Onweerstaanbare genade leert dat Gods genade voor de uitverkorene uiteindelijk niet geweigerd kan worden. Maar de Bijbel spreekt ernstig over mensen die Christus niet willen, Gods roepstem verwerpen, de raad Gods tegen zichzelf verwerpen en de Heilige Geest wederstaan. God is almachtig, maar Zijn Evangelie-uitnodiging is geen schijnvertoning. De Heere Jezus zei: “gij wilt tot Mij niet komen, opdat gij het leven moogt hebben.”
Kan Gods genade door de mens geweigerd worden?
Waarom de Bijbel spreekt over mensen die niet willen komen, Gods Woord verwerpen en de Heilige Geest wederstaan.
Een van de vijf punten van het calvinisme is de leer van de onweerstaanbare genade.
Dit artikel is onderdeel van het portaal Calvinisme getoetst, waarin genade, geloof, verantwoordelijkheid en zekerheid Bijbels worden onderzocht.
Daarmee wordt bedoeld dat God degenen die Hij heeft uitverkoren zó krachtig trekt, vernieuwt en wederbaart, dat zij uiteindelijk niet anders kunnen dan geloven.
Op het eerste gezicht klinkt dat eerbiedig. God is almachtig. God is soeverein. God kan doen wat Hij wil.
Maar dat is niet de vraag.
De vraag is niet: is God machtig genoeg om iemand te dwingen?
De vraag is: leert de Bijbel dat Gods genadige roepstem niet werkelijk door mensen geweigerd kan worden?
De Schrift geeft een helder antwoord: mensen kunnen Gods Woord, Gods roepstem, Gods nodiging en Gods vermaning weerstaan.
Christus wilde, maar zij wilden niet
De Heere Jezus zei over Jeruzalem:
“Jeruzalem, Jeruzalem! gij, die de profeten doodt, en stenigt, die tot u gezonden zijn! hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bijeenvergaderen, gelijkerwijs een hen haar kiekens bijeenvergadert onder de vleugelen; en gijlieden hebt niet gewild.”
— Mattheüs 23:37
Let op de tegenstelling:
Ik heb gewild.
Gij hebt niet gewild.
Dat is geen schijnvertoning. Christus spreekt hier niet alsof Hij eigenlijk niet werkelijk wilde. Hij zegt niet: Ik wilde alleen de uitverkorenen onder u bijeenvergaderen. Hij zegt niet: jullie konden Mijn wil onmogelijk weerstaan.
Hij zegt:
Ik wilde, maar gij hebt niet gewild.
Dat is een dodelijke slag voor de gedachte dat Gods genadige roepstem altijd onweerstaanbaar is.
Daarmee raakt deze tekst ook aan de vraag of de mens werkelijk een eigen wil en verantwoordelijkheid heeft.
“Gij wilt tot Mij niet komen”
In Johannes 5 zegt de Heere Jezus:
“En gij wilt tot Mij niet komen, opdat gij het leven moogt hebben.”
— Johannes 5:40
Waarom hadden zij geen leven?
Niet omdat Christus geen Zaligmaker was.
Niet omdat er geen leven bij Hem was.
Niet omdat zij eerst moesten ontdekken of zij uitverkoren waren.
Maar omdat zij niet wilden komen.
De Heere Jezus legt de schuld van hun verlorenheid niet bij een verborgen besluit waardoor zij onmogelijk konden komen. Hij legt de schuld bij hun weigering.
“Gij wilt tot Mij niet komen.”
Dat is menselijke verantwoordelijkheid.
Deze tekst raakt direct aan de vraag of een mens werkelijk kan reageren op Gods Woord en kan geloven.
De Heilige Geest kan weerstaan worden
Stefanus zei tegen de Joodse leiders:
“Gij hardnekkigen en onbesnedenen van hart en oren, gij wederstaat altijd den Heiligen Geest; gelijk uw vaders, alzo ook gij.”
— Handelingen 7:51
Dat is duidelijke taal.
Zij wederstonden de Heilige Geest.
Niet: zij konden Hem niet weerstaan.
Niet: zij werden onweerstaanbaar getrokken.
Maar:
gij wederstaat altijd den Heiligen Geest.
Wie zegt dat Gods werk nooit weerstaan kan worden, moet deze tekst serieus onder ogen zien.
Zij hebben de raad Gods verworpen
Lukas schrijft:
“Maar de Farizeeën en de wetgeleerden hebben den raad Gods tegen zichzelven verworpen, van hem niet gedoopt zijnde.”
— Lukas 7:30
Zij verwierpen de raad Gods tegen zichzelf.
Dat betekent niet dat zij Gods eeuwige raad omver wierpen. God blijft God. Zijn plan faalt niet. Maar in hun verantwoordelijkheid verwierpen zij wat God hun voorhield.
Dat is precies wat ongeloof doet.
Ongeloof zegt: ik wil niet.
En God houdt de mens verantwoordelijk voor die weigering.
God roept, maar mensen weigeren
Spreuken 1 zegt:
“Dewijl Ik geroepen heb, en gijlieden geweigerd hebt; Mijn hand uitgestrekt heb, en er niemand was, die opmerkte.”
— Spreuken 1:24
God roept.
Mensen weigeren.
God strekt Zijn hand uit.
Mensen merken niet op.
Dat is geen taal van onweerstaanbare genade. Dat is taal van een echte roepstem die werkelijk verworpen wordt.
Jesaja zegt:
“Ik heb Mijn handen uitgebreid den gansen dag tot een wederstrevig volk...”
— Jesaja 65:2
God strekt Zijn handen uit. Het volk is wederstrevig.
Dat is ernstig. Dat is geen systeem. Dat is Schrift.
Genade is geen dwang
Genade is Gods onverdiende goedheid tegenover schuldige mensen. Genade wordt aangeboden aan zondaren die niets verdienen dan oordeel.
Maar als genade niet geweigerd kan worden, wordt zij in de praktijk dwang. Dan is de mens geen verantwoordelijke zondaar die geroepen wordt om te geloven, maar een passief voorwerp dat eerst onweerstaanbaar veranderd moet worden voordat hij kan reageren.
De Bijbel spreekt anders.
De Bijbel roept mensen op:
“Bekeert u, en gelooft het Evangelie.”
— Markus 1:15
“Gelooft in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden...”
— Handelingen 16:31
“Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld...”
— Johannes 3:18
Deze oproepen zijn geen toneelspel. God meent wat Hij zegt. De zondaar wordt werkelijk geroepen om te geloven.
God trekt door Zijn Woord
De Bijbel maakt geloof niet tot een werk of prestatie, maar tot vertrouwen op Christus en Zijn belofte. Daarom is het belangrijk om helder te hebben wat ware geloof is.
Calvinisme maakt van trekken vaak een verborgen, onweerstaanbare innerlijke werking vóór geloof. Maar de Bijbel laat zien dat God mensen roept door het Evangelie.
Paulus schrijft:
“Waartoe Hij u geroepen heeft door ons Evangelie...”
— 2 Thessalonicensen 2:14
God roept door het Evangelie.
En:
“Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods.”
— Romeinen 10:17
Geloof komt niet door een geheim systeem. Geloof komt door het horen van Gods Woord.
De zondaar hoort het Evangelie: Christus stierf voor onze zonden, werd begraven en stond op uit de doden. De zondaar wordt geroepen om dat Woord te geloven.
Wie gelooft, heeft eeuwig leven.
De vraag is niet of God machtig is
Soms wordt deze discussie verkeerd voorgesteld. Men zegt dan: “Dus u gelooft niet dat God machtig genoeg is om iemand te redden?”
Dat is niet de kwestie.
Natuurlijk is God almachtig.
Natuurlijk kan God alles doen wat overeenkomt met Zijn wezen.
Natuurlijk is niemand sterker dan God.
Maar de vraag is: hoe zegt God Zelf dat Hij zondaren redt?
De Bijbel zegt:
“Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.”
— Johannes 3:16
Niet: opdat een iegelijk die onweerstaanbaar wedergeboren wordt, daarna zal geloven.
Maar:
een iegelijk, die in Hem gelooft.
Onweerstaanbare genade maakt de nodiging onduidelijk
Als genade onweerstaanbaar is voor de uitverkorenen en niet bedoeld is voor de rest, dan wordt de Evangelie-uitnodiging dubbelzinnig.
Dan wordt tegen iedereen gezegd: kom.
Maar achter die boodschap ligt dan: alleen sommigen kunnen werkelijk komen.
Dan wordt tegen iedereen gezegd: geloof.
Maar achter die boodschap ligt dan: alleen degenen die eerst onweerstaanbaar veranderd worden, kunnen geloven.
Dan wordt tegen iedereen gezegd: Christus nodigt.
Maar achter die boodschap ligt dan: Christus bedoelt die nodiging niet werkelijk voor iedereen op dezelfde manier.
Dat vertroebelt het Evangelie.
De Bijbel spreekt veel eenvoudiger:
Christus is gestorven. Christus is opgestaan. God gebiedt mensen te geloven. Wie gelooft, heeft eeuwig leven. Wie weigert, blijft onder oordeel.
Ongeloof is echte schuld
Als een mens niet werkelijk kan geloven, niet werkelijk kan komen, niet werkelijk kan reageren, en niet werkelijk Gods roepstem kan aannemen, dan wordt ongeloof moeilijk echte schuld.
Maar de Bijbel behandelt ongeloof als schuld.
“Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam des eniggeboren Zoons van God.”
— Johannes 3:18
Waarom is hij veroordeeld?
Omdat hij niet heeft geloofd.
Niet omdat hij niet uitverkoren was.
Niet omdat Christus niet voor hem gestorven was.
Niet omdat hij nooit een echte roepstem had ontvangen.
Maar:
omdat hij niet heeft geloofd.
Conclusie
Gods genade is werkelijk genade. Gods roepstem is werkelijk gemeend. Gods Evangelie is werkelijk goed nieuws voor de zondaar.
De Bijbel leert dat mensen Gods Woord kunnen weerstaan, Christus niet willen, de raad Gods verwerpen, de Heilige Geest wederstaan en weigeren te komen om leven te ontvangen.
Daarom moet de leer van onweerstaanbare genade getoetst worden aan de Schrift.
God is almachtig. Maar Zijn almacht betekent niet dat ieder gebruik van dwang dat een theologisch systeem verzint, ook Bijbels is.
De Bijbel zegt:
“En gij wilt tot Mij niet komen, opdat gij het leven moogt hebben.”
— Johannes 5:40
De schuld ligt bij de mens die weigert.
De belofte blijft staan voor ieder die gelooft:
“Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven...”
— Johannes 3:36
📖 Lees ook:
Kan een mens uit zichzelf geloven?
Heeft de mens werkelijk een eigen vrije wil?
Wat is ware geloof volgens de Bijbel?