Mattheüs 7 wordt vaak gebruikt alsof vrucht de grond of bewijsvoorwaarde van redding is. Deze pagina laat zien dat het gaat om bron en natuur: Adam of Christus, vlees of Geest, oude geboorte of wedergeboorte.
Een goede boom kan geen kwade vrucht voortbrengen
Waarom Mattheüs 7 niet over onzekerheid spreekt, maar over wedergeboorte
Er zijn Bijbelteksten die zo vaak geciteerd worden, dat bijna niemand nog rustig kijkt wat er werkelijk staat.
Mattheüs 7 is daar een pijnlijk voorbeeld van.
Hoe vaak hoor je niet:
“Aan de vruchten kent men de boom.”
En dan wordt er direct gezegd: “Zie je wel, als iemand echt gered is, dan móét je dat kunnen zien aan zijn leven. En als er verkeerde vruchten zijn, dan was hij waarschijnlijk nooit echt behouden.”
Dat klinkt vroom. Dat klinkt ernstig. Dat klinkt alsof men de zonde serieus neemt.
Maar het probleem is: dat is niet wat de tekst zegt.
Zie ook: Maar de Bijbel lijkt soms tegenstrijdig – geloof of werken?
De Heere Jezus zegt niet: “Een goede boom brengt meestal goede vrucht voort, maar soms ook kwade vrucht.”
Hij zegt ook niet: “Een kwade boom kan, als hij maar genoeg zijn best doet, uiteindelijk goede vrucht voortbrengen.”
Nee. Hij zegt iets veel absoluters.
“Alzo een iegelijk goede boom brengt voort goede vruchten, en een kwade boom brengt voort kwade vruchten.
Een goede boom kan geen kwade vruchten voortbrengen, noch een kwade boom goede vruchten voortbrengen.”
— Mattheüs 7:17-18
Lees dat nog eens.
Een goede boom kan geen kwade vruchten voortbrengen.
Een kwade boom kan geen goede vruchten voortbrengen.
Dat is geen grijs gebied. Dat is geen waarschijnlijkheid. Dat is geen “meestal”. Dat is absoluut.
En precies daar zit de sleutel.
De Heere Jezus spreekt hier niet over een gelovige die vandaag goed wandelt en morgen struikelt. Hij spreekt over twee verschillende bronnen. Twee verschillende bomen. Twee verschillende naturen. Twee verschillende geboorten.
De oude mens en de nieuwe mens.
De mens uit Adam en de mens in Christus.
De eerste geboorte en de wedergeboorte.
Wie dat mist, maakt van Mattheüs 7 een zweep om gelovigen onzeker te maken. Maar wie het ziet, ontdekt juist hoe krachtig, helder en bevrijdend dit gedeelte is.
1. De context: twee wegen, twee poorten, twee bestemmingen
Mattheüs 7 spreekt niet vaag. De Heere Jezus zet alles scherp tegenover elkaar.
“Gaat in door de enge poort; want wijd is de poort, en breed is de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die door dezelve ingaan;
Want de poort is eng, en de weg is nauw, die tot het leven leidt, en weinigen zijn er, die denzelven vinden.”
— Mattheüs 7:13-14
Er zijn twee poorten.
Er zijn twee wegen.
Er zijn twee bestemmingen.
De ene weg leidt tot het verderf.
De andere weg leidt tot het leven.
De Heere Jezus leert hier niet dat alle godsdiensten uiteindelijk bij dezelfde God uitkomen. Dat is moderne praat, maar niet Bijbels.
Het klinkt vriendelijk om te zeggen: “Iedereen beklimt dezelfde berg, alleen vanaf een andere kant.” Maar de hemel is geen berg waar iedereen via zijn eigen route bovenop komt.
Christus zegt:
“Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den Vader, dan door Mij.”
— Johannes 14:6
Niet: Ik ben een weg.
Niet: Ik ben één van de mogelijkheden.
Niet: Ik ben de beste religieuze route.
Nee.
Ik ben de Weg.
Er is geen tweede Evangelie.
Er is geen tweede Middelaar.
Er is geen tweede Naam.
“En de zaligheid is in geen Anderen; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.”
— Handelingen 4:12
Daarna waarschuwt de Heere Jezus direct voor valse profeten.
Waarom?
Omdat valse profeten mensen op de verkeerde weg zetten, terwijl ze denken dat ze goed zitten.
2. Valse profeten komen niet met een bordje “wolf”
De Heere Jezus zegt:
“Maar wacht u van de valse profeten, dewelke in schaapsklederen tot u komen, maar van binnen zijn zij grijpende wolven.”
— Mattheüs 7:15
Dat is ernstig.
Een valse profeet komt niet binnen met rode ogen, horens en een bord om zijn nek waarop staat: “Ik ben gevaarlijk.”
Nee. Hij komt in schaapsklederen.
Hij lijkt veilig.
Hij klinkt vroom.
Hij gebruikt Bijbelwoorden.
Hij praat over Jezus.
Hij praat over bekering.
Hij praat over heiliging.
Hij praat over vrucht.
Hij praat over ernst.
Hij praat over gehoorzaamheid.
Maar de vraag is niet of iemand Bijbelwoorden gebruikt.
De vraag is: welke boodschap brengt hij?
Brengt hij mensen tot Christus alleen?
Of brengt hij mensen tot zichzelf?
Daar ligt het verschil tussen waarheid en vergif.
Een valse profeet hoeft niet te zeggen: “Jezus is slecht.”
Hij hoeft alleen maar te zeggen: “Jezus is niet genoeg.”
Dit wordt ook zichtbaar in: Hoe calvinisme het Evangelie besmet.
En dat kan hij heel subtiel doen.
“Geloof in Jezus, maar je moet ook je leven overgeven.”
“Geloof in Jezus, maar je moet ook genoeg vrucht laten zien.”
“Geloof in Jezus, maar je moet ook volharden om te bewijzen dat je echt bent.”
“Geloof in Jezus, maar als je later te veel zondigt, was het waarschijnlijk nooit echt.”
“Geloof in Jezus, maar kijk vooral naar je levenswandel om te weten of je behouden bent.”
Dat klinkt ernstig, maar het verschuift de zekerheid van Christus naar de mens.
En dat is dodelijk.
Want zodra mijn zekerheid rust op mijn vrucht, mijn wandel, mijn gevoel, mijn verandering, mijn trouw of mijn volharding, rust zij niet meer op Christus alleen.
Dan is Christus niet meer mijn fundament. Dan wordt mijn eigen leven het fundament.
En dat fundament stort in.
Wie hierdoor onzeker wordt, leest ook: Is mijn geloof wel echt?
3. “Aan hun vruchten” betekent: kijk wat voor boom het is
De Heere Jezus zegt:
“Aan hun vruchten zult gij hen kennen. Leest men ook een druif van doornen, of vijgen van distelen?”
— Mattheüs 7:16
Let op de voorbeelden.
Druiven groeien niet aan doornen.
Vijgen groeien niet aan distelen.
Waarom niet?
Omdat de vrucht voortkomt uit de natuur van de plant.
Een doornstruik kan geen druiven voortbrengen.
Een distel kan geen vijgen voortbrengen.
Dat is precies het punt.
De vrucht bewijst de oorsprong. De vrucht laat zien wat voor boom het is.
En dan zegt Christus:
“Een goede boom kan geen kwade vruchten voortbrengen, noch een kwade boom goede vruchten voortbrengen.”
— Mattheüs 7:18
Als je deze tekst eerlijk leest, kun je hem niet gebruiken om te zeggen: “Een waar gelovige zal soms goede en soms slechte vrucht voortbrengen, en daaraan moet je beoordelen of hij wel echt is.”
Want Christus zegt juist: een goede boom kan geen kwade vrucht voortbrengen.
Dus als jij zegt: “Een goede boom is een gered mens in zijn dagelijkse wandel,” dan krijg je een probleem. Want dan zou een gered mens nooit meer kunnen zondigen.
Maar dat is niet waar.
Iedere eerlijke gelovige weet dat hij nog kan zondigen. Paulus wist het ook.
“Want ik weet, dat in mij, dat is, in mijn vlees, geen goed woont.”
— Romeinen 7:18
Let op: “in mijn vlees.”
Paulus zegt niet: “In de nieuwe mens woont geen goed.”
Hij zegt: “In mijn vlees woont geen goed.”
Dus waar zit de kwade vrucht?
In het vlees. In de oude natuur. In de oude mens. In de oude boom.
En waar zit de goede vrucht?
In dat wat uit God geboren is. In de nieuwe mens. In de nieuwe geboorte.
4. De kwade boom is de mens zoals hij van nature geboren is
Ieder mens wordt geboren uit Adam. En wat uit Adam komt, is gevallen.
Wij zijn geen zondaren omdat wij alleen maar af en toe iets verkeerd doen. Wij doen verkeerde dingen omdat wij zondaren zijn.
De vrucht is slecht omdat de boom slecht is.
“Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods.”
— Romeinen 3:23
Dat is Gods diagnose over de mens.
Niet: sommigen hebben gezondigd.
Niet: de ergste mensen hebben gezondigd.
Niet: alleen misdadigers, goddelozen, vloekers en hoereerders hebben gezondigd.
Nee.
Allen.
Dat betekent: u ook. Ik ook. Iedereen.
En daarom is de mens van nature een kwade boom.
Niet een goede boom met een paar beschadigde takken.
Niet een neutrale boom die nog alle kanten op kan.
Niet een boom die met wat religieuze mest en kerkelijke snoei vanzelf goed wordt.
Nee.
Een kwade boom.
En een kwade boom kan geen goede vrucht voortbrengen.
Dat is vernederend voor de mens. Maar het is precies waarom het Evangelie nodig is.
Want als de mens alleen wat verbetering nodig had, dan had Christus niet hoeven sterven. Dan was een cursus karaktervorming genoeg geweest. Dan was godsdienst genoeg geweest. Dan waren goede voornemens genoeg geweest.
Maar de mens heeft geen kleine reparatie nodig.
Hij heeft leven nodig.
Hij moet wederom geboren worden.
Zie ook: Wat bedoelt de Bijbel met ‘dood in zonden’?
5. God legt de bijl aan de wortel, niet aan de takken
Johannes de Doper zei:
“En ook is alrede de bijl aan den wortel der bomen gelegd; alle boom dan, die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen.”
— Mattheüs 3:10
Let goed op.
De bijl ligt aan de wortel.
God behandelt het probleem niet oppervlakkig. Hij zegt niet: “Knip wat verkeerde takken weg, poets de bladeren op, doe wat religieuze versiering eraan, en dan komt het goed.”
Nee. De bijl ligt aan de wortel.
Waarom?
Omdat het probleem in de wortel zit.
De mens is niet verloren omdat hij te weinig religie heeft.
De mens is niet verloren omdat hij niet netjes genoeg leeft.
De mens is niet verloren omdat hij niet voldoende kerkelijke vruchten heeft.
De mens is verloren omdat hij zondaar is. Gescheiden van God. Zonder leven uit God.
“Daarom, gelijk door één mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood; en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is, in welken allen gezondigd hebben.”
— Romeinen 5:12
De wortel is Adam.
De vrucht is zonde.
Het einde is dood.
Daarom moet er iets gebeuren wat de mens zelf niet kan doen.
Hij moet een nieuwe geboorte ontvangen.
6. “Gij moet wederom geboren worden”
Nicodemus was geen losbandige heiden. Hij was een godsdienstige leider. Een leraar van Israël. Een man met Bijbelkennis, status en ernst.
En toch zei de Heere Jezus tegen hem:
“Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien.”
— Johannes 3:3
Dat is scherp.
Niet: tenzij iemand zich verbetert.
Niet: tenzij iemand trouwer naar de synagoge gaat.
Niet: tenzij iemand bewijst dat hij goede vrucht heeft.
Niet: tenzij iemand zijn leven overgeeft.
Niet: tenzij iemand genoeg berouw voelt.
Maar:
tenzij iemand wederom geboren worde.
En dan nog sterker:
“Verwonder u niet, dat Ik u gezegd heb: Gijlieden moet wederom geboren worden.”
— Johannes 3:7
Moet.
Niet mag.
Niet kan eventueel.
Niet zou verstandig zijn.
Moet.
Waarom?
Omdat de eerste geboorte niet genoeg is.
“Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees; en hetgeen uit den Geest geboren is, dat is geest.”
— Johannes 3:6
Dat is de kern.
Vlees blijft vlees.
Geest is geest.
De oude geboorte brengt de oude mens voort.
De nieuwe geboorte brengt de nieuwe mens voort.
De oude boom komt uit Adam.
De goede boom komt uit God.
7. Hoe wordt iemand wederom geboren?
De Bijbel maakt dit niet ingewikkeld.
“Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven;
Welke niet uit den bloede, noch uit den wil des vleses, noch uit den wil des mans, maar uit God geboren zijn.”
— Johannes 1:12-13
Hoe ontvangt iemand Christus?
Door in Zijn Naam te geloven. Daarom is het belangrijk om helder te zien wat ware geloof volgens de Bijbel is.
Niet door werken.
Niet door sacramenten.
Niet door waterdoop.
Niet door belijdenis doen.
Niet door lid te worden van een kerk.
Niet door te beloven dat je voortaan beter zult leven.
Niet door genoeg vruchten te tonen.
Maar door te geloven in Zijn Naam.
Ontvangen is geloven.
Geloven is vertrouwen.
Vertrouwen op Christus en Zijn volbrachte werk.
Dat is ook precies wat Johannes 3:16 zegt:
“Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.”
— Johannes 3:16
Daar staat niet: “opdat een iegelijk die genoeg vrucht voortbrengt.”
Daar staat niet: “opdat een iegelijk die volhardt en bewijst dat hij echt is.”
Daar staat niet: “opdat een iegelijk die zijn leven voldoende op orde krijgt.”
Daar staat:
“die in Hem gelooft.”
En wat heeft die?
Het eeuwige leven.
Niet tijdelijk leven.
Niet proefleven.
Niet leven zolang je goed genoeg blijft.
Niet leven dat later weer ingetrokken wordt.
Eeuwig leven.
8. De oude mens wordt niet opgeknapt; God geeft een nieuwe mens
Dit is waar zoveel verwarring ontstaat.
Veel mensen denken dat het christelijke leven betekent dat God de oude mens langzaam beter maakt.
Maar dat is niet wat de Bijbel leert.
God verbetert de oude mens niet tot hij hemels geschikt is. God geeft een nieuwe mens.
Paulus schrijft:
“Dat gij zoudt afleggen, aangaande de vorige wandeling, den ouden mens, die verdorven wordt door de begeerlijkheden der verleiding;
En dat gij zoudt vernieuwd worden in den geest uws gemoeds,
En den nieuwen mens aandoen, die naar God geschapen is in ware rechtvaardigheid en heiligheid.”
— Efeze 4:22-24
De oude mens is verdorven.
De nieuwe mens is naar God geschapen in ware rechtvaardigheid en heiligheid.
Dat zijn geen twee gradaties van dezelfde mens. Dat zijn twee naturen.
De oude mens komt uit de eerste geboorte.
De nieuwe mens komt uit God.
De oude mens brengt kwade vrucht voort.
De nieuwe mens is geschapen in rechtvaardigheid en heiligheid.
Daarom klopt Mattheüs 7 precies.
Een kwade boom kan geen goede vrucht voortbrengen.
Een goede boom kan geen kwade vrucht voortbrengen.
De oude mens is niet goed.
De nieuwe mens is niet kwaad.
De oude natuur is niet te vertrouwen.
De nieuwe geboorte is volmaakt uit God.
9. “Die uit God geboren is, kan niet zondigen”
Nu wordt ook 1 Johannes 3:9 helder.
“Een iegelijk, die uit God geboren is, die doet de zonde niet; want Zijn zaad blijft in hem; en hij kan niet zondigen, want hij is uit God geboren.”
— 1 Johannes 3:9
Velen struikelen over deze tekst.
Ze denken: “Maar ik ben gelovig en ik zondig nog. Hoe kan Johannes dan zeggen dat wie uit God geboren is niet zondigt?”
Het antwoord is eenvoudig: wat is uit God geboren?
Niet uw vlees.
Niet uw oude natuur.
Niet de oude mens uit Adam.
Die is niet uit God geboren. Die is uit het vlees geboren.
De nieuwe mens is uit God geboren.
En die nieuwe mens kan niet zondigen, omdat hij uit God geboren is.
Dat is geen oppervlakkige uitleg. Dat is precies de lijn van de Schrift.
“Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees; en hetgeen uit den Geest geboren is, dat is geest.”
— Johannes 3:6
Wat uit vlees geboren is, blijft vlees.
Wat uit de Geest geboren is, is geest.
De nieuwe geboorte is niet zondig.
De nieuwe mens is niet verdorven.
De nieuwe natuur komt niet uit Adam, maar uit God.
Daarom kan een gelovige in zijn vlees nog zondigen, maar dat wat uit God geboren is, zondigt niet.
Zie ook: Als ik eenmaal geloof, kan ik dan nog verloren gaan?
Wie dat niet onderscheidt, raakt verstrikt in angst, onzekerheid en vreemde theologie.
Dan gaat men zeggen: “Als je nog zondigt, ben je misschien niet echt wedergeboren.”
Maar dat maakt van 1 Johannes 3:9 een nachtmerrie.
Want wees eerlijk: wie zondigt er dan niet meer?
Niemand.
Als 1 Johannes 3:9 betekent dat een waar gelovige in zijn totale praktische leven niet meer zondigt, dan is niemand gered.
Maar Johannes zelf schreef eerder:
“Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, zo verleiden wij onszelven, en de waarheid is in ons niet.”
— 1 Johannes 1:8
Dus Johannes spreekt zichzelf niet tegen.
In 1 Johannes 1 spreekt hij over de realiteit van zonde in de wandel.
In 1 Johannes 3 spreekt hij over dat wat uit God geboren is.
De nieuwe geboorte zondigt niet.
Dat is waarom de gelovige eeuwig veilig is in Christus.
10. Geboren uit onvergankelijk zaad
Petrus zegt:
“Gij, die wedergeboren zijt, niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en eeuwig blijvende Woord van God.”
— 1 Petrus 1:23
Dat is machtig.
Uw eerste geboorte kwam uit vergankelijk zaad. Daarom sterft het lichaam. Daarom wordt de mens oud. Daarom verdwijnt de heerlijkheid van het vlees.
“Want alle vlees is als gras, en alle heerlijkheid des mensen is als een bloem van het gras. Het gras is verdord, en zijn bloem is afgevallen;
Maar het Woord des Heeren blijft in der eeuwigheid; en dit is het Woord, dat onder u verkondigd is.”
— 1 Petrus 1:24-25
De eerste geboorte is vergankelijk.
De tweede geboorte is uit onvergankelijk zaad.
En dat zaad is het Woord van God.
Daarom is de nieuwe geboorte blijvend. Niet omdat u zo sterk bent, maar omdat Gods zaad onvergankelijk is.
Als God iemand wederbaart door Zijn Woord, dan geeft Hij geen tijdelijk leven. Hij geeft eeuwig leven.
11. Geestelijk dood betekent: gescheiden van God
Sommigen gebruiken Efeze 2 om te zeggen: “Een dode zondaar kan niet geloven. Hij kan niet reageren op het Evangelie. Hij moet eerst wedergeboren worden voordat hij kan geloven.”
Zie ook: Is de mens niet in totale doodstaat?
Maar dat is niet wat Efeze 2 leert.
“En u heeft Hij mede levend gemaakt, daar gij dood waart door de misdaden en de zonden.”
— Efeze 2:1
Dood betekent in de Bijbel vaak: scheiding.
Lichamelijke dood is scheiding van lichaam en ziel/geest.
Geestelijke dood is scheiding van God.
De tweede dood is eeuwige scheiding van God in de poel des vuurs.
Dat blijkt ook uit de context:
“Dat gij in dien tijd waart zonder Christus, vervreemd van het burgerschap Israëls, en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende, en zonder God in de wereld.”
— Efeze 2:12
Dát is dood: zonder Christus, zonder hoop, zonder God.
Maar een geestelijk dode kan wel horen, denken, overtuigd worden en geloven. Anders zou het bevel om het Evangelie te geloven zinloos zijn.
De Bijbel zegt niet: “Word eerst levend, zodat u daarna kunt geloven.”
De Bijbel zegt:
“Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden.”
— Handelingen 16:31
Geloof komt niet ná zaligheid als bewijs.
Geloof is het middel waardoor iemand zalig wordt.
“Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave;
Niet uit de werken, opdat niemand roeme.”
— Efeze 2:8-9
Uit genade.
Door geloof.
Niet uit werken.
Dat is helder.
12. Een gelovige heeft twee naturen
Zodra iemand Christus gelooft, wordt zijn oude natuur niet verwijderd. Hij krijgt een nieuwe geboorte.
Dat betekent: een gelovige heeft nog steeds het vlees, maar hij heeft ook de nieuwe mens.
Daarom kan een gelovige wandelen naar het vlees of wandelen naar de Geest.
Paulus zegt tegen gelovigen:
“Dit zeg ik dan: Wandelt door den Geest en volbrengt de begeerlijkheid des vleses niet.”
— Galaten 5:16
Waarom moet Paulus dat zeggen?
Omdat een gelovige de begeerlijkheid van het vlees wél kan volbrengen.
Anders was de waarschuwing overbodig.
Een gelovige kan verkeerd wandelen.
Een gelovige kan vleselijk zijn.
Een gelovige kan zondigen.
Een gelovige kan Gods kastijding ervaren.
Een gelovige kan loon verliezen.
Een gelovige kan zijn leven verspillen.
Maar hij verliest niet de nieuwe geboorte.
Want die geboorte is uit God.
Daarom zegt Paulus:
“Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods.
Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn.”
— Kolossenzen 3:1-2
Waarom zegt hij dat?
Omdat een gelovige ook de dingen van de aarde kan bedenken.
En dan zegt hij:
“Maar nu legt ook gij dit alles af, namelijk gramschap, toornigheid, kwaadheid, lastering, vuil spreken uit uw mond.”
— Kolossenzen 3:8
Tegen wie zegt hij dat?
Tegen gelovigen.
Dus een gelovige kan nog dingen hebben die afgelegd moeten worden.
En dan:
“En aangedaan hebt den nieuwen mens, die vernieuwd wordt tot kennis, naar het evenbeeld Desgenen, Die hem geschapen heeft.”
— Kolossenzen 3:10
De gelovige moet leren wandelen overeenkomstig de nieuwe mens.
Niet om behouden te worden.
Maar omdat hij behouden is.
Niet om een kind van God te worden.
Maar omdat hij een kind van God is.
Niet om eeuwig leven te verdienen.
Maar omdat hij eeuwig leven ontvangen heeft.
13. Vrucht is belangrijk, maar vrucht redt niet
Laat niemand dit verdraaien.
Goede werken zijn belangrijk.
Een heilige wandel is belangrijk.
Vrucht dragen is belangrijk.
Gehoorzaamheid is belangrijk.
God dienen is belangrijk.
Maar geen van deze dingen is de grond van uw zaligheid.
Zie ook: Geloof zonder werken is dood.
De grond van uw zaligheid is Christus alleen.
“Want niemand kan een ander fondament leggen, dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus.”
— 1 Korinthe 3:11
Na de redding komt de wandel.
Na de geboorte komt de groei.
Na het fundament komt het bouwen.
Na het eeuwige leven komt discipelschap.
Na de zaligheid komt loon of verlies van loon.
Maar verwar die dingen niet.
Als je vrucht maakt tot bewijs dat iemand “echt gered” is, eindig je vaak met een evangelie van onzekerheid.
Want hoeveel vrucht is genoeg?
Hoe lang moet iemand vrucht dragen?
Hoe zichtbaar moet het zijn?
Welke zonden bewijzen dat iemand niet gered is?
Hoeveel terugval is toegestaan?
Hoeveel twijfel mag iemand hebben?
Hoeveel groei moet er minimaal zijn?
De Bijbel geeft geen vruchtmeter waarmee jij kunt bepalen of iemand eeuwig leven heeft.
De Bijbel geeft een belofte:
“Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven.”
— Johannes 3:36
Daar ligt de zekerheid.
Niet in mijn vrucht.
In Zijn belofte.
14. “Ik heb u nooit gekend”: religieuze mensen zonder Christus
Het einde van Mattheüs 7 is verschrikkelijk ernstig.
“Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Heere, Heere! hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam duivelen uitgeworpen, en in Uw Naam vele krachten gedaan?
En dan zal Ik hun openlijk aanzeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij, die de ongerechtigheid werkt!”
— Mattheüs 7:22-23
Let op wat deze mensen zeggen.
“Heere, Heere!”
Ze zijn religieus.
Ze noemen Zijn Naam.
Ze hebben indrukwekkende werken.
Ze profeteren.
Ze werpen duivelen uit.
Ze doen vele krachten.
Maar waar wijzen ze op?
Op hun werken.
“Hebben wij niet...?”
“Hebben wij niet...?”
“Hebben wij niet...?”
Dat is het refrein van verloren religie.
Niet: “Heere, U bent voor mij gestorven.”
Niet: “Heere, U hebt betaald.”
Niet: “Heere, ik vertrouwde op Uw belofte.”
Niet: “Heere, ik heb niets dan U.”
Nee.
“Hebben wij niet?”
Dat is de taal van mensen die hun hoop bouwen op wat zij gedaan hebben.
En Christus zegt niet: “Ik heb u gekend, maar later verstoten.”
Hij zegt:
“Ik heb u nooit gekend.”
Nooit.
Niet één dag.
Niet één uur.
Niet één moment.
Ze hadden religie.
Ze hadden werken.
Ze hadden indrukwekkende vrucht in de ogen van mensen.
Maar ze hadden Christus niet.
Dat is huiveringwekkend.
Een mens kan religieus zijn en verloren.
Een mens kan “Heere, Heere” zeggen en verloren.
Een mens kan prediken en verloren.
Een mens kan wonderen claimen en verloren.
Een mens kan zich beroemen op vrucht en verloren.
Waarom?
Omdat zaligheid niet is door werken.
“Niet uit de werken, opdat niemand roeme.”
— Efeze 2:9
15. Christus betaalde voor al uw zonden
Nu komen we bij het hart van de zaak.
Wij zijn zondaren.
Wij zijn kwade bomen van nature.
Wij hebben kwade vrucht.
Wij kunnen onszelf niet redden.
Wij kunnen de oude natuur niet veranderen in iets wat geschikt is voor de hemel.
Maar God heeft ons liefgehad.
De Heere Jezus Christus kwam in deze wereld. Hij is God geopenbaard in het vlees. Hij had geen zonde. Hij hoefde niet te sterven.
Maar Hij stierf voor ons.
“Maar God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaars waren.”
— Romeinen 5:8
Christus droeg onze zonden.
Hij betaalde onze schuld.
Hij stierf aan het kruis.
Hij werd begraven.
Hij stond op uit de doden.
En Hij biedt eeuwig leven aan als gave.
“Want de bezoldiging der zonde is de dood, maar de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onzen Heere.”
— Romeinen 6:23
Let op dat woord: genadegift.
Een gift verdien je niet.
Een gift betaal je niet af.
Een gift ontvang je.
Als u ervoor moet werken, is het geen gift meer.
Als u het moet behouden door uw prestaties, is het geen gift meer.
Als u het kunt verliezen door latere zonden, was het geen eeuwig leven.
Dan was het tijdelijk leven op proef.
Maar Christus biedt eeuwig leven.
16. Hoeveel zonden betaalde Christus?
Dit moet helder zijn.
Toen Christus stierf, waren al uw zonden toekomstig.
U was nog niet geboren.
U had nog geen enkele zonde gedaan.
En toch stierf Hij voor u.
Dus als Christus voor uw zonden stierf, betaalde Hij voor zonden die voor u nog toekomstig waren.
Hoeveel van uw zonden waren toekomstig toen Hij stierf?
Allemaal.
Hoeveel betaalde Hij?
Allemaal.
Niet alleen uw zonden tot het moment dat u gelooft.
Niet alleen uw oude zonden.
Niet alleen de zonden die u netjes belijdt.
Niet alleen de kleine zonden.
Niet alleen de zonden waarvan u later nooit meer terugvalt.
Hij betaalde voor al uw zonden.
“En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden der gehele wereld.”
— 1 Johannes 2:2
Daarom kan zaligheid zeker zijn.
Als er nog één zonde overblijft waarvoor u zelf moet betalen, bent u verloren.
Maar Christus heeft volkomen betaald.
“Doch Deze, een slachtoffer voor de zonden geofferd hebbende, is in eeuwigheid gezeten aan de rechterhand Gods.”
— Hebreeën 10:12
Eén offer.
Niet telkens opnieuw.
Niet half.
Niet voorwaardelijk.
Niet zolang u goed genoeg blijft.
Eén volkomen offer.
17. Je kunt pas zeker weten dat je naar de hemel gaat als je weet dat je niet meer naar de hel kunt
Veel mensen zeggen: “Ik hoop dat ik naar de hemel ga.”
Maar hoop in de zin van onzekerheid is geen Bijbelse zekerheid.
Als u nog denkt dat u uiteindelijk misschien toch verloren kunt gaan, dan weet u niet zeker dat u eeuwig leven hebt.
Dan hangt het nog af van wat u tussen nu en uw dood doet.
Dan is uw blik niet op Christus alleen, maar op uzelf.
Dan denkt u eigenlijk: “Christus heeft veel gedaan, maar mijn toekomstig gedrag moet de rest bewijzen.”
Dat is geen rust.
De Heere Jezus zegt:
“Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die Mijn woord hoort, en gelooft Hem, Die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven, en komt niet in de verdoemenis, maar is uit den dood overgegaan in het leven.”
— Johannes 5:24
Let op drie dingen.
Die gelooft, heeft het eeuwige leven.
Niet: zal het misschien krijgen.
Die komt niet in de verdoemenis.
Niet: komt er misschien niet in als hij goed genoeg blijft.
Die is uit den dood overgegaan in het leven.
Niet: zal ooit overgaan als hij genoeg vrucht laat zien.
Dat is zekerheid.
Niet omdat de gelovige zo sterk is.
Maar omdat Christus betrouwbaar is.
18. De eenvoudige illustratie
Stel: Christus biedt u eeuwig leven aan.
Niet tijdelijk leven.
Niet religieuze onzekerheid.
Niet een kans op de hemel.
Niet een contract met kleine lettertjes.
Eeuwig leven.
Als u dat aanneemt, wat hebt u dan?
Eeuwig leven.
En als het eeuwig is, hoelang duurt het dan?
Eeuwig.
En als al uw zonden betaald zijn, waar gaat u dan heen wanneer u sterft?
Naar de hemel.
Niet omdat u goed genoeg bent.
Niet omdat uw oude boom beter geworden is.
Niet omdat uw vrucht de hemel verdient.
Maar omdat Christus betaalde en God u uit genade eeuwig leven geeft.
“En dit is de belofte, die Hij ons beloofd heeft, namelijk het eeuwige leven.”
— 1 Johannes 2:25
19. Wat moet u dan doen?
Niet werken voor zaligheid.
Geloven.
Zie ook: Maar je moet toch wel iets doen?
“Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden.”
— Handelingen 16:31
Niet: verbeter eerst uw boom.
Niet: bewijs eerst uw vrucht.
Niet: wacht tot u zich waardig voelt.
Niet: kom terug als u heiliger bent.
Nee.
Geloof in de Heere Jezus Christus.
U bent een zondaar.
Christus stierf voor uw zonden.
Hij stond op uit de doden.
Hij biedt u eeuwig leven aan.
Ontvang Hem door geloof.
“Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven.”
— Johannes 1:12
Dat is het Evangelie.
Christus alleen.
Genade alleen.
Geloof alleen.
Eeuwig leven als gave.
20. De scherpe conclusie
Een kwade boom kan geen goede vrucht voortbrengen.
Dat betekent: de oude mens kan zichzelf niet redden.
U kunt uzelf niet naar de hemel werken.
U kunt uw oude natuur niet verbeteren tot zij hemels geschikt is.
U kunt met religie, beloftes, tranen, gebeden, kerkgang, doop, avondmaal, goede werken en levensverbetering geen nieuwe geboorte produceren.
U moet wederom geboren worden.
En die nieuwe geboorte ontvangt u niet door te werken, maar door te geloven in Christus.
Een goede boom kan geen kwade vrucht voortbrengen.
Dat betekent: wat uit God geboren is, is werkelijk uit God. De nieuwe mens is geschapen in rechtvaardigheid en heiligheid. De nieuwe geboorte is uit onvergankelijk zaad. Daarom is eeuwig leven werkelijk eeuwig.
De gelovige kan nog wandelen naar het vlees, en dat is ernstig. God kan kastijden. Loon kan verloren gaan. Het leven kan verspild worden. Zonde is nooit onschuldig.
Maar zonde verandert de nieuwe geboorte niet.
Wie eenmaal uit God geboren is, is een kind van God.
“Al wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen; en die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.”
— Johannes 6:37
Geenszins.
Niet vandaag aangenomen en morgen uitgeworpen.
Niet behouden zolang u genoeg vrucht hebt.
Niet veilig zolang u sterk genoeg blijft.
Geenszins uitgeworpen.
Daarom is de vraag niet: “Is mijn vrucht goed genoeg om mij zekerheid te geven?”
De vraag is:
Heb ik Christus geloofd?
Want wie in Hem gelooft, heeft eeuwig leven.
Wie het Evangelie eenvoudig vanaf het begin wil lezen, kan hier verder: Hoe word ik gered?
“Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven.”
— Johannes 3:36
Dat is geen religieuze hoop.
Dat is geen kerkelijke gok.
Dat is geen menselijke prestatie.
Dat is Gods belofte.
En God liegt niet.
📖 Lees ook:
👉 Is redding alleen door geloof in Jezus Christus?
👉
Als ik eenmaal geloof, kan ik dan nog verloren gaan?