De wateren boven de hemelen

Genesis spreekt over wateren boven het uitspansel. Psalm 148 bevestigt: er zijn wateren boven de hemelen.

De wateren boven de hemelen

Waarom een gelovige nog kan zondigen, maar daardoor het eeuwige leven niet verliest.

Genesis 1 zegt dat God scheiding maakte tussen wateren onder en wateren boven het uitspansel. Psalm 148 spreekt opnieuw over wateren boven de hemelen. Dit artikel onderzoekt die lijn en laat zien dat deze wateren niet zomaar weggepoetst mogen worden.

De wateren boven de hemelen

De Bijbel spreekt niet alleen over water beneden, maar ook over wateren boven het uitspansel en boven de hemelen.

Genesis 1 spreekt niet alleen over hemel en aarde.


Genesis 1 spreekt ook over wateren.


En niet alleen over wateren op aarde, zoals zeeën, rivieren en bronnen.



De eerste bladzijde van de Bijbel spreekt over wateren boven het uitspansel.

“En God maakte dat uitspansel, en maakte scheiding tussen de wateren, die onder het uitspansel zijn, en tussen de wateren, die boven het uitspansel zijn; en het was alzo.”
— Genesis 1:7

Dat is een tekst waar veel mensen snel overheen lezen.


Of men zegt meteen:


“Dat zijn gewoon wolken.”


Maar de vraag is niet eerst wat wij ervan maken.


De vraag is:


Wat zegt de Schrift zelf over deze wateren boven?


Want Genesis 1 staat niet alleen.



Psalm 148 spreekt later over:

“gij wateren, die boven de hemelen zijt.”
— Psalm 148:4

De zondvloed spreekt over de vensteren des hemels die geopend worden.


Psalm 104 spreekt over Gods opperzalen in de wateren.


Job spreekt over sneeuw, hagel en wateren die als steen verborgen worden.


2 Petrus 3 spreekt over de aarde uit het water en in het water bestaande.


Openbaring 4 spreekt over een glazen zee als kristal voor Gods troon.

Dat zijn geen losse, toevallige uitdrukkingen.


Samen vormen zij een Schriftuurlijke lijn.


Daarom moeten wij de vraag ernstig stellen:


Wat leert de Bijbel over de wateren boven de hemelen?



De wateren zijn er al in Genesis 1


Genesis 1:1 zegt:

“In den beginne schiep God den hemel en de aarde.”
— Genesis 1:1

Daarna lezen we:

“De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren.”
— Genesis 1:2

Voordat de droge aarde zichtbaar wordt, zijn er wateren.


Voordat zon, maan en sterren als lichten in het uitspansel worden gesteld, zijn er wateren.


Voordat planten groeien, zijn er wateren.


De Geest Gods zweeft op de wateren.


Het Hebreeuwse woord voor “wateren” is מַיִם — mayim. Dat woord staat in het Hebreeuws in een meervoudsvorm en wordt gewoonlijk weergegeven als “water” of “wateren”. Het gaat werkelijk om wateren, niet om een vaag symbool.


Dat betekent niet dat Genesis 1 ons meteen alle technische details geeft. De tekst zegt niet of de wateren boven het uitspansel vloeibaar, vast, kristalachtig, glanzend of op een hemelse wijze aanwezig zijn. Maar de tekst noemt ze wel degelijk wateren.


Dat moeten wij laten staan.



Daarna maakt God op de tweede dag het uitspansel:

“En God zeide: Daar zij een uitspansel in het midden der wateren; en dat make scheiding tussen wateren en wateren.”
— Genesis 1:6

Let goed op de volgorde.


Er zijn wateren.


God maakt een uitspansel in het midden der wateren.


Dat uitspansel maakt scheiding tussen wateren en wateren.



Dan verklaart vers 7 welke wateren bedoeld worden:

“En God maakte dat uitspansel, en maakte scheiding tussen de wateren, die onder het uitspansel zijn, en tussen de wateren, die boven het uitspansel zijn; en het was alzo.”
— Genesis 1:7

De tekst is eenvoudig:


  • wateren onder het uitspansel;
  • wateren boven het uitspansel;
  • het uitspansel als scheiding daartussen.


Dit is geen ingewikkelde uitleg. Dit is wat er staat.


De moeilijkheid ontstaat pas wanneer iemand bij voorbaat gelooft dat er geen wateren boven de hemelen kunnen zijn.


Maar Genesis zegt:


“en het was alzo.”



Wateren betekent niet zomaar “wolken”


Hier moet nauwkeurig worden gelezen.


Genesis gebruikt het woord mayim: wateren.


Niet: damp.


Niet: wolken.


Niet: luchtvochtigheid.


Niet: atmosfeer.


Dat betekent niet dat wolken niets met water te maken hebben. Natuurlijk bevatten wolken water. En de Bijbel spreekt ook over wolken, regen, sneeuw en hagel.


Maar Genesis 1:7 zegt meer dan alleen: “er zijn wolken boven ons.”


De tekst spreekt over wateren boven het uitspansel.


Dat is belangrijk.


Het uitspansel zelf wordt door God gemaakt als scheiding. Onder het uitspansel zijn wateren. Boven het uitspansel zijn wateren.


Daarom is “wolken” als volledige verklaring te klein.


Wolken bevinden zich in de zichtbare lucht boven de aarde. Maar Genesis plaatst de wateren boven het uitspansel, terwijl zon, maan en sterren later in het uitspansel worden gesteld.


Daarom moeten wij niet te snel zeggen:


“Dat zijn gewoon wolken.”


De Schrift zelf spreekt groter.



God noemt het uitspansel hemel


Genesis 1:8 is de sleutel:

“En God noemde het uitspansel hemel.”
— Genesis 1:8

Daarom sluit Psalm 148 zo nauw aan bij Genesis.



Wat Genesis “wateren boven het uitspansel” noemt, noemt Psalm 148 “wateren boven de hemelen”.

“Looft Hem, gij hemelen der hemelen, en gij wateren, die boven de hemelen zijt.”
— Psalm 148:4

Dat past precies.


Want God noemde het uitspansel hemel.


De wateren boven zijn dus niet een los detail uit één hoofdstuk. Zij horen bij de bredere Bijbelse hemel-taal.


Genesis zegt:


wateren boven het uitspansel.


Psalm 148 zegt:


wateren boven de hemelen.


Dat is Schrift met Schrift.



De wateren boven zijn niet simpelweg wolken


De verklaring “wateren boven = wolken” lijkt op het eerste gezicht makkelijk.


Er is water boven ons in de vorm van wolken. Dus, zegt men, Genesis bedoelt gewoon wolken.


Maar die uitleg is te klein.


Waarom?


Omdat Genesis 1 het uitspansel niet beperkt tot de lagere luchtlaag.


Op dag vier zegt God:

“En God zeide: Dat er lichten zijn in het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen den dag en tussen den nacht; en dat zij zijn tot tekenen, en tot gezette tijden, en tot dagen en jaren.”
— Genesis 1:14

En:

“En God stelde ze in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde.”
— Genesis 1:17

Zon, maan en sterren worden dus in het uitspansel des hemels gesteld.


Als de wateren boven het uitspansel alleen gewone wolken zijn, dan komen er direct problemen. Want Genesis stelt de lichten in het uitspansel. De wateren boven het uitspansel zijn dan boven de structuur waarin God zon, maan en sterren stelt.



Ook Genesis 1:20 maakt onderscheid:

“Dat het gevogelte vliege boven de aarde, in het aangezicht des uitspansels des hemels.”
— Genesis 1:20

Vogels vliegen boven de aarde, in het aangezicht van het uitspansel. Dat is niet hetzelfde als: vogels vullen het hele uitspansel.


De tekst maakt dus onderscheid:


  • vogels boven de aarde, voor het aangezicht van het uitspansel;
  • lichten in het uitspansel;
  • wateren boven het uitspansel.


Daarom is “wolken” als volledige verklaring onvoldoende.


Wolken kunnen wel betrokken zijn bij regen en zichtbare wateren onder de hemel. Maar de wateren boven het uitspansel zijn volgens Genesis en Psalm 148 meer dan gewone wolken.



Kunnen de wateren boven ook vast of kristalachtig zijn?


Hier moeten wij voorzichtig zijn.


Genesis 1 zegt niet letterlijk:


“de wateren boven zijn ijs.”


Daarom moeten wij dat ook niet als harde technische uitspraak in de tekst leggen.


Maar dat betekent niet dat wij de wateren boven mogen verkleinen tot gewone wolken. Genesis zegt werkelijk wateren boven het uitspansel. Psalm 148 bevestigt werkelijk wateren boven de hemelen. En de bredere Schrift verbindt hemelse water-taal met sneeuw, hagel, wateren die als steen verborgen worden, kristalachtige klaarheid, een glazen zee en Gods troon.


Daarom is een vaste of kristalachtige hemelse waterwerkelijkheid Schriftuurlijk zeker niet vreemd. Genesis tekent het niet technisch uit, maar de Schriftlijn is veel rijker dan “het zijn gewoon wolken.”


Job 38 spreekt over sneeuw en hagel:

“Zijt gij gekomen tot de schatkameren der sneeuw? En hebt gij de schatkameren des hagels gezien?”
— Job 38:22

En daarna:

“Die Ik ophoude tot den tijd der benauwdheid, tot den dag des strijds en des oorlogs?”
— Job 38:23

Job spreekt ook over wateren die als met steen verborgen worden:

“De wateren verbergen zich als met een steen, en het vlakke des afgronds wordt gevangen.”
— Job 38:30

Dat is belangrijk.


De Schrift kent dus wateren die door Gods macht vast, verborgen, bevroren of steenachtig worden voorgesteld.


Dat betekent niet automatisch dat Genesis 1:7 technisch zegt: “ijslaag.”


Maar het betekent wel dat wij de wateren boven niet moeten vernauwen tot gewone wolken. De Schrift zelf verbindt water met diepte, hemel, sneeuw, hagel, vastheid, kristalachtige klaarheid en Gods hemelse orde.



Daarbij komt dat Ezechiël spreekt over een uitspansel:

“gelijk de kleur van het schrikkelijk kristal”
— Ezechiël 1:22

En Openbaring spreekt over:

“een glazen zee, kristal gelijk”
— Openbaring 4:6

Dus de Bijbelse lijn is niet:


wateren boven = gewone wolken.


De lijn is rijker:


wateren boven het uitspansel, wateren boven de hemelen, hemelse vensteren, schatkamers van sneeuw en hagel, kristalachtig uitspansel, glazen zee als kristal voor Gods troon.


Dat is geen bewijs dat wij elk technisch detail kunnen invullen.


Maar het is wel een sterke waarschuwing tegen een oppervlakkige verklaring.



Psalm 148 bevestigt de wateren boven


Psalm 148 is één van de belangrijkste teksten in dit onderzoek.

“Hallelujah! Looft den HEERE uit de hemelen; looft Hem in de hoogste plaatsen.”
— Psalm 148:1

Daarna worden hemelse schepselen en hemelse werken opgeroepen om de HEERE te loven:

“Looft Hem, al Zijn engelen; looft Hem, al Zijn heirscharen!”
— Psalm 148:2


“Looft Hem, zon en maan; looft Hem, alle gij lichtende sterren!”
— Psalm 148:3

En dan:

“Looft Hem, gij hemelen der hemelen, en gij wateren, die boven de hemelen zijt.”
— Psalm 148:4

Let op de opbouw:


  • engelen;
  • heirscharen;
  • zon;
  • maan;
  • lichtende sterren;
  • hemelen der hemelen;
  • wateren boven de hemelen.


De psalmist spreekt niet alsof de wateren boven een vergeten oud idee zijn. Hij roept ze op om de HEERE te loven.



Daarna zegt Psalm 148:

“Dat zij den Naam des HEEREN loven; want als Hij het beval, zo werden zij geschapen.”
— Psalm 148:5

En:

“En Hij heeft ze bevestigd voor altoos in eeuwigheid; Hij heeft hun een orde gegeven, die geen van hen zal overtreden.”
— Psalm 148:6

Dit is sterk.


De wateren boven de hemelen horen bij de geschapen orde van God.


Zij zijn niet chaotisch.


Zij zijn niet toevallig.


Zij zijn door Gods bevel geschapen en in Zijn orde bevestigd.


Psalm 148 bevestigt dus niet alleen dat er wateren boven de hemelen zijn, maar ook dat zij behoren tot Gods vaste scheppingsorde.



De zondvloed: water van beneden en van boven


Genesis 7 spreekt over de zondvloed.

“In het zeshonderdste jaar des levens van Noach, in de tweede maand, op den zeventienden dag der maand, op dezen zelven dag zijn alle fonteinen des groten afgronds opengebroken, en de vensteren des hemels geopend.”
— Genesis 7:11

Hier komt het water van twee kanten.


Van beneden:


“alle fonteinen des groten afgronds”


Van boven:


“de vensteren des hemels”


Dat past opvallend goed bij Genesis 1:


  • wateren onder;
  • uitspansel;
  • wateren boven.


Bij de vloed breken de fonteinen van de grote afgrond open. En de vensteren des hemels worden geopend.


Het woord “afgrond” sluit ook aan bij Genesis 1:2, waar duisternis op den afgrond was. In de grondtekst gaat het om תְּהוֹם — təhôm, de diepte, de afgrond. Genesis 7 spreekt over de fonteinen van de grote afgrond. De vloed komt dus niet alleen door regen van boven, maar ook door het openbreken van de diepte beneden.



Genesis 8 zegt daarna:

“En de fonteinen des afgronds en de vensteren des hemels werden gesloten, en de plasregen van den hemel werd opgehouden.”
— Genesis 8:2

Let opnieuw op:


  • fonteinen des afgronds worden gesloten;
  • vensteren des hemels worden gesloten;
  • plasregen van de hemel wordt opgehouden.


De zondvloed wordt dus niet beschreven als gewone regen alleen. Er is een hemels openen en sluiten, en er is een openbreken en sluiten van de afgrond beneden.


Dat sluit aan bij de waterstructuur van Genesis 1.


De wateren boven zijn niet zomaar decor. God kan de hemelse vensteren openen en sluiten.



De vensteren des hemels


De uitdrukking “vensteren des hemels” komt vaker terug.


In 2 Koningen 7 wordt gesproken over vensteren in de hemel:

“Hoewel de HEERE vensteren in den hemel maakte, zou deze zaak geschieden?”
— 2 Koningen 7:2

En later:

“Hoewel de HEERE vensteren in den hemel maakte, zou het naar dit woord geschieden?”
— 2 Koningen 7:19

In Maleachi zegt de HEERE:

“Brengt al de tienden in het schathuis, opdat er spijze zij in Mijn huis; en beproeft Mij nu daarin, zegt de HEERE der heirscharen, of Ik u dan niet opendoen zal de vensteren des hemels, en u zegen afgieten, zodat er geen schuren genoeg wezen zullen.”
— Maleachi 3:10

In Jesaja lezen we:

“Want de sluizen uit de hoogte zijn opengedaan, en de fundamenten der aarde beven.”
— Jesaja 24:18

En Psalm 78 zegt:

“En Hij gebood den wolken van boven, en deed de deuren des hemels open.”
— Psalm 78:23

De Bijbel spreekt dus vaker over:


  • vensteren in de hemel;
  • vensteren des hemels;
  • sluizen uit de hoogte;
  • deuren des hemels.


Nu moet je voorzichtig zijn. Niet elke tekst bedoelt exact hetzelfde technische verschijnsel. Soms gaat het over oordeel, soms over zegen, soms over manna, soms over regen of overvloed.


Maar het patroon is duidelijk: de Bijbel spreekt over de hemel als een werkelijkheid die geopend en gesloten kan worden, waaruit God regen, oordeel, zegen of voorziening geeft.


Dat past veel beter bij een Bijbels hemels systeem dan bij het idee van een lege, betekenisloze ruimte boven ons.



Gods voorraadkamers en hemelse schatten


De Bijbel spreekt ook over hemelse voorraad.


Deuteronomium zegt:

“De HEERE zal u Zijn goeden schat opendoen, den hemel, om uw land regen te geven te zijner tijd, en om al het werk uwer hand te zegenen…”
— Deuteronomium 28:12

Job spreekt over sneeuw en hagel als bewaard voor de dag van strijd:

“Zijt gij gekomen tot de schatkameren der sneeuw? En hebt gij de schatkameren des hagels gezien?”
— Job 38:22


“Die Ik ophoude tot den tijd der benauwdheid, tot den dag des strijds en des oorlogs?”
— Job 38:23

Hier wordt opnieuw niet gesproken alsof boven ons slechts een mechanisch systeem zonder hemelse orde is.


De HEERE heeft schatkamers.


Hij opent.


Hij sluit.


Hij gebiedt.


Hij bewaart.


Hij geeft regen.


Hij houdt hagel op tot de dag van strijd.


De schepping is niet autonoom. De hemel is niet leeg. Boven de aarde is Gods bestel.



Psalm 104: Gods opperzalen in de wateren


Psalm 104 is een rijke scheppingspsalm.


Hij begint met Gods majesteit:

“Loof den HEERE, mijn ziel! HEERE, mijn God! Gij zijt zeer groot; Gij zijt bekleed met majesteit en heerlijkheid.”
— Psalm 104:1

Daarna:

“Hij bedekt Zich met het licht, als met een kleed; Hij rekt den hemel uit als een gordijn.”
— Psalm 104:2

En dan:

“Die Zijn opperzalen zoldert in de wateren, Die van de wolken Zijn wagen maakt, Die op de vleugelen des winds wandelt.”
— Psalm 104:3

Let op:


  • hemel uitgerekt als een gordijn;
  • Gods opperzalen in de wateren;
  • wolken als Zijn wagen;
  • God wandelt op de vleugelen van de wind.


In de grondtekst staat bij “in de wateren” opnieuw mayim. Psalm 104 verbindt dus Gods verheven opperzalen met de wateren. De psalm spreekt tegelijk over de hemel die uitgerekt wordt als een gordijn.


Dat sluit sterk aan bij Genesis 1.


De hemel wordt uitgerekt.


Er zijn wateren.


Gods verheven woonruimte wordt in verband gebracht met die wateren.



Daarna wordt de aarde genoemd:

“Hij heeft de aarde gegrond op haar grondvesten; zij zal nimmermeer noch eeuwiglijk wankelen.”
— Psalm 104:5

En:

“Gij hadt ze met den afgrond als een kleed overdekt; de wateren stonden boven de bergen.”
— Psalm 104:6

Psalm 104 beweegt dus in dezelfde scheppingstaal als Genesis:


  • licht;
  • hemel;
  • wateren;
  • aarde;
  • afgrond;
  • ordening.


De uitdrukking “Zijn opperzalen zoldert in de wateren” is zwaar. Zij wijst naar een hemelse werkelijkheid waarin Gods verheven woonruimte verbonden wordt met wateren.


Dat past bij Genesis 1 en Psalm 148.



De aarde uit het water en door het water


Petrus schrijft:

“Want willens is dit hun onbekend, dat door het woord Gods de hemelen van overlang geweest zijn, en de aarde uit het water en in het water bestaande.”
— 2 Petrus 3:5

En dan:

“Door welke de wereld, die toen was, met het water van den zondvloed bedekt zijnde, vergaan is.”
— 2 Petrus 3:6

Petrus verbindt drie dingen:


  • de hemelen van overlang;
  • de aarde uit het water en in het water bestaande;
  • de wereld die door water verging.


Hij zegt dat dit de spotters “willens” onbekend is.


Dat is ernstig.


De schepping en de vloed worden bewust genegeerd door mensen die Gods oordeel niet willen erkennen.


In het Grieks zegt Petrus dat de aarde uit water en door water bestond. De Statenvertaling geeft dat weer als “uit het water en in het water bestaande”. Hoe men de precieze formulering ook uitlegt, de hoofdzaak is duidelijk: water hoort fundamenteel bij Gods scheppingsorde en bij het oordeel van de zondvloed.


Petrus’ woorden passen bij Genesis:


  • wateren zijn fundamenteel aanwezig in de schepping;
  • de aarde verschijnt uit de wateren;
  • de vloed komt door water;
  • de huidige hemel en aarde worden bewaard tot vuur.


Petrus zegt daarna:

“Maar de hemelen, die nu zijn, en de aarde, zijn door hetzelfde woord als een schat weggelegd, en worden ten vure bewaard tegen den dag des oordeels…”
— 2 Petrus 3:7

Dezelfde God Die de wateren ordende, zal ook oordelen door vuur.


De wateren boven zijn dus niet alleen een kosmologisch detail. Zij horen bij de grote Bijbelse lijn van schepping, oordeel en Gods Woord.



De glazen zee als kristal


Nu moeten wij voorzichtig maar eerlijk naar Openbaring kijken.


Johannes ziet in Openbaring 4 de hemelse troonzaal:

“En terstond werd ik in den geest; en ziet, er was een troon gezet in den hemel, en er zat Een op den troon.”
— Openbaring 4:2

Daarna:

“En voor den troon was een glazen zee, kristal gelijk.”
— Openbaring 4:6

Ook Openbaring 15 zegt:

“En ik zag als een glazen zee, met vuur gemengd…”
— Openbaring 15:2

De glazen zee krijgt later een eigen artikel. Toch hoort zij hier al genoemd te worden, omdat de Schrift eerder heeft gesproken over:


  • wateren boven het uitspansel;
  • wateren boven de hemelen;
  • Gods opperzalen in de wateren;
  • een kristalachtig uitspansel onder Gods troon;
  • de troon in de hemel.


Ezechiël zag:

“En over de hoofden der dieren was de gelijkenis eens uitspansels, gelijk de kleur van het schrikkelijk kristal…”
— Ezechiël 1:22

En:

“En boven het uitspansel, dat boven hun hoofd was, was de gelijkenis eens troons…”
— Ezechiël 1:26

Ezechiël ziet dus van beneden naar boven: een kristalachtig uitspansel, en daarboven de troon.


Johannes ziet in Openbaring de troonzaal zelf, en vóór de troon een glazen zee als kristal.


Wij moeten hier niet meer zeggen dan de Schrift zegt. De Bijbel geeft ons geen technische doorsnedetekening.


Maar de samenhang is opvallend:


  • Genesis 1: wateren boven het uitspansel;
  • Psalm 148: wateren boven de hemelen;
  • Psalm 104: Gods opperzalen in de wateren;
  • Job 38: sneeuw, hagel en wateren die als steen verborgen worden;
  • Ezechiël 1: kristalachtig uitspansel met troon erboven;
  • Openbaring 4: glazen zee als kristal voor de troon.


Het is daarom zeer redelijk om de glazen zee niet los te zien van de wateren boven en de kristalachtige hemelse werkelijkheid rondom Gods troon.


De Schrift gebruikt zelf de woorden: wateren, hemelen, uitspansel, kristal, zee, troon.


Dat is een sterke lijn.


Nogmaals: Genesis 1 zegt niet technisch: “de wateren boven zijn ijs.” Maar de bredere Schrift laat wel zien dat hemelse water-taal verbonden kan worden met vastheid, kristal, klaarheid, zee en Gods troon.


Dat maakt de uitleg veel rijker dan “het zijn gewoon wolken.”



Water, oordeel en Gods troon


Water is in de Schrift vaak verbonden met leven, reiniging, oordeel en Gods macht.


In Genesis 1 zweeft de Geest Gods op de wateren.


In Genesis 7 komt oordeel door water.


In Exodus gaat Israël door de zee.


In de tabernakel en tempel is water verbonden met reiniging.


In Johannes 3 spreekt Christus over geboren worden uit water en Geest.


In Openbaring is er een glazen zee voor Gods troon.


Water is dus geen bijzaak in de Schrift.


Maar de wateren boven hebben een bijzondere plaats. Zij wijzen naar de hemelse orde boven de aarde.


Bij de zondvloed laat God zien dat Hij de hemelen kan openen.


Bij de regenboog laat God zien dat Hij Zijn verbond gedenkt.


Bij de glazen zee zien wij de majesteit en heiligheid van Gods troon.


Daarom moeten de wateren boven niet worden behandeld als een ongemakkelijk oud wereldbeeld.


Zij horen bij Gods openbaring over Zijn schepping.



Waarom dit moeilijk wordt bij een modern wereldbeeld


De moeilijkheid zit niet in Genesis 1 zelf, maar in wat wij vooraf onmogelijk achten.


Zodra men heeft aangenomen dat er boven de hemelen geen wateren kunnen zijn, moeten Genesis 1 en Psalm 148 worden afgezwakt. Dan worden de wateren wolken, dichterlijke taal of een oud wereldbeeld.


Maar de Schrift noemt de wateren boven niet één keer terloops.


Genesis legt ze neer in de scheppingsorde.


Psalm 148 bevestigt ze.


Psalm 104 spreekt over Gods opperzalen in de wateren.


Job spreekt over schatkamers van sneeuw en hagel.


Ezechiël ziet een kristalachtig uitspansel onder de troon.


Openbaring spreekt over een glazen zee als kristal voor de troon.


Daarom is de nuchtere vraag niet:


past dit in ons model?


Maar:


durven wij de Bijbelse lijn te laten staan?



Wat leren de wateren boven ons?


De wateren boven leren ons ten minste vijf dingen.


1. De hemel is niet leeg


De Bijbel spreekt niet over een lege ruimte boven ons.


De Schrift spreekt over hemelen, uitspansel, wateren boven, lichten, heirscharen, Gods troon, engelen, glazen zee en heerlijkheid.


2. De schepping is geordend


Het uitspansel scheidt wateren van wateren.


God stelt grenzen.


God opent en sluit.


God geeft orde.


3. God regeert over regen, oordeel en zegen


De vensteren des hemels worden geopend en gesloten.


Regen is niet uiteindelijk autonoom.


Oordeel komt niet toevallig.


Zegen komt niet los van God.


4. De zondvloed was werkelijk oordeel van boven en beneden


Genesis spreekt over fonteinen van de afgrond en vensteren des hemels.


De vloed was geen lokale overstroming of natuurlijk ongeluk. Het was Gods wereldwijde oordeel.


5. De hemelse wateren wijzen naar Gods troon


Psalm 104 spreekt over Gods opperzalen in de wateren.


Ezechiël ziet het kristalachtige uitspansel met de troon erboven.


Openbaring ziet de glazen zee als kristal voor de troon.


De wateren boven brengen ons dus niet alleen bij kosmologie, maar bij aanbidding.



Wat kunnen wij wel en niet zeggen?


Dit is belangrijk.


Wij kunnen zeggen:


Genesis 1 spreekt over wateren boven het uitspansel.


Wij kunnen zeggen:


Psalm 148 bevestigt wateren boven de hemelen.


Wij kunnen zeggen:


de zondvloed wordt beschreven met water van beneden en vensteren van de hemel van boven.


Wij kunnen zeggen:


Job spreekt over sneeuw, hagel en wateren die als steen verborgen worden.


Wij kunnen zeggen:


Ezechiël ziet een kristalachtig uitspansel onder Gods troon.


Wij kunnen zeggen:


Openbaring spreekt over een glazen zee als kristal voor Gods troon.


Maar wij moeten voorzichtig zijn om verder te gaan dan de Schrift.


Genesis 1 zegt niet precies in welke toestand de wateren boven zijn.


Genesis 1 zegt niet hoeveel die wateren zijn.


Genesis 1 geeft geen technische doorsnede.


Genesis 1 noemt geen moderne termen.


Maar Genesis 1 zegt wél dat er wateren boven het uitspansel zijn.


En Psalm 148 zegt wél dat er wateren boven de hemelen zijn.


Daarom is de juiste conclusie niet:


“Wij weten elk technisch detail.”


Maar ook niet:


“Het zijn gewoon wolken.”


De juiste conclusie is:


De wateren boven zijn geen dichterlijke versiering en geen vergeten oud wereldbeeld. Genesis 1 plaatst ze in de scheppingsorde. Psalm 148 bevestigt ze boven de hemelen. Daarom mogen wij ze niet wegverklaren als gewone wolken alleen.


Wat hun precieze toestand is, tekent de Schrift niet technisch uit; dát zij werkelijk tot Gods hemelse orde behoren, is duidelijk.


De bredere Schrift verbindt die hemelse orde met vensteren des hemels, schatkamers van sneeuw en hagel, wateren die als steen verborgen worden, kristalachtige helderheid, een glazen zee en Gods troon.


Dat is sterk genoeg.



Christus boven alle hemelen


Paulus schrijft over Christus:

“Die nedergedaald is, is Dezelfde ook, Die opgevaren is verre boven al de hemelen, opdat Hij alle dingen vervullen zou.”
— Efeze 4:10

Christus is opgevaren.


Niet naar een vage geestelijke sfeer.


Maar boven alle hemelen.



Hebreeën zegt:

“Dewijl wij dan een groten Hogepriester hebben, Die door de hemelen doorgegaan is, namelijk Jezus, den Zone Gods, zo laat ons deze belijdenis vasthouden.”
— Hebreeën 4:14

En:

“Want Christus is niet ingegaan in het heiligdom, dat met handen gemaakt is, hetwelk is een tegenbeeld van het ware, maar in den hemel zelven, om nu te verschijnen voor het aangezicht Gods voor ons.”
— Hebreeën 9:24

Dat is de hoogste waarheid.


Boven de aarde.


Boven het uitspansel.


Boven de hemelen.


Daar is Christus, verschenen voor het aangezicht Gods voor ons.


De Schepper van hemel en aarde is ook de Middelaar Die voor gelovigen intreedt.


Daarom eindigt dit onderwerp niet bij wateren.


Het eindigt bij Christus.


Hij ging door de hemelen.


Hij zit aan Gods rechterhand.



Hij is de enige Weg tot de Vader.

“Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den Vader, dan door Mij.”
— Johannes 14:6


Slot


De wateren boven de hemelen zijn geen losse curiositeit.


Genesis 1 noemt ze in de scheppingsorde.


Psalm 148 bevestigt ze.


De zondvloed laat Gods oordeel van boven en beneden zien.


Psalm 104 spreekt over Gods opperzalen in de wateren.


Job spreekt over schatkamers van sneeuw en hagel en over wateren die als steen verborgen worden.


De troonvisioenen spreken verder in de taal van water, glas, kristal en hemelse heerlijkheid.


Wie deze teksten samen leest, ziet een Bijbels patroon: de hemel is niet leeg, de schepping is geordend, en Gods troon staat boven alles.


Wij hoeven niet te doen alsof wij elk technisch detail kunnen invullen.


Maar wij mogen ook niet doen alsof Genesis 1 en Psalm 148 niets zeggen.


De Schrift spreekt over wateren boven het uitspansel.


De Schrift spreekt over wateren boven de hemelen.


De Schrift verbindt de hemelse werkelijkheid met water, kristal, glas, zee en troon.


En boven alle hemelen is Christus, de Middelaar Die voor gelovigen verschijnt voor het aangezicht van God.

Lees over de strijd met het vlees Veelgestelde vragen