Gods toorn voleindigd

Bazuin 7 omvat de zeven laatste fiolen en het derde wee.

Gods toorn voleindigd

Bazuin 7 omvat de zeven laatste fiolen en het derde wee.

De zevende bazuin is geen enkel ogenblikkelijk oordeel, maar de afsluitende fase waarin Gods Koninkrijk wordt uitgeroepen. Binnen haar dagen worden de zeven laatste plagen uitgegoten. Zo vormt bazuin 7 het derde wee en brengen de fiolen Gods toorn tot haar voleinding.

De zevende bazuin en de zeven fiolen: hoe wordt Gods toorn voleindigd?

Wanneer de zevende engel bazuint, volgt niet onmiddellijk een zevende gedeeltelijke natuurramp zoals bij de eerdere bazuinen. Grote stemmen in de hemel roepen uit dat de koninkrijken van de wereld van de Heere en Zijn Christus zijn geworden. De vierentwintig ouderlingen aanbidden God. Zijn toorn is gekomen. De tempel in de hemel wordt geopend.


Daarmee begint de grote afsluitende fase.


Openbaring 15 neemt dezelfde lijnen weer op. De hemelse tempel gaat open. Zeven engelen komen naar buiten. Zij ontvangen zeven gouden fiolen die vol zijn van Gods toorn. Deze plagen worden uitdrukkelijk „de zeven laatste plagen” genoemd, omdat Gods toorn daarin wordt voleindigd.



Bij de zevende fiool klinkt ten slotte vanuit de tempel en vanaf de troon:

„Het is geschied.”
— Openbaring 16:17

De hoofdbeweging is daarom eenvoudig en krachtig:


bazuin 7: Gods toorn is gekomen → zeven fiolen: Gods toorn wordt voleindigd → fiool 7: Het is geschied.



Bazuin 7 is het derde wee


Openbaring had bij de laatste drie bazuinen drie weeën aangekondigd. Bazuin 5 was het eerste wee. Bazuin 6 was het tweede wee. Nadat de volledige episode rond de twee getuigen is voltooid, zegt Openbaring:

„Het tweede wee is weggegaan; ziet, het derde wee komt haastelijk.”
— Openbaring 11:14

Het volgende vers begint:

„En de zevende engel heeft gebazuind...”
— Openbaring 11:15

Daarmee legt de Schrift de identificatie zelf vast:


bazuin 7 is het derde wee.


Toch is bazuin 7 anders opgebouwd dan bazuin 5 en 6. Bij bazuin 5 wordt vijf maanden pijniging beschreven. Bij bazuin 6 worden vier engelen aan de Eufraat losgemaakt en sterft een derde deel van de mensen. Bij bazuin 7 klinkt eerst een hemelse Koninkrijksverkondiging die een veel groter eindcomplex opent.



De zevende bazuin heeft „dagen”


Vóór de zevende bazuin had de machtige engel aangekondigd:

„Maar in de dagen der stem des zevenden engels, wanneer hij bazuinen zal, zo zal de verborgenheid Gods vervuld worden, gelijk Hij Zijn dienstknechten, den profeten, verkondigd heeft.”
— Openbaring 10:7

De woorden „in de dagen” laten zien dat de zevende bazuin een fase opent waarin Gods aangekondigde plan naar zijn vervulling gaat. De daaropvolgende hoofdstukken ontvouwen wat binnen die fase gebeurt.



Juist hier ligt een bijzonder nauwkeurig verband met Daniël 12. Daar wordt gevraagd hoelang het zal duren voordat de aangekondigde wonderen voltooid zijn. De Man boven het water van de rivier heft Zijn rechterhand en Zijn linkerhand naar de hemel en zweert bij Hem Die eeuwig leeft. Hij noemt daarbij de vastgestelde tijd:

„dat na een bestemden tijd, bestemde tijden, en een helft [...] al deze dingen voleind zullen worden.”

— Daniël 12:7

Openbaring 10 herneemt deze eedsformule. De machtige engel staat op de zee en op de aarde, heft zijn hand naar de hemel en zweert eveneens bij Hem Die eeuwig leeft. Vervolgens kondigt hij de vervulling aan in de dagen van de zevende engel (Openbaring 10:5–7).


De overeenkomst omvat dus de plaats boven of op het water, de hand die naar de hemel wordt opgeheven, de eed bij de eeuwig levende God en de aangekondigde voltooiing. Beide passages verzekeren dat Gods profetische plan zijn vastgestelde einde bereikt. Dat sluit rechtstreeks aan bij Johannes’ woorden dat God vervult wat Hij Zijn dienstknechten, de profeten, heeft verkondigd.


De tijdsmaat die Daniël noemt, wordt binnen Openbaring verder bevestigd. De vrouw wordt in de woestijn verzorgd gedurende „een tijd, en tijden, en een halven tijd” (Openbaring 12:14). Voor dezelfde verzorging noemt Openbaring 12:6 1260 dagen. Het beest ontvangt 42 maanden macht (Openbaring 13:5).


Deze tijdsaanduidingen bevestigen elkaar:


een tijd, tijden en een halve tijd = drieënhalf jaar = 42 maanden = 1260 dagen.


De verbinding tussen Daniël 12 en Openbaring 10 versterkt daarmee de gezamenlijke Schriftlijn: de zevende bazuin opent de laatste drieënhalf jaar van Daniëls zeventigste week, waarin Gods aangekondigde eindplan tot vervulling komt.


De volgende visioenen laten zien hoe deze fase zich ontvouwt:


  • Satan wordt naar de aarde geworpen en weet dat hij een kleine tijd heeft;
  • de vrouw wordt gedurende 1260 dagen door God verzorgd en beschermd;
  • het beest ontvangt 42 maanden macht;
  • het beeld en het merkteken verschijnen;
  • Gods wereldwijde waarschuwingen klinken;
  • de zeven laatste plagen worden uitgegoten;
  • de koningen worden naar Armageddon verzameld;
  • Christus verschijnt zichtbaar en overwint het beest.


Zo verbinden de eed, de tijdsaanduidingen en de gebeurtenissen zich tot één samenhangende eindfase. De zevende bazuin markeert bij de grote middenovergang het begin daarvan. Wat de hemel bij haar klinken uitroept, wordt in de volgende hoofdstukken door oordeel heen zichtbaar werkelijkheid.



Het Koninkrijk wordt uitgeroepen voordat de zichtbare strijd voorbij is


Wanneer de zevende engel bazuint, zeggen grote stemmen in de hemel:

„De koninkrijken der wereld zijn geworden onzes Heeren en van Zijn Christus, en Hij zal als Koning heersen in alle eeuwigheid.”
— Openbaring 11:15

Dat is een beslissende proclamatie. De wereldrijken behoren rechtmatig aan de Heere en Zijn Christus. Zijn heerschappij zal nooit eindigen.


Toch laten de volgende hoofdstukken zien dat het beest nog 42 maanden macht heeft, zijn merkteken invoert en bij de vijfde fiool zelfs nog een troon en een rijk bezit. Bij de zesde fiool zijn de draak, het beest en de valse profeet nog actief. Pas in Openbaring 19 verschijnt Christus zichtbaar en worden het beest en de valse profeet vernietigd.


Openbaring 11:15 betekent dus niet dat alle vijandige macht op hetzelfde hoorbare bazuinmoment reeds van de aarde verdwenen is. De hemel kondigt het vaststaande Goddelijke resultaat en de beslissende eindfase aan. Wat God heeft bepaald, wordt zo zeker uitgeroepen alsof de uitkomst reeds zichtbaar voor iedereen ligt.


De volgende visioenen ontvouwen hoe Christus Zijn rechtmatige Koninkrijksheerschappij door oordeel heen zichtbaar vestigt.



„Uw toorn is gekomen”


De vierentwintig ouderlingen vallen voor God neer en aanbidden Hem:

„Wij danken U, Heere God almachtig, Die is, en Die was, en Die komen zal! dat Gij Uw grote kracht hebt aangenomen, en als Koning hebt geheerst.”
— Openbaring 11:17

Daarna zeggen zij:

„En de volken waren toornig geworden, en Uw toorn is gekomen...”
— Openbaring 11:18

Gods toorn staat tegenover de toorn van de volken. De mensheid verzet zich tegen haar Schepper, maar haar woede kan Zijn Koninkrijk niet verhinderen. Gods rechtvaardige antwoord is gekomen.


Dit betekent niet dat vóór bazuin 7 geen enkel oordeel of geen enkele openbaring van Gods toorn bestond. De eerdere bazuinen kwamen rechtstreeks vanuit Gods hemelse oordeelssfeer. Bij het zesde zegel wordt panoramisch al gesproken over „de grote dag Zijns toorns” (Openbaring 6:17).


„Uw toorn is gekomen” markeert daarom niet noodzakelijk het allereerste begin van ieder Goddelijk oordeel. Het kondigt de aankomst van de beslissende, volle en voleindigende toornfase aan.



Openbaring 14 verdiept dit. Wie het beest en zijn beeld aanbidt en het merkteken ontvangt:

„Die zal ook drinken uit den wijn des toorns Gods, die ongemengd ingeschonken is in den drinkbeker Zijns toorns...”
— Openbaring 14:10

De eerdere oordelen waren werkelijk, maar dikwijls nog gedeeltelijk en begrensd. Nu komt de wijn van Gods toorn ongemengd. Het oordeel wordt niet langer verdund of tot een derde deel beperkt.



De geopende hemelse tempel verbindt bazuin 7 met de fiolen


Aan het einde van de bazuin-7-passage staat:

„En de tempel Gods in den hemel is geopend geworden, en de ark Zijns verbonds is gezien in Zijn tempel...”
— Openbaring 11:19

Daarbij volgen:


  • bliksemen;
  • stemmen;
  • donderslagen;
  • een aardbeving;
  • grote hagel.


Vlak vóór de zeven fiolen keert dezelfde hemelse opening terug:

„En na dezen zag ik, en ziet, de tempel des tabernakels der getuigenis in den hemel werd geopend.”
— Openbaring 15:5

Uit die tempel komen zeven engelen met de zeven plagen. Eén van de vier dieren geeft hun zeven gouden fiolen, vol van de toorn van God. De tempel wordt vervuld met rook uit Gods heerlijkheid en macht totdat de zeven plagen voleindigd zijn (Openbaring 15:6-8).



De doorgaande lijn is opmerkelijk precies:

Bij bazuin 7 Bij de zeven fiolen
Gods toorn is gekomen de fiolen zijn vol van Gods toorn
de hemelse tempel wordt geopend dezelfde hemelse tempel wordt geopend
Gods Koninkrijk en oordeel worden uitgeroepen zeven engelen komen met de laatste plagen
bliksemen, stemmen, donderslagen, aardbeving en hagel dezelfde verschijnselen keren bij fiool 7 in volle kracht terug

Dit is geen losse overeenkomst. Openbaring neemt bij de fiolen bewust de lijnen weer op die bij bazuin 7 werden geopend.



Openbaring 15 noemt ze de zeven laatste plagen


Johannes schrijft:

„En ik zag een ander groot en wonderlijk teken in den hemel; namelijk zeven engelen, hebbende de zeven laatste plagen; want in dezelve is de toorn Gods geëindigd.”
— Openbaring 15:1

Ieder onderdeel van deze zin is belangrijk:


  • het zijn zeven plagen;
  • het zijn de laatste plagen;
  • zij dragen Gods toorn;
  • in deze plagen wordt die toorn geëindigd.


De fiolen beginnen Gods oordeel niet. Zij brengen de grote toornfase die bij bazuin 7 is aangekondigd tot haar vastgestelde voltooiing.


Daarom kunnen zij niet als een vierde oordeelreeks worden geplaatst die pas begint nadat bazuin 7 volledig is afgelopen. Als bazuin 7 reeds voorbij zou zijn, zouden „de dagen van de zevende engel” en de aangekondigde voleinding losgemaakt worden van de plagen waarin God Zelf zegt dat Zijn toorn wordt voltooid.


De sterkste Schriftplaatsing is:


de zeven fiolen zijn de zeven laatste, voleindigende plagen binnen de dagen en de eindfase van bazuin 7.



Overwinnaars zingen vóór de fiolen


Voordat de fiolen worden uitgegoten, ziet Johannes een glazen zee met vuur gemengd. Daar staan degenen die de overwinning hebben over:


  • het beest;
  • zijn beeld;
  • zijn merkteken;
  • het getal van zijn naam.


Zij hebben citers Gods en zingen het lied van Mozes en het lied van het Lam:

„Groot en wonderlijk zijn Uw werken, Heere, Gij almachtige God; rechtvaardig en waarachtig zijn Uw wegen, Gij Koning der heiligen.”
— Openbaring 15:3

De fiolen worden dus niet geïntroduceerd als onbeheerst geweld. De heiligen belijden vóór hun uitgieting dat Gods werken groot en wonderlijk en Zijn wegen rechtvaardig en waarachtig zijn.


Het lied van Mozes en het Lam verbindt verlossing en oordeel. In Exodus verloste God Zijn volk en oordeelde Hij Farao en zijn macht. In Openbaring overwint het Lam, bewaart Hij de Zijnen en oordeelt Hij het beestachtige wereldrijk.


De verbinding tussen de glazen zee in Openbaring 4 en de met vuur gemengde glazen zee in Openbaring 15 wordt verder onderzocht in De glazen zee voor Gods troon.


Gods toorn is nooit zondige drift. Zij is Zijn heilige, waarachtige en rechtvaardige reactie op volhardende zonde, afgoderij, vervolging en bloedvergieten.



De tempel blijft met rook vervuld totdat de plagen voorbij zijn


Openbaring 15:8 zegt:

„En de tempel werd vervuld met rook uit de heerlijkheid Gods en uit Zijn kracht; en niemand kon in den tempel ingaan, totdat de zeven plagen der zeven engelen geëindigd waren.”

De zeven plagen vormen daarmee een onafgebroken Goddelijk oordeelprogramma dat tot zijn einde moet komen. Niemand onderbreekt wat God heeft bevolen.


Wij mogen aan dit vers niet toevoegen dat gedurende de fiolen absoluut niemand meer gered zou kunnen worden; dat zegt de tekst hier niet. Wat het vers wel rechtstreeks zegt, is dat niemand de tempel kan binnengaan totdat de zeven plagen geëindigd zijn. Gods heerlijkheid en kracht beheersen de volledige uitvoering.



Daarna klinkt een grote stem uit de tempel:

„Gaat heen, en giet de zeven fiolen van den toorn Gods uit op de aarde.”
— Openbaring 16:1

De engelen handelen op bevel. Ook de fiolen worden niet zelfstandig of willekeurig uitgegoten.



De zeven fiolen hebben een vaste volgorde


Openbaring noemt achtereenvolgens:


  1. de eerste engel;
  2. de tweede engel;
  3. de derde engel;
  4. de vierde engel;
  5. de vijfde engel;
  6. de zesde engel;
  7. de zevende engel.


Hun volgorde staat dus vast. Bovendien noemt fiool 5 nog de gezwellen die bij fiool 1 begonnen. De uitwerkingen kunnen op elkaar doorwerken.


De Schrift noemt echter niet:


  • hoeveel dagen tussen de fiolen liggen;
  • of iedere fiool even lang duurt;
  • op welke kalenderdag de eerste fiool begint;
  • hoeveel totale tijd de zeven fiolen samen innemen.


Wat wel duidelijk is, is hun plaats binnen de eindfase. Fiool 1 treft mensen die het merkteken reeds hebben ontvangen. Het beest, zijn beeld en zijn aanbidding zijn dan dus al werkzaam. Bij fiool 5 bezit het beest nog een troon en een rijk. Bij fiool 6 worden de koningen tot Armageddon verzameld. De fiolen behoren daarom tot de actieve beestfase en voeren naar het einde daarvan.



Fiool 1: een boos gezweer over de aanbidders van het beest


De eerste engel giet zijn fiool uit op de aarde:

„...en er kwam een kwaad en boos gezweer aan de mensen, die het merkteken van het beest hadden, en die zijn beeld aanbaden.”
— Openbaring 16:2

Het doelwit wordt nauwkeurig genoemd. Deze plaag treft degenen die:


  • het merkteken van het beest hebben;
  • zijn beeld aanbidden.


Openbaring 14 had hen vooraf uitdrukkelijk gewaarschuwd voor Gods ongemengde toorn. Nu wordt die waarschuwing werkelijkheid.


De eerste fiool spiegelt bazuin 1 doordat beide de aarde treffen. Maar de fiool richt zich veel directer op de mensen die zich met het beest hebben verbonden. Het gezwel is geen toevallige ziekte-uitbraak. Het volgt op het bevel uit de hemelse tempel en treft de door God aangewezen groep.



Fiool 2: de gehele zee wordt bloed


De tweede engel giet zijn fiool uit in de zee:

„...en zij werd bloed als van een dode; en alle levende ziel is gestorven in de zee.”
— Openbaring 16:3

Bij bazuin 2 werd een derde deel van de zee bloed, stierf een derde deel van de levende schepselen in de zee en werd een derde deel van de schepen verderfd.


Bij fiool 2 verdwijnt die beperking:


  • niet een derde deel van de zee, maar de zee wordt bloed als van een dode;
  • niet een derde deel van de levende wezens, maar alle levende ziel in de zee sterft.


Dit is één van de duidelijkste voorbeelden van de beweging van gedeeltelijk naar voleindigend oordeel.



Fiool 3: rivieren en waterbronnen worden bloed


De derde engel giet zijn fiool uit in de rivieren en waterbronnen:

„...en de wateren werden bloed.”
— Openbaring 16:4

Bazuin 3 had een derde deel van de rivieren en waterbronnen bitter gemaakt. Bij fiool 3 worden de zoetwaterbronnen bloed.



Direct daarna verklaart de engel van de wateren waarom dit oordeel rechtvaardig is:

„Gij zijt rechtvaardig, Heere, Die is, en Die was, en Die zijn zal, dat Gij dit geoordeeld hebt; dewijl zij het bloed der heiligen en der profeten vergoten hebben, zo hebt Gij hun ook bloed te drinken gegeven; want zij zijn het waardig.”
— Openbaring 16:5-6

En vanuit het altaar klinkt bevestiging:

„Ja, Heere, Gij almachtige God, Uw oordelen zijn waarachtig en rechtvaardig.”
— Openbaring 16:7

De wateren worden niet zonder reden bloed. De wereld heeft het bloed van Gods heiligen en profeten vergoten. God antwoordt met een oordeel dat hun bloedschuld zichtbaar weerspiegelt.


Juist midden in de zwaarste oordelen legt Openbaring daarom de nadruk op Gods rechtvaardigheid. Hemel, wateren en altaar stemmen overeen: Zijn oordeel is waarachtig.



Fiool 4: de zon verzengt de mensen


De vierde engel giet zijn fiool uit op de zon. Aan haar wordt macht gegeven om de mensen met vuur te verhitten. De mensen worden met grote hitte verhit.


Bazuin 4 had een derde deel van zon, maan en sterren verduisterd. Fiool 4 gebruikt de zon niet om licht te verminderen, maar om mensen met grote hitte te treffen.


Hun reactie is aangrijpend:

„...en zij lasterden den Naam Gods, Die macht heeft over deze plagen; en zij bekeerden zich niet, om Hem heerlijkheid te geven.”
— Openbaring 16:9

Zij weten dat God macht over de plagen heeft. Toch leidt die kennis niet tot geloof of liefde. Zij lasteren Zijn Naam en weigeren zich te bekeren.


Dat sluit aan op de zesde bazuin. Ook nadat daar een derde deel van de mensen stierf, bekeerden de overlevenden zich niet. Zwaarder oordeel maakt een weerspannig hart niet automatisch nieuw.



Fiool 5: duisternis en pijn in het rijk van het beest


De vijfde engel giet zijn fiool uit:

„...op den troon van het beest; en zijn rijk is verduisterd geworden; en zij kauwden hun tongen van pijn.”
— Openbaring 16:10

Dit oordeel treft het machtscentrum van het beest:


  • zijn troon;
  • zijn rijk.


De vijfde fiool spiegelt bazuin 5 in duisternis en pijn, maar het doelwit is nu uitdrukkelijk het beestrijk. De mensen lijden nog steeds onder hun pijnen en hun gezwellen. Dat laatste verwijst terug naar fiool 1 en laat zien dat de plagen niet noodzakelijk verdwijnen zodra de volgende fiool wordt uitgegoten.



Opnieuw bekeren zij zich niet:

„En zij lasterden den God des hemels vanwege hun pijnen, en vanwege hun gezweren; en zij bekeerden zich niet van hun werken.”
— Openbaring 16:11

Zelfs wanneer het rijk waarin zij vertrouwden wordt verduisterd, keren zij zich niet van hun werken af.



Fiool 6: de Eufraat en de verzameling tot Armageddon


De zesde engel giet zijn fiool uit op de grote rivier de Eufraat:

„...en zijn water is uitgedroogd, opdat bereid zou worden de weg der koningen, die van den opgang der zon komen zouden.”
— Openbaring 16:12

Daarna ziet Johannes drie onreine geesten, aan kikvorsen gelijk, uit de mond van:


  • de draak;
  • het beest;
  • de valse profeet.


Het zijn geesten der duivelen die tekenen doen. Zij gaan uit naar de koningen van de aarde en van de gehele wereld om hen te verzamelen tot de krijg van de grote dag van de almachtige God (Openbaring 16:13-14).



De verzameling vindt plaats:

„...in de plaats, welke in het Hebreeuws genaamd wordt Armageddon.”
— Openbaring 16:16

Dit is niet dezelfde gebeurtenis als bazuin 6. Bij bazuin 6 worden vier gebonden engelen aan de Eufraat losgemaakt, verschijnt een ruitermacht van tweehonderd miljoen en sterft een derde deel van de mensen. Bij fiool 6 droogt de rivier op, wordt de weg van de koningen bereid en verzamelen demonische geesten de wereldkoningen tot de eindstrijd.


De overeenkomst is structureel:


Eufraat → grote krijgsmacht.


Maar de inhoud en de plaats in het oordeelprogramma zijn verschillend.



Midden in deze verzameling zegt Christus:

„Zie, Ik kom als een dief. Zalig is hij, die waakt en zijn klederen bewaart...”
— Openbaring 16:15

Zelfs op de drempel van Armageddon onderbreekt de Heere het visioen met een persoonlijke waarschuwing. Profetie is nooit alleen een kalender. Zij roept de hoorder op wakker, waakzaam en gereed te zijn.



Fiool 7: „Het is geschied”


De zevende engel giet zijn fiool uit in de lucht:

„...en er kwam een grote stem uit den tempel des hemels, van den troon, zeggende: Het is geschied.”
— Openbaring 16:17

Dit is de climax van de zeven laatste plagen. Wat bij bazuin 7 werd aangekondigd en door de fiolen werd uitgevoerd, bereikt nu zijn voltooiing.


Daarna volgen:


  • stemmen;
  • donderslagen;
  • bliksemen;
  • een aardbeving zoals er nooit geweest is sinds mensen op aarde waren;
  • het scheuren van de grote stad in drie delen;
  • de val van de steden der heidenen;
  • de gedachtenis van het grote Babylon voor God;
  • het verdwijnen van eilanden;
  • bergen die niet meer worden gevonden;
  • grote hagel uit de hemel.


Bij bazuin 7 waren al stemmen, donderslagen, bliksemen, een aardbeving en grote hagel genoemd. Bij fiool 7 keren die verschijnselen terug in hun uiterste uitwerking. Daarmee vormt fiool 7 de zichtbare climax van wat bazuin 7 had geopend.



Het grote Babylon ontvangt:

„...den drinkbeker van den wijn der grimmigheid Zijns toorns.”
— Openbaring 16:19

Openbaring 17 en 18 werken het oordeel over Babylon daarna uitvoerig uit. Dat is geen bewijs dat Babylon pas ná fiool 7 in een nieuwe kalenderfase valt. Openbaring keert vaker terug om een reeds aangekondigde persoon, stad of gebeurtenis nader te verklaren.


Ook bij deze laatste plaag lasteren mensen God vanwege de hagel. Zelfs het volledige oordeel dwingt geen vrijwillige liefde voor God af.


„Het is geschied” betekent niet dat daarna geen geschiedenis, duizendjarig Koninkrijk of laatste oordeel meer volgt. Het verklaart dat het fioolprogramma en de voleindigende toornfase hun vastgestelde climax hebben bereikt.



Van een derde deel naar volledige aantasting


De bazuinen en fiolen zijn geen identieke gebeurtenissen, maar hun volgorde en getroffen gebieden spiegelen elkaar opvallend:

Bazuin Begrensd oordeel Fiool Voleindigende tegenhanger
1 aarde, bomen en gras getroffen 1 aarde; gezweer op de aanbidders van het beest
2 een derde van de zee wordt bloed 2 de zee wordt bloed; alle levende ziel daarin sterft
3 een derde van rivieren en bronnen getroffen 3 rivieren en bronnen worden bloed
4 een derde van zon, maan en sterren verduisterd 4 de zon verzengt mensen met grote hitte
5 duisternis en vijf maanden pijniging 5 het beestrijk verduisterd; aanhoudende pijn en gezwellen
6 Eufraat, ruitermacht, een derde van de mensen gedood 6 Eufraat droogt op; wereldkoningen naar Armageddon
7 Koninkrijk, toorn, geopende tempel en eindfase 7 „Het is geschied”; grootste aardbeving, stedenval, Babylon en hagel

De correspondentie toont orde, maar geen simpele herhaling. Iedere fiool heeft eigen details. Het meest zichtbare verschil is de omvang:


  • bij de bazuinen keert herhaaldelijk „het derde deel” terug;
  • bij de fiolen verdwijnt die voortdurende beperking;
  • de fiolen zijn vol van Gods toorn;
  • zij worden de laatste plagen genoemd;
  • bij de zevende klinkt: „Het is geschied.”


De ontwikkeling is daarom:


werkelijk maar begrensd oordeel → volle, ongemengde en voleindigende toorn.



Waarom de fiolen binnen bazuin 7 vallen


De conclusie rust niet op slechts één overeenkomst. Zij wordt door meerdere Schriftlijnen samen vastgelegd.


1. Bazuin 7 heeft dagen van vervulling

Openbaring 10:7 spreekt over „de dagen” van de zevende engel waarin Gods verborgenheid vervuld wordt.


2. Bij bazuin 7 komt de beslissende toornfase

Openbaring 11:18 zegt: „Uw toorn is gekomen.”


3. De hemelse tempel gaat bij beide gedeelten open

Openbaring 11:19 opent de tempel bij bazuin 7. Openbaring 15:5 opent dezelfde hemelse tempel vóór de zeven laatste plagen.


4. De fiolen voltooien wat bij bazuin 7 wordt aangekondigd

Openbaring 15:1 zegt dat Gods toorn in deze plagen wordt geëindigd. Openbaring 16:17 besluit: „Het is geschied.”


5. De zevende bazuin en zevende fiool delen dezelfde oordeelsverschijnselen

Stemmen, donderslagen, bliksemen, aardbeving en grote hagel verschijnen bij bazuin 7 en keren in volle kracht terug bij fiool 7.


6. De fiolen vinden plaats terwijl het beest nog regeert

Fiool 1 treft zijn aanbidders. Fiool 5 treft zijn troon en rijk. Fiool 6 toont de draak, het beest en de valse profeet nog actief. De fiolen vallen dus vóór Christus het beest in Openbaring 19 zichtbaar vernietigt en binnen diens laatste machtsfase.


De zeven fiolen vormen daarom niet:


bazuin 8 tot en met 14,


en ook niet:


een vierde zelfstandig oordeelprogramma nadat bazuin 7 geheel voorbij is.


Zij vormen de laatste plagen binnen de derde-wee- en bazuin-7-fase.



Hoe ver reikt de zevende-bazuinfase?


Wanneer de vertelvolgorde van Openbaring zorgvuldig van de gebeurtenisvolgorde wordt onderscheiden, valt binnen het grote bazuin-7-complex onder andere:


  • Satans neerwerping naar de aarde;
  • Israëls vlucht en 1260 dagen bewaring;
  • de 42 maanden van het beest;
  • oorlog tegen de heiligen;
  • de valse profeet, het beeld en het merkteken;
  • de waarschuwingen van Openbaring 14;
  • de zeven laatste plagen en fiolen;
  • de verzameling tot Armageddon;
  • het oordeel over Babylon;
  • de zichtbare komst van Jezus Christus;
  • de vernietiging van het beest en de valse profeet.


Dat betekent niet dat ieder hoofdstuk van Openbaring 12 tot en met 19 eenvoudig één stap later op de kalender begint. Openbaring 12 grijpt bijvoorbeeld terug naar de geboorte en hemelvaart van Christus. Openbaring 14 bevat waarschuwingen en vooruitblikken. Openbaring 17 en 18 verklaren het oordeel over Babylon uitvoeriger. De bazuin-7-fase vormt het grote raam; de volgende visioenen tonen verschillende kanten en momenten daarvan.


Openbaring 19 brengt de Koninkrijksverkondiging van bazuin 7 zichtbaar tot haar aardse overwinning. Christus verschijnt als Koning der koningen en Heere der heren. Het beest en de valse profeet worden gegrepen en levend in de poel des vuurs geworpen.


Daarna opent Openbaring 20 een nieuwe fase: Satan wordt gebonden en het duizendjarige Koninkrijk begint.



Wat staat vast — en wat blijft ongedateerd?


Openbaring zegt rechtstreeks:


  • bazuin 7 volgt op de aankondiging van het derde wee;
  • de zevende engel heeft „dagen” waarin Gods verborgenheid wordt vervuld;
  • de koninkrijken van de wereld worden aan de Heere en Zijn Christus toegeëigend;
  • bij bazuin 7 is Gods toorn gekomen;
  • de hemelse tempel wordt geopend;
  • de zeven fiolen zijn vol van Gods toorn;
  • het zijn de zeven laatste plagen;
  • Gods toorn wordt daarin voleindigd;
  • de fiolen hebben een vaste volgorde van één tot en met zeven;
  • bij fiool 7 klinkt: „Het is geschied.”


De gezamenlijke Schriftlijnen leggen stevig vast:


  • bazuin 7 opent het derde wee en de grote afsluitende fase;
  • de fiolen vallen binnen deze bazuin-7-fase;
  • de bazuinen en fiolen verlopen van begrensd naar voleindigend oordeel;
  • de fiolen vinden plaats terwijl het beest nog actief regeert;
  • de zevende fiool vormt de climax van de zeven laatste plagen;
  • de zichtbare komst van Christus beëindigt de macht van het beest.


Niet geopenbaard worden:


  • de exacte kalenderdag van iedere fiool;
  • de duur van iedere afzonderlijke plaag;
  • de tijdsintervallen tussen de fiolen;
  • of alle zeven fiolen samen een bepaald aantal dagen, weken of maanden duren;
  • de exacte seconde waarop bazuin 7 binnen het korte middencomplex klinkt;
  • de precieze tijdsafstand tussen fiool 7 en ieder verklarend visioen in Openbaring 17-19.


Deze open details geven geen ruimte om de duidelijke hoofdstructuur te ontkennen. Zij beschermen ons alleen tegen een kalender die God niet heeft gegeven.



Gods toorn is waarachtig en rechtvaardig


Openbaring laat de lezer niet zelf beslissen of deze oordelen moreel gerechtvaardigd zijn. De hemel verklaart het herhaaldelijk:


  • de overwinnaars zingen dat Gods wegen rechtvaardig en waarachtig zijn;
  • de engel van de wateren verklaart Hem rechtvaardig;
  • het altaar bevestigt dat Zijn oordelen waarachtig en rechtvaardig zijn;
  • het oordeel antwoordt op het vergoten bloed van heiligen en profeten;
  • de mensen zijn vooraf gewaarschuwd voor het beest en zijn merkteken;
  • zelfs onder de plagen lasteren zij God en bekeren zij zich niet van hun werken.


God verliest bij de fiolen Zijn zelfbeheersing niet. Hij voert uit wat Hij tevoren heeft aangekondigd. De doelwitten, volgorde, inhoud en grens van ieder oordeel staan onder Zijn bevel.


De mensheid wordt niet geoordeeld omdat zij onschuldig Gods waarschuwingen miste. Zij aanbidt het beest, vervolgt Gods heiligen, vergiet profetenbloed en weigert zich zelfs onder het oordeel te bekeren.


Toch ligt de diepste zekerheid niet in de hardheid van mensen, maar in Gods heerschappij. De draak kan de koningen verzamelen, maar alleen binnen het eindcomplex dat God heeft geopenbaard. Het beest kan een troon bezitten, maar die troon wordt verduisterd. Babylon kan zich groot maken, maar wordt voor God gedacht. De volken kunnen toornig worden, maar uiteindelijk is het Gods toorn die wordt voleindigd.



De zevende bazuin, de fiolen en het Evangelie


Het doel van deze profetie is niet dat mensen een toekomstige rampenkalender leren beheersen. Geen voorraad, politieke keuze, schuilplaats of kennis van de juiste volgorde kan iemand tegen Gods toorn beschermen.


De enige veilige plaats is Jezus Christus.


Dezelfde Openbaring die de toorn van God beschrijft, noemt Jezus het Lam. Hij droeg aan het kruis de straf voor onze zonden. Hij stierf, werd begraven en stond op de derde dag lichamelijk uit de doden op (1 Korinthe 15:3-4).


God biedt eeuwig leven niet als loon voor goede werken aan, maar als vrije gave door geloof in Zijn Zoon:

„Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.”
— Johannes 6:47

Wie op Jezus Christus alleen vertrouwt, heeft eeuwig leven. Hij hoeft Gods liefde niet te verdienen, zijn leven niet eerst voldoende te verbeteren en niet door de toekomstige oordelen heen stand te houden om gered te worden.


De gemeente wordt vóór Daniëls zeventigste week tot Christus opgenomen. Zij wacht niet op het merkteken, de fiolen of Armageddon, maar op haar Heere. Paulus schrijft dat Jezus ons verlost van de toekomende toorn en dat God ons niet gesteld heeft tot toorn, maar tot verkrijging der zaligheid door onze Heere Jezus Christus (1 Thessalonicenzen 1:10; 5:9).


Wie Christus nog niet heeft aangenomen, moet daarom niet plannen hoe hij de fiolen zal overleven. Geloof nu in de Heere Jezus Christus. De dag van genade is vandaag.



Conclusie


De zevende bazuin is het derde wee en de grote afsluitende fase van Daniëls zeventigste week.


Zij is niet één gedeeltelijke ramp naast de eerste zes bazuinen. Openbaring spreekt over „de dagen” van de zevende engel. Bij haar bazuinklank wordt Gods Koninkrijk uitgeroepen, is Zijn toorn gekomen en wordt de tempel in de hemel geopend.


Openbaring 15 neemt precies die lijnen weer op:


  • de hemelse tempel wordt geopend;
  • zeven engelen komen naar buiten;
  • zij ontvangen zeven gouden fiolen;
  • de fiolen zijn vol van Gods toorn;
  • het zijn de zeven laatste plagen;
  • in deze plagen wordt Gods toorn voleindigd.


De zeven fiolen ontvouwen die voleinding:


  1. een boos gezweer over de aanbidders van het beest;
  2. de zee wordt bloed en alle levende ziel daarin sterft;
  3. rivieren en waterbronnen worden bloed;
  4. mensen worden door de zon met grote hitte verzengd;
  5. de troon en het rijk van het beest worden verduisterd;
  6. de Eufraat droogt op en de wereldkoningen worden naar Armageddon verzameld;
  7. vanuit de tempel en de troon klinkt: „Het is geschied.”


Daarna volgen de ongeëvenaarde aardbeving, de val van de steden, Gods gedachtenis aan Babylon en grote hagel. Openbaring 17-19 verklaart de eindstrijd en het oordeel verder, totdat Christus zichtbaar verschijnt als Koning der koningen en Heere der heren.


De fiolen zijn daarom geen vierde oordeelreeks ná bazuin 7. Zij zijn de voleindigende plagen binnen de dagen van de zevende engel.


De kalenderdagen en onderlinge intervallen blijven onbekend. De Goddelijke voortgang staat vast:


„Uw toorn is gekomen” → zeven fiolen vol van Gods toorn → „Het is geschied.”


Zo wordt Gods toorn voleindigd: niet chaotisch, niet te vroeg en niet onrechtvaardig, maar in zeven door God bevolen laatste plagen die Zijn Koninkrijksoordeel naar de zichtbare overwinning van Jezus Christus voeren.