De brede en smalle weg

Van Adam naar Christus.

De brede en smalle weg

Van Adam naar Christus.

Mattheüs 7:13-14 gaat niet over een moeilijk christelijk leven waarmee iemand de hemel verdient. De wijde poort en brede weg horen bij de natuurlijke mens in Adam: vlees, verderf en dood. De enge poort is Jezus Christus, de enige Deur tot het leven. Wie in Hem gelooft, wordt wedergeboren. Daarna moet de gelovige leren wandelen in het nieuwe leven dat hij reeds ontvangen heeft.

De brede en de smalle weg uitgelegd

Iedere mens wordt uit Adam geboren en komt op de brede weg van het vlees, die eindigt in verderf en dood. Alleen door Jezus Christus, de ene Deur, ontvangt een mens de nieuwe geboorte en het eeuwige leven.

Kort antwoord


De brede en de smalle weg worden vaak uitgelegd alsof Jezus twee soorten levens tegenover elkaar zet:


een gemakkelijk, zondig leven dat naar de hel leidt,


tegenover:


een moeilijk, gehoorzaam christelijk leven dat uiteindelijk naar de hemel leidt.


Maar dan zou de uiteindelijke bestemming afhangen van de manier waarop iemand wandelt.


Dat kan niet de boodschap van het Evangelie zijn.


De Schrift leert dat een mens eeuwig leven ontvangt door geloof in Jezus Christus. Niet nadat hij jarenlang goed genoeg heeft gewandeld, maar op het moment dat hij gelooft.


Mattheüs 7 gaat veel dieper.


Iedere mens die natuurlijk ter wereld komt, komt uit Adam voort. Hij is uit het vlees geboren en staat daarmee in de natuurlijke Adamitische lijn.


Dat geldt voor iedereen.


Ook voor iemand die later tot geloof komt.


De eerste geboorte wordt door de wedergeboorte namelijk niet ongedaan gemaakt.


Daarom blijft alles wat uit Adam en uit het vlees geboren is dezelfde richting houden:


verderf en dood.


Iedere natuurlijk geboren mens sterft.


Maar er bestaat een tweede geboorte.


Jezus Christus is de enige Deur waardoor een mens kan ingaan en behouden worden. Wie Hem gelooft, wordt uit God geboren en komt in Christus.


Dan ontstaat er iets nieuws.


De oude Adamitische mens blijft vlees.


Maar daarnaast is er nu een nieuwe mens uit God.


Daarom is de enge poort niet eng omdat redding moeilijk is.


De poort is eng omdat er maar Eén is.


Jezus Christus.


En nadat iemand door die Deur is ingegaan, begint de vraag hoe hij als wedergeboren kind van God zal wandelen.


Dat is het belangrijke verschil tussen de poort en de weg.



Jezus spreekt over twee poorten én twee wegen


Lees Mattheüs 7:13-14 nauwkeurig.


Jezus spreekt over:


  • een wijde poort;
  • een enge poort;
  • een brede weg;
  • een nauwe weg;
  • verderf;
  • leven.


De poort en de weg zijn niet hetzelfde.


Een poort is iets waardoor iemand ingaat.


Een weg is iets waarop iemand wandelt.


Dat onderscheid blijkt later bijzonder belangrijk te zijn.


Maar eerst moeten we vaststellen wat de enge poort is.



Christus Zelf is de Deur


Jezus laat ons niet raden wie de toegang tot het leven is.

“Ik ben de Deur; indien iemand door Mij ingaat, die zal behouden worden…”
— Johannes 10:9

Vergelijk dat met:

“Gaat in door de enge poort…”
— Mattheüs 7:13

In Johannes 10 gebruikt Christus Zelf precies het beeld van ingaan door een Deur en verbindt Hij dat rechtstreeks met:


behouden worden.


Ook Lukas 13 legt die verbinding.



Iemand vraagt Jezus:

“Heere, zijn er ook weinigen, die zalig worden?”
— Lukas 13:23

Jezus antwoordt:

“Strijdt om in te gaan door de enge poort…”
— Lukas 13:24

De samenhang is duidelijk:


enge poort — ingaan — zalig worden.



Maar Christus zegt nog meer:

“Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den Vader, dan door Mij.”
— Johannes 14:6

Daar komen dezelfde begrippen bij elkaar:


Deur.


Weg.


Leven.


En alles komt samen in één Persoon:


Jezus Christus.



Waarom is de poort eng?


Het woord „eng” wordt vaak uitgelegd alsof redding heel moeilijk is.


Alsof iemand zich door een uiterst smalle opening moet zien te wringen door:


goede werken,


levensverbetering,


zelfverloochening,


volharding,


of een bijzonder heilig leven.


Maar de Schrift wijst een andere richting.


Er is maar één Deur.

“Ik ben de Deur…”
— Johannes 10:9

En:

“Niemand komt tot den Vader, dan door Mij.”
— Johannes 14:6

Ook Paulus zegt:

“Want er is één God, er is ook één Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus.”
— 1 Timotheüs 2:5

De poort is eng vanwege haar exclusiviteit.


Niet omdat God de redding ingewikkeld heeft gemaakt.


Er is geen deur van goede werken.


Geen deur van de wet.


Geen deur van kerkelijke trouw.


Geen deur van sacramenten.


Geen deur van levensverbetering.


Geen deur van volhouden tot het einde.


Er is:


één Middelaar.


één Deur.


één Weg.


Christus.



Maar waar komt ieder mens eerst binnen?


Als Christus de Deur tot het leven is, ontstaat vanzelf de vraag:


Waar bevindt de mens zich vóór hij door Christus ingaat?


Jezus brengt ons daarvoor rechtstreeks bij geboorte.

“Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees; en hetgeen uit den Geest geboren is, dat is geest.”
— Johannes 3:6

Er zijn twee geboorten.


Een geboorte uit het vlees.


En een geboorte uit de Geest.


Iedere mens die natuurlijk ter wereld komt, heeft de eerste geboorte meegemaakt.


Maar niet iedereen is wedergeboren.



Daarom zegt Jezus:

“Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien.”
— Johannes 3:3

De eerste geboorte is dus niet voldoende.


Waarom niet?



Omdat:

“Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees…”
— Johannes 3:6

De natuurlijke geboorte brengt een natuurlijke mens voort.


En de Schrift vertelt ons precies bij wie die natuurlijke mens hoort.



De eerste geboorte brengt ons in Adam


Paulus schrijft:

“Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden.”
— 1 Korinthe 15:22

Hier staan twee grote posities tegenover elkaar:


in Adam


en:


in Christus.


Hoe komt iemand in die eerste positie?



Door zijn natuurlijke afkomst.

“Daarom, gelijk door één mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood…”
— Romeinen 5:12

Adam staat aan het begin van de natuurlijke menselijke lijn.



Ook Handelingen zegt:

“En heeft uit énen bloede het ganse geslacht der mensen gemaakt…”
— Handelingen 17:26

Niemand hoeft Adam te kiezen.


Niemand hoeft eerst in Adam te geloven.


Niemand besluit vóór zijn geboorte dat hij uit Adam geboren wil worden.


Hij wordt geboren.


En wat brengt die geboorte voort?


Christus zegt:


vlees.


Daarmee komt ieder natuurlijk geboren mens in de Adamitische menselijke lijn terecht.



De wijde poort: de natuurlijke ingang in Adam


Wanneer we nu Schrift met Schrift vergelijken, valt een opmerkelijk patroon op.


De eerste geboorte brengt de mens voort uit Adam.


De tweede geboorte brengt de mens in Christus.


De eerste geboorte brengt vlees voort.


De tweede geboorte brengt geest voort.


In Adam is dood.


In Christus is leven.


Mattheüs 7 zegt:


wijde poort → brede weg → verderf


en:


enge poort → nauwe weg → leven.


1 Korinthe 15 zegt:


in Adam → sterven


en:


in Christus → levend gemaakt worden.


Johannes 3 zegt:


uit vlees geboren → vlees


en:


uit Geest geboren → geest.


Hetzelfde grote patroon keert telkens terug.


De wijde poort correspondeert met de natuurlijke ingang van de mens in Adam:


de eerste geboorte.


De enge poort correspondeert met de enige ingang tot het leven:


Jezus Christus.



Waarom is de eerste poort wijd?


De natuurlijke menselijke lijn begint bij Adam en vertakt zich vervolgens over de hele wereld.


Vaders.


Moeders.


Families.


Geslachten.


Volken.


Miljarden natuurlijke geboorten.


Iedere persoon wordt uit andere ouders geboren dan vrijwel alle anderen.


Mensen worden op totaal verschillende plaatsen en onder totaal verschillende omstandigheden geboren.


Maar uiteindelijk komen al die natuurlijke geboorten uit dezelfde menselijke lijn:


Adam.


De eerste menselijke ingang is daardoor in zijn bereik buitengewoon breed.


Maar zodra het gaat over het leven uit God, wordt alles teruggebracht tot één Persoon:

“Ik ben de Deur…”
— Johannes 10:9

Niet duizenden deuren.


Niet voor ieder volk een andere deur.


Niet voor iedere religie een andere ingang.


Niet voor goede mensen een andere ingang dan voor slechte mensen.


Eén Deur.


Daarom past „eng” zo treffend bij Christus.



Iedereen die natuurlijk geboren wordt, komt op de brede weg


Dit punt is fundamenteel.


De brede weg begint niet pas wanneer iemand op latere leeftijd besluit heel zondig te gaan leven.


De natuurlijke mens is vanaf zijn eerste geboorte uit Adam.


Hij is:


vlees.


En het vlees heeft een vaste richting.

“Want het bedenken des vleses is de dood…”
— Romeinen 8:6

En:

“Want die in zijn eigen vlees zaait, zal uit het vlees verderfenis maaien…”
— Galaten 6:8

Daarom bevindt ieder natuurlijk geboren mens zich vanuit zijn eerste geboorte op de brede Adamitische weg.


Dat geldt voor de ongelovige.


Maar ook iemand die later tot geloof komt, heeft die eerste geboorte gehad.


Zijn natuurlijke mens kwam eveneens uit Adam voort.


Ook hij werd uit vlees geboren.


Ook zijn natuurlijke mens eindigt uiteindelijk in de dood.



Daar bestaat geen uitzondering op.

“Want gelijk zij allen in Adam sterven…”
— 1 Korinthe 15:22

Iedere natuurlijk geboren mens sterft.


Gelovig of ongelovig.


Dat is niet vreemd.


Het is precies de bestemming van alles wat uit Adam voortkomt.



De brede weg is de weg van de natuurlijke mens


Efeze 2 beschrijft de natuurlijke toestand van de mens:

“En u heeft Hij mede levend gemaakt, daar gij dood waart door de misdaden en de zonden; In welke gij eertijds gewandeld hebt, naar de eeuw dezer wereld…”
— Efeze 2:1-2

Let op het woord:


gewandeld.


De natuurlijke mens heeft niet alleen een natuurlijke geboorte.


Daaruit volgt ook een natuurlijke wandel.


Hij is uit het vlees geboren.


En de richting van het vlees is:


dood.


Mattheüs 7:


brede weg → verderf.


Galaten 6:


vlees → verderfenis.


Romeinen 8:


vlees → dood.


Het patroon is consequent:


Adam → vlees → verderf → dood.



De brede weg is dus veel breder dan een losbandig leven


Bij de brede weg denken mensen vaak alleen aan openlijke zondaars.


De dronkaard.


De overspeler.


De misdadiger.


De atheïst.


De mens die niets met God te maken wil hebben.


Maar de brede weg is veel breder.


Want de fundamentele vraag is niet:


Hoe netjes leeft iemand?


De fundamentele vraag is:


Uit welke geboorte leeft hij?


En:


In wie staat hij?


Een natuurlijk mens kan uiterst godsdienstig zijn.


Hij kan de Bijbel kennen.


Hij kan bidden.


Hij kan goede werken verrichten.


Hij kan over Jezus spreken.


Hij kan zichzelf volledig aan religie wijden.


En toch nooit wedergeboren zijn.


Het onmiddellijke vervolg van Mattheüs 7 bewijst dat.



Zelfs „Heere, Heere” kan op de brede weg klinken


Jezus zegt:

“Niet een iegelijk, die tot Mij zegt: Heere, Heere! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen…”
— Mattheüs 7:21

Deze mensen zijn duidelijk godsdienstig.


Ze noemen Jezus:


„Heere, Heere!”


Vervolgens wijzen ze op hun werken:

“Hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam duivelen uitgeworpen, en in Uw Naam vele krachten gedaan?”
— Mattheüs 7:22

Maar Christus zegt:

“Ik heb u nooit gekend…”
— Mattheüs 7:23

Dat ene woord is beslissend:


nooit.


Niet:


Ik kende u vroeger, maar later bent u verloren gegaan.


Niet:


U bent ooit door de enge poort gegaan maar hebt daarna slecht gewandeld.


Niet:


U had eeuwig leven maar bent het kwijtgeraakt.


Christus zegt:


„Ik heb u nooit gekend.”


Hun religieuze werken veranderden hun geboorte niet.


Hun belijdenis veranderde Adam niet in Christus.


Hun goede werken veranderden vlees niet in geest.


Ze waren nooit wedergeboren.


Zo breed is de brede weg.


Er loopt openlijke zonde op.


Maar er kan ook indrukwekkende religie op lopen.



Vlees kan zichzelf nooit in geest veranderen


Waarom kunnen al die werken de natuurlijke mens niet redden?


Omdat Christus zegt:

“Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees…”
— Johannes 3:6

Vlees kan zichzelf niet geestelijk maken.


De eerste geboorte kan zichzelf niet veranderen in een tweede geboorte.


God verbetert de oude natuurlijke mens niet totdat hij uiteindelijk geschikt is voor de hemel.



Er moet iets nieuws geboren worden.

“…en hetgeen uit den Geest geboren is, dat is geest.”
— Johannes 3:6

God repareert de eerste geboorte niet.


Hij geeft een tweede geboorte.



Hoe gaat iemand door de enge poort?


Door Jezus Christus te geloven.


Niet door werken.


Niet door eerst zijn leven te verbeteren.


Niet door zichzelf waardig te maken.


Niet door eerst de nauwe weg goed genoeg te bewandelen.


Paulus zegt:

“Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden…”
— Handelingen 16:31

Jezus zegt:

“Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.”
— Johannes 6:47

En:

“En dit is de wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft, dat een iegelijk, die den Zoon aanschouwt, en in Hem gelooft, het eeuwige leven hebbe…”
— Johannes 6:40

Wanneer een mens Christus gelooft, wordt hij niet langzaam gedurende jaren een beetje meer wedergeboren.


Hij gaat door de Deur.


Hij komt in Christus.


Hij ontvangt eeuwig leven.



Van Adam naar Christus


Paulus zegt:

“Want gij zijt allen kinderen Gods door het geloof in Christus Jezus.”
— Galaten 3:26

Efeze beschrijft dezelfde volgorde:

“In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid, gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte.”
— Efeze 1:13

Het Evangelie wordt gehoord.


De mens gelooft.


En hij staat vanaf dat moment:


in Christus.


Daarmee heeft hij een tweede geboorte ontvangen.



Maar de eerste geboorte verdwijnt niet


Hier moeten we uiterst duidelijk zijn.


Wedergeboorte betekent niet dat de oude Adamitische mens plotseling ophoudt te bestaan.


Christus zegt nog steeds:

“Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees…”
— Johannes 3:6

Denk aan iets heel eenvoudigs. Iemand hoort het Evangelie, gelooft in Christus en wordt wedergeboren. Als hij vijf seconden later in de spiegel kijkt, ziet hij nog precies dezelfde natuurlijke mens. Zijn gezicht is niet veranderd. Zijn lichaam is niet vernieuwd. Hij ziet nog steeds het lichaam dat uit Adam geboren werd.


Dat is precies het punt. God heeft bij de wedergeboorte de oude Adamitische mens niet veranderd in de nieuwe mens. Hetgeen uit het vlees geboren is, blijft vlees. Er is iets nieuws bij gekomen: een geboorte uit God.


Daarom wacht zelfs de wedergeboren gelovige nog op:

“…de verlossing onzes lichaams.”
— Romeinen 8:23

En daarom moet dit sterfelijke lichaam later nog veranderd worden:

“Want dit verderfelijke moet onverderfelijkheid aandoen, en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen.”
— 1 Korinthe 15:53

De wedergeboorte heeft dus niet de oude Adamitische mens onsterfelijk gemaakt. Die blijft op weg naar lichamelijke dood. Er is een nieuwe mens uit God bij gekomen die leven bezit.


Het vlees wordt niet geest.


Er komt iets nieuws bij:

“…en hetgeen uit den Geest geboren is, dat is geest.”
— Johannes 3:6

Daarom heeft een gelovige gedurende zijn aardse leven twee tegengestelde naturen.



Paulus schrijft:

“Want het vlees begeert tegen den Geest, en de Geest tegen het vlees; en deze staan tegen elkander…”
— Galaten 5:17

De oude natuur blijft uit Adam.


De nieuwe natuur is uit God.


Daarom spreekt de Schrift over:


de oude mens


en:



de nieuwe mens.

“Dat gij zoudt afleggen, aangaande de vorige wandeling, den ouden mens, die verdorven wordt door de begeerlijkheden der verleiding.”
— Efeze 4:22

Daartegenover:

“En den nieuwen mens aandoen, die naar God geschapen is in ware rechtvaardigheid en heiligheid.”
— Efeze 4:24

De oude mens wordt niet vernieuwd tot de nieuwe mens.


Er zijn twee verschillende werkelijkheden.



Ook de natuurlijke mens van een gelovige blijft op de brede weg


Dit punt is essentieel om Mattheüs 7 goed te begrijpen.


Iemand die tot geloof komt, heeft zijn eerste geboorte niet verloren.


Hij is nog steeds lichamelijk uit Adam voortgekomen.


Hij heeft nog steeds vlees.


Daarom blijft wat uit Adam geboren is dezelfde bestemming houden:


verderf en lichamelijke dood.

“Want gelijk zij allen in Adam sterven…”
— 1 Korinthe 15:22

Ook een wedergeboren gelovige sterft lichamelijk wanneer de Heere niet vóór die tijd komt.


Waarom?


Omdat zijn natuurlijke mens nog steeds uit Adam komt.


Zijn vlees is niet onsterfelijk geworden.


Zijn oude mens is niet door de enge poort gestuurd en veranderd in een nieuwe mens.


Er is een nieuwe geboorte bij gekomen.


Daarom geldt voor ieder natuurlijk geboren mens:


zijn natuurlijke Adamitische mens wandelt op de brede weg die in de dood eindigt.


Ongelovige én gelovige.


Het verschil is dat de gelovige inmiddels ook een tweede leven bezit:


leven in Christus.



Daarom kan een gelovige sterven en toch eeuwig leven hebben


Dit lijkt alleen tegenstrijdig wanneer de twee geboorten door elkaar worden gehaald.


Jezus zegt:

“Die in Mij gelooft, zal leven, al ware hij ook gestorven.”
— Johannes 11:25

Hoe kan iemand sterven en toch leven?


Omdat zijn lichamelijke, Adamitische mens sterft.


Maar de wedergeboren mens bezit leven uit God.



Daarom zegt Jezus elders:

“Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die Mijn woord hoort, en gelooft Hem, Die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven, en komt niet in de verdoemenis, maar is uit den dood overgegaan in het leven.”
— Johannes 5:24

De zekerheid is absoluut.


Hij:


heeft het eeuwige leven.


Hij:


komt niet in de verdoemenis.


Hij:


is overgegaan uit de dood in het leven.


Zijn vlees sterft.


Maar zijn eeuwige positie in Christus kan nooit meer worden teruggedraaid.



Ook een gelovige kan naar het vlees wandelen


Omdat de gelovige zijn vlees nog heeft, kan hij ook naar dat vlees leven.


Daarom zegt Paulus tegen geredde mensen:

“Want indien gij naar het vlees leeft, zo zult gij sterven…”
— Romeinen 8:13

En:

“Want die in zijn eigen vlees zaait, zal uit het vlees verderfenis maaien…”
— Galaten 6:8

Dat kan niet betekenen dat een gelovige opnieuw eeuwig verloren gaat.


Johannes 5:24 heeft dat uitgesloten.


Maar het laat wel zien dat:


vlees → verderf → dood


ook na de wedergeboorte volledig waar blijft.


De oude Adamitische natuur krijgt nooit een nieuwe bestemming.



„Verderf” betekent niet automatisch „eeuwig verderf”


Mattheüs 7 zegt:

“…breed is de weg, die tot het verderf leidt…”
— Mattheüs 7:13

Let op wat er niet staat.


Er staat niet:


„eeuwig verderf.”


Dat betekent niet dat de Schrift geen eeuwig oordeel leert.


Dat doet zij elders wel.


Maar we mogen Mattheüs 7 niet automatisch woorden laten zeggen die er niet staan.



Galaten 6 spreekt bijvoorbeeld tegen gelovigen over:

“…uit het vlees verderfenis maaien…”
— Galaten 6:8

Het woord „verderf” kan dus niet op zichzelf automatisch gelijkgesteld worden aan de tweede dood.


Wat wel absoluut vaststaat, is:


het vlees eindigt in verderf.


En:


de natuurlijke mens sterft.


Daarmee bereikt de brede Adamitische weg zijn natuurlijke einde.



De nieuwe geboorte heeft een totaal andere richting


Wat uit God geboren is, behoort niet tot de richting van dood en verderf.


Petrus schrijft:

“Gij, die wedergeboren zijt, niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en eeuwig blijvende Woord Gods.”
— 1 Petrus 1:23

Let op:


onvergankelijk zaad.



Johannes zegt:

“En dit is de getuigenis, namelijk dat ons God het eeuwige leven gegeven heeft; en ditzelve leven is in Zijn Zoon. Die den Zoon heeft, die heeft het leven…”
— 1 Johannes 5:11-12

Daarmee staan opnieuw twee richtingen tegenover elkaar:


Adam → vlees → verderf → dood


en:


Christus → wedergeboorte → leven.



De poort en de weg zijn niet hetzelfde


Nu komen we bij één van de kleinste, maar belangrijkste details van Mattheüs 7.


Over de poort zegt Christus:

“Gaat in door de enge poort…”
— Mattheüs 7:13

Maar over het vervolg zegt Hij:

“…de weg is nauw, die tot het leven leidt, en weinigen zijn er, die denzelven vinden.”
— Mattheüs 7:14

Let op de verschillende woorden.


Bij de poort:


ingaan.


Bij de weg:


vinden.


Dat verschil verdient onze aandacht.



„Weinigen zijn er, die denzelven vinden”


Wat wordt er gevonden?


De Statenvertaling zegt:


„denzelven”.


Dat verwijst naar:


de weg.


Ook de directe zinsbouw wijst daarheen:

“…de weg is nauw, die tot het leven leidt, en weinigen zijn er, die denzelven vinden.”
— Mattheüs 7:14

In de Griekse tekst staat bij „vinden” het voornaamwoord autēn. Zowel pylē — poort — als hodos — weg — zijn grammaticaal vrouwelijk. Alleen de vorm van het voornaamwoord beslist daarom niet alles.


Maar de zinsbouw is veelzeggend.


Christus spreekt eerst over:


de poort waardoor men ingaat.


Daarna noemt Hij:


de weg die nauw is.


En onmiddellijk daarna:


weinigen die denzelven vinden.


De weg is het direct voorafgaande onderwerp.


Bovendien passen de werkwoorden precies bij de beelden:


door een poort gaat men in.


Een weg wordt gevonden en bewandeld.


Dat is geen onbelangrijk verschil.



Eerst door de Deur — daarna leren wandelen


Christus zegt:

“Ik ben de Deur; indien iemand door Mij ingaat, die zal behouden worden…”
— Johannes 10:9

Dat is redding.


De mens gelooft.


Hij gaat door Christus in.


Hij wordt behouden.


Hij ontvangt leven.


Maar daarna begint een ander onderwerp:


hoe zal iemand die reeds leeft wandelen?



Daarom zegt Paulus tegen gelovigen:

“Ik zeg dan: Wandelt door den Geest en volbrengt de begeerlijkheid des vleses niet.”
— Galaten 5:16

Hij zegt niet:


Wandelt door de Geest zodat u uiteindelijk wedergeboren zult worden.


Deze mensen zijn al gelovigen.


Zij zijn al in Christus.


Maar nu moeten zij leren wandelen.



Eerst leven — daarna wandelen


De volgorde is essentieel.


De Bijbel leert niet:


goed wandelen → volhouden → uiteindelijk leven ontvangen.


Maar:


geloven → leven ontvangen → vervolgens wandelen.


Jezus zegt:

“Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.”
— Johannes 6:47

Hij heeft het.


Nu.


Niet pas na tientallen jaren goede wandel.



Daarom spreekt Paulus over:

“…opdat gelijkerwijs Christus uit de doden opgewekt is tot de heerlijkheid des Vaders, alzo ook wij in nieuwigheid des levens wandelen zouden.”
— Romeinen 6:4

Eerst:


leven.


Daarna:


wandelen in dat leven.



Een geestelijke baby kan nog niet volwassen wandelen


Een natuurlijke baby bezit vanaf zijn geboorte werkelijk leven.


Maar hij kan nog niet lopen.


Hij moet groeien.


Hij moet gevoed worden.


Hij moet leren.


Zo is het ook geestelijk.


Paulus zegt:

“En ik, broeders, kon tot u niet spreken als tot geestelijken, maar als tot vleselijken, als tot jonge kinderen in Christus.”
— 1 Korinthe 3:1

Let op de combinatie.


Ze waren:


„in Christus”.


Dus gered.


Maar tegelijk:


„vleselijk”.


En:


„jonge kinderen in Christus”.


Dat laat zien dat binnenkomen en wandelen twee verschillende zaken zijn.


Een mens kan werkelijk door de Deur zijn gegaan en toch nog nauwelijks hebben geleerd om geestelijk te wandelen.



Daarom moet de nauwe weg worden gevonden


Nu wordt het woord „vinden” bijzonder betekenisvol.


De gelovige hoeft niet iedere dag opnieuw door Christus als Deur binnen te gaan.


Hij is in Christus.


Hij heeft eeuwig leven.


Maar hij moet wel leren hoe hij vanuit zijn nieuwe leven behoort te wandelen.


Hij moet Gods Woord leren kennen.


Hij moet leren wat vlees is.


Hij moet leren wat Geest is.


Hij moet leren zijn denken te vernieuwen.


Hij moet leren wandelen in overeenstemming met zijn nieuwe positie.


Daarom is het onderscheid zo treffend:


de poort — ingaan.


de weg — vinden.


Een kind wordt eerst geboren.


Daarna leert het lopen.


Zo moet een mens eerst uit God geboren worden voordat hij geestelijk kan wandelen.


De nauwe wandel veroorzaakt de wedergeboorte niet.


De wedergeboorte maakt de nauwe wandel mogelijk.



Een ongelovige kan de nauwe geestelijke weg niet bewandelen


Een natuurlijke mens kan niet simpelweg besluiten:


Vanaf vandaag ga ik geestelijk leven.


Paulus zegt:

“Maar de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen, die des Geestes Gods zijn; want zij zijn hem dwaasheid, en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden.”
— 1 Korinthe 2:14

De natuurlijke mens bezit alleen wat uit zijn eerste geboorte voortkwam:


vlees.


Hij moet eerst wedergeboren worden.


Daarom is de boodschap aan een ongelovige niet:


Leef eerst beter.


Word eerst heiliger.


Probeer de nauwe weg beter te bewandelen.


Volhard harder.


De boodschap is:


Geloof het Evangelie.


Ga door de Deur.


Ontvang leven.


Daarna kan er sprake zijn van geestelijke wandel.



Twee geboorten, twee naturen, twee richtingen


De Schriftlijn kan eenvoudig worden samengevat:

Eerste geboorte Tweede geboorte
Adam Christus
natuurlijke geboorte wedergeboorte
uit het vlees geboren uit den Geest geboren
oude mens nieuwe mens
vlees geest
verderf leven
dood eeuwig leven

Maar voor de gelovige moeten we daarbij iets heel belangrijks onthouden:


de tweede geboorte wist de eerste geboorte niet uit.


De gelovige heeft zijn vlees nog.



Daarom bestaat in hem het conflict waarvan Galaten spreekt.

“Want het vlees begeert tegen den Geest, en de Geest tegen het vlees; en deze staan tegen elkander…”
— Galaten 5:17

Zijn oude mens behoort nog altijd bij Adam.


Zijn nieuwe mens behoort bij Christus.



De brede en nauwe richting zijn daarom ook in het leven van de gelovige zichtbaar


Hier moeten we zeer precies zijn.


Niet de positie van de gelovige in Christus kan teruggaan richting eeuwige verdoemenis.


Dat is onmogelijk.


Hij heeft eeuwig leven.


Maar zijn vlees behoort nog steeds bij de Adamitische richting.


De oude mens wil nog steeds de dingen van het vlees.


Daarom kan een gelovige naar het vlees wandelen.


Of hij kan door de Geest wandelen.


Dat bepaalt niet of hij opnieuw verloren of opnieuw gered wordt.


Het bepaalt zijn wandel.


De oude mens loopt richting verderf en dood.


De nieuwe mens behoort bij het leven.



Uiteindelijk gaat het niet om goede tegenover slechte mensen


Daarom is de gebruikelijke tegenstelling:


slechte mensen tegenover goede mensen


veel te oppervlakkig.


Het diepere Bijbelse onderscheid is:


Adam tegenover Christus.


eerste geboorte tegenover wedergeboorte.


vlees tegenover Geest.


oude mens tegenover nieuwe mens.


dood tegenover leven.


Een zeer nette natuurlijke mens staat nog steeds in Adam.


Een buitengewoon godsdienstige natuurlijke mens staat nog steeds in Adam.


Iemand kan zelfs:


„Heere, Heere”


zeggen en nooit wedergeboren zijn.


Daarom is de eerste vraag niet:


Hoe goed leeft u?


Maar:


Bent u alleen in Adam, of bent u ook in Christus gekomen?



Adam en Christus zijn de twee grote hoofden


Romeinen 5 zet de twee tegenover elkaar:

“Want indien door de misdaad van één velen gestorven zijn, zo is veel meer de genade Gods, en de gave door de genade, die daar is van één Mens Jezus Christus, overvloedig geweest over velen.”
— Romeinen 5:15

En:

“Want gelijk door de ongehoorzaamheid van dien enen mens velen tot zondaars gesteld zijn geworden, alzo zullen ook door de gehoorzaamheid van Enen velen tot rechtvaardigen gesteld worden.”
— Romeinen 5:19

Eén mens:


Adam.


Tegenover Eén Mens:


Jezus Christus.



En 1 Korinthe 15 vat het samen:

“Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden.”
— 1 Korinthe 15:22

Daar ligt de sleutel.


In Adam — sterven.


In Christus — leven.



U bent al door de eerste poort gegaan


Iedereen die dit leest en natuurlijk geboren is, heeft zijn eerste ingang reeds meegemaakt.


U bent uit het vlees geboren.


U komt uit Adam.


Uw natuurlijke mens bevindt zich op de brede Adamitische weg die uiteindelijk in de lichamelijke dood eindigt.


Dat geldt voor ieder mens.


Maar de beslissende vraag is of u daarnaast ook de tweede geboorte hebt ontvangen.


Daarom zegt Christus:

“Gaat in door de enge poort…”
— Mattheüs 7:13

Er staat één Deur open.


Christus.



Hoe wordt u wedergeboren?


Door Jezus Christus te geloven.


Het Evangelie is eenvoudig.


Jezus Christus, de Zoon van God, stierf voor onze zonden.


Hij werd begraven.


Hij stond op uit de doden.


Hij heeft volledig betaald.


Zijn werk is volbracht.


U hoeft niets aan Zijn werk toe te voegen.


Geen goede werken.


Geen godsdienst.


Geen levensverbetering.


Geen belofte om voortaan goed genoeg te leven.


Geen levenslange prestatie.


U moet Hem geloven.

“Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden…”
— Handelingen 16:31

En:

“Deze dingen zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zone Gods; en opdat gij, gelovende, het leven hebt in Zijn Naam.”
— Johannes 20:31

Op het moment dat u Christus gelooft:


komt u in Christus,


wordt u wedergeboren,


ontvangt u eeuwig leven,


en bent u door de enige Deur gegaan.


Daarna begint de wandel van een kind van God.


Niet om gered te worden.


Maar omdat u reeds leeft.



Het hele slot van Mattheüs 7 sluit hierop aan


Na de twee poorten en twee wegen spreekt Christus over:


bomen en hun vruchten,


mensen die „Heere, Heere” zeggen,


mensen die Hij nooit gekend heeft,


en uiteindelijk twee bouwers met twee fundamenten.


Dat zijn geen willekeurige losse onderwerpen.


Steeds komt dezelfde fundamentele vraag terug:


Wat is werkelijk uit God, en wat komt slechts uit de natuurlijke mens voort?


Uiterlijke godsdienst beslist het niet.


Werken beslissen het niet.


Een indrukwekkende belijdenis beslist het niet.


De fundamentele tegenstelling blijft:


Adam of Christus?



Conclusie


Mattheüs 7:13-14 leert niet dat iemand de hemel bereikt door jarenlang succesvol een moeilijke smalle weg te bewandelen.


Dat zou redding door wandel zijn.


De Schrift leert iets anders.


Iedere natuurlijk geboren mens komt uit Adam voort.


Iedere natuurlijk geboren mens is uit het vlees geboren.


Iedere natuurlijk geboren mens bevindt zich daarom op de brede Adamitische weg van het vlees.


En iedere natuurlijk geboren mens sterft.


Gelovige én ongelovige.


De wedergeboorte verandert die eerste geboorte niet.


Het vlees blijft vlees.


De oude Adamitische mens eindigt nog steeds in verderf en lichamelijke dood.


Maar God heeft een tweede geboorte mogelijk gemaakt.


Door Eén Persoon.


Jezus Christus.

“Ik ben de Deur; indien iemand door Mij ingaat, die zal behouden worden…”
— Johannes 10:9

De poort is eng omdat er maar Eén is.


Niet omdat redding moeilijk is.


Niet omdat God vele voorwaarden heeft gesteld.


Maar omdat niemand buiten Christus tot de Vader komt.


Wie Christus gelooft, wordt wedergeboren.


Hij komt in Christus.


Hij ontvangt eeuwig leven.


Dan heeft hij twee werkelijkheden:


zijn oude Adamitische natuur, die nog richting dood gaat,


en zijn nieuwe leven uit God, dat nooit meer verloren kan gaan.


Daarna begint de wandel.


En daarom is het onderscheid in Mattheüs 7 zo belangrijk:


door de poort gaat men in.


de weg wordt gevonden en bewandeld.


Eerst geboorte.


Daarna wandelen.


Eerst leven.


Daarna leren lopen.


Eerst Christus.


Daarna leren leven vanuit Christus.


De natuurlijke mens kan zichzelf niet geestelijk maken.


En de wedergeboren mens hoeft door zijn wandel niet te verdienen wat hij reeds door geloof ontvangen heeft.


U bent door uw eerste geboorte al in Adam gekomen.


De beslissende vraag is daarom niet of u uw oude mens goed genoeg kunt verbeteren.


De vraag is:



Bent u ook door de enige Deur gegaan?

“Ik ben de Deur; indien iemand door Mij ingaat, die zal behouden worden…”
— Johannes 10:9



Lees verder in Mattheüs 7


De brede en smalle weg staat niet op zichzelf. In het vervolg van Mattheüs 7 gebruikt Christus andere beelden die hetzelfde onderscheid verder zichtbaar maken.

Een goede boom kan geen kwade vrucht voortbrengen

Wat bedoelt Jezus met de goede en kwade boom, en waarom gaat het eerst om de bron waaruit de vrucht voortkomt?


De wijze en de dwaze bouwer uitgelegd

Twee mensen horen dezelfde woorden van Christus, maar bouwen op een verschillend fundament. Wat betekent dat voor redding en wandel?


Moeilijke Bijbelteksten uitgelegd

Bekijk meer Bijbelgedeelten die vaak worden gebruikt om redding afhankelijk te maken van werken, volharding of levenswandel.