De gelijkenis van de zaaier laat zien dat Gods Woord werkelijk gezaaid wordt en dat mensen werkelijk verantwoordelijk zijn voor hun reactie. Deze ene gelijkenis zet grote druk op het calvinistische systeem.
De gelijkenis van de zaaier en het calvinisme
Waarom Mattheüs 13 laat zien dat het Woord overal gezaaid wordt, de mens verantwoordelijk is, en vrucht niet de grond van eeuwig leven is.
Soms heb je geen dik boek nodig om een systeem te toetsen.
Soms is één gelijkenis genoeg.
Zie ook de overzichtspagina: Calvinisme getoetst aan de Schrift.
De Heere Jezus vertelde in Mattheüs 13 de gelijkenis van de zaaier. Een eenvoudige gelijkenis over een zaaier, zaad en verschillende soorten grond. Maar juist die eenvoudige gelijkenis slaat een groot gat in de leer van het calvinisme.
Waarom?
Omdat de Heere Jezus laat zien dat het zaad overal gezaaid wordt.
Omdat Hij laat zien dat mensen verschillend reageren op hetzelfde Woord.
Omdat Hij laat zien dat de toestand van het hart bepalend is.
Omdat Hij laat zien dat mensen kunnen horen, kunnen verstaan, kunnen geloven, kunnen weigeren, kunnen verharden en kunnen vrucht dragen — of juist niet.
Dat is totaal iets anders dan het calvinistische systeem.
Calvinisme zegt vaak: de mens is zo dood dat hij niet kan geloven, niet kan kiezen, niet kan reageren, tenzij God hem eerst onwederstandelijk verandert.
Maar de Heere Jezus zegt in Mattheüs 13 iets anders.
Hij zegt niet: de zaaier koos vooraf welke grond vruchtbaar moest zijn.
Hij zegt niet: het zaad werd alleen op uitverkoren grond gestrooid.
Hij zegt niet: de steenachtige grond kon niets horen.
Hij zegt niet: de doornen konden onmogelijk ontvangen.
Hij zegt niet: iedereen die het Woord ontvangt, zal automatisch volharden en vrucht dragen.
Nee.
De zaaier zaait het zaad.
Het zaad is het Woord.
De grond stelt het hart van de mens voor.
En de reactie op het Woord verschilt.
Dat is vernietigend voor het calvinisme.
Zie ook: Calvinisme en genade gaan niet samen.
De zaaier zaait overal
De Heere Jezus zegt:
“Ziet, een zaaier ging uit om te zaaien.”
— Mattheüs 13:3
De zaaier zaait.
Hij zaait niet alleen op de goede aarde.
Hij zaait ook bij de weg.
Hij zaait op steenachtige plaatsen.
Hij zaait onder de doornen.
Hij zaait in goede aarde.
Dat is belangrijk.
Als het calvinisme waar zou zijn, zou je verwachten dat de zaaier alleen zaait op grond die God vooraf onwederstandelijk vruchtbaar gemaakt heeft. Maar dat is niet wat de gelijkenis zegt.
Het zaad wordt breed uitgestrooid.
Dat past precies bij de opdracht van de Heere Jezus:
“Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle kreaturen.”
— Markus 16:15
Aan alle kreaturen.
Niet alleen aan de uitverkorenen.
Niet alleen aan mensen van wie wij denken dat zij misschien “getrokken” zijn.
Niet alleen aan mensen die al tekenen van wedergeboorte vertonen.
Aan alle kreaturen.
Waarom?
Omdat het Evangelie werkelijk voor allen gepredikt mag worden. Omdat Christus werkelijk voor zondaren gestorven is. Omdat ieder mens werkelijk verantwoordelijk is voor wat hij met Gods Woord doet.
Zie ook: Kan iedereen gered worden?
Het zaad is het Woord
De Heere Jezus verklaart Zelf wat het zaad is.
“Als iemand dat Woord des Koninkrijks hoort, en niet verstaat, zo komt de boze, en rukt weg hetgeen in zijn hart gezaaid was; deze is degene, die bij den weg bezaaid is.”
— Mattheüs 13:19
Het zaad is het Woord.
In Lukas 8 wordt het nog korter gezegd:
“Dit is nu de gelijkenis: Het zaad is het Woord Gods.”
— Lukas 8:11
Dat is belangrijk.
God werkt door Zijn Woord.
Geloof komt door het Woord.
De mens wordt geroepen door het Evangelie.
Dit raakt direct aan de vraag:
Kan een mens uit zichzelf geloven?
“Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods.”
— Romeinen 10:17
Dat is de Bijbelse lijn.
Niet: eerst een verborgen wedergeboorte waardoor iemand pas kan geloven.
Niet: eerst een onweerstaanbare werking waardoor iemand geen nee meer kan zeggen.
Niet: eerst een mystieke verandering los van het Woord.
Nee.
Het Woord wordt gezaaid.
De mens hoort.
De mens reageert.
Sommigen verwerpen het.
Sommigen ontvangen het oppervlakkig.
Sommigen ontvangen het, maar raken verstrikt.
Sommigen dragen vrucht.
Maar het zaad is hetzelfde.
Het verschil zit niet in het zaad.
Het verschil zit in de grond.
De grond is het hart
De Heere Jezus spreekt over verschillende soorten grond, maar Hij bedoelt niet letterlijk landbouwgrond. Hij spreekt over het hart van de mens.
Het Woord wordt gezaaid in het hart.
“...hetgeen in zijn hart gezaaid was...”
— Mattheüs 13:19
De vraag is dus: hoe reageert het hart op het Woord van God?
Dat is precies wat calvinisme vaak wegneemt. Calvinisme maakt van de mens een soort geestelijke pop zonder echte verantwoordelijkheid. Alles ligt dan uiteindelijk vast door een verborgen besluit. De ene grond móét vruchtbaar worden. De andere grond kán nooit vruchtbaar worden.
Maar de Heere Jezus legt de nadruk anders.
Hij spreekt over horen.
Hij spreekt over verstaan.
Hij spreekt over ontvangen.
Hij spreekt over geen wortel hebben.
Hij spreekt over geërgerd worden.
Hij spreekt over verstikt worden door zorgen en rijkdom.
Hij spreekt over vrucht dragen.
Dat zijn reacties op het Woord.
De mens is verantwoordelijk.
Zie ook: Heeft de mens werkelijk een eigen vrije wil?
Waarom spreekt Jezus in gelijkenissen?
De discipelen vroegen:
“Waarom spreekt Gij tot hen door gelijkenissen?”
— Mattheüs 13:10
De Heere Jezus antwoordde:
“Omdat het u gegeven is, de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen te weten, maar dien is het niet gegeven.”
— Mattheüs 13:11
Op het eerste gezicht zou iemand kunnen zeggen: zie je wel, God geeft het aan sommigen en niet aan anderen.
Maar lees door.
De Heere Jezus legt Zelf uit waarom sommigen niet verstaan:
“Want het hart dezes volks is dik geworden, en zij hebben met de oren zwaarlijk gehoord, en hun ogen hebben zij toegedaan; opdat zij niet te eniger tijd met de ogen zouden zien, en met de oren horen, en met het hart verstaan, en zich bekeren, en Ik hen geneze.”
— Mattheüs 13:15
Let op die woorden:
“hun ogen hebben zij toegedaan.”
Wie deed dat?
Zij zelf.
Niet God sloot hun ogen zodat zij onmogelijk konden geloven.
Zij sloten hun ogen.
Zij wilden niet zien.
Zij wilden niet horen.
Zij wilden niet verstaan.
Dat is precies wat de Heere Jezus ook zei in Johannes 5:
“En gij wilt tot Mij niet komen, opdat gij het leven moogt hebben.”
— Johannes 5:40
Niet: gij kunt niet komen omdat God u niet uitverkoren heeft.
Niet: gij kunt niet komen omdat Christus niet voor u gestorven is.
Niet: gij kunt niet komen omdat genade u niet onweerstaanbaar trekt.
Maar:
“Gij wilt tot Mij niet komen.”
Dat is de menselijke verantwoordelijkheid.
Zie ook: Is de mens niet in totale doodstaat?
“Te eniger tijd” — zij hadden kunnen zien
Mattheüs 13:15 is zeer krachtig:
“...opdat zij niet te eniger tijd met de ogen zouden zien, en met de oren horen, en met het hart verstaan, en zich bekeren, en Ik hen geneze.”
— Mattheüs 13:15
“Te eniger tijd.”
Dat laat mogelijkheid zien.
Zij hadden kunnen zien.
Zij hadden kunnen horen.
Zij hadden kunnen verstaan.
Zij hadden zich kunnen bekeren.
Hij had hen willen genezen.
Maar zij sloten hun ogen.
Dat vernietigt de gedachte dat zij simpelweg niet konden geloven omdat God hun die mogelijkheid nooit gaf.
De Heere Jezus legt de schuld niet bij een verborgen besluit van God.
Hij legt de schuld bij hun eigen gesloten ogen, gesloten oren en verhard hart.
Daarom is ongeloof schuld.
Niet omdat iemand pech had niet uitverkoren te zijn.
Maar omdat iemand het licht verwerpt dat God geeft.
Dit sluit aan bij de waarheid dat God geen aannemer des persoons is.
God geeft licht
De Bijbel leert dat God licht geeft.
“Dit was het waarachtige Licht, Hetwelk verlicht een iegelijk mens, komende in de wereld.”
— Johannes 1:9
En Romeinen 1 zegt:
“Overmits hetgeen van God kennelijk is, in hen openbaar is; want God heeft het hun geopenbaard.”
— Romeinen 1:19
God heeft aan de mens getuigenis gegeven.
De schepping getuigt.
Het geweten getuigt.
Het Woord getuigt.
Het Evangelie getuigt.
De mens is daarom niet zonder verantwoordelijkheid.
“Want Zijn onzienlijke dingen worden, van de schepping der wereld aan, uit de schepselen verstaan en doorzien, beide Zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid, opdat zij niet te verontschuldigen zouden zijn.”
— Romeinen 1:20
Niet te verontschuldigen.
Dat past niet bij het idee dat de mens nooit werkelijk kon reageren.
Als iemand nooit kon geloven, nooit kon antwoorden, nooit kon zien, nooit kon horen, nooit kon kiezen, hoe kan God hem dan rechtvaardig verantwoordelijk houden?
Maar de Schrift zegt dat mensen het licht verwerpen.
“Omdat zij, God kennende, Hem als God niet hebben verheerlijkt of gedankt; maar zijn verijdeld geworden in hun overleggingen, en hun onverstandig hart is verduisterd geworden.”
— Romeinen 1:21
Hun hart werd verduisterd.
Niet omdat God hen zonder mogelijkheid schiep.
Maar omdat zij het licht verwierpen.
De eerste grond: het zaad bij de weg
De Heere Jezus zegt:
“Als iemand dat Woord des Koninkrijks hoort, en niet verstaat, zo komt de boze, en rukt weg hetgeen in zijn hart gezaaid was; deze is degene, die bij den weg bezaaid is.”
— Mattheüs 13:19
Deze persoon hoort het Woord, maar verstaat het niet. De boze neemt het weg.
Dit is iemand die het Woord niet ontvangt. Het blijft als het ware aan de oppervlakte liggen. Het dringt niet door. Het wordt niet geloofd.
Dat zien we overal.
Mensen horen het Evangelie.
Maar zij halen hun schouders op.
Zij zeggen: “Ik weet het niet.”
Of: “Het interesseert me niet.”
Of: “Daar geloof ik niet in.”
Of: “Ik heb geen tijd voor dat soort dingen.”
Maar dat is niet Gods schuld.
Het zaad is gezaaid.
Het Woord is gekomen.
Maar het hart is hard.
De mens wijst het af.
De tweede grond: steenachtige plaatsen
Dan zegt de Heere Jezus:
“Maar die in steenachtige plaatsen bezaaid is, deze is degene, die het Woord hoort, en dat terstond met vreugde ontvangt; Doch hij heeft geen wortel in zichzelven, maar is voor een tijd; en als verdrukking of vervolging komt om des Woords wil, zo wordt hij terstond geërgerd.”
— Mattheüs 13:20-21
Let goed op.
Deze persoon hoort het Woord.
Hij ontvangt het Woord.
Hij ontvangt het zelfs met vreugde.
Maar hij krijgt geen diepe wortel. Als verdrukking of vervolging komt, wordt hij geërgerd.
Dit is zeer belangrijk.
Calvinisme zegt vaak: als iemand werkelijk gelooft, zal hij volharden, groeien en vrucht dragen. Als hij niet volhardt, was hij waarschijnlijk nooit echt.
Maar de Heere Jezus geeft hier iemand die het Woord ontvangt met vreugde, maar later struikelt door verdrukking.
Het probleem is niet dat het Woord nooit ontvangen werd.
Het probleem is gebrek aan wortel, gebrek aan groei, gebrek aan diepte.
Dat is niet hetzelfde als nooit geloven.
Een gelovige kan zwak zijn.
Een gelovige kan onvolwassen zijn.
Een gelovige kan zich laten afschrikken.
Een gelovige kan geërgerd worden.
Een gelovige kan falen in discipelschap.
Dat betekent niet automatisch dat hij nooit gered was.
Zie ook: Als ik eenmaal geloof, kan ik dan nog verloren gaan?
Er bestaan baby’s in Christus
Sommigen willen niet erkennen dat er onvolwassen gelovigen bestaan. Maar de Bijbel is duidelijk.
Paulus schrijft aan de Korinthiërs:
“En ik, broeders, kon tot u niet spreken als tot geestelijken, maar als tot vleselijken, als tot jonge kinderen in Christus.”
— 1 Korinthe 3:1
Jonge kinderen in Christus.
Niet: valse gelovigen.
Niet: nooit wedergeboren.
Niet: mensen die alleen maar deden alsof.
Paulus noemt hen broeders.
Hij noemt hen in Christus.
Maar hij noemt hen ook vleselijk.
Daarmee valt een groot stuk van calvinistische redenering om.
Want calvinisme zegt vaak: wie echt gered is, zal noodzakelijk groeien, volharden, vrucht dragen en trouw blijven.
Maar de Bijbel zegt dat er vleselijke gelovigen zijn.
Er zijn jonge kinderen in Christus.
Er zijn gelovigen die melk nodig hebben en geen vaste spijze kunnen verdragen.
Paulus zegt:
“Ik heb u met melk gevoed, en niet met vaste spijze; want gij vermocht toen nog niet; ja, gij vermoogt ook nu nog niet.”
— 1 Korinthe 3:2
Zij hadden moeten groeien, maar deden dat niet.
Toch waren zij “in Christus”.
Dat is belangrijk.
Niet iedere gelovige wordt volwassen.
Niet iedere gelovige wordt trouw.
Niet iedere gelovige wordt vruchtbaar.
Niet iedere gelovige leeft zoals hij zou moeten leven.
Maar eeuwig leven hangt niet aan geestelijke volwassenheid.
Eeuwig leven hangt aan Christus’ belofte.
“Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.”
— Johannes 6:47
De derde grond: onder de doornen
De Heere Jezus zegt:
“En die in de doornen bezaaid is, deze is degene, die het Woord hoort; en de zorgvuldigheid dezer wereld, en de verleiding des rijkdoms verstikt het Woord, en het wordt onvruchtbaar.”
— Mattheüs 13:22
Deze persoon hoort het Woord. Het Woord komt binnen. Maar het wordt verstikt.
Waardoor?
Door de zorgen van deze wereld.
Door de verleiding van rijkdom.
Door aardse drukte.
Door bezigheden.
Door begeerten.
Door dingen die op zichzelf misschien niet altijd verkeerd lijken, maar het Woord verstikken.
Het gevolg:
Hij wordt onvruchtbaar.
Niet: hij heeft nooit geloofd.
Niet: het zaad is nooit ontvangen.
Maar: het Woord wordt verstikt, en hij wordt onvruchtbaar.
Dat is opnieuw een harde klap tegen de leer dat iedere ware gelovige noodzakelijk vrucht zal dragen en zal volharden tot het einde.
De Heere Jezus zegt dat er mensen zijn bij wie het Woord onvruchtbaar wordt.
De vraag is dus niet: kan een gelovige onvruchtbaar zijn?
De Heere Jezus zegt dat het kan.
De vraag is: waarom is hij onvruchtbaar?
Omdat het Woord verstikt wordt door wereldse zorgen en bedrieglijke rijkdom.
Dat is geen verlies van eeuwig leven.
Dat is verlies van vrucht.
Dat is ernstig.
Maar het is iets anders dan verloren gaan.
Dit onderscheid wordt verder uitgelegd in: Leven na geloof.
De vierde grond: goede aarde
Dan zegt de Heere Jezus:
“Die nu in de goede aarde bezaaid is, deze is degene, die het Woord hoort en verstaat, die ook vrucht draagt en voortbrengt, de een honderd-, de ander zestig-, en de ander dertigvoud.”
— Mattheüs 13:23
Dit is de vruchtbare hoorder.
Hij hoort.
Hij verstaat.
Hij draagt vrucht.
Maar let op: zelfs bij de goede aarde is er verschil.
De een honderdvoud.
De ander zestigvoud.
De ander dertigvoud.
Niet iedereen draagt dezelfde vrucht.
Niet iedereen heeft dezelfde groei.
Niet iedereen heeft dezelfde trouw.
Niet iedereen heeft hetzelfde loon.
Maar vrucht is niet de grond van eeuwig leven.
Vrucht is het gevolg van het Woord dat ruimte krijgt.
Eeuwig leven ontvangt men door geloof in Christus.
Vrucht dragen hoort bij groei, gehoorzaamheid en discipelschap.
Verwar die twee niet.
Als je eeuwig leven afhankelijk maakt van vrucht, dan maak je van vrucht een voorwaarde voor redding.
Zie ook: Maar je moet toch wel iets doen?
Maar de Bijbel zegt:
“Doch dengene, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.”
— Romeinen 4:5
God rechtvaardigt de goddeloze die gelooft.
Niet de vruchtbare discipel die later genoeg bewijs levert.
Niet de volhardende heilige die het einde haalt.
Maar de goddeloze die gelooft.
Dat is genade.
Deze gelijkenis weerlegt TULIP
De vijf punten van het calvinisme worden vaak samengevat met TULIP:
T — totale verdorvenheid
U — onvoorwaardelijke verkiezing
L — beperkte verzoening
I — onweerstaanbare genade
P — volharding der heiligen
Maar de gelijkenis van de zaaier laat zien dat deze punten niet kloppen met de eenvoudige uitleg van de Heere Jezus.
1. Totale verdorvenheid zoals calvinisme het leert
Natuurlijk is de mens zondig.
Natuurlijk is de mens verloren.
Natuurlijk kan de mens zichzelf niet redden.
Natuurlijk is de mens dood in misdaden en zonden.
Maar calvinisme gaat verder. Het leert vaak dat de mens zo dood is dat hij niet kan horen, niet kan verstaan, niet kan geloven, niet kan kiezen, tenzij God hem eerst wederbaart.
Maar in de gelijkenis horen mensen het Woord.
Sommigen verstaan het niet.
Sommigen ontvangen het.
Sommigen ontvangen het met vreugde.
Sommigen worden onvruchtbaar.
Sommigen dragen vrucht.
De Heere Jezus behandelt mensen als verantwoordelijke hoorders.
De mens is verloren, maar niet als een steen die niets kan horen.
Hij is schuldig, maar niet zonder verantwoordelijkheid.
Hij is zondig, maar hij wordt werkelijk geroepen door het Woord.
Daarom zegt de Schrift:
“Heden, indien gij Zijn stem hoort, zo verhardt uw harten niet.”
— Hebreeën 3:15
Waarom zou God zeggen: verhardt uw harten niet, als de mens geen enkele verantwoordelijkheid heeft in zijn reactie op Gods stem?
2. Onvoorwaardelijke verkiezing
Calvinisme zegt: God kiest zonder voorwaarde wie gered wordt en wie niet. De mens heeft daarin geen echte keuze.
Maar in deze gelijkenis ligt de nadruk niet op een zaaier die vooraf bepaalt welke grond mag geloven.
De nadruk ligt op het Woord dat gezaaid wordt en op de reactie van de grond.
De mens hoort.
De mens ontvangt of verwerpt.
De mens sluit zijn ogen of ziet.
De mens hoort of weigert te horen.
Mattheüs 13:15 zegt:
“...hun ogen hebben zij toegedaan...”
— Mattheüs 13:15
Zij deden het.
Niet God.
De schuld van ongeloof ligt bij de mens.
3. Beperkte verzoening
Calvinisme zegt vaak dat Christus alleen stierf voor de uitverkorenen.
Maar de zaaier zaait niet alleen op één stukje grond.
Het zaad gaat overal heen.
Dat past bij het Evangelie aan alle mensen.
Zie ook: God is rechtvaardig.
“En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden der gehele wereld.”
— 1 Johannes 2:2
De gehele wereld.
Niet alleen de uitverkorenen.
Niet alleen de vruchtbare grond.
Niet alleen de mensen die later volharden.
De betaling van Christus is genoeg voor allen.
Het Evangelie mag eerlijk aan allen gepredikt worden.
Ieder die gelooft, ontvangt eeuwig leven.
4. Onweerstaanbare genade
Calvinisme zegt dat Gods genade voor de uitverkorenen onweerstaanbaar is.
Maar de Heere Jezus laat zien dat mensen het Woord kunnen weerstaan, verwerpen, oppervlakkig ontvangen, laten verstikken of vruchtbaar laten werken.
Stefanus zei:
“Gij hardnekkigen en onbesnedenen van hart en oren, gij wederstaat altijd den Heiligen Geest; gelijk uw vaders, alzo ook gij.”
— Handelingen 7:51
“Gij wederstaat altijd den Heiligen Geest.”
Dat is duidelijke taal.
Genade kan worden afgewezen. Zie ook: Is bekering dan geen eenzijdig Godswerk?
Het Woord kan worden verworpen.
Ogen kunnen worden gesloten.
Oren kunnen doof gemaakt worden.
Het hart kan verhard worden.
Niet omdat God machteloos is.
Maar omdat God de mens werkelijk verantwoordelijk houdt voor zijn reactie op Zijn Woord.
5. Volharding der heiligen
Calvinisme zegt vaak: wie werkelijk gered is, zal volharden in geloof en goede werken. Als iemand niet volhardt, was hij nooit werkelijk gered.
Maar in Mattheüs 13 zien we iets anders.
Er is iemand die het Woord met vreugde ontvangt, maar later geërgerd wordt.
Er is iemand bij wie het Woord verstikt wordt, zodat hij onvruchtbaar wordt.
Er zijn gelovigen die niet tot volwassen vruchtbaarheid komen.
En 1 Korinthe 3 laat zien dat er vleselijke gelovigen zijn: jonge kinderen in Christus.
Daarom is het gevaarlijk om zekerheid te bouwen op volharding.
Wie hierdoor blijft twijfelen, leest ook: Is mijn geloof wel echt?
Als uw zekerheid rust op uw volharding, rust zij uiteindelijk op uzelf.
Maar de Bijbel geeft zekerheid op Christus’ belofte.
“Deze dingen heb ik u geschreven, die gelooft in den Naam des Zoons van God; opdat gij weet, dat gij het eeuwige leven hebt, en opdat gij gelooft in den Naam des Zoons van God.”
— 1 Johannes 5:13
Opdat gij weet.
Niet: opdat gij na jaren van volharding misschien kunt concluderen dat gij echt waart.
Opdat gij weet.
De zaaier bepaalt de grond niet
Dit is één van de krachtigste lessen uit de gelijkenis.
De zaaier zaait.
Het zaad is goed.
Maar de grond verschilt.
De zaaier verandert niet elke grond vooraf in goede aarde.
De zaaier zaait het zaad.
Zo wordt het Evangelie gepredikt.
Wij moeten het zaad zaaien.
Wij moeten het Evangelie verkondigen.
Wij moeten mensen waarschuwen.
Wij moeten Christus aanbieden.
Wij moeten zeggen: geloof in de Heere Jezus Christus.
De reactie ligt bij de hoorder.
Daarom zei Paulus:
“Ik heb geplant, Apollos heeft nat gemaakt; maar God heeft den wasdom gegeven.”
— 1 Korinthe 3:6
Wij zaaien.
God werkt.
De mens is verantwoordelijk.
Dat is Bijbels evenwicht.
Niet iedereen die gered is, wordt vruchtbaar
Dit punt is zeer belangrijk.
Veel mensen denken: als iemand werkelijk gered is, dan zal hij vanzelf een vruchtbaar christen worden.
Maar de Bijbel leert dat groei niet automatisch is.
Een baby moet groeien.
Een gelovige moet gevoed worden.
Een christen moet het Woord ontvangen.
Een kind van God moet leren wandelen.
Een discipel moet volgen.
Als groei automatisch was, waarom waarschuwt de Bijbel dan zo vaak?
Waarom zegt Paulus:
“Wandelt door den Geest, en volbrengt de begeerlijkheid des vleses niet.”
— Galaten 5:16
Waarom zegt Petrus:
“Maar wast op in de genade en kennis van onzen Heere en Zaligmaker Jezus Christus.”
— 2 Petrus 3:18
Waarom zegt Paulus:
“Wordt niet gelijkvormig aan deze wereld; maar wordt veranderd door de vernieuwing uws gemoeds...”
— Romeinen 12:2
Als alles automatisch gebeurt, zijn zulke vermaningen overbodig.
Maar ze zijn niet overbodig.
Een gelovige kan gehoorzamen of ongehoorzaam zijn.
Een gelovige kan groeien of klein blijven.
Een gelovige kan vrucht dragen of onvruchtbaar worden.
Een gelovige kan loon ontvangen of loon verliezen.
Maar zijn eeuwig leven rust op Christus.
Eeuwig leven hangt aan Christus, niet aan uw vrucht
Dit moet helder blijven.
Vrucht is belangrijk.
Gehoorzaamheid is belangrijk.
Groei is belangrijk.
Discipelschap is belangrijk.
Maar geen van deze dingen is de grond van eeuwig leven.
De grond van eeuwig leven is Christus alleen.
“Want de bezoldiging der zonde is de dood, maar de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus onzen Heere.”
— Romeinen 6:23
Eeuwig leven is de genadegift Gods.
Geen loon.
Geen beloning voor volharding.
Geen uitbetaling voor vrucht.
Geen bewijs dat men genoeg veranderd is.
Een gave.
En een gave ontvangt men door geloof.
“Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; Niet uit de werken, opdat niemand roeme.”
— Efeze 2:8-9
Niet uit werken.
Dus ook niet uit vrucht.
Niet uit volharding.
Niet uit geestelijke groei.
Niet uit trouw.
Uit genade.
Door geloof.
Het gevaar van calvinistische zekerheid
Calvinisme zegt vaak dat het de genade verhoogt. Maar in de praktijk rooft het vaak zekerheid.
Want als u alleen werkelijk gered bent wanneer u volhardt, waar kijkt u dan naar?
Naar Christus?
Of naar uzelf?
Dan gaat u uzelf onderzoeken:
Heb ik genoeg vrucht?
Ben ik genoeg veranderd?
Ben ik oprecht genoeg?
Ben ik wel echt?
Heb ik wel het juiste soort geloof?
Zal ik volharden tot het einde?
Dat is geen rust.
De Bijbel geeft rust in Christus.
“Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.”
— Mattheüs 11:28
Rust ligt niet in uw bewijs.
Rust ligt in Zijn belofte.
“Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.”
— Johannes 6:47
Dat is genoeg.
De eenvoudige evangelieboodschap
De mens is een zondaar.
“Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods.”
— Romeinen 3:23
De straf op de zonde is de dood.
“Want de bezoldiging der zonde is de dood...”
— Romeinen 6:23
Maar God heeft de wereld liefgehad.
“Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft...”
— Johannes 3:16
Christus stierf voor onze zonden.
“Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften.”
— 1 Korinthe 15:3-4
Hij is de verzoening voor de hele wereld.
“En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden der gehele wereld.”
— 1 Johannes 2:2
Wie gelooft, heeft eeuwig leven.
“Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.”
— Johannes 6:47
Dat is het Evangelie.
Niet: misschien stierf Christus voor u.
Niet: misschien bent u uitverkoren.
Niet: misschien kunt u geloven.
Niet: misschien zult u later genoeg bewijs leveren.
Maar:
Christus stierf voor uw zonden.
Hij stond op uit de doden.
Hij biedt eeuwig leven aan.
Geloof in Hem, en gij zult zalig worden.
“Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden...”
— Handelingen 16:31
Waarom deze gelijkenis zo krachtig is
De gelijkenis van de zaaier is zo krachtig omdat zij eenvoudig is.
Het zaad is het Woord.
De zaaier zaait overal.
De grond verschilt.
De reactie verschilt.
Niet iedereen ontvangt.
Niet iedereen die ontvangt, groeit diep.
Niet iedereen die ontvangt, wordt vruchtbaar.
Niet iedereen draagt evenveel vrucht.
Dat is de werkelijkheid die de Heere Jezus beschrijft.
Calvinisme wil alles verklaren vanuit een verborgen besluit.
Jezus verklaart het vanuit de reactie van het hart op het Woord.
Calvinisme zegt: de mens kan niet.
Jezus zegt: hun ogen hebben zij toegedaan.
Calvinisme zegt: genade is onweerstaanbaar.
De Schrift zegt: gij wederstaat altijd den Heiligen Geest.
Calvinisme zegt: Christus stierf alleen voor de uitverkorenen.
De Schrift zegt: voor de zonden der gehele wereld.
Calvinisme zegt: ware gelovigen zullen volharden.
De Schrift toont vleselijke gelovigen, jonge kinderen in Christus, en mensen bij wie het Woord onvruchtbaar wordt.
Calvinisme zegt: zekerheid blijkt uiteindelijk uit volharding.
De Schrift zegt: wie in Christus gelooft, heeft eeuwig leven.
Zaai het zaad
Wat moeten wij dan doen?
Zaai het zaad.
Spreek het Evangelie.
Geef traktaten.
Wijs mensen op Christus.
Leg uit hoe iemand eeuwig leven ontvangt.
Bid voor open harten.
Waarschuw ernstig.
Heb mensen lief.
Maar zaai.
Niet alleen bij mensen die vriendelijk reageren.
Niet alleen bij mensen die geestelijk lijken.
Niet alleen bij mensen die al interesse tonen.
Zaai overal.
Sommige harten zijn hard.
Sommige harten zijn oppervlakkig.
Sommige harten zijn vol doornen.
Sommige harten zijn goede aarde.
Maar het zaad moet gezaaid worden.
“Predik het woord; houd aan tijdelijk, ontijdelijk; wederleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer.”
— 2 Timotheüs 4:2
Conclusie
De gelijkenis van de zaaier vernietigt het calvinistische systeem omdat zij laat zien dat het Woord werkelijk tot mensen komt, dat mensen werkelijk verantwoordelijk zijn, en dat hun reactie op het Woord werkelijk verschil maakt.
De zaaier zaait overal.
Het zaad is goed.
De grond verschilt.
De mens kan horen.
De mens kan zijn ogen sluiten.
De mens kan het Woord ontvangen.
De mens kan zich laten verstikken door de wereld.
De mens kan vrucht dragen.
De mens kan ook onvruchtbaar blijven.
Dat is niet het calvinistische schema.
Dat is de uitleg van de Heere Jezus.
Daarom moeten wij terug naar de eenvoud van het Evangelie.
Christus stierf voor zondaren.
Christus betaalde volledig.
Christus stond op uit de doden.
Christus biedt eeuwig leven aan.
Wie in Hem gelooft, heeft eeuwig leven.
Wie het Evangelie eenvoudig vanaf het begin wil lezen, kan hier verder: Hoe word ik gered?
Niet door werken.
Niet door volharding.
Niet door vrucht.
Niet door een verborgen verkiezingsbewijs.
Maar door geloof in Hem.
“Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.”
— Johannes 6:47
Dat is Gods Woord.
En Gods Woord is genoeg.
📖 Lees ook:
👉 Heeft calvinisme invloed op de waarheid van het Evangelie?
👉 Calvinisme en genade gaan niet samen