Gog en Armageddon behoren tot de afsluitende wereldstrijd bij Christus’ zichtbare wederkomst. Jeruzalem is het zichtbare strijdtoneel, maar Satans diepste doel is het door God veilig wonende overblijfsel van Israël. God verzamelt en oordeelt de volken; Christus beslist de strijd en reinigt daarna het land.
Gog en Armageddon — wanneer vindt deze oorlog plaats?
Ezechiël 38 en 39 beschrijven een enorme toekomstige aanval op Israël.
Gog komt met vele volken tegen de bergen Israëls op. Menselijk gezien lijkt de overmacht verpletterend. Maar God Zelf grijpt in. De aarde beeft, bergen storten neer, de aanvallers keren hun zwaard tegen elkaar, pestilentie en bloed treffen het leger en vuur, zwavel, stortregen en grote hagelstenen vallen neer.
Daarna roept God de vogels en de dieren tot een grote offermaaltijd. Israël verbrandt zeven jaar lang de achtergelaten wapens en begraaft zeven maanden lang de gesneuvelden. Gods heerlijkheid wordt onder de volken bekend en het huis Israëls kent de HEERE vanaf die dag. God verbergt Zijn aangezicht niet meer en stort Zijn Geest over Israël uit.
Wanneer gebeurt dit?
De Schrift beantwoordt die vraag niet door één los getal, maar door een reeks onafhankelijke kenmerken die op hetzelfde eindpunt samenkomen. Wanneer Ezechiël 38-39 naast Zacharia 12-14, Joël 3 en Openbaring 16 en 19 wordt gelegd, staat de cumulatieve conclusie stevig:
de aanval en nederlaag van Gog behoren tot de grote eindstrijd rond Israël die bij Armageddon samenkomt en door de zichtbare komst van Jezus Christus wordt beëindigd.
Niet ieder detail van ieder visioen beschrijft exact dezelfde plaats of minuut. De ene profeet ziet de noordelijke aanvoerder en zijn bondgenoten, de andere alle volken rond Jeruzalem, en Openbaring toont de demonische verzameling van de wereldkoningen en de komst van Christus. Samen beschrijven zij verschillende zijden van één laatste oorlogcomplex.
Wat beschrijft Ezechiël 38?
God beveelt Ezechiël zijn aangezicht te zetten tegen:
„Gog, het land van Magog, den hoofdvorst van Mesech en Tubal...”
— Ezechiël 38:2
Gog wordt als een persoonlijke vorst aangesproken. Magog is het land waarmee hij verbonden is. Mesech en Tubal staan onder zijn vorstelijke leiding.
Rond hem wordt een groot bondgenootschap genoemd:
- Perzen;
- Moren of Cusj;
- Puteeërs;
- Gomer;
- het huis van Togarma;
- en vele andere volken.
De lijst wordt afgesloten met „vele volken met u”. De genoemde namen vormen dus geen noodzakelijke volledige opsomming van ieder leger dat uiteindelijk in de eindstrijd betrokken raakt.
De aanval ligt in de eindtijd:
„Na vele dagen zult gij bezocht worden; in het laatste der jaren zult gij komen in het land, dat wedergebracht is van het zwaard...”
— Ezechiël 38:8
Het doelgebied is herkenbaar:
- het land is uit verwoesting hersteld;
- de bevolking is uit vele volken verzameld;
- zij woont op de bergen Israëls;
- en Gog trekt als een wolk op om het land te bedekken.
Gog bedenkt een kwade gedachte. Hij wil optrekken tegen een volk dat in vertrouwen woont, om roof te roven en buit te plunderen. Scheba, Dedan en de kooplieden van Tarsis vragen hem of hij gekomen is om buit weg te voeren.
De aanval is daarmee tegelijk:
- militair;
- politiek;
- economisch;
- en geestelijk.
Gog denkt dat hij een kwetsbaar land voor zichzelf kan nemen. Maar God verklaart dat Hij hem juist laat optrekken om Zich voor de ogen van de volken aan hem te heiligen (Ezechiël 38:16).
God Zelf vernietigt de aanval
Op het beslissende moment is het niet Israël dat door eigen militaire overmacht wint. God grijpt rechtstreeks in:
„En het zal te dien dage geschieden, ten dage als Gog tegen het land Israëls zal aankomen, spreekt de Heere HEERE, dat Mijn grimmigheid in Mijn neus zal opkomen.”
— Ezechiël 38:18
Vervolgens noemt Ezechiël een opeenstapeling van oordelen:
- een grote aardbeving in het land Israëls;
- vissen, vogels, dieren en alle mensen die voor Gods aangezicht beven;
- bergen die worden neergeworpen;
- steile plaatsen en muren die vallen;
- het zwaard van ieder tegen zijn broeder;
- pestilentie;
- bloed;
- een overstromende stortregen;
- grote hagelstenen;
- vuur;
- en zwavel.
Het resultaat is niet alleen de vernietiging van een leger. God zegt:
„Alzo zal Ik Mij groot maken, en Mij heiligen, en bekend worden voor de ogen van vele heidenen; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben.”
— Ezechiël 38:23
De oorlog eindigt daarom met een wereldwijde openbaring van Gods macht en heiligheid.
Openbaring plaatst Armageddon aan het einde van de 42 maanden
Openbaring geeft de grote chronologische plaats van Armageddon.
Tijdens de eerste vijf fiolen regeert het beest nog. De aanbidders van het beest dragen zijn merkteken. Zijn troon en rijk worden verduisterd. Bij de zesde fiool zijn de draak, het beest en de valse profeet nog actief.
Dan ziet Johannes drie onreine geesten uit hun mond uitgaan:
„Want het zijn geesten der duivelen, en zij doen tekenen, welke uitgaan tot de koningen der aarde en der gehele wereld, om die te vergaderen tot den krijg van dien groten dag des almachtigen Gods.”
— Openbaring 16:14
De koningen worden verzameld:
„...in de plaats, welke in het Hebreeuws genaamd wordt Armageddon.”
— Openbaring 16:16
Deze verzameling gebeurt bij de zesde fiool, aan het einde van de laatste 42 maanden van het beest.
Daarna volgt de zevende fiool met:
- „Het is geschied”;
- de grootste aardbeving uit de menselijke geschiedenis;
- steden die vallen;
- eilanden die verdwijnen;
- bergen die niet meer gevonden worden;
- en grote hagel uit de hemel.
Vervolgens verklaart Openbaring 19 de uitkomst. De hemel opent zich en Jezus Christus verschijnt als Koning der koningen. Het beest, de koningen der aarde en hun legers zijn verzameld om oorlog te voeren tegen Hem. Christus overwint hen en werpt het beest en de valse profeet levend in de poel des vuurs.
Armageddon is dus niet zomaar de naam van iedere oorlog in het Midden-Oosten. Het is de eindtijdige verzameling van de wereldmachten tot de strijd van de grote dag van God, direct vóór Christus’ zichtbare overwinning.
Dezelfde grote aardbeving, hagel en Goddelijke grimmigheid
De eerste verbinding met Gog is de wijze waarop God ingrijpt.
| Ezechiël 38 | Openbaring 16 |
|---|---|
| Gods grimmigheid komt op | Babylon ontvangt de beker van de wijn van Gods grimmigheid |
| Een grote aardbeving treft het land | De grootste aardbeving uit de geschiedenis volgt |
| Bergen worden neergeworpen | Bergen worden niet meer gevonden |
| Muren vallen | De steden der heidenen vallen |
| Grote hagelstenen vallen | Grote hagel valt uit de hemel |
| Vuur en zwavel treffen de legers | Gods voleindigende oordeel treft het beestrijk en zijn legers |
Eén overeenkomst zou nog toevallig of herhaald kunnen zijn. Maar hier verschijnt dezelfde verzameling van oordeelsverschijnselen rond dezelfde laatste aanval op Gods land en volk.
Zacharia 14 vult het beeld verder aan. Alle volken worden tegen Jeruzalem verzameld. Daarna trekt de HEERE uit en strijdt tegen die heidenen. Zijn voeten staan op de Olijfberg, de berg splijt en er volgt een enorme omkering in het land. Ook ontstaat onder de vijandelijke legers een grote verwarring, zodat ieder de hand van zijn naaste aangrijpt en de ene hand tegen de andere opgaat (Zacharia 14:2-4,13).
Dat sluit rechtstreeks aan bij Ezechiël 38:21:
„...het zwaard van een ieder zal tegen zijn broeder zijn.”
Ezechiël en Zacharia tonen dus niet alleen dezelfde vijandelijke richting, maar ook dezelfde door God veroorzaakte ontbinding van de aanvallende legers.
De vogelmaaltijd verbindt Ezechiël 39 rechtstreeks met Openbaring 19
De sterkste afzonderlijke verbinding staat in Ezechiël 39 en Openbaring 19.
Na de vernietiging van Gog zegt God tot de vogels en de dieren:
„Vergadert u, en komt aan, verzamelt u van rondom tot Mijn slachtoffer, dat Ik voor u geslacht heb, een groot slachtoffer op de bergen Israëls; en eet vlees, en drinkt bloed.”
— Ezechiël 39:17
Zij zullen het vlees eten van:
- helden;
- vorsten der aarde;
- paarden;
- ruiters;
- sterken;
- en allerlei krijgslieden.
Openbaring 19 toont bij Christus’ wederkomst bijna hetzelfde tafereel:
„Komt herwaarts, en vergadert u tot het avondmaal des groten Gods; opdat gij eet het vlees der koningen, en het vlees der oversten over duizend, en het vlees der sterken, en het vlees der paarden en dergenen, die daarop zitten...”
— Openbaring 19:17-18
De overeenkomsten zijn uitzonderlijk specifiek:
| Ezechiël 39 | Openbaring 19 |
|---|---|
| God roept vogels samen | Een engel roept alle vogels samen |
| Een grote offermaaltijd van God | Het avondmaal van de grote God |
| Vlees van vorsten en helden | Vlees van koningen, oversten en sterken |
| Vlees van paarden en ruiters | Vlees van paarden en hun berijders |
| Gesneuvelden van de aanval op Israël | Gesneuvelden van de tegen Christus verzamelde legers |
Openbaring gebruikt niet toevallig algemene oorlogstaal. Het neemt de bijzondere maaltijdtaal van Ezechiël over en plaatst haar bij de zichtbare komst van Christus.
Door deze bijzondere maaltijdtaal bij Christus’ zichtbare komst te herhalen, verankert Openbaring Ezechiëls profetie in dezelfde grote eindafrekening. Schrift met Schrift wijst naar één afsluitend oorlogscomplex.
Alle volken worden tegen Israël en Jeruzalem verzameld
Ezechiël ziet Gog en „vele volken” tegen de bergen Israëls optrekken. Zacharia ziet alle volken tegen Jeruzalem verzameld. Joël ziet de heidenen bijeenkomen in het dal van Josafat. Openbaring ziet de koningen van de gehele wereld tot Armageddon vergaderd.
De verschillende geografische beschrijvingen spreken elkaar niet tegen.
Armageddon is volgens Openbaring de plaats van verzameling. Zacharia legt de nadruk op Jeruzalem, de stad die wordt aangevallen en waar de HEERE ingrijpt. Ezechiël spreekt breder over de bergen en het land Israëls. Een wereldwijde militaire campagne hoeft niet beperkt te blijven tot één akker of één stad.
De profeten tonen verschillende delen en gezichtspunten:
- de legers worden verzameld;
- zij trekken het land binnen;
- Jeruzalem wordt het brandpunt;
- het conflict omvat de bergen Israëls;
- de HEERE verschijnt;
- en de aanvallende machten worden vernietigd.
De toevoeging „vele volken” maakt duidelijk dat de lijst breder is dan alleen de volken die bij name worden genoemd. Ezechiël beschrijft de kernmacht en haar bondgenoten; Zacharia en Openbaring tonen de uiteindelijke wereldwijde omvang.
Scheba, Dedan en de kooplieden van Tarsis vragen naar Gogs roofmotief. De tekst zegt niet dat zij het volk van God uit geloof militair verdedigen. Hun woorden kunnen die van bezorgde of belanghebbende toeschouwers zijn. Zij zijn daarom geen voldoende grond om Ezechiëls oorlog van de wereldwijde eindstrijd los te maken.
Joël plaatst de volkenverzameling bij de dag des HEEREN
Joël 3 beschrijft eveneens een toekomstige verzameling van de heidenen rond Gods herstel van Juda en Jeruzalem:
„Want ziet, in die dagen en te dier tijd, als Ik de gevangenis van Juda en Jeruzalem zal wenden, dan zal Ik alle heidenen vergaderen, en zal hen afvoeren in het dal van Josafat...”
— Joël 3:1-2
Daar volgen:
- de oproep aan de heidenen om zich tot de strijd te bereiden;
- de verzameling van de volken;
- Gods oordeel;
- zon en maan die zwart worden;
- sterren die hun glans intrekken;
- de HEERE Die uit Sion brult;
- hemel en aarde die beven;
- en de HEERE als Toevlucht van Zijn volk.
Daarna woont God in Sion en is Jeruzalem heilig (Joël 3:16-17).
Ook hier is de volgorde:
volken verzamelen → Goddelijke eindstrijd → kosmische en aardse ontregeling → God redt Israël → de Koninkrijksorde volgt.
Dat is dezelfde grote beweging als in Ezechiël, Zacharia en Openbaring.
De nationale bekering van Israël is een beslissende tijdsaanwijzing
Ezechiël eindigt niet bij dode legers. Het belangrijkste resultaat is geestelijk:
„En die van het huis Israëls zullen weten, dat Ik de HEERE hun God ben, van dien dag af en voortaan.”
— Ezechiël 39:22
God maakt Zijn heilige Naam bekend in het midden van Israël en laat Zijn Naam niet meer ontheiligen. Hij brengt Jakobs gevangenen terug, ontfermt Zich over het gehele huis Israëls en verzamelt hen in hun eigen land. Daarna zegt Hij:
„En Ik zal Mijn aangezicht voor hen niet meer verbergen, wanneer Ik Mijn Geest over het huis Israëls zal hebben uitgegoten, spreekt de Heere HEERE.”
— Ezechiël 39:29
Dit is geen tijdelijke militaire opluchting. Het is nationale Godskennis, definitieve ontferming en Geestesuitstorting.
Zacharia plaatst diezelfde geestelijke omkeer bij de komst van de HEERE tegen de verzamelde volken:
- God stort over het huis van David en de inwoners van Jeruzalem de Geest der genade en der gebeden uit;
- zij zien op Hem Die zij doorstoken hebben;
- zij bedrijven rouw;
- er wordt een fontein geopend tegen zonde en onreinheid;
- de HEERE verschijnt en strijdt;
- en Hij wordt Koning over de gehele aarde (Zacharia 12:9-10; 13:1; 14:3-9).
Romeinen 11 geeft dezelfde volgorde in leerstellige taal:
„En alzo zal geheel Israël zalig worden; gelijk geschreven is: De Verlosser zal uit Sion komen, en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob.”
— Romeinen 11:26
Israëls nationale behoudenis wordt verbonden met de komst van de Verlosser. Ezechiël, Zacharia en Paulus leggen zo hetzelfde beslissende moment vast: aan het einde van Israëls benauwdheid verschijnt de Verlosser, ziet Israël op de Doorstokene, wordt de zonde weggenomen en wordt Gods Geest over het huis Israëls uitgestort.
Deze geestelijke uitkomst verankert Gogs nederlaag rechtstreeks bij Christus’ komst en de overgang naar Zijn Koninkrijk.
Zeven jaar wapenverbranding in de Koninkrijksorde
Ezechiël 39 zegt:
„En de inwoners der steden Israëls zullen uitgaan, en vuur stoken en branden van de wapenen... en zij zullen daarvan vuur stoken zeven jaren.”
— Ezechiël 39:9
De rechtstreekse volgorde in de tekst is:
God vernietigt Gog → Israël verzamelt de wapens → Israël gebruikt die zeven jaar als brandstof.
Omdat Gogs nederlaag behoort tot de oorlog waarin Christus zichtbaar verschijnt, beginnen deze zeven jaren in de overgang naar het duizendjarig Koninkrijk en lopen zij onder Zijn regering door.
Het Koninkrijk is een werkelijke aardse orde. Levende, natuurlijke Israëlieten en gelovigen uit de volken gaan het binnen. Zij wonen, bouwen, planten, werken en krijgen kinderen. Onder de regering van Christus worden ook de materiële gevolgen van de eindstrijd opgeruimd.
De wapenverbranding past bovendien inhoudelijk bij de overgang van oorlog naar vrede. Jesaja 2 zegt dat de volken hun zwaarden tot spaden en hun spiesen tot sikkelen zullen slaan en de oorlog niet meer zullen leren. Ezechiël toont de praktische verwijdering van de enorme oorlogsmiddelen die tegen Israël waren aangevoerd.
Het verschil tussen bewerken en verbranden is geen tegenstelling. Beide profetieën tonen dat wapens hun militaire doel verliezen onder de regering van de Vredevorst.
De zeven jaren zijn dus werkelijk en belangrijk. Zij tonen de omvang van het verslagen leger en de volledige omkering die Christus tot stand brengt: oorlogsmateriaal wordt brandstof en de middelen van verwoesting worden onder de Vredevorst onschadelijk gemaakt.
Zeven maanden reiniging na Gods overwinning
Ezechiël zegt dat het huis Israëls de gesneuvelden zeven maanden lang zal begraven om het land te reinigen. Er wordt een plaats genoemd die Hamon-Gog zal heten, en na de zeven maanden zullen mannen voortdurend door het land gaan om overgebleven beenderen te markeren en te laten begraven (Ezechiël 39:11-16).
Ook dit past bij de overgang naar de Koninkrijksorde.
Openbaring 19 zegt dat de vogels het vlees van de gesneuvelden eten. Ezechiël zegt dat Israël daarna de overblijfselen begraaft. Dat botst niet. Vogels die vlees eten laten geen gereinigd land zonder beenderen, uitrusting of verspreide resten achter.
De Schrift laat ruimte voor een ordelijke overgang naar de gevestigde Koninkrijksorde. Daniël noemt 1290 en 1335 dagen en daarmee mijlpalen 30 en 75 dagen voorbij de laatste 1260 dagen. Ezechiël laat vervolgens zien dat de reiniging van het land doorgaat terwijl Christus reeds als Koning heeft overwonnen.
De reiniging kan onder Christus’ gevestigde regering doorgaan. De Koning is aanwezig, Zijn vijanden zijn verslagen en Israël woont onder Zijn bescherming, terwijl de fysieke gevolgen van de grootste oorlog uit de geschiedenis ordelijk worden opgeruimd.
Israël woont vóór de aanval werkelijk veilig — onder Gods bescherming
Ezechiël beschrijft Israël vóór Gogs aanval als een volk dat uit de volken is verzameld en woont in een land dat uit verwoesting is hersteld. Gog denkt op te trekken tegen „een land van dorpen”, tegen mensen die „gerust wonen, die allen zonder muur wonen en grendels noch poorten hebben” (Ezechiël 38:8,11-12). Ook vers 14 zegt uitdrukkelijk dat Israël veilig woont.
Ezechiël bedoelt werkelijke veiligheid. Schrift met Schrift geeft de verklaring: in de tweede helft van Daniëls zeventigste week bereidt God Zelf voor het gehoorzame overblijfsel van Israël een veilige plaats.
De vlucht begint in het midden van de week
Jezus zegt dat de mensen in Judea, zodra zij de gruwel der verwoesting in de heilige plaats zien staan, naar de bergen moeten vluchten (Mattheüs 24:15-21). Zij mogen niet eerst terugkeren om bezittingen te halen. De nood is onmiddellijk, want dan begint de grote verdrukking.
Openbaring 12 beschrijft dezelfde omslag vanuit de hemel. De vrouw — Israël — vlucht naar de „woestijn”, „waar zij een plaats had, haar van God bereid, opdat zij haar aldaar zouden voeden duizend tweehonderd zestig dagen” (Openbaring 12:6). Later wordt diezelfde periode omschreven als „een tijd, en tijden, en een halven tijd” (vers 14): drieënhalf jaar, precies de tweede helft van de week.
Bij „woestijn” moeten wij niet automatisch aan een dorre zandwoestijn denken. Het Griekse grondwoord erēmos duidt op een wildernis (wilderness), een eenzame of onbewoonde streek. De Schrift laat zelf zien hoe breed die aanduiding is. Jezus ging met Zijn discipelen naar een „woeste plaats” (erēmos), maar bij de wonderbare spijziging liet Hij de menigte daar op het „groene gras” zitten (Markus 6:31-39). Een wildernis kan dus wel degelijk begroeid zijn.
Mattheüs noemt de vlucht uit Judea naar de bergen. Openbaring noemt de wildernis waar God voor 1260 dagen een plaats heeft bereid. Die teksten botsen niet, maar vullen elkaar aan: het overblijfsel vlucht naar een afgezonderd berg- en wildernisgebied. De Schrift noemt de exacte plaats niet en geeft geen grond om haar als een kale zandvlakte voor te stellen. Zij leert wél glashelder Wie haar beveiligt, hoelang die bescherming duurt en waarom de vlucht noodzakelijk is.
Het toppunt van zeker wonen: God Zelf is de bescherming
Ezechiëls vermelding van dorpen zonder muren, grendels en poorten past juist bij deze situatie. Het volk is menselijk gezien onverdedigd. Zijn veiligheid rust niet op militaire versterkingen. God heeft de plaats bereid, brengt het overblijfsel erheen en onderhoudt het daar.
Zacharia 2 bevestigt precies dit beginsel. Jeruzalem zal „dorpsgewijze bewoond worden” vanwege de grote menigte, dus zonder gewone ommuring; vervolgens zegt de HEERE: „En Ik zal haar wezen, spreekt de HEERE, een vurige muur rondom, en Ik zal tot heerlijkheid wezen in het midden van haar” (Zacharia 2:4-5). Geen menselijke muur betekent bij Gods bewaarde volk niet: geen bescherming. De HEERE Zelf is de muur.
Openbaring gebruikt daarbij taal die aan de uittocht herinnert. De vrouw ontvangt „twee vleugelen van een groten arend” om naar haar plaats in de woestijn te vliegen (Openbaring 12:14). God zei na de uittocht tegen Israël: „Ik heb u op vleugelen der arenden gedragen, en u tot Mij gebracht” (Exodus 19:4). Deuteronomium 32:10-12 verbindt eveneens de woestijn, Gods bewaring en het beeld van de arend: Hij vond Israël in een woestijnland, bewaarde hem als Zijn oogappel en droeg hem op Zijn vlerken. Zoals God Israël uit Egypte leidde en in de woestijn onderhield, zo bewaart Hij opnieuw een overblijfsel dat uit het bereik van de vijand vlucht.
Daarom is „veilig wonen” vóór Gogs aanval werkelijk veilig wonen. Sterker nog: dit is het toppunt van zeker wonen. Welke menselijke vesting kan veiliger zijn dan een plaats die God Zelf heeft bereid, waar Hij Zijn volk Zelf onderhoudt en die Hij Zelf buiten het bereik van de slang houdt? Israël heeft daar geen muur, grendel, poort, leger of politiek verbond nodig. De Almachtige Zelf staat voor de veiligheid van het overblijfsel in.
Dit is nog niet de volledige, wereldwijde Koninkrijksvrede die na Christus’ komst aanbreekt, maar de bescherming gedurende de vastgestelde 1260 dagen is volkomen werkelijk en zeker. Midden in de zwaarste verdrukking op aarde woont dit overblijfsel veilig omdat God Zelf het bewaart.
Het beschermde overblijfsel is Satans hoofdprioriteit
Openbaring 12 laat ook zien dat Israël niet toevallig in gevaar komt. Nadat Satan uit de hemel is neergeworpen, vervolgt hij onmiddellijk de vrouw die het mannelijke Kind heeft gebaard (vers 13). De vrouw wordt echter gevoed „buiten het gezicht der slang” (vers 14). De slang werpt vervolgens water als een rivier achter haar aan om haar te laten wegvoeren, maar de aarde komt de vrouw te hulp en verzwelgt de rivier (verzen 15-16).
De vrouw is niet slechts één doelwit tussen vele andere. Zodra de draak op de aarde is geworpen, richt hij zich onmiddellijk op haar. Zijn hoofdprioriteit is het overblijfsel van Israël te vernietigen. Hij vervolgt haar, zendt een vernietigende stroom achter haar aan en „vergrimde op de vrouw” toen de aarde haar hielp (Openbaring 12:13-17).
Toch kan de draak haar niet bereiken. Niet omdat zijn haat of inzet gering is, maar omdat God zijn aanval begrenst. Pas wanneer zijn aanval op de vrouw mislukt, gaat hij oorlog voeren tegen de overigen van haar zaad, „die de geboden Gods bewaren, en de getuigenis van Jezus Christus hebben” (vers 17). Die uitwijking onderstreept juist dat hij zijn hoofddoel niet kon treffen.
Dit onderscheid is belangrijk. „De vrouw” stelt Israël als volk voor, maar de bijzondere bescherming geldt het overblijfsel dat Jezus’ waarschuwing gehoorzaamt en uit Judea naar de bereide plaats vlucht. Jeruzalem en de beschermde vrouw bevinden zich gedurende deze periode dus niet op dezelfde plaats.
Jeruzalem is het zichtbare machtscentrum dat Satan wél kan bezetten
In de tweede helft ligt Jeruzalem juist onder de macht van het beest:
- de heilige stad wordt 42 maanden door de heidenen vertreden (Openbaring 11:2);
- de gruwel der verwoesting staat in de heilige plaats (Mattheüs 24:15);
- de mens der zonde zet zich in de tempel van God en vertoont zichzelf dat hij God is (2 Thessalonicenzen 2:4);
- de laatste koning plant de tenten van zijn paleis tussen de zeeën aan de berg van het heilig sieraad (Daniël 11:45).
Deze teksten plaatsen het religieus-politieke machtscentrum van de beestheerser in en rond Jeruzalem. Maar dat betekent niet dat de stad door hem wordt beschermd. Satan gebruikt, bezet en ontheiligt haar.
Openbaring legt zelfs vast dat de beestmacht zich uiteindelijk tegen de grote stad keert. De vrouw uit Openbaring 17 is „de grote stad” (Openbaring 17:18); Openbaring 11 heeft de grote stad waar de Heere gekruisigd werd reeds als Jeruzalem geïdentificeerd (Openbaring 11:8). Vervolgens haten het beest en de tien hoornen de hoer, maken haar woest en naakt en verbranden haar met vuur (Openbaring 17:16-17).
Zacharia 14 sluit daarbij aan. God vergadert alle volken tegen Jeruzalem; de stad wordt ingenomen, de huizen worden geplunderd en de helft van de stad gaat uit in gevangenschap (Zacharia 14:2). Jeruzalem is dus een werkelijk doelwit en strijdtoneel. De stad die het middelpunt van de beestorde is geworden, wordt door diezelfde goddeloze wereldmacht bezet, geschonden en getroffen.
Ook daarin blijft God volkomen soeverein. Zacharia zegt dat God de volken tegen Jeruzalem vergadert, en Openbaring 17:17 zegt dat God het in de harten van de tien koningen geeft om Zijn oordeel uit te voeren. Satan kan Jeruzalem alleen bezetten en treffen binnen de ruimte die God hem voor het oordeel over de stad toestaat.
Gogs specifieke doelwit is het veilig wonende overblijfsel
Ezechiël legt binnen dat grotere oorlogscomplex een andere nadruk. Gog bedenkt zijn kwade plan tegen:
- een volk dat uit de volken is verzameld;
- mensen die op de bergen Israëls wonen;
- een land van dorpen zonder muren, grendels en poorten;
- en een bevolking die werkelijk veilig woont (Ezechiël 38:8,11-14).
Dat profiel past niet in de eerste plaats bij het bezette en aangevallen Jeruzalem. Het sluit rechtstreeks aan bij de groep die uit Judea naar de bergen vlucht, in Gods bereide wildernisplaats wordt onderhouden en buiten het gezicht van de slang wordt bewaard.
Daarmee wordt het onderscheid scherp:
Jeruzalem is het zichtbare machtscentrum en strijdtoneel dat Satan kan bezetten; het veilig wonende overblijfsel op de bergen is het doelwit dat hij ondanks al zijn macht niet kan grijpen.
Gogs aanval is daarom in het bijzonder gericht op het door God beschermde overblijfsel. Menselijk gezien woont het zonder verdedigingswerken. Geestelijk gezien is het onbereikbaar, omdat God Zelf zijn veiligheid garandeert. Juist dat maakt deze aanval tot het uiterste treffen tussen Satans vernietigingswil en Gods verbondstrouw.
Ook Gog beweegt niet buiten Gods bestuur. Gog bedenkt de kwade gedachte, maar God zegt dat Hij hem laat optrekken en hem met haken voortbrengt om Zich voor de ogen van de volken aan hem te heiligen (Ezechiël 38:4,10,16). Satan drijft de vernietigingswil; God bestuurt de aanval naar het ogenblik waarop Hij Zijn macht en trouw openbaar maakt.
Drie doelen binnen één afsluitende oorlog
De verschillende profetieën beschrijven geen tegenstrijdige bestemmingen, maar verschillende niveaus van dezelfde eindcampagne:
| Doel | Wat de Schrift laat zien |
|---|---|
| Jeruzalem | Het zichtbare religieus-politieke centrum van de beestorde, de stad wordt vertreden, ingenomen en getroffen |
| Het beschermde overblijfsel | Satans hoofdprioriteit en Gogs specifieke doelwit, het woont veilig op de bergen onder Gods rechtstreekse bescherming |
| Jezus Christus | De uiteindelijke Tegenstander tegen Wie het beest, de koningen en hun legers zich bij Zijn verschijning verzamelen |
Dezelfde draak die in Openbaring 12 de vrouw probeert te vernietigen, staat in Openbaring 13 achter de macht van het beest. Bij de zesde fiool gaan vervolgens onreine geesten uit de mond van de draak, het beest en de valse profeet naar „de koningen der aarde en der gehele wereld” om hen te verzamelen „tot den krijg van dien groten dag des almachtigen Gods” (Openbaring 16:13-16).
Openbaring 12 toont Satans hoofdprioriteit: de vrouw vernietigen. Openbaring 16 toont de wereldwijde verzameling die hij met het beest en de valse profeet aandrijft. Zacharia 14 toont het front bij Jeruzalem. Ezechiël 38 toont Gog en vele volken die oprukken tegen het veilig wonende volk op de bergen Israëls. Openbaring 19 toont tenslotte het beest, de koningen der aarde en hun legers verzameld tegen Christus Zelf.
De lijn loopt dus steeds dieper: Satan grijpt Jeruzalem, probeert het beschermde overblijfsel uit Gods hand te rukken en verzamelt uiteindelijk zijn wereldmacht tegen de komende Koning. Gog en zijn bondgenoten vormen binnen die eindcampagne de grote aanvalsmacht tegen het veilig wonende Israël.
Toch bereikt Gog zijn doel niet. Juist wanneer het overblijfsel menselijk gezien weerloos lijkt, treedt God Zelf als zijn muur en verdediger op. Op de bergen van Israël wordt Gog geoordeeld. Daarna volgt een nog ruimere en blijvende veiligheid: Israël kent de HEERE vanaf die dag, God verbergt Zijn aangezicht niet meer en stort Zijn Geest over het huis Israëls uit (Ezechiël 39:22,29). De bescherming tijdens de verdrukking gaat over in de vrede van Christus’ Koninkrijk.
Kunnen wij Gog met een huidige leider of een modern land identificeren?
Nee. De Schrift noemt Gog, Magog, Mesech, Tubal, Perzië, Cusj, Put, Gomer en Togarma. Zij levert geen moderne politieke kaart waarop alle oude namen rechtstreeks en onbetwist aan huidige landsgrenzen worden gekoppeld.
Klankovereenkomsten zijn geen Schriftbewijs. Mesech wordt niet Rusland omdat iemand het woord op „Moskou” vindt lijken, en Tubal wordt niet een moderne plaats enkel door een vergelijkbare naamklank.
Zelfs waar een oude landstreek historisch herkenbaar lijkt, volgt daaruit nog niet:
- welke huidige grenzen bedoeld worden;
- welke toekomstige regering daar zal heersen;
- wie Gog persoonlijk is;
- of hoe het bondgenootschap precies politiek wordt gevormd.
Profetie moet niet bij iedere internationale crisis van een nieuwe kandidatenlijst worden voorzien. De Schrift geeft de toekomstige leider aan zijn optreden prijs: hij leidt met vele volken de aanval op het herstelde Israël en wordt door God Zelf vernietigd.
Is Ezechiëls Gog dezelfde strijd als „Gog en Magog” in Openbaring 20?
Nee. Openbaring 20 plaatst zijn „Gog en Magog” uitdrukkelijk na het duizendjarig Koninkrijk.
De volgorde is:
- Christus regeert duizend jaar;
- Satan is gedurende die periode gebonden;
- na de duizend jaren wordt hij losgelaten;
- hij verleidt de volken in de vier hoeken der aarde, „Gog en Magog”;
- zij omsingelen de legerplaats der heiligen en de geliefde stad;
- vuur daalt van God uit de hemel neer en verslindt hen;
- Satan wordt in de poel des vuurs geworpen;
- de grote witte troon volgt;
- de eerste hemel en aarde vluchten weg.
Dat verschilt wezenlijk van Ezechiël 38-39.
| Ezechiël 38-39 | Openbaring 20:7-15 |
|---|---|
| Gog is een vorst uit het land Magog | Gog en Magog benoemen de verleide volken uit de vier hoeken der aarde |
| Een noordelijke coalitie en vele volken trekken op | Volken over de hele breedte der aarde trekken op |
| De aanval wordt met aardbeving, verwarring, pestilentie, hagel, vuur en zwavel geoordeeld | Vuur uit de hemel verslindt de opstandelingen |
| Vogels eten de gesneuvelden | Geen vogelmaaltijd wordt genoemd |
| Israël begraaft zeven maanden lang lichamen en beenderen | De grote witte troon en het verdwijnen van de oude aarde volgen |
| Wapens worden zeven jaar lang als brandstof gebruikt | Er volgen geen zeven aardse opruimingsjaren |
| Israël kent daarna de HEERE en de Koninkrijksorde volgt | De duizendjarige Koninkrijksorde is reeds voorbij |
Als Ezechiëls oorlog na het millennium plaatsvond, zou er geen normale periode van zeven jaar wapenverbranding en zeven maanden begrafeniswerk meer volgen. Openbaring gaat direct naar de grote witte troon en daarna naar de nieuwe hemel en nieuwe aarde.
Openbaring gebruikt „Gog en Magog” daarom als profetische naam voor de laatste wereldwijde opstand die in karakter op Ezechiëls aanval lijkt. De namen worden een aanduiding voor volken die zich gezamenlijk tegen Gods volk en stad keren. Het is een latere herhaling van hetzelfde opstandspatroon, niet dezelfde kalendergebeurtenis.
De Schrift gebruikt zulke profetische naamgeving vaker. Jeruzalem kan geestelijk Sodom en Egypte worden genoemd, en in haar eindtijdse hoererij Babylon. De naam drukt het geestelijke en historische karakter uit zonder de gebeurtenissen tot één tijdstip samen te voegen.
Elf samenlopende Schriftlijnen leggen de tijd vast
De tijd van Gogs nederlaag wordt niet door één geïsoleerd detail bepaald. Minstens elf Schriftlijnen komen op hetzelfde eindpunt samen:
- Ezechiël plaatst de aanval in het laatste der jaren en de laatste dagen.
- Jezus plaatst de vlucht uit Judea na de gruwel der verwoesting; Openbaring 12 laat de vrouw vervolgens 1260 dagen in Gods bereide wildernisplaats bewaren.
- De draak maakt het beschermde overblijfsel tot zijn hoofdprioriteit, kan de vrouw niet vernietigen en staat daarna met het beest en de valse profeet achter de wereldwijde verzameling bij de zesde fiool.
- Gog trekt met vele volken tegen het veilig wonende, onbemuurde volk op de bergen Israëls; Zacharia toont tegelijk het front bij Jeruzalem en Openbaring verzamelt de koningen van de gehele wereld tot Armageddon.
- God oordeelt met een enorme aardbeving, vallende bergen en grote hagel — dezelfde eindverschijnselen als bij de zevende fiool.
- De vijandelijke legers keren hun wapens tegen elkaar — dezelfde verwarring als bij de komst van de HEERE in Zacharia 14.
- Ezechiël roept de vogels tot een maaltijd van vorsten, machtigen, paarden en ruiters — Openbaring 19 herhaalt deze maaltijd bij Christus’ wederkomst.
- God maakt Zijn heerlijkheid onder de volken bekend — de Koning der koningen verschijnt zichtbaar.
- Israël kent de HEERE vanaf die dag — Zacharia toont Israëls rouw over de Doorstokene.
- God verbergt Zijn aangezicht niet meer en stort Zijn Geest uit — Zacharia spreekt over de Geest der genade en Romeinen 11 over de komende Verlosser Die Jakob redt.
- Na de oorlog volgt de blijvende Koninkrijkstoestand waarin Israël gereinigd, verzameld en veilig is.
De som van deze Schriftlijnen legt één grote beweging vast:
Satans aanval op Israël → de wereldwijde volkenverzameling → Gods voleindigende oordelen → Christus’ zichtbare komst → Israëls nationale bekering → de Koninkrijksorde.
Daarbinnen behoort Gogs aanval tot de afsluitende oorlog rond Israël. Zijn vernietiging valt samen met de openlijke tussenkomst van de HEERE, de vogelmaaltijd bij Christus’ komst en Israëls nationale herstel.
De complete tijdlijn
| Fase | Gebeurtenis |
|---|---|
| Midden van Daniëls week | Na de gruwel der verwoesting vlucht het gehoorzame overblijfsel uit Judea naar de bergen en de door God bereide plaats in de wildernis |
| Tweede helft van Daniëls week | De heilige stad wordt vertreden, de mens der zonde eigent zich Gods tempel toe en Jeruzalem wordt het zichtbare machtscentrum van de beestorde |
| Tweede helft van Daniëls week | God voedt en beschermt de vrouw 1260 dagen buiten het bereik van de slang, dit is het toppunt van zeker wonen, zonder muren, grendels, poorten of militaire verdediging |
| Laatste fase van Daniëls week | De draak, het beest en de valse profeet drijven de koningen van de gehele wereld naar de eindstrijd |
| Zesde fiool | Demonische geesten verzamelen de koningen der aarde en der gehele wereld tot Armageddon |
| Eindstrijd | Jeruzalem wordt aangevallen en ingenomen, Gog trekt tegen het veilig wonende overblijfsel op de bergen op, de verzamelde wereldlegers keren zich bij Christus’ verschijning tegen Hem |
| Zevende fiool | De grootste aardbeving, stedenval, bergenval en grote hagel brengen Gods oordelen tot hun climax |
| Christus’ wederkomst | De HEERE trekt uit en strijdt, Christus verschijnt als Koning der koningen, de legers worden vernietigd |
| Grote vogelmaaltijd | De vogels eten het vlees van koningen, vorsten, machtigen, paarden en krijgslieden |
| Directe overgang | Israël erkent de HEERE en ziet op de Doorstokene, God reinigt en herstelt Zijn volk |
| Koninkrijksperiode | Israël begraaft de gesneuvelden, reinigt het land en gebruikt de wapens zeven jaar als brandstof |
| Na duizend jaar | Een andere, laatste opstand wordt in Openbaring 20 typologisch „Gog en Magog” genoemd |
De exacte kalenderdag waarop Gogs opmars binnen de eindcampagne begint, wordt niet genoemd. Evenmin vertelt de Schrift hoeveel dagen iedere militaire beweging duurt. De plaats van zijn vernietiging in de grote profetische volgorde staat echter stevig:
bij de afsluitende oorlog rond Israël en de zichtbare komst van Christus.
De HEERE strijdt voor Zijn volk
Ezechiël 38-39 gaat uiteindelijk niet over de militaire genialiteit van Gog. Het gaat over de heiligheid van God.
Gog denkt:
ik zal optrekken, ik zal buit nemen, ik zal mij verrijken.
God antwoordt:
Ik zal Mij groot maken, Ik zal Mij heiligen en Ik zal voor de ogen van de volken bekend worden.
De eindstrijd bewijst dat geen wereldmacht Gods verbond en beloften kan vernietigen. Israël wordt niet behouden omdat het sterker is dan de verzamelde volken. Het wordt behouden omdat de HEERE trouw blijft aan Zijn Naam en aan Zijn Woord.
Hetzelfde geldt voor iedere zondaar die gered wordt. Onze redding rust niet op onze kracht, afkomst, trouw of verdienste. Jezus Christus stierf voor onze zonden, werd begraven en stond op de derde dag op, naar de Schriften (1 Korinthe 15:3-4).
Wie op Hem gelooft, heeft het eeuwige leven. Christus droeg aan het kruis het oordeel dat wij verdienden. Hij redt volledig uit genade.
De Jezus Die nu als Verlosser wordt verkondigd, zal eenmaal als Rechter en Koning verschijnen. Dan kan geen leger standhouden tegen het Woord uit Zijn mond.
Gog verzamelt vele volken. Christus hoeft geen gelijkwaardig leger bijeen te brengen om misschien te winnen. Hij verschijnt — en de strijd is beslist.
Veelgestelde vragen
Is de oorlog van Gog dezelfde gebeurtenis als Armageddon?
Ezechiël en Openbaring beschrijven verschillende gezichtspunten van hetzelfde grote eindstrijdcomplex. De verbinding wordt vooral vastgelegd door de aanval op Israël, de verzameling van vele volken, de grote aardbeving en hagel, Gods openlijke heerlijkheid, de vrijwel identieke vogelmaaltijd en Israëls nationale Godskennis daarna. Armageddon is de plaats van wereldwijde verzameling; de oorlog strekt zich uit over Jeruzalem en het land Israël.
Is de aanval gericht op Jeruzalem of op het beschermde overblijfsel?
Op beide, maar niet op dezelfde manier. Jeruzalem is het zichtbare machtscentrum en strijdtoneel dat het beest bezet en dat volgens Zacharia 14 wordt ingenomen. Het beschermde overblijfsel is Satans hoofdprioriteit en Gogs specifieke doelwit: Ezechiël beschrijft een veilig wonend, onbemuurd volk op de bergen Israëls, precies waarheen Jezus de gehoorzamen uit Judea laat vluchten en waar God de vrouw 1260 dagen bewaart. Jeruzalem kan Satan grijpen; het overblijfsel kan hij niet uit Gods hand rukken. Wanneer Christus verschijnt, richten het beest en de verzamelde legers zich uiteindelijk tegen Hemzelf.
Waarom woont Israël vóór de aanval veilig?
Omdat God in de tweede helft van Daniëls week voor het gehoorzame overblijfsel een plaats in de wildernis heeft bereid. Het grondwoord erēmos betekent een wildernis of afgezonderde streek en niet noodzakelijk een dorre zandwoestijn; Markus 6 noemt zo’n erēmos-plaats waar groen gras groeide. Jezus beveelt de mensen in Judea na de gruwel der verwoesting naar de bergen te vluchten. Openbaring 12 zegt dat de vrouw daar 1260 dagen wordt gevoed, buiten het bereik van de slang. Dit is het toppunt van zeker wonen: zij heeft geen muren, poorten of militaire verdediging nodig, want God Zelf bewaart haar. Juist dit overblijfsel is Satans hoofdprioriteit. Hij vervolgt de vrouw en vergrimt op haar, maar kan haar niet vernietigen. Daarna staat hij achter de verzameling van de koningen van de gehele wereld voor de eindstrijd. Na Christus’ overwinning gaat deze bescherming over in Israëls blijvende Koninkrijksvrede.
Is Gog een huidige Russische leider?
De Schrift geeft geen huidige naam en identificeert Magog, Mesech en Tubal niet rechtstreeks met de moderne Russische staat. Overeenkomsten in klank of wisselende geopolitieke bondgenootschappen zijn onvoldoende om een levende leider als Gog aan te wijzen.
Wie zijn de genoemde landen vandaag?
Ezechiël noemt werkelijke oude volken en landstreken, maar geeft geen moderne grenskaart. Sommige historische gebieden kunnen globaal herkenbaar zijn, maar de precieze toekomstige staten, regeringen en grenzen worden niet geopenbaard. Het artikel bouwt zijn tijdsplaatsing daarom niet op moderne landkaarten.
Waarom worden de wapens zeven jaar lang verbrand?
God geeft Israël zoveel achtergelaten oorlogsmateriaal dat het zeven jaar als brandstof dient. De precieze materialen en wijze van verbranding worden niet genoemd. De hoofdzaak is dat de wapens hun militaire functie verliezen en Gods volk niet meer afhankelijk is van gewoon hout als brandstof.
Hoe kunnen de vogels eten terwijl Israël de doden begraaft?
De vogels eten het vlees van de gesneuvelden; Israël ruimt daarna de resterende lichamen, beenderen en verontreiniging op. De twee beschrijvingen vullen elkaar aan. De vogelmaaltijd legt de nadruk op Gods overwinning; het begrafeniswerk op de reiniging van het land.
Duurt het 75 dagen of zeven maanden voordat het Koninkrijk begint?
Daniëls 1290 en 1335 dagen geven mijlpalen 30 en 75 dagen voorbij de laatste 1260 dagen. Ezechiël zegt dat het begrafeniswerk zeven maanden duurt. Geen tekst zegt dat iedere opruiming voltooid moet zijn voordat de Koninkrijksorde is begonnen. De reiniging van het land kan onder Christus’ regering doorgaan.
Is „Gog en Magog” in Openbaring 20 dezelfde oorlog?
Nee. Openbaring 20 plaatst die opstand na de duizend jaren en direct vóór de grote witte troon en de nieuwe hemel en aarde. Ezechiël laat na Gogs nederlaag juist zeven jaren wapenverbranding, zeven maanden begrafeniswerk, Israëls nationale herstel en een doorgaande aardse Koninkrijksorde zien. Openbaring gebruikt de namen daar voor een latere opstand met hetzelfde antigoddelijke karakter.
Wat gebeurt er onmiddellijk na Gogs nederlaag?
Gods heerlijkheid wordt onder de volken bekend, Israël kent de HEERE vanaf die dag en God stort Zijn Geest over het huis Israëls uit. Zacharia laat zien dat Israël op de Doorstokene ziet en rouw bedrijft. Daarna volgt de reiniging van het land en de vestiging van Christus’ Koninkrijksorde.
Conclusie
De oorlog van Gog behoort tot de afsluitende eindstrijd rond Israël waarin de koningen van de gehele wereld worden verzameld en Jezus Christus zichtbaar verschijnt.
Ezechiël ziet Gog en vele volken tegen het herstelde land Israël optrekken. God antwoordt met grimmigheid, een enorme aardbeving, vallende bergen, verwarring onder de aanvallers, pestilentie, bloed, stortregen, hagel, vuur en zwavel.
Ook Israëls veilige, onbemuurde wonen vormt een krachtige tijdsaanwijzing. Na de gruwel der verwoesting vlucht het gehoorzame overblijfsel uit Judea naar de bergen en naar de plaats die God in de wildernis voor haar heeft bereid. Jeruzalem blijft achter als het zichtbare machtscentrum van het beest: de stad wordt vertreden, ontheiligd en uiteindelijk ingenomen. De beschermde vrouw bevindt zich elders. Zij wordt 1260 dagen onderhouden, buiten het bereik van de slang. Dit is het toppunt van zeker wonen: zij wordt niet door muren, poorten of militaire macht beschermd, maar door God Zelf.
Daarom moeten Jeruzalem en het overblijfsel niet als één onmiddellijk doelwit worden samengevoegd. Jeruzalem is het strijdtoneel dat Satan kan bezetten en treffen. Het overblijfsel op de bergen is zijn hoofdprioriteit en Gogs specifieke doelwit: het veilig wonende volk dat hij wil vernietigen, maar niet uit Gods hand kan rukken. Wanneer Jezus Christus verschijnt, worden Hij en Zijn hemelse leger het uiteindelijke doel van de verzamelde wereldmacht.
Openbaring plaatst dezelfde grote verschijnselen bij de laatste fiolen en verzamelt de koningen van de gehele wereld tot Armageddon. Zacharia ziet alle volken tegen Jeruzalem en de HEERE Die uittrekt om te strijden. Joël ziet de verzamelde heidenen, hemel en aarde die beven en God Die vanuit Sion ingrijpt.
Het duidelijkste herkenningspunt is de maaltijd van de vogels. Ezechiël roept hen tot het eten van vorsten, helden, paarden en ruiters. Openbaring 19 herhaalt diezelfde Goddelijke maaltijd bij de zichtbare komst van Jezus Christus.
Daarna kent Israël de HEERE vanaf die dag. God verbergt Zijn aangezicht niet meer en stort Zijn Geest over het huis Israëls uit. Dat sluit rechtstreeks aan bij Zacharia’s Geest der genade, Israëls zien op de Doorstokene en Romeinen 11: „De Verlosser zal uit Sion komen.”
Na de overwinning gebruikt Israël de achtergelaten wapens zeven jaar als brandstof. De zeven maanden begrafeniswerk en de verdere reiniging van het land vinden plaats in de overgang naar en onder de regering van Christus. De middelen van oorlog worden onschadelijk gemaakt terwijl de Vredevorst Zijn Koninkrijksorde vestigt.
God heeft Gogs aanval bekendgemaakt om iets veel belangrijkers vast te leggen:
de eindstrijd wordt niet door Gog, het beest of de verzamelde koningen beslist. De HEERE Zelf strijdt voor Zijn volk en Jezus Christus verschijnt als Koning der koningen.
Verder lezen in de serie Openbaring en de eindtijd
Vorige artikel:
De bruiloft des Lams en het bruiloftsmaal
Volgende artikel:
De wederkomst en de uiteindelijke redding van Israël
Serieoverzicht: