De Bijbel spreekt over het midden der aarde, de einden der aarde, vier hoeken en vier winden. Dit artikel laat zien dat deze taal niet zomaar genegeerd kan worden, maar past bij een geordende, uitgestrekte aarde onder de hemel.
De einden, hoeken en vier winden der aarde
De Schrift gebruikt duidelijke aardetaal: richting, uitersten, breedte, hoeken en winden.
De vorige artikelen legden het fundament.
Genesis 1 liet zien dat God hemel en aarde schiep, het uitspansel maakte, wateren boven en wateren beneden scheidde, en zon, maan en sterren als lichten in het uitspansel stelde.
Daarna zagen we dat het uitspansel volgens de Schrift geen lege ruimte is, maar een door God gemaakte hemelse werkelijkheid.
Daarna zagen we de wateren boven de hemelen.
Daarna zagen we dat de aarde volgens de Bijbel gegrond, bevestigd, vastgemaakt en niet bewogen wordt.
Nu komt de volgende vraag:
Hoe spreekt de Bijbel over de uitgestrektheid van de aarde zelf?
Spreekt de Schrift over de aarde alsof zij een draaiende bol is in een leeg heelal?
Of gebruikt de Schrift een andere aardetaal?
Wanneer we de Bijbel laten spreken, valt iets op.
De Schrift spreekt over:
- het midden der aarde;
- de einden der aarde;
- de vier einden des aardrijks;
- de vier hoeken der aarde;
- de breedte der aarde;
- de vier winden;
- oosten, westen, noorden en zuiden;
- van het ene uiterste tot het andere uiterste.
Dat zijn geen losse toevallige uitdrukkingen.
Samen vormen zij een aardetaal die veel natuurlijker past bij een gegronde, uitgestrekte aarde onder de hemel dan bij een moderne draaiende bol in lege ruimte.
Ook de grondtekst onderstreept dat. De Schrift gebruikt woorden voor aarde, land, midden, einde, uiterste, hoek, breedte en windrichting. Dat is geen taal van een abstract object zonder boven en beneden, zonder midden en uitersten, zonder vaste richtingen. Het is taal van een door God geordende aarde onder de hemel.
Deze teksten moeten zorgvuldig gelezen worden.
Niet elke uitdrukking moet plat of mechanisch worden gelezen. “Einden der aarde” kan in bepaalde teksten ook de verste gebieden betekenen. “Hoeken” betekent niet automatisch dat de aarde een vierkant is. “Vier winden” spreekt vaak over alle richtingen.
Maar juist dat is het punt: de Bijbel gebruikt steeds taal van uitgestrektheid, grenzen, richtingen, midden en uitersten.
Daarom moeten wij deze teksten niet apart wegverklaren, maar samen lezen.
“De som Uws woords is waarheid, en al het recht Uwer gerechtigheid is in eeuwigheid.”
— Psalm 119:160
Na de gegronde aarde komt de uitgestrekte aarde
In het vorige artikel zagen we teksten als:
“Hij heeft de aarde gegrond op haar grondvesten; zij zal nimmermeer noch eeuwiglijk wankelen.”
— Psalm 104:5
En:
“Ook zal de wereld bevestigd worden, zij zal niet bewogen worden…”
— Psalm 96:10
En:
“Waar waart gij, toen Ik de aarde grondde?”
— Job 38:4
De Schrift spreekt dus over de aarde als gegrond en bevestigd.
Maar de Bijbel spreekt niet alleen over haar vastheid. Zij spreekt ook over haar uitgestrektheid.
Een gegronde aarde heeft in de Schrift:
- midden;
- einden;
- hoeken;
- breedte;
- richtingen;
- winden.
Dat hoort bij elkaar.
De aarde wordt niet voorgesteld als een vaag object zonder richting, zonder boven en beneden, zonder uitersten en zonder vaste ordening. De aarde staat onder de hemel, is gegrond door God en wordt beschreven met duidelijke aardse richtingen en grenzen.
Het woord dat vaak achter “aarde” of “land” staat, is in het Hebreeuws אֶרֶץ — ʾerets. Dat woord kan afhankelijk van de context “land”, “grond”, “aardrijk” of “aarde” betekenen. Juist daarom moet de context beslissen. In deze teksten gaat het niet slechts om een stukje grond, maar om de aarde in haar grote Bijbelse orde: onder de hemel, met einden, richtingen, winden en uitersten.
Het midden der aarde
Daniël 4 geeft een zeer opvallend beeld.
Nebukadnezar zegt:
“Ik zag, en ziet, een boom was in het midden der aarde, en zijn hoogte was groot.”
— Daniël 4:10
Daarna:
“De boom werd groot en sterk, en zijn hoogte reikte aan den hemel, en hij werd gezien tot aan het einde der ganse aarde.”
— Daniël 4:11
De boom staat:
“in het midden der aarde”
en wordt gezien:
“tot aan het einde der ganse aarde.”
Daniël 4 wordt later afzonderlijk behandeld, maar hier is deze tekst al belangrijk omdat hij dezelfde aardetaal gebruikt die wij onderzoeken:
- midden;
- hemel;
- einde der aarde;
- zichtbaarheid tot het einde.
Daniël 4 is Aramees. De uitdrukking “in het midden der aarde” draagt daar de gedachte van te midden van / binnenin / in het centrum van. En “einde der ganse aarde” gebruikt taal van grens, einde en uiterste.
Dat maakt de tekst niet zwakker, maar sterker. De droom spreekt niet vaag over invloed. Hij toont eerst een beeld: een boom in het midden der aarde, hoog tot de hemel, zichtbaar tot het einde der ganse aarde.
Daniël verklaart later dat de boom Nebukadnezar en zijn wereldheerschappij afbeeldt:
“Gij, o koning! zijt die boom, die groot en sterk geworden zijt; want uw grootheid is gewassen en reikt tot aan den hemel, en uw heerschappij tot aan het einde der aarde.”
— Daniël 4:22
Dat neemt het beeld niet weg. Het verklaart het beeld.
De droom is werkelijk zoals hij gezien wordt: een boom in het midden der aarde, reikend tot de hemel, zichtbaar tot het einde der aarde. En die boom betekent Nebukadnezars grootheid en heerschappij.
Het opvallende is dat dit beeld zeer natuurlijk past bij een wereldbeeld waarin de aarde een midden en einden heeft onder de hemel.
Bij een bolmodel moet men direct nuanceren: midden is niet echt midden, einde is niet echt einde, zichtbaar is niet echt zichtbaar. Maar de Schrift zelf laat het beeld eerst staan en geeft daarna de betekenis.
Dat is precies hoe wij moeten lezen.
De einden der aarde
De Bijbel spreekt vaak over de einden der aarde.
Job 38 spreekt over de dageraad:
“Opdat zij de einden der aarde vatten zou; en de goddelozen uit haar uitgeschud zouden worden.”
— Job 38:13
Dit is een krachtig beeld.
De dageraad grijpt de einden der aarde, en de goddelozen worden eruit geschud.
Het beeld doet denken aan iets dat bij de uitersten gegrepen en uitgeschud wordt. Het is niet de taal van een aarde zonder einden, maar van een aarde met uitersten.
Het Hebreeuws gebruikt voor zulke “einden” woorden uit de sfeer van grens, uiteinde, rand of uiterste. Dat is precies wat de Statenvertaling krachtig weergeeft met “einden der aarde”.
Psalm 61 zegt:
“Van het einde des lands roep ik tot U, als mijn hart overstelpt is…”
— Psalm 61:3
Jesaja zegt:
“Wendt u naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde! want Ik ben God, en niemand meer.”
— Jesaja 45:22
Handelingen 1 zegt:
“Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde.”
— Handelingen 1:8
In sommige teksten betekent “einden der aarde” duidelijk: de verste gebieden, alle volken, de uiterste reikwijdte van menselijke bewoning.
Maar ook dan blijft de aardetaal opvallend. De Schrift spreekt over uitersten, einden en grenzen.
Zij spreekt niet alsof de aarde geen uiterste gebieden heeft. Zij spreekt alsof de aarde zich uitstrekt tot einden.
Dat is de taal die zij steeds gebruikt.
Van het ene einde tot het andere einde
De Bijbel gebruikt ook taal van het ene einde tot het andere einde.
Deuteronomium zegt:
“En de HEERE zal u verstrooien onder alle volken, van het ene einde der aarde tot aan het andere einde der aarde…”
— Deuteronomium 28:64
Jeremia zegt:
“En de verslagenen des HEEREN zullen te dien dage liggen van het ene einde der aarde tot aan het andere einde der aarde…”
— Jeremia 25:33
De Heere Jezus zegt:
“En Hij zal Zijn engelen uitzenden met een bazuin van groot geluid, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen uit de vier winden, van het ene uiterste der hemelen tot het andere uiterste derzelve.”
— Mattheüs 24:31
Markus zegt:
“En alsdan zal Hij Zijn engelen uitzenden, en zal Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen uit de vier winden, van het uiterste der aarde tot het uiterste des hemels.”
— Markus 13:27
Hier komt dezelfde taal terug:
- ene einde;
- andere einde;
- uiterste der aarde;
- uiterste des hemels;
- vier winden;
- engelen die verzamelen.
In het Grieks van Mattheüs en Markus wordt bij “uiterste” taal gebruikt van het uiterste punt, de rand, de grens. De Statenvertaling geeft dat zeer krachtig weer met “uiterste”.
Dat is geen taal van abstracte relativiteit. Dat is taal van reikwijdte, richting en uiterste grenzen.
De vier einden der aarde
Jesaja spreekt niet alleen over “einden”, maar over vier einden:
“En Hij zal een banier oprichten onder de heidenen, en Hij zal de verdrevenen van Israël verzamelen, en de verstrooiden uit Juda vergaderen van de vier einden des aardrijks.”
— Jesaja 11:12
Dit gaat profetisch over de verzameling van Israël.
De verstrooiden van Juda worden vergaderd:
“van de vier einden des aardrijks”
Dat is richtingstaal. De aarde wordt voorgesteld met uitersten in vier richtingen.
Het is niet zomaar “ver weg”. Het zijn de vier einden van het aardrijk.
Dat past bij een aarde die in de Schrift wordt geordend met richtingen, uitersten en windstreken.
De vier hoeken der aarde
Openbaring zegt:
“En na dezen zag ik vier engelen staan op de vier hoeken der aarde, houdende de vier winden der aarde, opdat geen wind zou waaien op de aarde, noch op de zee, noch tegen enigen boom.”
— Openbaring 7:1
Hier staan vier dingen bij elkaar:
- vier engelen;
- vier hoeken der aarde;
- vier winden der aarde;
- aarde, zee en bomen.
Dit is geen losse dichterlijke uitdrukking in een Psalm. Dit is een profetisch gezicht in Openbaring.
Ook Openbaring 20 zegt:
“En hij zal uitgaan om de volken te verleiden, die in de vier hoeken der aarde zijn, den Gog en den Magog, om hen te vergaderen tot den krijg; welker getal is als het zand aan de zee.”
— Openbaring 20:8
Opnieuw:
“de vier hoeken der aarde”
Het Griekse woord achter “hoeken” is γωνία — gōnia. Dat betekent hoek, hoekpunt, uiterste punt of hoekgebied. Ons woord “hoek” is dus geen zwakke vertaling. Openbaring gebruikt echte hoektaal.
Betekent dit dat de aarde een vierkant moet zijn?
Niet noodzakelijk.
Hoeken kunnen de uiterste richtingspunten aanduiden. Maar de taal blijft belangrijk. De Schrift spreekt niet alsof de aarde geen uitersten heeft. Zij spreekt over hoeken, einden en winden.
Vier hoeken horen bij de vier richtingen van de aarde.
Daarom staat in Openbaring 7:1 direct:
“de vier winden der aarde”
Hoeken en winden horen samen.
De aarde wordt voorgesteld als een uitgestrekte werkelijkheid met uitersten en richtingen.
De vier winden
De vier winden komen vaker terug.
Daniël zegt:
“Ik zag in mijn gezicht bij nacht, en ziet, de vier winden des hemels braken voort op de grote zee.”
— Daniël 7:2
Later in Daniël:
“En hij werd groot; doch als hij sterk geworden was, brak die grote hoorn, en er kwamen op aan zijn plaats vier aanzienlijke, naar de vier winden des hemels.”
— Daniël 8:8
En:
“Doch als hij zal staan, zal zijn rijk gebroken en verdeeld worden naar de vier winden des hemels…”
— Daniël 11:4
Zacharia zegt:
“O, o, vliedt dan uit het Noorderland, spreekt de HEERE; want Ik heb ulieden uitgebreid naar de vier winden des hemels, spreekt de HEERE.”
— Zacharia 2:6
De Heere Jezus zegt:
“En Hij zal Zijn engelen uitzenden met een bazuin van groot geluid, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen uit de vier winden, van het ene uiterste der hemelen tot het andere uiterste derzelve.”
— Mattheüs 24:31
Markus zegt:
“En alsdan zal Hij Zijn engelen uitzenden, en zal Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen uit de vier winden, van het uiterste der aarde tot het uiterste des hemels.”
— Markus 13:27
Dit is zeer rijk.
We krijgen:
- vier winden;
- uiterste der hemelen;
- uiterste der aarde;
- verzameling door engelen.
In het Hebreeuws staat achter “wind” vaak רוּחַ — rûaḥ: wind, adem, geest. In deze teksten gaat het om windrichting: de vier winden des hemels. In het Grieks van het Nieuwe Testament staat ἄνεμοι — anemoi, winden. Ook daar gaat het om de vier richtingen waaruit God verzamelt.
De vier winden zijn dus niet zomaar wind als weerfenomeen. Zij duiden de vier richtingen aan waarin volken verstrooid zijn en waaruit God verzamelt.
Openbaring 7 verbindt ze met de vier hoeken der aarde.
Samen geven deze teksten een Bijbelse ordening van de aarde en de hemelen in richtingen en uitersten.
Oosten, westen, noorden en zuiden
De Bijbel spreekt niet alleen over vier winden, maar ook expliciet over de vier windrichtingen.
Psalm 103 zegt:
“Zo ver het oosten is van het westen, zo ver doet Hij onze overtredingen van ons.”
— Psalm 103:12
Dat is prachtige genadetaal.
Oosten en westen worden gebruikt als tegengestelde richtingen, ver van elkaar verwijderd.
Dat is sterker dan het op het eerste gezicht lijkt. In de Bijbelse aardetaal zijn oost en west geen willekeurige begrippen. Zij hangen samen met de opgang en nedergang van de zon, met de grote dagelijkse richting over de aarde. Juist daarom is Psalm 103:12 zo krachtig. God zegt niet: zo ver als noord van zuid, maar: “Zo ver het oosten is van het westen.” Oost en west worden voorgesteld als richtingen die niet eenvoudig samenkomen. Zo ver doet God de overtredingen weg van wie Hem vreest. De aardetaal wordt hier genadetaal.
Psalm 113 zegt:
“Van den opgang der zon af tot haar nedergang toe zij de Naam des HEEREN geloofd.”
— Psalm 113:3
De beweging van de zon wordt beschreven van opgang tot nedergang. Daarmee worden oost en west aangeduid als de grote richting van de dagelijkse zonnebaan.
Jesaja zegt:
“Vrees niet, want Ik ben met u; Ik zal uw zaad van het oosten brengen, en Ik zal u vergaderen van het westen.”
— Jesaja 43:5
En dan:
“Ik zal zeggen tot het noorden: Geef; en tot het zuiden: Houd niet terug; breng Mijn zonen van verre, en Mijn dochters van het einde der aarde.”
— Jesaja 43:6
Hier staan alle richtingen bij elkaar:
- oosten;
- westen;
- noorden;
- zuiden;
- einde der aarde.
Lukas zegt:
“En daar zullen er komen van oosten en westen, en van noorden en zuiden, en zullen aanzitten in het Koninkrijk Gods.”
— Lukas 13:29
De Schrift ordent de aarde dus met vaste richtingen.
Niet chaotisch.
Niet willekeurig.
Niet relatief zonder betekenis.
Oost, west, noord en zuid zijn reële richtingen in Gods wereld.
Het noorden krijgt bijzondere aandacht
Hier komt het noorden alleen naar voren als één van de richtingen.
Maar het moet alvast gezegd worden: het noorden krijgt in de Schrift opvallend veel gewicht.
Job zegt:
“Hij breidt het noorden uit over het woeste; Hij hangt de aarde aan een niet.”
— Job 26:7
Psalm 48 spreekt over Sion:
“Schoon van gelegenheid, een vreugde der ganse aarde is de berg Sion, aan de zijden van het noorden, de stad des groten Konings.”
— Psalm 48:3
Jesaja 14 spreekt over:
“den berg der samenkomst aan de zijden van het noorden.”
— Jesaja 14:13
En Ezechiël ziet de heerlijkheid des HEEREN komen:
“Toen zag ik, en ziet, een stormwind kwam van het noorden, een grote wolk, en een vuur daarin vervangen…”
— Ezechiël 1:4
Daarna ziet Ezechiël het kristalachtige uitspansel en de troon daarboven.
Daarom vraagt het noorden om afzonderlijke aandacht.
Want de Schrift verbindt het noorden opvallend met Sion, de stad van de grote Koning, de berg der samenkomst, de sterren Gods, de heerlijkheid des HEEREN en de troon boven het uitspansel.
Dat is te belangrijk om vluchtig af te handelen.
Voor nu is genoeg om te zien: de Bijbel spreekt over de aarde met richtingen. En binnen die richtingen krijgt het noorden later bijzondere aandacht.
De breedte der aarde
Openbaring 20 zegt:
“En zij zijn opgekomen op de breedte der aarde, en omringden de legerplaats der heiligen, en de geliefde stad…”
— Openbaring 20:9
Dit is opnieuw opvallende aardetaal.
“de breedte der aarde”
Het Griekse woord achter “breedte” is πλάτος — platos. Dat betekent breedte of uitgestrektheid. Openbaring spreekt dus werkelijk over de breedte van de aarde.
De volken komen op over de breedte der aarde.
Dat past bij een uitgestrekte aarde. De Schrift spreekt hier niet over een bolvormig object in ruimte, maar over breedte, uitgestrektheid, oprukken over de aarde.
Ook Habakuk gebruikt zulke taal:
“God kwam van Theman, en de Heilige van den berg Paran. Sela. Zijn heerlijkheid bedekte de hemelen, en het aardrijk was vol van Zijn lof.”
— Habakuk 3:3
En:
“Hij stond, en mat het land; Hij zag toe, en maakte de heidenen los…”
— Habakuk 3:6
De aarde wordt in profetische taal vaak als land, aardrijk en breedte voorgesteld waarover God meet, oordeelt, verzamelt en regeert.
Openbaring 20:9 past bij die lijn.
Een zeer hoge berg en alle koninkrijken der wereld
Mattheüs 4 zegt:
“Wederom nam Hem de duivel mede op een zeer hogen berg, en toonde Hem al de koninkrijken der wereld, en hun heerlijkheid.”
— Mattheüs 4:8
Lukas zegt:
“En als de duivel Hem geleid had op een hogen berg, toonde hij Hem al de koninkrijken der wereld, in een ogenblik tijds.”
— Lukas 4:5
Deze tekst mag niet worden weggezet.
De verzoeking van Christus is werkelijk. De duivel toont Hem al de koninkrijken der wereld en hun heerlijkheid.
Bij een modern bolmodel kan geen enkele hoge berg letterlijk zicht geven op alle koninkrijken van de wereld. Daarom zegt men vaak dat dit een visioen was of een bovennatuurlijk tonen.
Dat wordt dan gebruikt om de aardetaal direct weg te duwen.
Maar de tekst zelf zegt dat de duivel Hem op een zeer hoge berg nam en Hem al de koninkrijken der wereld toonde.
Lukas voegt toe:
“in een ogenblik tijds”
Dat maakt het wonderlijk en duivels in zijn verzoekende kracht, maar het wist de aardetaal niet uit.
De Schrift gebruikt het beeld van een zeer hoge berg vanwaar de koninkrijken der wereld getoond worden.
Binnen het Bijbelse wereldbeeld van een gegronde, uitgestrekte aarde onder de hemel is dit beeld veel natuurlijker dan binnen een bolmodel.
Deze tekst staat niet alleen. Samen met Daniël 4, Openbaring 7, Openbaring 20, Jesaja 11 en Job 38 past hij in hetzelfde patroon van zichtbaarheid, hoogte, uitgestrektheid en aardse rijken onder de hemel.
Wat gebeurt er als we al deze aardetaal samenleggen?
Nu komen de lijnen samen.
Tot nu toe zagen we:
- Genesis 1: aarde onder het uitspansel;
- het uitspansel: door God gemaakt, hemel genoemd;
- wateren boven de hemelen;
- aarde gegrond, bevestigd en niet bewogen;
- aarde met midden;
- aarde met einden;
- aarde met vier einden;
- aarde met vier hoeken;
- aarde met breedte;
- aarde met vier winden;
- vaste richtingen: oost, west, noord, zuid;
- van het ene einde tot het andere einde;
- van het uiterste der aarde tot het uiterste des hemels.
Dat is een samenhangend patroon.
De Schrift spreekt niet alsof de aarde een draaiende bol is zonder werkelijk midden, zonder einden, zonder hoeken, zonder breedte en zonder vaste boven-benedenstructuur.
De Schrift spreekt over een gegronde aarde onder de hemel, met uitgestrektheid, richtingen, uitersten en grenzen.
Niet elke term moet plat-mechanisch worden gelezen. Maar geen van deze woorden mag worden weggedrukt zodra zij niet past in het moderne model.
De vraag is niet:
“Kan ik één tekst los figuurlijk maken?”
De vraag is:
Wat zegt de som van de Schrift?
En de som van deze teksten wijst niet naar een moderne bol in lege ruimte, maar naar een Bijbels wereldbeeld van een gegronde, uitgestrekte aarde onder het uitspansel van de hemel.
Het patroon wordt steeds duidelijker
Dit artikel is geen los bewijs.
Het is een stap in een reeks.
Eerst zagen we de bouwtekening van Genesis 1.
Daarna het uitspansel.
Daarna de wateren boven.
Daarna de gegronde aarde.
Nu de aardetaal van midden, einden, hoeken, breedte, winden en richtingen.
Niet alles hoeft in één keer overzien te worden.
Maar het patroon wordt zichtbaar:
De Bijbel spreekt consequent anders dan het moderne wereldbeeld.
Dat is belangrijk.
Niet omdat een model iemand redt.
Niet omdat iemand eeuwig leven krijgt door de vorm van de aarde goed te begrijpen.
Maar omdat de Schrift gezag heeft.
Als God spreekt over hemel en aarde, mogen wij Hem niet telkens corrigeren.
Christus en de einden der aarde
Toch moet dit artikel niet eindigen bij aardevorm of richtingstaal.
Het moet eindigen bij Christus.
Want de einden der aarde zijn niet alleen kosmologische taal. Zij zijn ook evangelische taal.
Jesaja zegt:
“Wendt u naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde! want Ik ben God, en niemand meer.”
— Jesaja 45:22
Dat is de oproep van God aan de verste einden der aarde.
Niet alleen Israël.
Niet alleen Jeruzalem.
Niet alleen één volk.
Alle einden der aarde moeten zich wenden tot de HEERE.
In Handelingen zegt de Heere Jezus:
“Gij zult Mijn getuigen zijn… tot aan het uiterste der aarde.”
— Handelingen 1:8
Het Evangelie gaat tot het uiterste der aarde.
Waarom?
Omdat Christus niet alleen de Schepper is van hemel en aarde, maar ook de Redder van zondaren.
“Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.”
— Johannes 3:16
Dezelfde aarde die God gegrond heeft, is de aarde waarop Christus kwam.
Dezelfde wereld die in zonde ligt, is de wereld waarvoor Hij stierf.
Dezelfde einden der aarde die onder Gods schepping vallen, worden geroepen om tot Hem te zien.
“Wendt u naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde!”
— Jesaja 45:22
Dat is de hoogste boodschap.
Niet alleen: de aarde heeft einden.
Maar: tot de einden der aarde klinkt de roep tot behoud.
Niet alleen: God heeft de aarde gegrond.
Maar: God heeft Zijn Zoon gegeven.
Niet alleen: Christus maakte alle dingen.
Maar: Christus stierf voor onze zonden, werd begraven, stond op uit de doden, en ieder die in Hem gelooft heeft eeuwig leven.
Slot
De Bijbel spreekt niet alleen over een gegronde aarde, maar ook over een aarde met midden, einden, hoeken, breedte en vier windrichtingen.
Niet elk woord geeft een technische kaart. Maar samen vormen deze woorden wel een herkenbare Bijbelse aardetaal.
Die taal moet blijven staan: niet opgeblazen tot meer dan God zegt, maar ook niet weggedrukt zodra zij botst met het moderne bolmodel.
De einden der aarde blijven uiteindelijk niet bij kosmologie staan. Zij worden het bereik van Gods heil:
“Wendt u naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde! want Ik ben God, en niemand meer.”
— Jesaja 45:22
📖 Lees verder over zekerheid en zonde na geloof
👉 Kan een gelovige zijn zaligheid verliezen?
👉
Wat gebeurt er nadat u tot geloof bent gekomen?