt dat God haar vastgemaakt heeft en dat zij blijft staan naar Zijn ordinantiën.


Dat is diepe scheppingstheologie.



De aarde is gevestigd door wijsheid


Spreuken zegt:

“De HEERE heeft de aarde door wijsheid gegrond, de hemelen door verstandigheid bereid.”
— Spreuken 3:19

Jeremia zegt:

“Die de aarde gemaakt heeft door Zijn kracht, Die de wereld bereid heeft door Zijn wijsheid, en de hemelen uitgebreid door Zijn verstand.”
— Jeremia 10:12

En opnieuw:

“Hij heeft de aarde gemaakt door Zijn kracht, Hij heeft de wereld bereid door Zijn wijsheid, en de hemelen uitgebreid door Zijn verstand.”
— Jeremia 51:15

De aarde is dus:


  • gemaakt door Gods kracht;
  • bereid door Gods wijsheid;
  • gegrond door Gods wijsheid.


De hemelen zijn:


  • bereid;
  • uitgebreid;
  • uitgespannen.


Weer zie je hetzelfde patroon: aarde beneden gegrond, hemelen boven uitgebreid.


Dit is de taal van Gods scheppingsorde.



God heeft de aarde gegrond en de hemelen uitgespannen


Jesaja zegt:

“Ook heeft Mijn hand de aarde gegrond, en Mijn rechterhand heeft de hemelen met de palm afgemeten; als Ik hun toeroep, staan zij daar tezamen.”
— Jesaja 48:13

Hier staan aarde en hemel opnieuw naast elkaar.


De aarde:


“heeft Mijn hand gegrond”


De hemelen:


“heeft Mijn rechterhand met de palm afgemeten”


En dan:


“als Ik hun toeroep, staan zij daar tezamen”


Gods schepping staat onder Zijn bevel.


Zij is niet autonoom.


Zij gehoorzaamt Zijn roep.



Jesaja 51 zegt:

“En vergeet den HEERE, Die u gemaakt heeft, Die de hemelen uitgebreid, en de aarde gegrond heeft…”
— Jesaja 51:13

Ook hier:


  • hemelen uitgebreid;
  • aarde gegrond.


Dat is precies de herhaalde Bijbelse structuur.



Job 26:7 — hangt de aarde aan een niet


Nu moeten we ook Job 26:7 behandelen, omdat deze tekst vaak wordt gebruikt tegen de andere teksten.


Job zegt:

“Hij breidt het noorden uit over het woeste; Hij hangt de aarde aan een niet.”
— Job 26:7

Sommigen zeggen: “Zie je wel, de aarde hangt vrij in de ruimte.”


Maar dat is niet noodzakelijk wat de tekst zegt.


De tekst zegt dat God de aarde hangt aan een niet. Met andere woorden: de aarde rust niet op iets dat de mens kan aanwijzen als zichtbare steun. Zij wordt niet gedragen door een ander schepsel als uiteindelijke oorzaak. Zij hangt aan niets zichtbaars.


Job 26:7 ontkent dus niet dat God de aarde gegrond heeft. Het ontkent dat de aarde afhankelijk is van een zichtbaar, menselijk verklaarbaar draagpunt.


Deze tekst mag daarom niet gebruikt worden om alle andere teksten over grondvesten, pilaren, gegrond zijn en niet-wankelen weg te drukken.


Waarom niet?


Omdat de grondvesten van de aarde in de Schrift niet worden voorgesteld als iets wat mensen kunnen onderzoeken, bezitten of beheersen. Zij zijn des HEEREN.

“Want de grondvesten der aarde zijn des HEEREN…”
— 1 Samuël 2:8

Job 38 vraagt juist:

“Waarop zijn haar grondvesten nedergezonken?”
— Job 38:6

Dat is een vraag die Job niet kan beantwoorden.


De mens ziet niet waarop de grondvesten rusten. Hij kan de aarde niet doorgronden.


Job 26:7 leert dus vooral Gods macht: Hij draagt de aarde zonder zichtbare menselijke steun.



Dat past bij Psalm 119:

“Gij hebt de aarde vastgemaakt, en zij blijft staan.”
— Psalm 119:90

De aarde staat vast, niet omdat de mens haar steun ziet, maar omdat God haar draagt.



Aardbevingen zijn geen normale beweging van de aarde


De Bijbel spreekt soms over de aarde die beeft, wankelt of bewogen wordt.


Bijvoorbeeld:

“De aarde beefde en daverde; ook bewogen zich de grondvesten der bergen en schudden, omdat Hij ontstoken was.”
— Psalm 18:8

En:

“Dies vrezen wij niet, al veranderde de aarde haar plaats, en al werden de bergen verzet in het hart van de zeeën.”
— Psalm 46:3

En:

“De aarde is ganselijk gebroken, de aarde is ganselijk gescheurd, de aarde is ganselijk bewogen.”
— Jesaja 24:19

Maar dit zijn geen teksten die leren dat de aarde normaal voortdurend beweegt.


Integendeel.


Juist omdat de aarde normaal vast en bevestigd is, is het indrukwekkend wanneer God haar doet beven in oordeel.


Wanneer de aarde beweegt in de Schrift, is dat meestal:


  • Gods toorn;
  • oordeel;
  • aardbeving;
  • ontzetting;
  • eindtijd;
  • theofanie;
  • ingrijpen van God.


Dat is iets anders dan permanente beweging als gewone kosmologische toestand.



De gewone scheppingsorde is:

“de wereld bevestigd, zij zal niet wankelen”

— Psalm 93:1


“zij zal niet bewogen worden”

— Psalm 96:10


“zij zal nimmermeer noch eeuwiglijk wankelen”

— Psalm 104:5


De hemel boven, de aarde beneden


De Bijbel houdt steeds deze verticale structuur aan:

“De hemel is de hemel des HEEREN; maar de aarde heeft Hij den mensenkinderen gegeven.”
— Psalm 115:16

De hemel is boven.


De aarde is beneden, gegeven aan de mensenkinderen.



Jesaja zegt:

“De hemel is Mijn troon, en de aarde is de voetbank Mijner voeten…”
— Jesaja 66:1

Stefanus haalt dit aan:

“De hemel is Mij een troon, en de aarde een voetbank Mijner voeten.”
— Handelingen 7:49

Dit is opnieuw geen moderne ruimtetaal waarin “boven” relatief is. Het is de Bijbelse orde:


  • God in de hemel;
  • aarde als voetbank;
  • mensen op de aarde.


Ook het gebod spreekt zo:

“Gij zult u geen gesneden beeld, noch enige gelijkenis maken, van hetgeen boven in den hemel is, noch van hetgeen onder op de aarde is, noch van hetgeen in de wateren onder de aarde is.”
— Exodus 20:4

Boven in de hemel.


Onder op de aarde.


In de wateren onder de aarde.


Dat is de Bijbelse driedeling.



Paulus gebruikt dezelfde structuur:

“Opdat in den Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen, die in den hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn.”
— Filippenzen 2:10

Hemel.



Aarde.


Onder de aarde.


De aarde staat dus in een vaste verticale scheppingsorde.


Waarom dit moeilijk wordt bij een modern wereldbeeld


Deze teksten worden moeilijk zodra men begint met het idee dat de aarde noodzakelijk een bewegende planeet moet zijn.


Dan worden woorden als grondvesten, pilaren, bevestigd, gegrond en niet wankelen meestal meteen verplaatst naar beeldspraak.


Natuurlijk kent de Bijbel beeldspraak, poëzie en verheven taal. Maar hier gaat het om een breed en herhaald getuigenis.


De Schrift spreekt niet alsof de aarde een draaiende bol is die door een leeg heelal raast. Zij spreekt over een door God gemaakte, geplaatste, gegronde en onderhouden aarde.


Dat hoeft niet elk technisch detail te beantwoorden.


Het dwingt ons wel om Gods eigen taal niet haastig te corrigeren.



Wat leert de Bijbel dus over de aarde?


Als we de teksten samenleggen, leert de Bijbel ten minste dit:


  1. De aarde is van de HEERE.
  2. God heeft de aarde gemaakt.
  3. God heeft de aarde gegrond.
  4. De aarde heeft grondvesten.
  5. De grondvesten der aarde zijn des HEEREN.
  6. God heeft de wereld daarop gezet.
  7. De aarde heeft pilaren.
  8. God heeft haar pilaren vastgemaakt.
  9. De aarde heeft een plaats.
  10. God kan haar uit haar plaats bewegen.
  11. De wereld is bevestigd.
  12. De wereld zal niet wankelen.
  13. De wereld zal niet bewogen worden.
  14. De aarde wordt niet voorgesteld als voortdurend bewegend, maar als vastgemaakt en bevestigd.
  15. De aarde is vastgemaakt en blijft staan naar Gods ordinantiën.
  16. De aarde staat beneden in verhouding tot de hemel boven.
  17. De aarde is de voetbank van Gods voeten.


Dat is een samenhangend getuigenis.


Niet één tekst.


Niet één woord.


Niet één dichterlijke uitdrukking.


Maar een herhaald Bijbels patroon.



Dit is geen aanbidding van de aarde


Dit moet duidelijk zijn.


De aarde is gegrond, maar zij is niet goddelijk.


De aarde is bevestigd, maar zij is niet autonoom.


De aarde blijft staan, maar niet uit zichzelf.


De aarde is des HEEREN.

“De aarde is des HEEREN, mitsgaders haar volheid…”
— Psalm 24:1

De aarde is Gods werk en Gods bezit.


Daarom aanbidden wij niet de aarde.



Wij aanbidden de Maker van de aarde.

“Komt, laat ons aanbidden en nederbukken; laat ons knielen voor den HEERE, Die ons gemaakt heeft.”
— Psalm 95:6

De stabiliteit van de aarde moet ons niet naar de aarde zelf leiden, maar naar God.


Hij heeft haar gegrond.


Hij houdt haar staande.


Hij regeert over haar.


Hij zal haar ook oordelen.



De aarde zal geoordeeld worden


Dezelfde aarde die God gegrond heeft, is door de zondeval onder vloek gekomen.


Genesis 3 zegt:

“Zo zij het aardrijk om uwentwil vervloekt…”
— Genesis 3:17

De aarde is Gods schepping, maar de aarde draagt de gevolgen van de zonde.


Daarom zucht de schepping.



Paulus schrijft:

“Want het schepsel, als met opgestoken hoofde, verwacht de openbaring der kinderen Gods.”
— Romeinen 8:19

En:

“Want wij weten, dat het ganse schepsel te zamen zucht, en te zamen als in barensnood is tot nu toe.”
— Romeinen 8:22

De aarde is gegrond, maar de aarde is niet in haar uiteindelijke heerlijkheid.


God zal haar oordelen.



Petrus schrijft:

“Maar de hemelen, die nu zijn, en de aarde, zijn door hetzelfde woord als een schat weggelegd, en worden ten vure bewaard tegen den dag des oordeels en der verderving der goddeloze mensen.”
— 2 Petrus 3:7

De aarde staat vast naar Gods ordinantiën, maar zij is ook bewaard voor Gods oordeel.


Dat maakt dit onderwerp ernstig.


Schepping is geen neutraal decor. Zij staat onder Gods eigendom, Gods orde en Gods oordeel.



Christus, door Wie en tot Wie alles is geschapen


De aarde is gegrond door God, maar het Nieuwe Testament laat nog dieper zien: alle dingen zijn door Christus en tot Christus geschapen.

“Want door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn… alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen.”
— Kolossenzen 1:16

Dat maakt de aarde niet onbelangrijk.


De Zoon door Wie de aarde gemaakt is, kwam Zelf naar deze aarde.


Hij wandelde hier.


Hij stierf hier.


Hij werd begraven.


Hij stond op.


En Hij zal terugkomen om te regeren.


De gegronde aarde staat dus niet los van Gods verlossingsplan. Zij is de plaats waar de Schepper Mens werd en waar de Koning Zijn recht zal openbaren.


De aarde heeft grondvesten omdat God haar heeft gegrond. Maar de diepste zekerheid van de gelovige ligt niet in de aarde zelf, maar in Christus.


Hij is de Schepper van de aarde.


Hij is de Hoeksteen van Gods verlossingswerk.


Hij is de Koning Die de aarde rechtvaardig zal richten.



Slot


De Bijbel spreekt over de aarde als Gods bezit, Gods werk en Gods gegronde woonplaats voor de mens.


Zij heeft grondvesten.


Zij wordt bevestigd.


Zij staat naar Gods ordinantiën.


Zij wordt door Hem onderhouden.


Die taal mag niet haastig worden afgezwakt alleen omdat zij botst met het moderne beeld van een draaiende bol in een leeg heelal.


Toch eindigt dit niet bij de aarde zelf.


De aarde is van de HEERE.


De aarde is door Christus geschapen.


De aarde is door zonde aangetast.


De aarde is door oordeel bedreigd.


En de aarde is bestemd om onder Christus’ heerschappij te staan.


Daarom leidt dit onderwerp niet tot aanbidding van de aarde, maar tot aanbidding van de Maker van hemel en aarde.


Christus is de Schepper.


Christus is de Hoeksteen.


Christus is de komende Koning.


En geen enkele grond onder onze voeten is zekerder dan Hij.

Lees over de strijd met het vlees Veelgestelde vragen