Afvallig Israël staat niet tussen de bokken

Waarom Israël afzonderlijk wordt gezuiverd voordat het Messiaanse Koninkrijk begint.

Afvallig Israël staat niet tussen de bokken

Waarom Israël afzonderlijk wordt gezuiverd voordat het Messiaanse Koninkrijk begint.

De schapen en bokken van Mattheüs 25 zijn levende mensen uit de heidenvolken. Afvallig Israël volgt een afzonderlijke Israëlische oordeelroute. Zacharia 13 toont dat de twee ongelovige en afvallige delen in het land worden uitgeroeid, terwijl het gelouterde derde deel als Gods volk overblijft. Ezechiël 20 en Amos 9 tonen hoe God ook onder de verstrooiden de wederstrevers en zondaars uitzuivert. Alleen het gelovige, gelouterde en verzamelde Israël gaat als herstelde natie het Koninkrijk binnen.

Waar is afvallig Israël bij de wederkomst?

Mattheüs 25 toont bij Christus’ wederkomst drie partijen:


  • de schapen uit de levende heidenvolken;
  • de bokken uit de levende heidenvolken;
  • en „deze Mijn minste broeders”, met wie Christus Zich vereenzelvigt.


De schapen zijn gelovige heidenen die de grote verdrukking levend hebben doorstaan. De bokken zijn ongelovige heidenen die Christus’ komst levend bereiken. „Mijn broeders” zijn Christus’ gelovige en vervolgde Israëlische getuigen.


Maar waar is dan het ongelovige en afvallige Israël?


Het staat niet tussen de bokken. Israël blijft ook tijdens zijn verstrooiing Israël en wordt door God afzonderlijk behandeld. De Schrift toont een zuivering in het land én een verbondsrechtszitting over Israëlieten die uit de volken worden verzameld.


De ontbrekende groep blijkt dus niet afwezig te zijn. Zij verschijnt alleen niet in het oordeel over de heidenvolken.


Afvallig Israël ontbreekt niet bij de oordelen rond de wederkomst; het wordt alleen niet onder de heidenvolken van Mattheüs 25 gerekend. God zuivert Israël afzonderlijk in het land en onder de verstrooiing, zodat uitsluitend het gelovige, gelouterde en verzamelde Israël het Messiaanse Koninkrijk binnengaat.



Waarom afvallig Israël niet onder de bokken valt


Mattheüs 25:31–46 beschrijft het oordeel over de levende volken wanneer de Zoon des mensen op de troon Zijner heerlijkheid zit. Er worden geen graven geopend en geen doden opgewekt. De ene groep gaat het Koninkrijk binnen dat dan begint; de andere groep gaat in het eeuwige vuur.


Dit is daarom niet de grote witte troon. Die verschijnt pas na de duizend jaren en betreft de dan nog op te wekken doden.


Het volkerenoordeel is evenmin Israëls nationale zuivering. Mattheüs toont de volken tegenover Christus’ broeders. Joël 3 gebruikt hetzelfde grondpatroon: God verzamelt de heidenvolken en richt hen vanwege Zijn volk en erfdeel Israël. Israël staat in verband met het oordeel, maar wordt daardoor niet één van de geoordeelde heidenvolken.



Onder de volken wonen is niet tot de heidenvolken behoren


Ezechiël 20 spreekt over Israëlieten die zich tussen andere volken bevinden. God zegt:

„En Ik zal u uit de volken voeren, en u vergaderen uit de landen, waarin gij verstrooid zijt.”

— Ezechiël 20:34

Het woord uit beschrijft hun verblijfplaats. Het verandert hun identiteit niet. God noemt hen nog steeds het huis Israëls en behandelt hen vervolgens volgens Zijn verbond met Israël.



Numeri 23:9 geeft het profetische beginsel:

„Zie, dat volk zal alleen wonen, en het zal onder de heidenen niet gerekend worden.”

Israël kan geografisch onder de volken wonen zonder in Gods profetische bestuur een heidenvolk te worden. Daarom volgt uit Ezechiël 20 niet:


Zij worden uit de volken verzameld, dus zij zijn schapen en bokken.


De juiste conclusie is:


Zij zijn Israëlieten die uit hun verblijf onder de volken worden verzameld om voor een afzonderlijke Israëlische rechtszitting te verschijnen.


Voor de volledige uitleg van het volkerenoordeel kunt u lezen: schapen en bokken uitgelegd



Drie groepen en drie oordeelssferen


Aan de overgang naar het Messiaanse Koninkrijk lopen verschillende oordeelssferen naast elkaar. Zij mogen niet tot één algemeen oordeel worden samengevoegd.

Groep Schriftgedeelte Oordeelssfeer Hoofdvraag
Israël in het land Zacharia 12–13 Zware eindtijdelijke zuivering en loutering Wie sterft en wie blijft als gelouterd Israël over?
Israël uit de verstrooiing Ezechiël 20 en Amos 9 Verbondsroede en schifting onder de heidenen Wie behoort tot het gereinigde Israël dat het land ingaat?
Levende heidenvolken Mattheüs 25:31–46 Scheiding als schapen en bokken Welke levende heidenen gaan het Koninkrijk binnen?

Daarnaast bewaart God tijdens de laatste 1.260 dagen de gelovige vluchtgroep van Openbaring 12. Dat is geen vierde oordeelssfeer, maar een bijzondere bewaring van het gelovige Israëlische overblijfsel.


Deze indeling lost de schijnbare moeilijkheid op. Mattheüs 25 hoeft afvallig Israël niet als vierde partij te noemen, omdat de profeten reeds openbaren hoe God Israël afzonderlijk zuivert.



Israël in het land: Zacharia 13


Zacharia 12–14 beweegt zich in de context van Jeruzalem, Juda, de eindstrijd, het aanschouwen van de Doorstokene, reiniging en de komst van de HEERE. Binnen die lijn zegt Zacharia 13:8–9 dat in het land:


  • twee delen worden uitgeroeid en sterven;
  • een derde deel overblijft;
  • dat derde deel door het vuur wordt gebracht;
  • het wordt gelouterd en beproefd;
  • het Gods Naam aanroept;
  • God zegt: „Het is Mijn volk”;
  • en het antwoordt: „De HEERE is mijn God.”



Het derde deel is uiteindelijk volledig gelovig


Over het eindresultaat bestaat geen onzekerheid. Het gehele derde deel wordt door God als Zijn volk erkend en belijdt de HEERE. Het is daarom niet opnieuw een mengsel van gelovig en afvallig Israël waaruit later nog een nieuwe ongelovige groep moet worden verwijderd.


De Schriftlijn is:


zware loutering → een gelovig overblijfsel → erkenning als Gods volk → ingang in de Koninkrijksorde.


Dat sluit aan bij Jesaja 4 en Zefanja 3. God wast de onreinheid weg, verwijdert de hoogmoedigen en laat een overblijfsel achter dat op Zijn Naam vertrouwt.



De twee gestorven delen behoren tot het ongelovige en afvallige Israël


Zacharia 13:8–9 plaatst de twee delen die worden uitgeroeid en sterven rechtstreeks tegenover het derde deel dat God door het vuur brengt, loutert, als Zijn volk erkent en dat Hem belijdt als zijn God. De Som van Gods Woord laat deze tegenstelling niet als een geestelijk gemengde sterftegroep staan. De twee stervende delen vormen het ongelovige en afvallige Israël in het land; het overblijvende derde deel is het geredde en gelouterde Israël.


De Schriftlijn is daarom:


  • twee ongelovige en afvallige delen → uitgeroeid en gestorven → Hades → grote witte troon → tweede dood;


  • één gelouterd en gelovig derde deel → door God als Zijn volk erkend → natuurlijk het Koninkrijk binnen.


Dat tijdens de grote verdrukking ook gelovige Israëlieten als martelaar sterven, verandert deze indeling niet. Openbaring identificeert zulke martelaren langs een eigen lijn: zij sterven om het getuigenis van Jezus en behoren tot de eerste opstanding. Zij mogen niet alsnog in de twee delen van Zacharia 13 worden ingevoegd, want daarmee zou de door Zacharia getekende tegenstelling tussen de twee uitgeroeide delen en het als Gods volk erkende derde deel opnieuw worden vertroebeld.



Zacharia 13 beschrijft dus de zuivering onder Israël in het land: het ongelovige en afvallige deel wordt verwijderd; het geredde derde deel wordt gelouterd en blijft als Gods volk over.



Israël uit de verstrooiing: Ezechiël 20


Ezechiël 20:33–44 begint vanuit een andere geografische positie. Deze Israëlieten bevinden zich nog onder de volken en in vreemde landen. God zal:


  • hen uit de volken voeren;
  • hen uit de landen vergaderen;
  • hen in de woestijn der volken brengen;
  • daar aangezicht aan aangezicht met hen rechten;
  • hen onder de roede doen doorgaan;
  • hen onder de band des verbonds brengen;
  • de wederstrevers uit hen uitzuiveren;
  • en het gereinigde Israël in het land brengen.


Ezechiël zegt:

„En Ik zal ulieden onder de roede doen doorgaan, en Ik zal u brengen onder den band des verbonds. En Ik zal de wederstrevers van ulieden en degenen die tegen Mij overtreden, uit ulieden uitzuiveren.”

— Ezechiël 20:37–38


Verstrooid Israël is geen derde geestelijke categorie


„Verstrooid Israël” beschrijft waar deze Israëlieten vandaan komen. Het zegt nog niet of ieder individu gelovig of ongelovig is. Binnen de verzamelde nationale groep vindt een geestelijke scheiding plaats:


  • de gelovigen worden onder de band des verbonds gebracht;
  • de wederstrevers worden uit Israël verwijderd;
  • de wederstrevers komen het land niet binnen.


De verzamelde groep is vóór de zuivering dus gemengd. Het Israël dat uiteindelijk in het land wordt gevestigd, is dat niet meer.



De woestijn der volken is niet de vluchtplaats van Openbaring 12


De vrouw van Openbaring 12 vlucht vanuit de door Christus aangegeven Israëlische context en wordt gedurende 1.260 dagen door God gevoed en tegen de draak beschermd. Haar geloofskring bewaart Gods geboden en heeft het getuigenis van Jezus Christus.


Ezechiël 20 begint juist met een nationale verzameling uit verschillende volken en landen waarin wederstrevers aanwezig zijn. De woestijn der volken is daar een rechtsplaats: roede, verbondsband en uitzuivering.


De twee gebeurtenissen behoren tot hetzelfde grote eindtijdprogramma, maar zijn niet dezelfde groep en niet dezelfde woestijnhandeling. Lees hierover verder in wie vlucht uit Judéa in de grote verdrukking? en wie is de vrouw in Openbaring 12?



Amos 9 vormt de ontbrekende schakel


Ezechiël 20 zegt rechtstreeks dat de wederstrevers worden uitgezuiverd en het land niet binnengaan. Het hoofdstuk gebruikt bij vers 38 niet afzonderlijk de woorden: „zij zullen sterven.” Betekent dit dat zij als levende ongelovige Israëlieten buiten het land blijven voortbestaan tijdens het duizendjarig Koninkrijk?


Nee. De som van Gods Woord geeft hun lichamelijke uitkomst helder aan.



Ezechiël verwijst naar de eerste woestijngeneratie


God zegt dat Hij met de toekomstige verzameling zal rechten zoals Hij met hun vaderen in de woestijn van Egypte heeft gericht (Ezechiël 20:35–36).


Numeri 14 en Hebreeën 3 beschrijven dat patroon:


  • de generatie was wederspannig en ongelovig;
  • haar dode lichamen vielen in de woestijn;
  • zij ging vanwege ongeloof het beloofde land niet binnen;
  • de gelovige overlevenden gingen wel in.


Die vergelijking is niet door ons aan Ezechiël toegevoegd. God legt Zelf de verbinding.



Amos maakt de dood van de zondaars uitdrukkelijk


Amos 9:8–15 beschrijft dezelfde grote beweging:


  1. God verdelgt het zondige koninkrijk, maar niet het huis Jakobs volledig;
  2. Hij schudt het huis Israëls onder alle heidenen als in een zeef;
  3. Hij bewaart wat Hem werkelijk toebehoort;
  4. „alle zondaars Mijns volks” sterven door het zwaard;
  5. daarna richt God de vervallen hut van David op;
  6. Israël wordt hersteld en blijvend in het land geplant.


De beslissende uitspraak luidt:

„Alle zondaars Mijns volks zullen door het zwaard sterven.”

— Amos 9:10

Amos verbindt daarmee precies wat Ezechiël 20 samenbrengt:


  • Israël onder de heidenen;
  • een Goddelijke schifting;
  • bewaring van het ware overblijfsel;
  • de dood van de opstandige zondaars uit Gods volk;
  • de daaropvolgende Davidische Koninkrijksorde;
  • en Israëls blijvende vestiging in het land.



De volledige Schriftketen


Ezechiël 20 identificeert de wederstrevers onder de uit de volken verzamelde Israëlieten.
Numeri 14 en Hebreeën 3 verklaren het door Ezechiël aangewezen woestijnpatroon: de ongelovigen sterven en gaan het land niet binnen.
Amos 9 zegt rechtstreeks dat bij de schifting van Israël onder de heidenen alle zondaars uit Gods volk door het zwaard sterven, waarna de Davidische Koninkrijksorde en de blijvende landvestiging volgen.



Lukas 19 toont de verworpen Koning en Zijn afvallige burgers


Lukas 19 voegt aan deze profetische keten een rechtstreeks woord van Christus toe. Jezus vertelt de gelijkenis van de ponden omdat Hij nabij Jeruzalem was en men dacht dat het Koninkrijk Gods onmiddellijk openbaar zou worden. Een welgeboren man vertrekt naar een ver land om een koninkrijk te ontvangen en daarna terug te keren. Zijn dienstknechten ontvangen gedurende zijn afwezigheid verantwoordelijkheid, maar zijn burgers reageren anders:

„En zijn burgers haatten hem, en zonden hem gezanten na, zeggende: Wij willen niet, dat deze over ons koning zij.”
— Lukas 19:14

Deze burgers zijn niet een algemene aanduiding voor alle ongelovigen uit alle volken. De onmiddellijke omgeving identificeert hen nationaal. Jezus is op weg naar Jeruzalem. Direct na de gelijkenis rijdt Hij de stad binnen en wordt Hij uitgeroepen als „de Koning, Die daar komt in den Naam des Heeren”. De Farizeeën verzetten zich tegen die belijdenis. Jezus weent vervolgens over Jeruzalem omdat de stad de tijd van haar bezoeking niet heeft bekend, terwijl de overpriesters, Schriftgeleerden en oversten van het volk Hem zoeken te doden (Lukas 19:28–48).



Bij Pilatus spreekt afvallig Israël de verwerping van zijn Koning letterlijk uit:

„Wij hebben geen koning, dan den keizer.”
— Johannes 19:15

Wanneer de welgeboren man met het ontvangen Koninkrijk terugkeert, beoordeelt hij eerst zijn dienstknechten. Daarna zegt hij:

„Doch deze mijn vijanden, die niet hebben gewild, dat ik over hen koning zoude zijn, brengt ze hier, en slaat ze hier voor mij dood.”
— Lukas 19:27

Lukas 20:9–19 bevestigt dezelfde nationale categorie. De boze landlieden doden de geliefde zoon en worden bij de komst van de heer verdelgd. De overpriesters en Schriftgeleerden begrijpen dat Christus deze gelijkenis tegen hen heeft gesproken.


De vijanden van Lukas 19 zijn daarom binnen de primaire profetische lijn het afvallige Israël dat Christus als zijn rechtmatige Koning verwerpt. Bij Zijn terugkeer worden zij vóór Hem gedood en uit de nationale Koninkrijksorde verwijderd. Zij zijn niet de bokken uit de heidenvolken, die rechtstreeks naar het eeuwige vuur gaan, en ook niet de ontrouwe maar behouden dienstknechten. Hun doodsvonnis sluit nauwkeurig aan bij Ezechiël 20 en Amos 9: de wederstrevers en zondaars uit Gods volk worden verwijderd, zodat alleen het gelovige en gereinigde Israël het Koninkrijk binnengaat.


Als ongelovige doden volgen deze vijanden daarna de reeds vastgestelde route:


lichamelijke dood → Hades → grote witte troon → tweede dood


De cumulatieve conclusie staat daarom vast:


De wederstrevers uit de verstrooiing blijven niet als levende ongelovige Israëlieten buiten het land voortbestaan tijdens het Messiaanse Koninkrijk. Zij worden bij de nationale schifting verwijderd en sterven.


Daarvoor hoeven zij niet exact gelijkgesteld te worden met „de overigen” van Openbaring 19:21. De directe antecedenten van die uitdrukking zijn de overige strijders nadat het Beest en de valse profeet zijn gegrepen. Afvallige Israëlieten kunnen onder die legers aanwezig zijn, maar Ezechiël, Numeri, Hebreeën en Amos dragen de leerstellige conclusie reeds volledig.



Waar gaan de verschillende groepen heen?


De volgende tabel toont waarom verschillende groepen bij dezelfde Koninkrijksgrens toch verschillende oordeelroutes volgen.

Groep Onmiddellijke behandeling Uiteindelijke uitkomst
Gelovig derde deel in het land Gelouterd en als Gods volk erkend Natuurlijk het Koninkrijk binnen
Gelovige Israëlieten uit de verstrooiing Onder de band des verbonds en in het land gebracht Natuurlijk het Koninkrijk binnen
Gelovige Israëlische martelaren Lichamelijk gedood Eerste opstanding; verheerlijkt met Christus regeren
De twee ongelovige en afvallige delen in het land Lichamelijke dood Hades; later grote witte troon en tweede dood
Wederstrevers uit de verstrooiing Uit Israël gezuiverd en gedood Hades; later grote witte troon en tweede dood
Schapen uit de heidenvolken Levend door Christus aangenomen Natuurlijk het Koninkrijk binnen
Bokken uit de heidenvolken Levend veroordeeld Rechtstreeks het eeuwige vuur
Beest en valse profeet Levend gegrepen Rechtstreeks de poel des vuurs


Waarom de wederstrevers niet rechtstreeks in de poel gaan


Mattheüs 25 zegt uitdrukkelijk dat de levende bokken in het eeuwige vuur gaan. Openbaring 19:20 zegt uitdrukkelijk dat het Beest en de valse profeet levend in de poel des vuurs worden geworpen.


Dat wordt over Israëls wederstrevers niet gezegd. Hun route is:


lichamelijke dood → Hades → grote witte troon → tweede dood


Israëls afzonderlijke behandeling bepaalt dus niet alleen waar zij worden geoordeeld, maar ook welke route zij naar hun uiteindelijke bestemming volgen.


De grote witte troon is daarbij niet hetzelfde als de tweede dood. De troon is de laatste rechtszitting over de dan nog op te wekken doden. De tweede dood is het vonnis voor wie niet in het boek des levens des Lams gevonden wordt. De ongelovige doden uit Israël worden daar niet in gevonden en gaan in de poel des vuurs.


Voor het volledige overzicht van alle groepen en oordelen kunt u lezen: welke oordelen noemt de Bijbel?



Welke groepen mogen niet worden vermengd?


Het antwoord blijft alleen helder wanneer vijf groepen of gezichtspunten worden onderscheiden.

Groep Geestelijke positie Wat gebeurt er?
De vrouw van Openbaring 12 Reeds gelovig Vlucht en wordt 1.260 dagen beschermd
Het derde deel van Zacharia 13 Uiteindelijk volledig gelovig Wordt gelouterd en als Gods volk erkend
Gelovigen uit de verstrooiing Gelovig en door God gereinigd Onder de verbondsband en in het land gebracht
Wederstrevers van Ezechiël 20 Ongelovig en opstandig Uit Israël gezuiverd; sterven en komen niet in het land
Dwaze maagden en onnutte dienstknecht Behouden maar onvoorbereid of ontrouw Verliezen bruiloftsvreugde, loon of bestuur; niet het eeuwige leven
Schapen en bokken Gelovige en ongelovige heidenen Als levende volken bij Christus’ komst gescheiden


Wederstrevers zijn geen ontrouwe gelovigen


Ezechiëls wederstrevers worden gekenmerkt door opstand en overtreding. Zij worden uit Israël verwijderd en komen het land niet binnen.


De kwade dienstknecht, de dwaze maagden en de onnutte dienstknecht bevinden zich daarentegen binnen het gelovige overblijfsel. Hun beoordeling gaat over waakzaamheid, gereedheid en dienst. Zij kunnen zwaar worden gekastijd en bruiloftsvreugde, loon en regeringsverantwoordelijkheid verliezen, maar niet hun eeuwige leven of hun plaats binnen het geredde Israël.


De twee lijnen beantwoorden daarom verschillende vragen:

Schriftlijn Vraag
Israëls nationale zuivering Wie behoort werkelijk tot het gereinigde Israël dat het land binnengaat?
Gelijkenissen over dienst en waakzaamheid Wie van de behouden dienstknechten was gereed en getrouw?

Lees verder in het serieoverzicht Mattheüs 24 en 25, de getrouwe en kwade dienstknecht, wijze en dwaze maagden en de onnutte dienstknecht.



Afvallig Jeruzalem en de grote hoer


Openbaring toont ook het afvallige Jeruzalem in verbinding met de antichristelijke wereldmacht. De overspelige vrouw zoekt haar positie bij het Beest en wordt uiteindelijk door diezelfde macht verwoest. Dat profetische stads- en systeemgericht sluit aan bij Israëls afval, maar mag niet worden gebruikt om iedere individuele Israëliet zonder verdere onderscheiding dezelfde persoonlijke oordeelroute toe te schrijven.


De volledige uitleg van deze stad staat in Babylon, de grote stad van Openbaring



Wie vormt het herstelde Israël?


Na de zuivering begint het Messiaanse Koninkrijk niet met een geestelijk gemengde Israëlische natie waarin God later opnieuw de wederstrevers moet verwijderen.


Het herstelde natuurlijke Israël bestaat uit:


  1. het gelouterde en gelovige overblijfsel in het land;
  2. de gelovige Israëlieten die uit de verstrooiing worden verzameld;
  3. daarbinnen of daarnaast de door God beschermde vluchtgroep van Openbaring 12, voor zover deze groepen elkaar overlappen.


De exacte onderlinge omvang wordt niet geopenbaard. Hun gezamenlijke geestelijke eindtoestand wel.


Deuteronomium 30 verbindt Israëls terugkeer uit de volken met bekering tot de HEERE en besnijdenis van het hart. Ezechiël 36–37 verbindt verzameling en landherstel met reiniging, een nieuw hart, Gods Geest en de regering van Gods Knecht David.


Romeinen 11 vat het nationale eindresultaat samen:

„En alzo zal geheel Israël zalig worden.”

— Romeinen 11:26

Dat betekent niet dat iedere natuurlijke Israëliet uit alle eeuwen automatisch gered wordt. Het betekent dat de natie die na Gods zuivering als Israël overblijft, in haar herstelde nationale geheel gelovig is. De Verlosser wendt de goddeloosheden van Jakob af.



Gelovige martelaren ontbreken niet in het Koninkrijk


Niet iedere gelovige Israëliet hoeft de grote verdrukking lichamelijk te overleven. Wie om het getuigenis van Jezus wordt gedood, behoort niet tot de veroordeelden voor de grote witte troon. Gelovige martelaren delen in de eerste opstanding en regeren in verheerlijkte lichamen met Christus.


Daarom bestaan bij het begin van het Koninkrijk twee vormen van Israëlische deelname:

Groep Lichamelijke toestand
Gelovige Israëlische overlevenden Natuurlijke, nog sterfelijke lichamen
Gelovige Israëlische martelaren Opgewekte, verheerlijkte lichamen

Lees voor de bredere herstelprofetieën: de wederkomst en de uiteindelijke redding van Israël



Het volledige antwoord


De vraag was:


Als de schapen en bokken de levende heidenvolken zijn en „Mijn broeders” het gelovige Israëlische overblijfsel is, waar bevindt afvallig Israël zich dan?


Het volledige antwoord luidt:


  1. Israël in het land gaat door de zware eindtijdelijke zuivering van Zacharia 13. De twee ongelovige en afvallige delen worden uitgeroeid en sterven; als ongelovige doden verschijnen zij later voor de grote witte troon. Het geredde derde deel wordt gelouterd, door God als Zijn volk erkend en gaat als natuurlijk Israël het Koninkrijk binnen. Gelovige Israëlische martelaren die andere Schriftgedeelten afzonderlijk aanwijzen, behoren tot de eerste opstanding en mogen niet met de twee delen van Zacharia 13 worden vermengd.
  2. Israël uit de verstrooiing wordt volgens Ezechiël 20 uit de volken verzameld en onder Gods verbondsroede gebracht. De gelovigen komen onder de band des verbonds; de wederstrevers worden uitgezuiverd en komen het land niet binnen.
  3. Numeri 14 en Hebreeën 3 verklaren het woestijnpatroon waarnaar Ezechiël Zelf verwijst: de ongelovigen sterven en gaan het beloofde land niet binnen.
  4. Amos 9 bevestigt rechtstreeks dat bij de schifting van Israël onder de heidenen alle zondaars uit Gods volk door het zwaard sterven. Daarna wordt de Davidische Koninkrijksorde opgericht en wordt Israël blijvend in het land geplant.
  5. Lukas 19 noemt de afvallige burgers die Christus niet als Koning willen. Bij Zijn terugkeer worden deze vijanden vóór Hem gedood. De ontrouwe dienstknechten worden daarvan uitdrukkelijk onderscheiden.
  6. De schapen en bokken vormen een afzonderlijke beoordeling van de levende heidenvolken. Afvallig Israël hoeft daarom niet als een verborgen onderdeel van de bokken te worden ingevoerd.


De ontbrekende schakel kan in één zin worden samengevat:


Afvallig Israël staat bij de wederkomst niet tussen de bokken, maar onder Gods afzonderlijke verbondsgericht over Israël. Lukas 19 noemt hen de vijanden die Christus niet als Koning willen en bij Zijn terugkeer vóór Hem worden gedood. Ezechiël 20 en Amos 9 tonen dezelfde nationale zuivering onder de verstrooiing: de wederstrevers en zondaars uit Gods volk worden verwijderd. Alleen het gelovige, gelouterde en verzamelde Israël gaat als herstelde natie het Messiaanse Koninkrijk binnen.



Afkomst redt niemand


God houdt Zijn nationale beloften aan Israël. Dat betekent niet dat natuurlijke afkomst een mens eeuwig leven geeft. Johannes de Doper waarschuwde Israël al niet op Abraham als lichamelijke vader te vertrouwen. Paulus verklaart dat niet allen Israël zijn die uit Israël zijn.


Jood en heiden worden persoonlijk op dezelfde grond gered: door geloof in Jezus Christus. Hij stierf voor onze zonden, werd begraven en stond de derde dag lichamelijk op. Wie in Hem gelooft, heeft eeuwig leven en komt niet in de verdoemenis.


De toekomstige zuivering van Israël laat daarom twee waarheden tegelijk staan:


  • God verbreekt Zijn beloften aan Israël niet;
  • niemand wordt door afkomst, verbondstekenen of werken gered.


De God Die Zijn profetische Woord aan Israël letterlijk vervult, houdt ook Zijn belofte aan iedere zondaar die in Christus gelooft.


Wilt u weten hoe u nu zeker kunt zijn van eeuwig leven? Lees dan redding en het Evangelie: hoe wordt een mens gered?

Hoe word ik gered volgens de Bijbel?

Verder lezen

De wederkomst en de uiteindelijke redding van Israël

Hoe God het gelovige, gelouterde en verzamelde Israël onder de Messias herstelt.


De schapen en de bokken van Mattheüs 25 uitgelegd

Waarom het volkerenoordeel een andere groep betreft.


Welke oordelen noemt de Bijbel?

Alle oordeelssferen in één chronologische orde.


Serieoverzicht:

Openbaring en de eindtijd — de complete Bijbelstudieserie