De eerste vier bazuinen

Vier begrensde oordelen treffen telkens een derde deel.

De eerste vier bazuinen

Vier begrensde oordelen treffen telkens een derde deel.

De eerste vier bazuinen treffen achtereenvolgens aarde en bomen, zee, zoetwater en hemellichten. Telkens wordt een derde deel geraakt: de oordelen zijn werkelijk en verschrikkelijk, maar nog door God begrensd. De Schriftuurlijke beschrijving moet blijven staan zonder haar vooraf met moderne natuurverklaringen te vervangen.

De eerste vier bazuinen: waarom wordt telkens een derde deel getroffen?

De eerste vier bazuinen brengen een ontzaglijke reeks oordelen over de schepping. Hagel, vuur en bloed treffen de aarde. Iets als een brandende berg wordt in de zee geworpen. Een brandende ster maakt zoetwater bitter. Daarna worden zon, maan en sterren gedeeltelijk verduisterd.


Toch is er midden in deze verwoesting een opvallende grens. Steeds opnieuw klinkt:


„het derde deel”


Een derde van de bomen. Een derde van de zee. Een derde van de zeedieren. Een derde van de schepen. Een derde van de rivieren en waterbronnen. Een derde van zon, maan en sterren. Een derde van dag en nacht.


Dat betekent niet dat de oordelen gering zijn. Vele mensen sterven, complete ecosystemen worden getroffen en het dagelijks leven op aarde wordt ontwricht. Het betekent wel dat God de omvang van deze eerste fase afmeet. De eerste vier bazuinen zijn werkelijk oordeel, maar nog niet de totale, voleindigende verwoesting van de latere fiolen.


Openbaring behandelt deze vier bazuinen bovendien als één duidelijk cluster. Na de vierde klinkt een hemelse aankondiging van drie weeën vanwege de drie bazuinen die nog volgen. De door God gegeven indeling is daarom niet zomaar zeven losse rampen, maar:


vier gedeeltelijke scheppingsoordelen, gevolgd door drie weeën.



De eerste vier bazuinen vormen één door God afgebakend cluster


Openbaring 8 beschrijft de eerste vier bazuinen kort en achtereenvolgens:


  1. de eerste bazuin treft aarde, bomen en gras;
  2. de tweede treft de zee, zeedieren en schepen;
  3. de derde treft rivieren en waterbronnen;
  4. de vierde treft zon, maan, sterren, dag en nacht.


Daarna onderbreekt de tekst de reeks:

„En ik zag, en hoorde een engel vliegen in het midden des hemels, zeggende met grote stem: Wee, wee, wee dengenen, die op de aarde wonen, vanwege de overige stemmen der bazuin der drie engelen, die nog bazuinen zullen.”
— Openbaring 8:13

God Zelf markeert dus de overgang. Er zijn nog drie engelen die zullen bazuinen, en aan elk van die drie resterende bazuinen wordt een wee verbonden:


  • bazuin 5 is het eerste wee;
  • bazuin 6 is het tweede wee;
  • bazuin 7 is het derde wee.


Daarmee staat de structuur vast: 4 + 3. De eerste vier moeten samen worden gelezen voordat de veel uitvoeriger beschreven weeën beginnen.


Dat de eerste vier niet afzonderlijk „wee” worden genoemd, maakt ze niet mild. Openbaring 8 beschrijft wereldomvattende schade, sterfte en duisternis. Het verschil is dat de laatste drie bazuinen een nieuwe intensiteit en een nadrukkelijk wee-karakter krijgen.



Vóór de schade worden Gods dienstknechten verzegeld


De eerste bazuin komt niet onverwacht uit het niets. Openbaring heeft vlak daarvoor laten zien dat God de komende beschadiging tijdelijk tegenhoudt.


Johannes ziet vier engelen die de vier winden der aarde vasthouden. Een andere engel roept:

„Beschadigt de aarde niet, noch de zee, noch de bomen, totdat wij de dienstknechten onzes Gods zullen verzegeld hebben aan hun voorhoofden.”
— Openbaring 7:3

De genoemde gebieden zijn belangrijk:


  • de aarde;
  • de zee;
  • de bomen.


Direct daarna worden de 144.000 dienstknechten uit de twaalf stammen van Israël verzegeld. Vervolgens opent Openbaring 8 het bazuinprogramma en worden juist de eerder genoemde gebieden getroffen:


  • bazuin 1 beschadigt aarde, bomen en gras;
  • bazuin 2 beschadigt de zee;
  • bazuin 3 beschadigt de zoete wateren;
  • bazuin 4 beschadigt de hemellichten.


De aansluiting is te precies om los van elkaar te lezen. God laat de schade niet beginnen voordat Zijn dienstknechten het zegel aan hun voorhoofden hebben ontvangen. Hun verzegeling vindt dus vóór de bazuinschade plaats.


Dit zegel betekent niet dat niemand anders tijdens deze periode kan worden gered. Het is een bijzondere Goddelijke markering van deze 144.000 Israëlitische dienstknechten en evangelisten. Evenmin betekent het dat zij nooit enige moeite of vervolging zullen ervaren. Wat Openbaring rechtstreeks laat zien, is dat God hen vóór deze gerichte oordelen verzegelt en hen later als volledige groep met het Lam toont.


De volgorde verkondigt Gods volledige controle. De engelen mogen niet eerder beschadigen. De schade begint niet door een losgeslagen natuur of een toevallige kettingreactie in de schepping. God bepaalt eerst wie verzegeld moet worden en pas daarna laat Hij het oordeel doorgaan.



Het zevende zegel opent het bazuinprogramma


Na de verzegeling en het visioen van de grote schare wordt het zevende zegel geopend:

„En toen Het het zevende zegel geopend had, werd er een stilzwijgen in den hemel, omtrent van een half uur.”
— Openbaring 8:1

Daarna ziet Johannes zeven engelen die voor God staan. Hun worden zeven bazuinen gegeven. Een andere engel komt met een gouden wierookvat bij het altaar. Het reukwerk gaat met de gebeden van alle heiligen voor God op. Vervolgens vult de engel het wierookvat met vuur van het altaar en werpt het op de aarde.


Dan geschieden:


  • stemmen;
  • donderslagen;
  • bliksemen;
  • een aardbeving.


Pas daarna bereiden de zeven engelen zich om te bazuinen.


Deze hemelse voorbereiding bepaalt hoe de oordelen moeten worden gelezen. De bazuinen zijn geen verzameling gewone natuurrampen waaraan achteraf een religieuze betekenis wordt gegeven. De hele reeks komt uit Gods hemelse oordeelssfeer:


  • het Lam opent het zevende zegel;
  • de bazuinen worden aan de engelen gegeven;
  • het altaar en de gebeden der heiligen komen in beeld;
  • vuur van het altaar wordt op de aarde geworpen;
  • de engelen bazuinen op volgorde.


De eerste vier bazuinen zijn daarom doelgerichte, door God bestuurde oordelen.



Wanneer vinden de eerste vier bazuinen plaats?


Bazuinen 1-6 behoren binnen de opgebouwde profetische architectuur tot de eerste helft van Daniëls zeventigste week. De twee getuigen profeteren gedurende diezelfde eerste helft 1260 dagen, waarna hun getuigenis wordt voleindigd en de grote middenovergang volgt. Bazuin 7 opent vervolgens de tweede-halfse eindfase.


Daarmee is de grote plaatsing van bazuinen 1-4 stevig:


Zij vallen in de eerste 1260 dagen van Daniëls zeventigste week, vóór het eerste wee van bazuin 5.


De Schrift geeft echter geen afzonderlijke duur voor bazuin 1, 2, 3 of 4. Ook noemt zij niet hoeveel dagen tussen deze bazuinen liggen. De genummerde engelen bewijzen hun volgorde, maar niet hun onderlinge kalenderafstand.


Ook staat er niet letterlijk dat bazuin 1 op de allereerste kalenderdag van Daniëls week klinkt. Die plaatsing past goed bij het raamwerk: de getuigen beginnen hun bediening in de eerste helft, hun macht correspondeert met de bazuinoordelen en bazuin 1 opent het uitvoerende bazuinprogramma. Maar de Schrift noemt geen datum „dag 1” bij Openbaring 8:7. Daarom is de sterke formulering:


  • bazuin 1 opent de bazuinreeks;
  • bazuinen 1-4 vallen in de eerste helft;
  • zij volgen elkaar in de gegeven volgorde op;
  • hun exacte kalenderdagen en intervallen zijn niet geopenbaard.


Zo blijft de tijdlijn krachtig waar zij werkelijk vaststaat, zonder schijnprecisie toe te voegen.



De eerste bazuin: hagel, vuur en bloed treffen de aarde


Openbaring zegt:

„En de eerste engel heeft gebazuind, en er is geworden hagel en vuur, gemengd met bloed, en zij zijn op de aarde geworpen; en het derde deel der bomen is verbrand, en al het groene gras is verbrand.”
— Openbaring 8:7

De eerste bazuin bevat drie verschijnselen:


  • hagel;
  • vuur;
  • bloed.


Zij worden op de aarde geworpen. Het gevolg is niet figuurlijk:


  • een derde van de bomen verbrandt;
  • al het groene gras verbrandt.


Een werkelijk oordeel, geen beeld voor gewone oorlog


De tekst zegt niet dat menselijke legers deze schade veroorzaken. Zij zegt evenmin dat „hagel”, „vuur” en „bloed” slechts namen zijn voor bommen, raketten of moderne wapens. De eerste engel bazuint en het oordeel wordt vanuit de hemel op de aarde geworpen.


Dat betekent niet dat wij het natuurkundige proces volledig kunnen beschrijven. Openbaring vertelt wat Johannes ziet en wat het veroorzaakt; zij geeft geen scheikundige verklaring. Maar het gevolg is concreet genoeg: werkelijk aanwezige bomen en groene vegetatie verbranden.


Een duidelijk Exoduspatroon


De combinatie van hagel en vuur herinnert aan de zevende plaag over Egypte. Exodus 9:23-24 plaatst hagel en vuur uitdrukkelijk samen in hetzelfde Goddelijke oordeel.


In Egypte werden mensen, dieren, gewas en bomen op het veld getroffen. Openbaring 8 gebruikt niet exact dezelfde woorden en voegt bloed toe, maar het oordeelspatroon is herkenbaar. De God Die Egypte door gerichte plagen oordeelde, zal opnieuw door de schepping heen oordelen.


Dat maakt bazuin 1 niet tot een herhaling van Exodus 9 in ieder detail. Het is een nieuw toekomstig oordeel met een duidelijk Bijbels voorafschaduwingspatroon.


Niet ieder onderdeel wordt tot één derde beperkt


De terugkerende maat van het cluster is „het derde deel”, maar Openbaring 8:7 bevat een belangrijke uitzondering. Van de bomen verbrandt een derde; van het groene gras staat:


„al het groene gras”


Wij mogen dus niet schrijven dat bij iedere bazuin zonder uitzondering exact een derde van ieder genoemd onderdeel wordt geraakt. De juiste conclusie is dat de eerste vier bazuinen door een herhaalde derde-deelbeperking worden gekenmerkt, terwijl God binnen dat begrensde programma ook een bepaald onderdeel volledig kan treffen.


De eerste bazuin alleen al is daarom verschrikkelijk. Bomen verdwijnen op enorme schaal en groene begroeiing wordt weggebrand. Wat dit voor voedsel, leefomgeving en dagelijks bestaan betekent, laat zich nauwelijks overschatten, ook al geeft Openbaring geen economische berekeningen.



De tweede bazuin: de zee wordt getroffen


Daarna klinkt de tweede bazuin:

„En de tweede engel heeft gebazuind, en er werd iets als een grote berg, van vuur brandende, in de zee geworpen; en het derde deel der zee is bloed geworden. En het derde deel der schepselen, die in de zee waren, en leven hadden, is gestorven; en het derde deel der schepen is vergaan.”
— Openbaring 8:8-9

Johannes zegt nauwkeurig dat hij „iets als een grote berg” ziet. Hij zegt niet eenvoudig dat een bekende aardse berg wordt losgerukt. Het voorwerp of verschijnsel:


  • lijkt op een grote berg;
  • brandt met vuur;
  • wordt in de zee geworpen.


De gevolgen zijn drievoudig:


  1. een derde van de zee wordt bloed;
  2. een derde van de levende zeeschepselen sterft;
  3. een derde van de schepen vergaat.


De vergelijking is duidelijk; een moderne naam ontbreekt


De Schrift noemt dit geen meteoriet of asteroïde. Zij zegt evenmin dat het een vulkaan, kernwapen of symbolisch wereldrijk is. Zulke categorieën komen niet uit Openbaring 8 en mogen daarom niet boven de woorden van de tekst worden geplaatst.


Bij andere symbolen verklaart de Schrift soms zelf wat zij voorstellen. Openbaring 17 legt bijvoorbeeld uit dat bergen daar ook koningen voorstellen. Openbaring 8 geeft bij deze brandende berg echter geen soortgelijke verklaring. Bovendien staat er „iets als” een grote berg. Daarom moeten wij de vergelijking respecteren zonder een moderne of politieke naam in de tekst te schrijven.


Wat God wel heeft geopenbaard, is volkomen helder. Iets dat Johannes vergelijkt met een grote, brandende berg wordt in de zee geworpen en veroorzaakt letterlijk beschreven schade aan water, levende schepselen en schepen.


Water wordt opnieuw bloed


Ook hier klinkt Exodus mee. Onder Mozes werd het water van Egypte bloed (Exodus 7:17-21). In Openbaring wordt een derde van de zee bloed. Later zullen de fiolen het oordeel nog verder voeren.


De tweede bazuin raakt verschillende fundamenten tegelijk:


  • de zee zelf;
  • het leven in de zee;
  • menselijke scheepvaart.


Openbaring zegt niet welke oceaan of welk aaneengesloten zeegebied wordt getroffen. Evenmin zegt zij of „een derde” geografisch in één gebied ligt of over de wereldzeeën verspreid is. De omvang staat vast; de kaart wordt niet gegeven.



De derde bazuin: de ster Alsem maakt zoetwater bitter


De derde bazuin verplaatst het oordeel van de zee naar de zoete wateren:

„En de derde engel heeft gebazuind, en er is een grote ster, brandende als een fakkel, gevallen uit den hemel, en is gevallen op het derde deel der rivieren, en op de fonteinen der wateren. En de naam der ster wordt genoemd Alsem; en het derde deel der wateren werd tot alsem; en vele mensen zijn gestorven van de wateren, want zij waren bitter geworden.”
— Openbaring 8:10-11

De tekst noemt:


  • een grote ster;
  • brandend als een fakkel;
  • vallend uit de hemel;
  • op een derde van de rivieren en waterbronnen;
  • met de naam Alsem.


Het gevolg raakt rechtstreeks de drinkwatervoorziening. Een derde van de wateren wordt bitter en vele mensen sterven door die wateren.


Waarom heet de ster Alsem?


In de Schrift staat alsem voor bitterheid en zwaar oordeel. God zegt bijvoorbeeld door Jeremia:

„Zie, Ik zal hen, dit volk, spijzen met alsem, en Ik zal hen drenken met gallewater.”
— Jeremia 9:15

Openbaring maakt dat oordeel concreet. Het water wordt niet alleen onaangenaam van smaak; het wordt dodelijk. De naam Alsem past daarom bij de uitwerking die onmiddellijk wordt beschreven: bitter water en menselijke sterfte.


Alsem is een bij name genoemde hemelse ster


Wij hoeven hier niet te kiezen tussen een onpersoonlijke stofmassa en een persoonlijke macht. De Schrift heeft haar eigen categorie al gegeven: een grote ster uit de hemel, bij name Alsem genoemd.


Genesis noemt sterren lichten in het uitspansel (Genesis 1:14-17), maar de rest van de Schrift laat zien dat zij tegelijk behoren tot het levende hemelse heir. God telt hen en roept hen bij name (Psalm 147:4; Jesaja 40:26), terwijl Psalm 148:2-3 hen als „lichtende sterren” in de loforde van Gods engelen en heirscharen plaatst. Morgensterren zingen (Job 38:7), sterren strijden uit hun loopplaatsen (Richteren 5:20), Christus verklaart sterren als engelen (Openbaring 1:20) en bij de vijfde bazuin ontvangt een ster een sleutel en opent hij de put van de afgrond (Openbaring 9:1-2). De sterke Schrift-met-Schriftconclusie is daarom: sterren zijn hemelse lichtdragers van het levende heir — engelen — en geen verre zonnen of rondvliegende gesteentebollen.


Alsem past precies in die lijn. Hij heeft een naam, daalt brandend als een fakkel uit de hemel neer en voert een oordeelstaak uit over rivieren en waterbronnen. Dat hij „valt”, bewijst op zichzelf geen morele afval: de tekst beschrijft hier zijn neerdaling tijdens een door God bestuurde bazuin. Vaststaat dat de ster valt, een derde van het zoetwater bitter wordt en vele mensen sterven. Niet Alsems Bijbelse identiteit, maar alleen de precieze wijze waarop zijn neerdaling het water bitter maakt, blijft onverklaard.



De vierde bazuin: een derde van het licht wordt weggenomen


Na land, zee en zoetwater worden de hemellichten getroffen:

„En de vierde engel heeft gebazuind, en het derde deel der zon werd geslagen, en het derde deel der maan, en het derde deel der sterren, opdat het derde deel derzelve zou verduisterd worden, en dat het derde deel des daags niet zou lichten, en des nachts desgelijks.”
— Openbaring 8:12

Bij deze bazuin wordt een derde getroffen van:


  • de zon;
  • de maan;
  • de sterren.


Het gevolg wordt vervolgens in tijd uitgedrukt:


  • een derde van de dag licht niet;
  • een derde van de nacht evenmin.


Openbaring beschrijft dus geen gezichtsbedrog, maar een door God veroorzaakte vermindering van het licht over dag en nacht.


Openbaring gebruikt zon, maan en sterren elders ook in een symbolisch teken. In Openbaring 12 worden zij door de vrouw gedragen en verklaart Genesis 37 het verband met het huis van Jakob. Dat betekent echter niet dat zon, maan en sterren overal automatisch Israël voorstellen. De eigen context van bazuin 4 noemt geen vrouw of volk, maar zegt dat een deel van dag en nacht niet licht. Hier gaat het daarom om de werkelijke lichten die God in het uitspansel heeft gesteld.


Dat betekent niet dat een derde van Gods lichtende sterren afvallig wordt of uit Zijn heir verdwijnt. Openbaring 8:12 zegt dat een derde van zon, maan en sterren wordt geslagen en verduisterd, zodat een derde van dag en nacht niet licht. Dat sluit aan bij Jesaja 13:10, waar de sterren hun licht niet laten lichten, en Joël 2:10, waar zij hun glans intrekken. God houdt hun lichtfunctie gedeeltelijk in. Zij blijven onder Zijn bevel; van Zijn getelde, bij name geroepen heir wordt er niet één gemist (Jesaja 40:26).


Duisternis als oordeel


Ook dit heeft een oudtestamentisch patroon. Over Egypte kwam tastbare duisternis, terwijl de kinderen Israëls licht in hun woningen hadden (Exodus 10:21-23). De profeten verbinden verduistering van de hemellichten eveneens met de dag des HEEREN. Joël zegt:

„De zon zal veranderd worden in duisternis, en de maan in bloed, eer dat die grote en vreselijke dag des HEEREN komt.”
— Joël 2:31

De vierde bazuin is nog niet de volledige vervulling van iedere profetie over de verduistering van de hemellichten. De beperking tot een derde laat juist zien dat dit een gedeeltelijke fase is. Maar het patroon is duidelijk: God kan het licht dat Hij aan de hemel gesteld heeft, in oordeel verminderen.


De Schrift geeft geen modern astronomisch mechanisme en heeft dat ook niet nodig. Zij zegt wat God doet: Hij slaat het derde deel van zon, maan en sterren en houdt hun licht gedeeltelijk in. De uitwerking is werkelijke duisternis.



De vier bazuinen bewegen door de hele leefwereld


Wanneer de vier oordelen naast elkaar worden gelegd, verschijnt een doelbewuste voortgang:

Bazuin Getroffen gebied Rechtstreeks genoemde gevolgen Goddelijke begrenzing
1 aarde, bomen en gras bomen en groene vegetatie verbranden een derde van de bomen; al het groene gras
2 zee zee wordt bloed, zeedieren sterven, schepen vergaan telkens een derde
3 rivieren en waterbronnen water wordt bitter; vele mensen sterven een derde van de zoete wateren
4 zon, maan en sterren een deel van dag en nacht geeft geen licht telkens een derde

De reeks raakt achtereenvolgens:


  • land en begroeiing;
  • zoutwater en zeeleven;
  • zoetwater en drinkvoorziening;
  • licht en tijdsritme.


Het zijn geen vier willekeurige rampen. Het oordeel beweegt systematisch door de leefwereld van de mens. Voedsel, natuur, water, vervoer en licht blijken allemaal onder Gods gezag te staan.



Waarom keert „het derde deel” steeds terug?


Openbaring geeft nergens één afzonderlijke zin: „Een derde wordt getroffen omdat...” Toch maakt de geïnspireerde structuur de functie van deze maat duidelijk.


God meet het oordeel af


De herhaling is te nadrukkelijk om toevallig te zijn. De schade breidt zich niet onbeheerst uit totdat toevallig ongeveer een derde overblijft. De tekst noemt vooraf en herhaaldelijk de door God gestelde maat.


Het derde deel laat daarom zien:


  • het oordeel is groot;
  • het oordeel is werkelijk;
  • het oordeel is doelgericht;
  • maar het oordeel is in deze fase begrensd.


God verliest de controle niet wanneer de schepping wordt getroffen. Juist de vaste beperking bewijst Zijn controle. Hij bepaalt wat getroffen wordt en tot hoever de schade gaat.


Gedeeltelijk betekent niet onbeduidend


Een derde van de bomen, zee, zeedieren, schepen, zoete wateren en hemellichten is geen kleine correctie. Vele mensen sterven al bij de derde bazuin. De eerste vier bazuinen zullen de aarde ingrijpend ontwrichten.


„Gedeeltelijk” beschrijft daarom de omvang ten opzichte van het latere volledige oordeel. Het betekent niet dat deze rampen vooral symbolisch, plaatselijk of gemakkelijk te overleven zijn.


De fiolen laten zien waarheen de reeks gaat


De latere fiolen raken dezelfde grote scheppingsgebieden, maar de herhaalde derde-deelbeperking verdwijnt:

Bazuinen: gedeeltelijke fase Fiolen: voleindigende fase
bazuin 1 treft de aarde en vegetatie fiool 1 wordt op de aarde uitgegoten en treft de mensen met het merkteken
bazuin 2 maakt een derde van de zee bloed; een derde van het zeeleven sterft fiool 2 maakt de zee als bloed van een dode; alle levende ziel in de zee sterft
bazuin 3 maakt een derde van rivieren en bronnen bitter fiool 3 verandert rivieren en waterbronnen in bloed
bazuin 4 verduistert een derde van zon, maan en sterren fiool 4 wordt op de zon uitgegoten en zij krijgt macht mensen met vuur te verhitten

De effecten zijn niet bij ieder paar identiek, maar de getroffen gebieden lopen duidelijk parallel:


aarde → zee → zoetwater → zon


Bij de bazuinen staat herhaaldelijk een derde. Bij de fiolen wordt Gods toorn in de zeven laatste plagen voleindigd. Daarom markeert het derde deel de eerste, afgemeten fase van hetzelfde grote oordeelprogramma: werkelijk en zwaar, maar nog niet totaal.



De eerste vier bazuinen dragen het patroon van Exodus


De afzonderlijke oordelen herinneren gezamenlijk sterk aan Gods plagen over Egypte:


  • hagel en vuur — Exodus 9;
  • water dat bloed wordt — Exodus 7;
  • ondrinkbaar en dodelijk water — vergelijk Gods oordeelstaal over alsem in Jeremia 9;
  • duisternis — Exodus 10.


Dat is geen bewijs dat ieder detail precies hetzelfde zal verlopen als in Egypte. Evenmin bewijst het dat Mozes persoonlijk deze bazuinen uitvoert. Het laat een breder Schriftpatroon zien.


In Exodus maakte God onderscheid tussen Zijn volk en Egypte, bestuurde Hij de omvang van iedere plaag en openbaarde Hij Zich als Rechter boven Farao en diens goden. In Openbaring verzegelt Hij eerst Zijn dienstknechten en laat Hij daarna oordelen komen over aarde, zee, wateren en hemel.


De twee getuigen ontvangen bovendien gezamenlijk macht om de wateren in bloed te veranderen en de aarde met allerlei plagen te slaan. Het Exoduspatroon wordt dus niet alleen zichtbaar in de gevolgen van de bazuinen, maar ook in de aardse profetische bediening die ermee samenloopt.



De twee getuigen lopen met de bazuinen synchroon


Openbaring 11 zegt over de twee getuigen:

„Dezen hebben macht den hemel te sluiten, opdat geen regen regene in de dagen hunner profetering; en zij hebben macht over de wateren, om die in bloed te verkeren, en de aarde te slaan met allerlei plage, zo menigmaal als zij zullen willen.”
— Openbaring 11:6

Vergelijk hun machtsgebied met de eerste vier bazuinen:

Macht van de getuigen Eerste vier bazuinen
aarde en allerlei plagen bazuin 1 treft aarde, bomen en gras
wateren in bloed bazuin 2 maakt een derde van de zee bloed
macht over wateren bazuin 3 treft rivieren en bronnen
macht over de hemel bazuin 4 treft zon, maan, sterren, dag en nacht

Deze overeenkomst staat niet op zichzelf. Na hun dood vieren de aardbewoners feest:

„...omdat deze twee profeten degenen, die op de aarde woonden, gepijnigd hadden.”
— Openbaring 11:10

Die woordkeus sluit rechtstreeks aan op de bazuinreeks. Openbaring 8:13 kondigt de drie weeën aan over „degenen, die op de aarde wonen”. Bij bazuin 5 worden mensen vervolgens vijf maanden „gepijnigd” (Openbaring 9:5). Na de dood van de getuigen zegt Openbaring 11 dat juist zij de aardbewoners hadden „gepijnigd”. Dezelfde doelgroep en dezelfde pijnigingstaal verbinden hun bediening met het bazuinprogramma.


Vanuit het hemelse gezichtspunt bazuinen engelen en zendt God de oordelen. Vanuit het aardse gezichtspunt veroorzaken de twee profeten de pijniging en vormen zij het zichtbare profetische gezicht van het bazuinprogramma. Hun 1260-daagse bediening loopt door tijdens bazuinen 1-6.


Dat betekent niet dat wij ieder afzonderlijk effect technisch aan één gesproken bevel van één getuige kunnen koppelen. Openbaring verdeelt de bevoegdheden zelfs niet tussen hen; beide ontvangen gezamenlijk macht over hemel, wateren en plagen. Maar de samenhang staat stevig: hun bediening en de eerste zes bazuinen behoren tot hetzelfde oordeelprogramma van de eerste helft.



Is „al het groene gras” in strijd met de vijfde bazuin?


Bij bazuin 1 wordt „al het groene gras” verbrand. Bij bazuin 5 krijgen de wezens uit de afgrond later het bevel:

„...dat zij het gras der aarde niet zouden beschadigen, noch enige groente, noch enigen boom, dan de mensen alleen, die het zegel Gods aan hun voorhoofden niet hadden.”
— Openbaring 9:4

Sommigen zien hierin een tegenstrijdigheid: hoe kan bazuin 5 gras noemen als bazuin 1 al het groene gras heeft verbrand?


De teksten spreken elkaar niet tegen.


Ten eerste beschrijft Openbaring 9:4 vooral de grens van de opdracht aan de wezens uit de afgrond. Zij mogen niet doen wat sprinkhaanachtige wezens normaal zouden doen — gras, groen en bomen beschadigen — maar moeten zich richten op onverzegelde mensen. Het bevel kan een verboden doelwit noemen zonder daarmee vast te leggen hoeveel daarvan op dat ogenblik aanwezig is.


Ten tweede zegt Openbaring niet dat bazuin 5 onmiddellijk na bazuin 1 volgt. Bazuinen 2, 3 en 4 liggen ertussen, terwijl God hun afzonderlijke duur en onderlinge intervallen niet heeft geopenbaard. De tekst vertelt niet hoeveel vegetatie in die tussentijd aanwezig is, opnieuw groeit of op welke wijze over de getroffen aarde verdeeld is.


De exacte toestand van de begroeiing bij bazuin 5 blijft dus open. Maar de twee verzen spreken elkaar niet tegen: Openbaring 8 beschrijft wat bij bazuin 1 verbrandt; Openbaring 9 begrenst wat de wezens bij bazuin 5 mogen aanvallen.



Zijn deze oordelen letterlijk of symbolisch?


Openbaring bevat symbolen, maar „symbolisch” mag geen woord worden waarmee de geopenbaarde gevolgen verdwijnen.


De tekst beschrijft concrete uitwerkingen:


  • bomen en gras verbranden;
  • zeedieren sterven;
  • schepen vergaan;
  • water wordt bitter;
  • mensen sterven;
  • dag en nacht verliezen licht.


Dat zijn werkelijke oordelen.


Tegelijk gebruikt Johannes vergelijkende visioentaal. Hij ziet „iets als een grote berg” en een ster „brandende als een fakkel”. Wij moeten daarom twee fouten vermijden:


  1. alles vergeestelijken totdat er geen echte schade meer overblijft;
  2. Gods eigen woorden vervangen door moderne kosmologische categorieën die Hij niet heeft gegeven.


De sterkste lezing neemt zowel het visioen als de uitwerking serieus. God openbaart voldoende om zeker te weten wat getroffen wordt en hoe zwaar de gevolgen zijn. Bij de brandende berg geeft Hij geen nadere identiteit; bij Alsem geeft Hij die wel: een bij name genoemde ster uit het levende hemelse heir.



Wat staat vast en wat blijft open?


Wat Openbaring rechtstreeks zegt


  • Het zevende zegel wordt geopend voordat de zeven engelen bazuinen.
  • De bazuinen worden aan engelen gegeven die voor God staan.
  • Vuur van het hemelse altaar wordt op de aarde geworpen.
  • De eerste vier engelen bazuinen achtereenvolgens.
  • Bazuin 1 brengt hagel, vuur en bloed; een derde van de bomen en al het groene gras verbranden.
  • Bazuin 2 werpt iets als een brandende berg in zee; een derde van de zee wordt bloed, een derde van het zeeleven sterft en een derde van de schepen vergaat.
  • Bazuin 3 laat de ster Alsem op een derde van rivieren en bronnen vallen; de wateren worden bitter en vele mensen sterven.
  • Bazuin 4 treft een derde van zon, maan en sterren; een derde van dag en nacht licht niet.
  • Openbaring 8:13 sluit dit cluster af en kondigt drie weeën bij de drie resterende bazuinen aan.


Wat de gezamenlijke Schriftlijnen stevig vastleggen


  • De 144.000 worden vóór de beschadiging van aarde, zee en bomen verzegeld.
  • De eerste vier bazuinen vormen één door God gemarkeerd 4+3-cluster.
  • Zij behoren tot de eerste helft van Daniëls zeventigste week.
  • Het herhaalde derde deel markeert een afgemeten, gedeeltelijke oordeelsfase.
  • De eerste vier fiolen treffen later dezelfde grote scheppingsgebieden zonder dezelfde herhaalde derde-deelbeperking.
  • De bazuinen dragen een duidelijk Exodusachtig oordeelspatroon.
  • De twee getuigen lopen met bazuinen 1-6 synchroon en vormen vanuit aards perspectief het profetische gezicht van de plagen.
  • De oordelen komen van God en zijn geen toevallige natuurprocessen.
  • Sterren zijn lichten in het uitspansel en tegelijk engelen van het levende hemelse heir: zij worden bij name geroepen, zingen, strijden en handelen.
  • Alsem is daarom geen meteoriet, asteroïde of verre zon, maar een bij name genoemde hemelse ster die onder Gods gezag een oordeelstaak uitvoert.
  • Bij de vierde bazuin wordt de lichtfunctie van zon, maan en sterren gedeeltelijk ingehouden; de tekst zegt niet dat Gods lichtende sterren uit Zijn heir verdwijnen.


Wat God niet heeft geopenbaard


  • De exacte kalenderdag waarop bazuin 1 klinkt.
  • Hoeveel tijd tussen bazuinen 1, 2, 3 en 4 ligt.
  • Hoelang elk van deze vier afzonderlijk duurt.
  • Wat het brandende bergachtige oordeel nader is; de Schrift noemt het niet anders dan „iets als een grote berg, van vuur brandende”.
  • Hoe de neerdaling van Alsem het water precies bitter maakt.
  • Hoe God de lichtfunctie bij bazuin 4 precies tot een derde beperkt.
  • De geografische verdeling van ieder getroffen derde deel.
  • Hoeveel vegetatie vóór bazuin 5 opnieuw aanwezig is.


Deze open details verzwakken het artikel niet. De oordelen zelf, hun volgorde, hun omvang, hun hemelse oorsprong en hun plaats vóór de drie weeën zijn helder geopenbaard.



Wat openbaren deze bazuinen over God?


De eerste vier bazuinen laten niet een aarde zien die buiten Gods controle in chaos wegzakt. Juist midden in het oordeel bepaalt God:


  • wanneer de winden nog moeten worden vastgehouden;
  • wanneer Zijn dienstknechten verzegeld worden;
  • wanneer het zevende zegel geopend wordt;
  • welke engel bazuint;
  • welk gebied getroffen wordt;
  • en hoe ver de schade mag gaan.


De herhaalde derde-deelgrens verkondigt Gods soevereiniteit. Zelfs vuur, zee, wateren en hemellichten kunnen niet verder gaan dan Hij toestaat.


Deze oordelen laten ook zien hoe afhankelijk de mens van zijn Schepper is. De mens kan menen dat bomen, oceanen, drinkwater, zonlicht, handel en techniek vanzelfsprekend beschikbaar blijven. Openbaring laat zien dat al deze dingen gaven zijn. Wanneer God Zijn beschermende orde gedeeltelijk terugneemt en in oordeel handelt, kan de mens zijn wereld niet overeind houden.


Tegelijk heeft God vóór het oordeel gesproken en verzegeld. Hij overvalt de wereld niet zonder getuigenis. De 144.000 worden afgezonderd, de twee getuigen profeteren en de oordelen zelf bevestigen dat God regeert. Toch zal Openbaring 9 later zeggen dat de overgebleven mensen zich niet van hun werken bekeren. Zwaarder bewijs verandert een hart dat Gods waarheid blijft verwerpen niet automatisch.



De eerste vier bazuinen en het Evangelie


Profetische kennis kan een mens waarschuwen, maar kennis van toekomstige oordelen redt niemand. De belangrijkste vraag is niet of iemand alle uitvoeringsdetails van de brandende berg of de ster Alsem kan verklaren. De belangrijkste vraag is of hij vrede met God heeft.


Dezelfde God Die eenmaal een derde van zee, wateren en hemellichten zal treffen, biedt vandaag volledige verzoening aan door Zijn Zoon.


Jezus Christus stierf voor onze zonden, werd begraven en stond op de derde dag lichamelijk uit de doden (1 Korinthe 15:3-4). Hij droeg de volledige schuld van de zondaar. Eeuwig leven wordt daarom niet verdiend door goede werken, kerkelijkheid, volharding of het proberen te overleven van eindtijdoordelen.


Jezus zegt:

„Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.”
— Johannes 6:47

Wie op Christus alleen vertrouwt, ontvangt eeuwig leven als Gods gave. De gemeente wordt vóór Daniëls zeventigste week tot de Heere opgenomen. De gelovige hoeft deze bazuinen dus niet af te wachten om te ontdekken of God hem zal aannemen. In Christus bezit hij nu al eeuwig leven en volledige zekerheid.


Wacht niet op toekomstige tekenen. Geloof in de Heere Jezus Christus. Gods genade wordt nu verkondigd; de bazuinen laten zien hoe ernstig het is om Zijn getuigenis te blijven verwerpen.



Conclusie


Wat gebeurt er bij de eerste vier bazuinen?


Nadat de 144.000 vóór de schade verzegeld zijn en het zevende zegel het bazuinprogramma heeft geopend, brengen vier engelen vier opeenvolgende oordelen:


  1. hagel, vuur en bloed treffen de aarde; een derde van de bomen en al het groene gras verbranden;
  2. iets als een grote brandende berg wordt in zee geworpen; een derde van de zee wordt bloed, een derde van de zeedieren sterft en een derde van de schepen vergaat;
  3. de ster Alsem valt op een derde van de rivieren en waterbronnen; het water wordt bitter en vele mensen sterven;
  4. een derde van zon, maan en sterren wordt getroffen, zodat een derde van dag en nacht niet licht.


Openbaring 8:13 sluit dit viertal vervolgens af en kondigt drie weeën aan bij de drie resterende bazuinen. Daarmee heeft God Zelf de zeven bazuinen verdeeld in een eerste cluster van vier en een laatste groep van drie.


Het terugkerende „derde deel” is de Goddelijke maat van deze fase. De schade is ontzaglijk, maar nog begrensd. Later treffen de fiolen dezelfde grote scheppingsgebieden zonder die herhaalde beperking en wordt Gods toorn voleindigd. De beweging is daarom:


eerst gedeeltelijk — later volledig; eerst afgemeten — later voleindigd.


De twee getuigen lopen tijdens bazuinen 1-6 met dit programma synchroon. Hemels gezien bazuinen engelen en zendt God de oordelen. Aards gezien veroorzaken de twee profeten de pijniging en staan zij zichtbaar tegenover een wereld die zich niet wil bekeren.


Wij weten niet op welke kalenderdag bazuin 1 klinkt, hoeveel tijd tussen de eerste vier bazuinen ligt of hoe ieder oordeel precies wordt uitgevoerd. Dat hoeft ook niet. God heeft geopenbaard wat werkelijk nodig is: wie oordeelt, welke gebieden worden getroffen, hoe ver de schade reikt en dat zelfs deze ontzaglijke slagen volkomen onder Zijn gezag blijven. De brandende berg moet blijven staan zoals Johannes hem beschrijft; Alsem moet blijven staan zoals de Schrift hem noemt: een grote, bij name genoemde ster uit de hemel.


De eerste vier bazuinen zijn geen ongecontroleerde ondergang van de schepping. Zij zijn vier afgemeten oordelen van de Schepper over een opstandige wereld — ernstig, werkelijk en doelgericht, maar nog vóór de drie weeën en vóór de volle, voleindigende toorn van de zeven fiolen.