De afgrond gaat open

Vijf maanden pijniging binnen Gods vastgestelde grenzen.

De afgrond gaat open

Vijf maanden pijniging binnen Gods vastgestelde grenzen.

Bij de vijfde bazuin gaat de afgrond open en worden mensen zonder Gods zegel vijf maanden gepijnigd. De machten uit de afgrond mogen niet doden en handelen uitsluitend binnen Gods grenzen. Abaddon is niet Christus; zijn precieze positie verandert niets aan de hoofdzaak dat alle macht uiteindelijk onder God staat.

De vijfde bazuin en het eerste wee: de afgrond, vijf maanden pijniging en Abaddon

Met de vijfde bazuin verandert het karakter van de bazuinoordelen ingrijpend.


De eerste vier bazuinen treffen achtereenvolgens aarde, zee, zoetwater en de lichten in het uitspansel. De vijfde bazuin opent echter een geestelijke gevangenis. Een ster ontvangt een sleutel. Rook stijgt op uit de afgrond. Uit die rook komen verschrikkelijke wezens die geen gewassen eten, maar mensen pijnigen.


Toch is ook dit oordeel geen ongecontroleerde uitbraak. Bij vrijwel iedere stap klinkt dat hun macht gegeven wordt en dat hun grenzen worden vastgesteld:


  • zij mogen de begroeiing niet beschadigen;
  • zij mogen Gods verzegelden niet treffen;
  • zij mogen de overige mensen wel pijnigen, maar niet doden;
  • en hun macht duurt exact vijf maanden.


Hun koning is niet naamloos. Openbaring noemt hem:


Abaddon — Apollyon — de engel van de afgrond.


Wie is deze koning? Wat is de afgrond? Wat voor wezens komen eruit? Waarom zoeken mensen de dood zonder hem te vinden? En waar hoort dit eerste wee thuis in Daniëls zeventigste week?


Openbaring geeft op de hoofdvragen krachtige antwoorden. Waar de Schrift zwijgt, moeten wij geen moderne oorlogstechnologie, fantasiewezens of onbewezen identiteiten invullen.



God Zelf markeert de overgang van vier bazuinen naar drie weeën


Na de vierde bazuin hoort Johannes een hemelse aankondiging:

„Wee, wee, wee dengenen, die op de aarde wonen, vanwege de overige stemmen der bazuin der drie engelen, die nog bazuinen zullen.”
— Openbaring 8:13

Hiermee deelt God de zeven bazuinen Zelf in als vier plus drie:


  • bazuinen 1-4 vormen het eerste cluster van gedeeltelijke scheppingsoordelen;
  • bazuin 5 is het eerste wee;
  • bazuin 6 is het tweede wee;
  • bazuin 7 is het derde wee.


Dat bazuin 5 werkelijk het eerste wee is, hoeven wij niet uit de ernst van de plaag af te leiden. Na de volledige beschrijving staat:

„Het ene wee is weggegaan; ziet, er komen nog twee weeën na dezen.”
— Openbaring 9:12

De identificatie is daarom rechtstreeks:


de vijfde bazuin is het eerste wee.


De eerste vier bazuinen waren al ontzaglijk. Maar bij het eerste wee verschuift het directe doelwit van delen van de schepping naar het lichaam en bewustzijn van onverzegelde mensen. De aarde krijgt niet slechts met schade te maken. De afgrond wordt geopend.



Een ster ontvangt de sleutel van de afgrond


Openbaring 9 begint:

„En de vijfde engel heeft gebazuind, en ik zag een ster, uit den hemel op de aarde gevallen; en haar werd gegeven de sleutel van den put des afgronds.”
— Openbaring 9:1

Deze ster handelt persoonlijk:


  • de sleutel wordt aan de ster gegeven;
  • de ster opent de put;
  • door die handeling komt de inhoud van de afgrond vrij.


Dit sluit aan op de bredere Schriftlijn over sterren. Genesis noemt sterren lichten in het uitspansel, maar de Schrift verbindt hen tegelijk met het levende hemelse heir. Morgensterren zingen (Job 38:7), sterren strijden uit hun loopplaatsen (Richteren 5:20), Christus verklaart sterren als engelen (Openbaring 1:20) en deze ster ontvangt en gebruikt een sleutel.


De ster van de vijfde bazuin is daarom geen meteoriet, asteroïde of verre zon. Hij is een persoonlijke hemelse lichtdrager — een engel — die op aarde is neergedaald en een opdracht uitvoert.

Waarom de Schrift sterren niet tot onpersoonlijke hemelobjecten beperkt, wordt breder onderbouwd in Wat zijn sterren volgens de Bijbel?.


Het woord „gevallen” zegt in dit vers op zichzelf nog niet of deze engel moreel afvallig is. Het beschrijft rechtstreeks dat Johannes hem uit de hemel op de aarde gevallen ziet. Dat kan een neerdaling aanduiden; voor een oordeel over zijn geestelijke trouw is meer bewijs nodig dan dit ene woord.


De sleutel wordt gegeven


Het belangrijkste woord in Openbaring 9:1 is misschien wel:


„gegeven”


De ster breekt de afgrond niet eigenmachtig open. Hij ontfutselt God geen sleutel. De toegang wordt hem gegeven.


Openbaring gebruikt sleutels als teken van werkelijk gezag. Christus zegt:

„En Ik heb de sleutels der hel en des doods.”
— Openbaring 1:18

Openbaring 1 spreekt over de sleutels van de hel — het dodenrijk — en de dood. Openbaring 9 spreekt specifieker over de sleutel van de put van de afgrond. Die bewoordingen moeten niet achteloos worden samengevoegd alsof het vers zegt dat de ster één van Christus' genoemde sleutels overhandigd krijgt. Wat Schrift met Schrift wel vaststaat, is dat de afgrond onder Christus' gezag ligt. De demonen in Lukas 8:31 weten dat Hij hun kan bevelen daarin te gaan.


In Openbaring 20 daalt een engel uit de hemel neer met de sleutel van de afgrond. Hij bindt Satan en sluit hem duizend jaar op. Dat bewijst rechtstreeks dat een engel de afgrondsleutel kan dragen en gebruiken zonder zelf de hoogste Eigenaar van dat gezag te zijn. Hij handelt als uitvoerder van Gods bevel.


Het ontvangen van de sleutel beslist daarom op zichzelf ook niet of de ster heilig of gevallen is. God kan een heilige engel uitzenden, maar de Schrift laat eveneens zien dat Hij vijandige machten tijdelijk streng begrensde handelingsruimte kan geven. Satan mocht Job alleen treffen binnen de grenzen die God stelde (Job 1:12; 2:6), en ook het beest wordt macht „gegeven” voor een vastgestelde tijd (Openbaring 13:5,7). Gedelegeerde toegang betekent nooit dat God Zijn oppergezag overdraagt.


Zo ook bij bazuin 5. Het bazuinsignaal klinkt eerst. Daarna wordt de sleutel gegeven. De afgrond opent alleen op het door God bepaalde moment.



Wat is de afgrond?


De afgrond is niet slechts een beeld voor politieke chaos, oorlog of menselijke goddeloosheid. Andere Schriftplaatsen laten zien dat zij een werkelijke geestelijke plaats van gevangenschap en beperking is.


Demonen vrezen de afgrond


Wanneer Jezus de bezeten man in het land der Gadarenen ontmoet, smeken de demonen Hem:

„En zij baden Hem, dat Hij hun niet gebieden zou in den afgrond heen te varen.”
— Lukas 8:31

Deze demonen vrezen geen politieke wanorde. Zij weten dat Christus hen naar een geestelijke bestemming kan zenden waar hun huidige bewegingsvrijheid wordt weggenomen.


Lukas 8 legt daarmee drie zaken vast:


  1. de afgrond is een werkelijke geestelijke bestemming;
  2. geestelijke machten kunnen erin worden opgesloten;
  3. Jezus Christus heeft gezag om hen daarheen te zenden.


Openbaring 20 noemt de afgrond een gevangenis


Openbaring 20 maakt de functie nog duidelijker. Een engel grijpt Satan, werpt hem in de afgrond, sluit die boven hem en verzegelt haar. Het doel wordt uitdrukkelijk genoemd: Satan mag de volken gedurende die duizend jaren niet verleiden.


Na die periode wordt hij „uit zijn gevangenis ontbonden” (Openbaring 20:7).


De afgrond vernietigt een geestelijke macht dus niet. Satan blijft bestaan, maar kan vanuit die gevangenis niet vrij functioneren. Wanneer God de bepaalde tijd laat eindigen, wordt de gevangenis geopend en komt hij weer vrij.


Dat is precies het patroon van Openbaring 9:


gesloten afgrond → sleutel gegeven → put geopend → machten komen eruit.


De afgrond is daarom een werkelijke geestelijke gevangenis onder Gods bestuur.


De afgrond is niet de poel des vuurs


De afgrond moet niet met de uiteindelijke poel des vuurs worden vereenzelvigd.


Satan wordt in Openbaring 20 eerst voor duizend jaar in de afgrond opgesloten. Daarna wordt hij losgelaten. Pas na zijn laatste opstand wordt hij in de poel des vuurs geworpen (Openbaring 20:1-3,7-10).


De afgrond is dus een tijdelijke gevangenis waaruit een macht kan worden losgelaten. De poel des vuurs is de uiteindelijke strafplaats. Dat onderscheid is belangrijk voor de vijfde bazuin: de wezens komen niet terug uit de definitieve eindstraf, maar worden op Gods tijd uit een geestelijke gevangenis vrijgelaten.



Rook uit de put verduistert de zon en de lucht


Nadat de ster de put opent, ziet Johannes:

„En zij heeft den put des afgronds geopend; en er is rook opgegaan uit den put, als rook eens groten ovens; en de zon en de lucht is verduisterd geworden van den rook des puts.”
— Openbaring 9:2

De vergelijking is nauwkeurig. Johannes zegt dat de rook opstijgt als de rook van een grote oven. De uitwerking wordt eveneens genoemd:


  • de rook stijgt uit de afgrond op;
  • de zon wordt verduisterd;
  • de lucht wordt verduisterd.


De vierde bazuin had reeds een derde deel van de lichtfunctie van zon, maan en sterren getroffen. Nu brengt de geopende afgrond opnieuw duisternis, ditmaal door rook die zon en lucht verduistert.


Wij hoeven daar geen vulkaan, kernoorlog of technisch luchtverschijnsel van te maken. Openbaring geeft de oorsprong: de rook komt uit de geopende put van de afgrond.



Uit de rook komen sprinkhaanwezens


Vervolgens staat:

„En uit den rook kwamen sprinkhanen op de aarde; en hun werd macht gegeven, gelijk de schorpioenen der aarde macht hebben.”
— Openbaring 9:3

Openbaring noemt hen sprinkhanen, maar alles aan hun oorsprong, opdracht en verschijning toont dat dit geen gewone aardse insectenplaag is.


Gewone sprinkhanen eten groen — deze wezens mogen dat niet


Sprinkhanen staan in de Schrift bekend als verwoesters van gewassen. De plaag over Egypte at het gewas en de vrucht van de bomen (Exodus 10:12-15). Joël gebruikt eveneens het beeld van een ontzaglijke sprinkhanenmacht die het land verwoest.



Bij bazuin 5 gebeurt juist het tegenovergestelde. De wezens krijgen het bevel:

„...dat zij het gras der aarde niet zouden beschadigen, noch enige groente, noch enigen boom, dan de mensen alleen, die het zegel Gods aan hun voorhoofden niet hadden.”
— Openbaring 9:4

Hun doelwit is niet voedsel of vegetatie. Hun opdracht richt zich op mensen.


Gewone sprinkhanen hebben geen koning — deze wezens wel


Spreuken zegt:

„De sprinkhanen hebben geen koning, nochtans gaan zij allen uit, zich verdelende in hopen.”
— Spreuken 30:27

Openbaring 9 zegt daarentegen uitdrukkelijk:

„En zij hadden over zich tot een koning den engel des afgronds...”
— Openbaring 9:11

Dit Schrift-met-Schriftcontrast is bijzonder krachtig:

Gewone sprinkhanen De wezens van bazuin 5
komen als aardse insectenplaag komen uit de rook van de afgrond
beschadigen gewassen mogen gras, groen en bomen niet beschadigen
hebben volgens Spreuken geen koning hebben een engel als koning
bedreigen voedsel en oogst pijnigen doelgericht mensen
hebben geen schorpioenenopdracht ontvangen macht als schorpioenen

De sterke conclusie is daarom dat Openbaring 9 bovennatuurlijke afgrondmachten beschrijft. Zij zijn werkelijk, maar geen gewone sprinkhanensoort.



Hun verschijning is krijgshaftig en angstaanjagend


Openbaring 9:7-10 beschrijft de wezens met een reeks vergelijkingen:


  • hun gedaanten zijn als paarden die tot de oorlog bereid zijn;
  • op hun hoofden zijn als kronen, aan goud gelijk;
  • hun aangezichten zijn als aangezichten van mensen;
  • hun haar is als vrouwenhaar;
  • hun tanden zijn als leeuwentanden;
  • hun borstwapenen zijn als ijzeren borstwapenen;
  • het gedruis van hun vleugels is als strijdwagens met vele paarden;
  • hun staarten zijn als schorpioenenstaarten en bevatten angels.


De herhaling van woorden als „gelijk” en „als” moet worden gerespecteerd. Johannes vergelijkt een ongekende bovennatuurlijke verschijning met herkenbare zaken. Wij mogen daarom niet ieder onderdeel willekeurig omzetten in een verborgen code.


Paarden, borstwapenen en strijdwagengedruis tonen hun oorlogsgereedheid. Menselijke aangezichten, haar, leeuwentanden en schorpioenenstaarten maken hun samengestelde en angstaanjagende verschijning duidelijk. Maar Openbaring zegt niet dat „vrouwenhaar” een bepaalde politieke beweging betekent of dat „vleugels” moderne helikopters, drones of vliegtuigen zijn.


De Schrift geeft hun oorsprong al: zij komen uit de afgrond. Hun macht wordt hun gegeven. Hun koning is een engel. Een menselijke technologieverklaring maakt de tekst niet duidelijker, maar vervangt de geopenbaarde categorie door een moderne.



God begrenst de plaag aan alle kanten


Hoe verschrikkelijk deze machten ook zijn, Openbaring presenteert hen nergens als zelfstandig soeverein. Hun opdracht is aan alle kanten begrensd.

Onderdeel Door God gestelde grens
toegang de sleutel moet eerst worden gegeven
macht hun macht wordt gegeven
vegetatie gras, groen gewas en bomen mogen niet worden beschadigd
doelwit alleen mensen zonder Gods zegel mogen worden getroffen
uitwerking zij mogen pijnigen, maar niet doden
duur hun beschadigende macht duurt vijf maanden

Dit is één van de hoofdboodschappen van de vijfde bazuin. De afgrond gaat open, maar Gods troon verliest geen ogenblik de controle.


De sleutel is gegeven. De macht is gegeven. De doelgroep is bepaald. Doden is verboden. De tijd is afgemeten.


Zelfs de koning die Abaddon heet, kan geen stap verder gaan dan God toestaat.



Vijf maanden pijniging — maar geen dood


Openbaring zegt:

„En hun werd macht gegeven, niet dat zij hen zouden doden, maar dat zij zouden gepijnigd worden vijf maanden; en hun pijniging was als de pijniging van een schorpioen, wanneer hij een mens gestoken heeft.”
— Openbaring 9:5

Vers 10 herhaalt de duur:

„...en hun macht was de mensen te beschadigen vijf maanden.”
— Openbaring 9:10

De vijf maanden zijn daarom geen schatting. God noemt de periode tweemaal.


Genesis 7:11,24 en 8:4 geven bovendien een Bijbelse tijdrekening waarin vijf maanden met honderdvijftig dagen overeenkomen: van de zeventiende dag van de tweede maand tot de zeventiende dag van de zevende maand, terwijl de wateren honderdvijftig dagen de overhand hadden. De hoofdzaak in Openbaring blijft echter de eigen dubbele formulering: vijf maanden.


De pijniging is doelbewust niet dodelijk


Het verbod om te doden maakt dit oordeel niet mild. Integendeel. De pijniging is zo zwaar dat Openbaring onmiddellijk vervolgt:

„En in die dagen zullen de mensen den dood zoeken, en zullen dien niet vinden; en zij zullen begeren te sterven, en de dood zal van hen vlieden.”
— Openbaring 9:6

De mensen willen sterven, maar de ontsnapping die zij zoeken wordt hun onthouden. Zij krijgen geen rust door de dood. Dezelfde God Die de wezens verbiedt te doden, bepaalt dat de getroffenen gedurende deze plaag onder de pijniging blijven.


De Schrift verklaart niet door welk lichamelijk of geestelijk mechanisme de dood van hen vlucht. Zij zegt wel ondubbelzinnig dat hun doodswens niet wordt vervuld.


Dit betekent niet noodzakelijk dat gedurende die vijf maanden nergens op aarde iemand door een andere oorzaak sterft. De uitspraak staat binnen de plaag van bazuin 5 en beschrijft de mensen die deze pijniging ondergaan. Voor hen is de dood geen uitweg.


Evenmin betekent het dat zij onsterfelijk worden. Hun tijdelijke onvermogen om te sterven is onderdeel van het oordeel, niet de ontvangst van eeuwig leven.



Gods zegel beschermt de 144.000 tegen deze plaag


De wezens mogen alleen mensen beschadigen die Gods zegel niet aan hun voorhoofden hebben.


Dat sluit rechtstreeks aan op Openbaring 7. Vóór de bazuinschade beveelt God:

„Beschadigt de aarde niet, noch de zee, noch de bomen, totdat wij de dienstknechten onzes Gods zullen verzegeld hebben aan hun voorhoofden.”
— Openbaring 7:3

Daarna worden exact 144.000 dienstknechten uit de twaalf genoemde stammen van Israël verzegeld.


Openbaring heeft vóór bazuin 5 dus één groep mensen uitdrukkelijk met Gods zegel aan het voorhoofd gemarkeerd: de 144.000 Israëlitische dienstknechten. Wanneer de wezens uit de afgrond vervolgens iedereen met dat zegel moeten ontzien, wordt de beschermende werking zichtbaar.


Hun zegel is geen versiering of vage geestelijke metafoor. De machten uit de afgrond herkennen Gods grens en kunnen haar niet doorbreken.


Dit bewijst niet dat de 144.000 nooit enige vervolging, moeite of ander gevaar kunnen ondervinden. Het bewijst precies wat de tekst zegt: de plaag van bazuin 5 mag hen niet treffen.


Ook mogen wij niet zeggen dat iedere gelovige tijdens Daniëls week automatisch hetzelfde bijzondere voorhoofdzegel ontvangt. Openbaring noemt deze verzegeling uitdrukkelijk bij de 144.000. Andere mensen kunnen tijdens deze periode tot geloof komen, maar de Schrift geeft niet iedere gelovige daarom automatisch dezelfde specifieke uitzondering van Openbaring 9:4.



Is het gras uit bazuin 1 dan weer aanwezig?


Bazuin 1 zegt dat „al het groene gras” verbrandt. Bazuin 5 verbiedt de wezens later om het gras, enig groen of enige boom te beschadigen. Dat levert geen tegenspraak op.


Openbaring 9:4 bepaalt in de eerste plaats wat de wezens niet mogen aanvallen. Het bevel onderscheidt hun opdracht van die van gewone sprinkhanen: zij zijn niet op begroeiing, maar op mensen gericht. Een verboden doelwit hoeft niet vast te leggen hoeveel daarvan op dat moment aanwezig is.


Bovendien liggen bazuinen 2, 3 en 4 tussen de eerste en de vijfde bazuin. De Schrift geeft de onderlinge intervallen niet en vertelt niet hoeveel begroeiing inmiddels aanwezig is of opnieuw groeit.


De sterke conclusie blijft daarom eenvoudig:


  • bazuin 1 zegt wat verbrandt;
  • bazuin 5 zegt wat deze afgrondmachten niet mogen beschadigen;
  • de precieze toestand van alle begroeiing bij het begin van bazuin 5 wordt niet geopenbaard.



Abaddon en Apollyon: de koning van de wezens


Openbaring 9:11 zegt:

„En zij hadden over zich tot een koning den engel des afgronds; zijn naam was in het Hebreeuws Abaddon, en in de Griekse taal had hij den naam Apollyon.”
— Openbaring 9:11

Over Abaddon worden drie zaken rechtstreeks gezegd:


  1. hij is een engel;
  2. hij is de engel van de afgrond;
  3. hij is koning over de sprinkhaanwezens.


Zijn dubbele naam draagt de betekenis van verderf en verwoesting. Het Hebreeuwse woord Abaddon staat in het Oude Testament in passages waar de Statenvertaling „verderf” gebruikt, dikwijls naast dood, graf of hel (onder andere Job 26:6; 28:22; Psalm 88:12; Spreuken 15:11). Apollyon is de Griekse naam met dezelfde verwoestende strekking: verderver.


Dat past bij zijn positie als koning over een afgrondelijke plaag. Maar juist hier blijkt opnieuw Gods oppergezag. De verderver krijgt geen onbeperkte vernietigingsmacht. De wezens onder zijn koningschap mogen gedurende dit wee niet doden. Zelfs zijn naam heft Gods verbod niet op.


Is Abaddon een heilige of een gevallen engel?


Openbaring zegt het niet rechtstreeks. Zijn verbinding met de afgrond maakt het mogelijk dat hij een gevallen engel is. Demonen vrezen de afgrond (Lukas 8:31), het beest komt eruit op (Openbaring 11:7; 17:8) en Satan wordt er later in opgesloten (Openbaring 20:1-3).


Maar daarmee is Abaddons geestelijke zijde niet beslist. De Schrift kent ook heilige engelen die over een bepaald terrein of oordeel gesteld zijn. Openbaring noemt „den engel der wateren” (Openbaring 16:5) en een engel die macht over het vuur heeft (Openbaring 14:18). Engelen ontvangen macht om aarde en zee te beschadigen, maar moeten wachten totdat Gods dienstknechten verzegeld zijn (Openbaring 7:1-3). Een andere engel draagt later de sleutel van dezelfde afgrond en sluit Satan daarin op (Openbaring 20:1-3). „De engel des afgronds” kan dus een verbinding met de afgrond aanduiden zonder daarmee automatisch te zeggen dat hij een gevallen gevangene uit de afgrond is.


Ook de naam „Verderver” bewijst geen afval van God. Bij het Pascha mocht „de verderver” alleen binnengaan waar de HEERE hem toeliet (Exodus 12:23; Hebreeën 11:28). Een engel bracht op Gods bevel verderf over Israël en stopte zodra God het gebood (2 Samuel 24:15-17; 1 Kronieken 21:14-27). De Engel des HEEREN sloeg het leger van Assyrië (2 Koningen 19:35; Jesaja 37:36). Verderven kan daarom zowel het werk van een vijandige macht als de opgedragen taak van een heilige oordeelsengel zijn.


Wij hoeven de verborgen identiteit van Abaddon niet in te vullen om de hoofdzaak zeker te weten. Of hij een heilige oordeelsengel of een gevallen engel is: tijdens het eerste wee handelt hij niet als een zelfstandige macht tegenover God. De sleutel wordt gegeven. De macht wordt gegeven. Gods verzegelden mogen niet worden aangeraakt. Doden is verboden. De termijn is vastgesteld op vijf maanden. Niet Abaddon, maar God bepaalt ieder onderdeel en iedere grens van dit oordeel.


Is Abaddon dezelfde als de ster die de put opent?


Dat is mogelijk, maar niet bewezen.


Aan het begin ziet Johannes een persoonlijke ster die de sleutel ontvangt en de put opent. Aan het einde noemt hij Abaddon als engel van de afgrond en koning over de uitgekomen wezens. Die rollen passen bij elkaar, maar Openbaring zegt niet uitdrukkelijk:


„Deze ster was Abaddon.”


Daarom moet de verbinding openblijven. Wij weten wie de put opent en wij weten wie koning over de wezens is. Of dat dezelfde engel is, heeft God niet rechtstreeks bekendgemaakt.


Abaddon is niet automatisch Satan of het beest


Verschillende personen en machten worden met de afgrond verbonden, maar zij mogen niet zonder tekstbewijs worden samengevoegd.

Persoon of macht Wat de Schrift zegt
de ster bij bazuin 5 ontvangt de sleutel en opent de put
de sprinkhaanwezens komen uit de rook en pijnigen mensen
Abaddon/Apollyon is de engel van de afgrond en koning over de wezens
het beest uit de afgrond doodt later de twee getuigen en verschijnt als eindtijdige beestmacht
Satan is de draak en wordt later door een engel in de afgrond opgesloten

Openbaring noemt Abaddon nergens „de draak”, „Satan” of „het beest”. Het beest dat in Openbaring 11 en 17 uit de afgrond opkomt, is niet daarom automatisch de engel Abaddon. En in Openbaring 20 heeft een engel de sleutel juist om Satan vast te grijpen en op te sluiten; sleutelbezit maakt een engel dus niet tot Satan.


De sterkste formulering blijft wat Openbaring zelf zegt: Abaddon is de engel van de afgrond en de koning over de wezens van het eerste wee. Of hij heilig of gevallen is, wordt niet geopenbaard. Dat hij volkomen onder Gods gezag staat, wordt daarentegen door ieder onderdeel van het visioen bevestigd.



De twee getuigen lopen met dit wee synchroon


Bazuin 5 behoort niet alleen tot dezelfde tijdsperiode als de twee getuigen. Openbaring verbindt hun bediening inhoudelijk met de pijniging van de aardbewoners.


De twee profeten ontvangen 1260 dagen om te profeteren. Tijdens die bediening hebben zij macht:

„...over de wateren, om die in bloed te verkeren, en de aarde te slaan met allerlei plage, zo menigmaal als zij zullen willen.”
— Openbaring 11:6

Na hun dood vieren de aardbewoners feest:

„...omdat deze twee profeten degenen, die op de aarde woonden, gepijnigd hadden.”
— Openbaring 11:10

Die woordkeus sluit rechtstreeks aan op bazuin 5:


  • Openbaring 8:13 kondigt de weeën aan over „degenen, die op de aarde wonen”;
  • Openbaring 9:5 zegt dat mensen vijf maanden worden „gepijnigd”;
  • Openbaring 11:10 zegt dat de twee profeten de aardbewoners hadden „gepijnigd”;
  • Openbaring 11:6 geeft hun macht om de aarde met allerlei plagen te slaan.


De verbinding is cumulatief hard. Hemels gezien klinkt de vijfde bazuin, wordt de sleutel gegeven en laat God het oordeel uit de afgrond komen. Vanuit het gezichtspunt van de aardbewoners behoren de twee getuigen bij de profetische bediening die deze pijniging over hen brengt.


Dat betekent niet dat de twee getuigen zelf de put openen, Abaddon bevelen of de bazuinengelen zijn. Openbaring legt die technische verdeling niet uit. Het betekent wel dat hun bediening en bazuinen 1-6 één oordeelprogramma vormen: God oordeelt vanuit de hemel en Zijn twee profeten zijn op aarde het zichtbare, gehate profetische gezicht ervan.



Wanneer vindt de vijfde bazuin plaats?


De grote plaatsing staat stevig. Bazuin 5 behoort tot de eerste 1260 dagen van Daniëls zeventigste week.


De Schriftlijnen zijn:


  1. de eerste vier bazuinen gaan eraan vooraf;
  2. bazuin 5 is het eerste wee;
  3. na afloop klinkt bazuin 6, het tweede wee;
  4. de twee getuigen profeteren gedurende de eerste 1260 dagen;
  5. hun plaagmacht en de pijnigingstaal lopen met bazuinen 1-6 samen;
  6. pas na de voleinding van hun getuigenis volgt de grote overgang naar de laatste 42-maandenfase van het beest.


Daarom valt bazuin 5 binnen de eerste helft van Daniëls week.


Het eerste wee is voorbij voordat bazuin 6 begint


Openbaring 9:12 sluit de vijfde bazuin af met de woorden dat het ene wee is weggegaan. Vers 13 begint vervolgens:

„En de zesde engel heeft gebazuind...”

De volgorde is daarom duidelijk:


vijf maanden pijniging → eerste wee voorbij → zesde bazuin.


De vijf maanden van bazuin 5 lopen daarom niet door in bazuin 6. De tekst verklaart het eerste wee voltooid voordat de zesde engel bazuint.


De exacte kalenderdata blijven onbekend


Openbaring zegt niet op welke kalenderdag van de eerste 1260 dagen bazuin 5 begint. Zij vertelt evenmin hoeveel tijd ligt tussen bazuin 4 en bazuin 5.


Wij mogen de vijf maanden daarom niet zonder afzonderlijk bewijs bijvoorbeeld tot „de laatste vijf maanden vóór het midden” verklaren. Dat kan in een reconstructie passen, maar wordt niet door een datumtekst vastgelegd.


Wat wél vaststaat, is voldoende sterk:


  • bazuin 5 volgt op bazuin 4;
  • de pijnigingsmacht duurt vijf maanden;
  • het eerste wee eindigt daarna;
  • bazuin 6 volgt;
  • dit alles behoort tot de eerste helft.



Bazuin 5 en fiool 5 spiegelen elkaar


De vijfde bazuin heeft bovendien een opvallende latere tegenhanger.

Vijfde bazuin Vijfde fiool
rook uit de afgrond verduistert zon en lucht het rijk van het beest wordt verduisterd
mensen worden vijf maanden gepijnigd mensen knagen hun tongen van pijn
doden is binnen deze plaag verboden mensen lasteren God vanwege hun pijn en gezweren
het eerste wee van de gedeeltelijke bazuinfase één van de zeven laatste plagen waarin Gods toorn wordt voleindigd

Openbaring 16:10-11 beschrijft bij fiool 5 duisternis en zo zware pijn dat mensen op hun tongen kauwen. De overeenkomst met bazuin 5 is duidelijk: duisternis en pijniging.


Dat maakt beide oordelen niet identiek. Bazuin 5 komt uit de geopende afgrond en duurt vijf maanden; fiool 5 wordt later op de troon van het beest uitgegoten en behoort tot de voleindigende oordelen. De parallel toont ontwikkeling: wat in de bazuinfase nog strikt wordt begrensd, keert in de laatste plagen voller en definitiever terug.



Letterlijk oordeel en vergelijkende visioentaal


Openbaring 9 bevat veel vergelijkingen, maar vergelijkende taal maakt het oordeel niet onwerkelijk.


Werkelijk zijn:


  • de geopende afgrond;
  • de rook en verduistering;
  • de uitkomende wezens;
  • de getroffen mensen;
  • de pijniging;
  • de vijf maanden;
  • Gods bescherming van de verzegelden;
  • de engel Abaddon als koning.


Vergelijkend beschreven worden onder andere:


  • hun gedaanten als oorlogspaarden;
  • hun kronen als goud;
  • hun aangezichten als die van mensen;
  • hun tanden als leeuwentanden;
  • hun borstwapenen als ijzer;
  • hun staarten als die van schorpioenen;
  • het vleugelgedruis als strijdwagens.


De juiste lezing neemt beide serieus. De wezens en hun pijniging zijn reëel; Johannes gebruikt bekende beelden om hun ongekende verschijning te beschrijven.


Wij hoeven hen daarom niet te vergeestelijken tot een vage invloed. Maar wij mogen hen evenmin hernoemen tot helikopters, tanks, drones, virussen of een menselijk leger. De Schrift heeft hun herkomst en aard reeds geplaatst binnen de bovennatuurlijke werkelijkheid van de afgrond.



Wat staat vast en wat blijft open?


Wat Openbaring rechtstreeks zegt


  • De vijfde engel bazuint.
  • Johannes ziet een ster uit de hemel op de aarde gevallen.
  • Aan die ster wordt de sleutel van de put van de afgrond gegeven.
  • De ster opent de put.
  • Rook als van een grote oven verduistert zon en lucht.
  • Uit de rook komen sprinkhaanwezens.
  • Hun macht wordt gegeven en lijkt op die van schorpioenen.
  • Zij mogen geen gras, groen gewas of bomen beschadigen.
  • Zij mogen alleen mensen zonder Gods zegel treffen.
  • Zij mogen niet doden, maar vijf maanden pijnigen.
  • De getroffen mensen zoeken de dood zonder hem te vinden.
  • De wezens hebben krijgshaftige, samengestelde gedaanten.
  • Hun beschadigende macht wordt in vers 10 opnieuw tot vijf maanden beperkt.
  • Zij hebben een koning: de engel van de afgrond.
  • Zijn Hebreeuwse naam is Abaddon en zijn Griekse naam Apollyon.
  • Na dit oordeel is het eerste wee voorbij en blijven nog twee weeën over.


Wat de gezamenlijke Schriftlijnen stevig vastleggen


  • Bazuin 5 is het eerste wee.
  • De afgrond is een werkelijke geestelijke gevangenis en geen beeld voor gewone politieke chaos.
  • Christus heeft gezag over de afgrond; zij wordt alleen op Gods tijd geopend.
  • De ster die de sleutel ontvangt is een persoonlijke hemelse ster — een engel — en geen meteoriet of ander stuk gesteente.
  • De uitkomende wezens zijn bovennatuurlijke afgrondmachten en geen gewone sprinkhanen.
  • De 144.000 worden door Gods voorhoofdzegel werkelijk tegen deze plaag beschermd.
  • Het verbod om te doden en de begrenzing tot vijf maanden tonen Gods volledige controle over het wee.
  • Bazuin 5 behoort tot de eerste helft van Daniëls zeventigste week.
  • De twee getuigen lopen met bazuinen 1-6 synchroon en vormen vanuit aards perspectief het zichtbare profetische gezicht van de pijniging.
  • Bazuin 5 en fiool 5 vertonen een duidelijke parallel van duisternis en pijn, zonder dezelfde gebeurtenis te zijn.


Wat God niet heeft geopenbaard


  • De exacte kalenderdag waarop bazuin 5 begint.
  • Het tijdsinterval tussen bazuin 4 en bazuin 5.
  • Het aantal sprinkhaanwezens en hun geografische verspreiding.
  • De precieze geestelijke orde of lichamelijke samenstelling van deze wezens.
  • Door welk mechanisme de getroffenen niet kunnen sterven.
  • Of de ster die de put opent dezelfde engel is als Abaddon.
  • Of het woord „gevallen” in Openbaring 9:1 tevens morele afval van die ster aanduidt.
  • Of Abaddon zelf een heilige oordeelsengel of een gevallen engel is.
  • Waarom God de naam van de koning zowel in het Hebreeuws als in het Grieks vermeldt.


Deze open vragen verzwakken de geopenbaarde hoofdzaak niet. De oorsprong, opdracht, doelgroep, duur, koning en grenzen van het eerste wee staan vast.



Wat openbaart het eerste wee over God?


De vijfde bazuin laat zien dat zelfs de vreeswekkendste geestelijke machten volkomen onder Gods gezag staan.


De afgrond bezit haar eigen sleutel niet. De ster krijgt de sleutel. De wezens geven zichzelf geen macht. Hun macht wordt gegeven. Zij kiezen niet zelfstandig hun doelwit. God bepaalt wie zij niet mogen treffen. Zij bepalen niet of hun slachtoffers sterven. Doden wordt hun verboden. Zij bepalen niet hoelang zij mogen doorgaan. God zegt: vijf maanden.


Openbaring toont daarom geen strijd tussen ongeveer even sterke machten. Wat de precieze geestelijke orde van Abaddon en zijn wezens ook is, zij blijven schepselen onder Gods bevel.


Ook Gods zegel blijft beslissend. De macht van de afgrond kan niet één verzegelde dienstknecht treffen tegen Gods gebod in. De 144.000 staan niet veilig omdat zij sterker zijn dan Abaddon, maar omdat God Zijn grens heeft getrokken.


Tegelijk toont dit wee de ernst van menselijke opstand. Mensen verlangen onder de pijn naar de dood, maar het oordeel brengt hen niet automatisch tot liefde voor God. De volgende bazuin zal zelfs laten zien dat overlevenden zich ondanks ontzaglijke plagen niet van hun werken bekeren. Lijden op zichzelf vernieuwt het hart niet. De mens heeft het Evangelie en de nieuwe geboorte door geloof in Christus nodig.



De vijfde bazuin en het Evangelie


Het eerste wee is geen spannende toekomstscène die alleen bedoeld is om nieuwsgierigheid te bevredigen. Het waarschuwt dat God werkelijk over zonde oordeelt.


Dezelfde Jezus voor Wie de demonen in Lukas 8 sidderen, heeft de sleutels van hel en dood. Geen afgrond opent buiten Zijn gezag. Geen geestelijke macht kan Zijn grens doorbreken. En juist deze almachtige Heere biedt nu genade aan.


Jezus Christus stierf voor onze zonden, werd begraven en stond op de derde dag lichamelijk op uit de doden (1 Korinthe 15:3-4). Hij betaalde de volledige schuld van de zondaar. Eeuwig leven wordt niet verdiend door goede werken, kerkelijkheid, volharding of kennis van profetische tijdlijnen.


Christus zegt:

„Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.”
— Johannes 6:47

Wie op Jezus Christus alleen vertrouwt, ontvangt eeuwig leven als gave. De gemeente wordt vóór Daniëls zeventigste week tot Christus opgenomen. Zij wacht dus niet op bazuin 5 en ontvangt ook niet pas tijdens dit wee zekerheid.


Ook moet niemand denken dat hij zichzelf later met een nagemaakt teken tegen Abaddon kan beveiligen. Het zegel van Openbaring 7 is Gods eigen markering van Zijn 144.000 Israëlitische dienstknechten. Menselijke voorbereiding kan Gods oordeel niet beheersen.


De dag van genade is nu. Vlucht niet voor toekomstig oordeel door eigen werken, maar tot Christus. Wie in Hem gelooft, komt niet in het oordeel over zijn eeuwige bestemming, maar is uit de dood overgegaan in het leven (Johannes 5:24).



Conclusie


Wat gebeurt er bij de vijfde bazuin?


De vijfde engel bazuint. Een persoonlijke hemelse ster ontvangt de sleutel van de put van de afgrond en opent haar. Rook als van een grote oven stijgt op en verduistert zon en lucht. Uit die rook komen bovennatuurlijke sprinkhaanwezens die geen gewone vegetatieplaag vormen, maar mensen zonder Gods zegel pijnigen.


Hun macht is verschrikkelijk, maar volledig begrensd:


  • zij mogen Gods verzegelden niet treffen;
  • zij mogen niet doden;
  • zij mogen alleen pijnigen;
  • en dat exact vijf maanden.


De pijn is zo zwaar dat mensen de dood zoeken en hem niet vinden. Toch blijft God soeverein. De sleutel, de macht, het doelwit, de uitwerking en de duur liggen allemaal onder Zijn bevel.


De wezens hebben een koning: Abaddon, in het Grieks Apollyon, de engel van de afgrond. Zijn naam draagt de betekenis van verderf, maar de machten onder deze verderver mogen tijdens dit wee niet doden. Openbaring noemt hem niet Satan of het beest, zegt niet dat hij dezelfde engel is als de ster die de put opent en legt ook niet rechtstreeks vast of hij een heilige oordeelsengel of een gevallen engel is. Wat God wel zegt, is genoeg: Abaddon is de persoonlijke koning over de afgrondmachten van het eerste wee en staat volledig onder Gods bevel.


Bazuin 5 behoort tot de eerste helft van Daniëls zeventigste week. De twee getuigen profeteren gedurende dezelfde grote periode en worden vanuit het gezichtspunt van de aardbewoners verantwoordelijk gehouden voor de pijniging. Wanneer de vijf maanden voorbij zijn, verklaart Openbaring het eerste wee beëindigd. Daarna klinkt bazuin 6.


De vijfde bazuin is daarom geen uitbraak die Gods regering bedreigt. Zij is een afgemeten Goddelijk oordeel. De afgrond opent alleen wanneer de sleutel wordt gegeven. De wezens gaan alleen waarheen zij mogen gaan. Gods zegel blijft onaantastbaar. Abaddons verborgen geestelijke zijde verandert niets aan de hoofdzaak: de macht ligt niet bij de verderver, maar bij God. En na exact vijf maanden zegt de hemel:

„Het ene wee is weggegaan.”