Nog steeds zonde, toch gered

Waarom een gelovige nog kan zondigen, maar daardoor het eeuwige leven niet verliest.

Nog steeds zonde, toch gered

Waarom een gelovige nog kan zondigen, maar daardoor het eeuwige leven niet verliest.

Een gelovige kan nog zondigen, maar verliest daardoor niet het eeuwige leven. Zekerheid rust niet op een zondeloos leven, maar op Christus’ volmaakte betaling en belofte.

Kan een gelovige nog zondigen en toch gered zijn?

De Bijbel laat zien dat zekerheid niet rust op een zondeloze wandel, maar op Christus’ volmaakte betaling en belofte.

Er zijn mensen die zeggen:


“Als je echt gered bent, dan leef je niet meer in zonde.”
“Als je nog steeds zondigt, ben je waarschijnlijk nooit echt bekeerd.”
“Een waar kind van God kan niet doorgaan met zondigen.”
“Je moet aan je leven kunnen zien of je werkelijk gered bent.”


Dat klinkt ernstig.
Dat klinkt vroom.
Dat klinkt alsof men de zonde serieus neemt.


Maar als dit verkeerd wordt uitgelegd, wordt het Evangelie kapotgemaakt.


Want dan rust zekerheid niet meer op Christus.
Dan rust zekerheid op uw leven.


Dan gaat iemand niet meer vragen:


“Wat heeft Christus beloofd?”


Maar:


“Ben ik wel genoeg veranderd?”
“Zondig ik nog te veel?”
“Heb ik wel genoeg vrucht?”
“Ben ik wel echt gered?”
“Was mijn geloof wel echt?”


En zo wordt een gelovige teruggeworpen op zichzelf.


Dat is geen Bijbelse zekerheid.
Dat is geestelijke slavernij.


Wilt u eerst helder zien hoe iemand gered wordt volgens de Bijbel? Dan begint het niet bij uw leven, maar bij Christus en Zijn belofte.


De Bijbel zegt:

“Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.”
— Johannes 6:47

Niet: die genoeg veranderd is.
Niet: die weinig genoeg zondigt.
Niet: die tot het einde toe genoeg bewijs levert.


“Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.”


Dit is waarom redding alleen door geloof in Jezus Christus is.


Dat is helder.
Dat is eenvoudig.
Dat is Gods Woord.



Betekent 1 Johannes 3 dat een gelovige niet meer zondigt?


Een tekst die vaak verkeerd gebruikt wordt, is 1 Johannes 3.

“Een iegelijk, die de zonde doet, die doet ook de ongerechtigheid; want de zonde is de ongerechtigheid.
En gij weet, dat Hij geopenbaard is, opdat Hij onze zonden zou wegnemen; en geen zonde is in Hem.
Een iegelijk, die in Hem blijft, die zondigt niet; een iegelijk, die zondigt, die heeft Hem niet gezien, en heeft Hem niet gekend.
Kinderkens, dat u niemand verleide. Die de rechtvaardigheid doet, die is rechtvaardig, gelijk Hij rechtvaardig is.
Die de zonde doet, is uit den duivel; want de duivel zondigt van den beginne. Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou.
Een iegelijk, die uit God geboren is, die doet de zonde niet; want Zijn zaad blijft in hem; en hij kan niet zondigen, want hij is uit God geboren.”
— 1 Johannes 3:4-9

Op het eerste gezicht lijkt dit te zeggen:


Een kind van God zondigt niet.
Wie zondigt, is niet van God.
Wie uit God geboren is, kan niet zondigen.


En dan komen sommige predikers met een gevaarlijke conclusie:


“Zie je wel. Als je nog zondigt, ben je niet gered.”


Maar dan hebben we direct een probleem.



Want dezelfde brief zegt eerder:

“Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, zo verleiden wij onszelven, en de waarheid is in ons niet.”
— 1 Johannes 1:8

En:

“Indien wij zeggen, dat wij niet gezondigd hebben, zo maken wij Hem tot een leugenaar, en Zijn woord is niet in ons.”
— 1 Johannes 1:10

Dus als u zegt: “Ik heb geen zonde,” dan misleidt u uzelf.
En als u zegt: “Ik heb niet gezondigd,” dan maakt u God tot een leugenaar.


Maar als 1 Johannes 3 zou betekenen dat een gered mens niet meer zondigt, dan lijkt Johannes zichzelf tegen te spreken.


Dat kan niet.


Gods Woord spreekt zichzelf niet tegen.
Dus wij moeten nauwkeurig lezen.



Een gelovige heeft twee geboorten


De sleutel is dit:


Een gelovige heeft twee geboorten.


Hij heeft een natuurlijke geboorte.
En hij heeft een geestelijke geboorte.


De Heere Jezus zei:

“Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees; en hetgeen uit den Geest geboren is, dat is geest.
Verwonder u niet, dat Ik u gezegd heb: Gijlieden moet wederom geboren worden.”
— Johannes 3:6-7

Wat uit het vlees geboren is, is vlees.
Wat uit de Geest geboren is, is geest.


Dat is de sleutel.


Toen u lichamelijk geboren werd, werd u geboren met een zondige natuur. Dat is de oude mens, het vlees. Die oude natuur is niet verbeterbaar. Die oude natuur is niet heilig. Die oude natuur houdt niet op met zondigen.


Maar wanneer u Christus gelooft als Zaligmaker, wordt u wedergeboren. Dan ontvangt u een nieuwe geboorte, een nieuwe natuur, leven uit God.


De fout die veel mensen maken, is dat zij proberen de oude mens te hervormen alsof hij geestelijk gemaakt kan worden.


Maar God redt de oude mens niet door reformatie.


God geeft een nieuwe geboorte.



De oude mens blijft zondig


De Bijbel is eerlijk over de oude mens.

“Gelijk geschreven is: Er is niemand rechtvaardig, ook niet één;
Er is niemand, die verstandig is, er is niemand, die God zoekt.
Allen zijn zij afgeweken, te zamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die goed doet, er is ook niet tot één toe.”
— Romeinen 3:10-12

En:

“Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods.”
— Romeinen 3:23

De natuurlijke mens is zondig.


Niet een beetje.
Niet alleen door verkeerde omstandigheden.
Niet alleen door slechte opvoeding.
Niet alleen door verkeerde keuzes.


Hij heeft een zondige natuur.


Daarom zondigt hij.


Een appelboom draagt appels omdat hij een appelboom is.
Een zondaar zondigt omdat hij een zondaar is.


Je kunt een paar appels van de boom plukken, maar daarmee verandert de boom niet. Je kunt een mens leren om bepaalde zonden te laten, maar daarmee wordt hij niet rechtvaardig voor God.


Een mens heeft niet alleen gedragsverbetering nodig.
Hij heeft een nieuwe geboorte nodig.



Waarom de oude natuur niet naar de hemel kan


God is volmaakt.
De hemel is volmaakt.


Daarom kan niets onreins daar binnenkomen.

“En in haar zal niet inkomen iets, dat ontreinigt, en gruwelijkheid doet, en leugen spreekt...”
— Openbaring 21:27

Wij zijn niet volmaakt.


Daarom kan niemand op basis van zijn eigen leven naar de hemel.


Niet de religieuze mens.
Niet de nette mens.
Niet de trouwe kerkganger.
Niet de mens die met veel zonden gestopt is.


Want God eist volmaaktheid.



De Heere Jezus zei:

“Weest dan gijlieden volmaakt, gelijk uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is.”
— Mattheüs 5:48

Wie kan dat zeggen?


“Mijn leven is volmaakt.”
“Ik heb God altijd liefgehad met heel mijn hart.”
“Ik heb mijn naaste altijd liefgehad als mijzelf.”
“Ik heb nooit verkeerd gedacht, verkeerd gesproken, verkeerd begeerd of verkeerd gehandeld.”


Niemand.


Daarom kan niemand zichzelf redden.


Wie denkt toch iets te moeten toevoegen, moet eerst begrijpen waarom de mens de hemel niet kan verdienen door werken.



Christus kwam om voor onze zonden te betalen


Jezus Christus kwam niet om ons een beetje beter te maken, zodat wij onszelf konden redden.


Hij kwam om voor onze zonden te betalen.

“Want ook Christus heeft eens voor de zonden geleden, Hij rechtvaardig voor de onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen...”
— 1 Petrus 3:18

Hij, de Rechtvaardige, voor de onrechtvaardigen.


Dat is het Evangelie.


Wij hadden zonde.
Hij had geen zonde.


Wij hadden schuld.
Hij had geen schuld.



Wij verdienden de dood.
Hij stierf in onze plaats.

“Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.”
— 2 Korinthe 5:21

Christus betaalde volledig.


Niet gedeeltelijk.
Niet als beginpunt dat wij moeten aanvullen met goed gedrag.
Niet als een kans om daarna door volharding ons behoud te bewijzen.


Hij betaalde.



Het Evangelie is niet: stop met zondigen om gered te worden


Veel prediking zegt feitelijk:


“Stop met zondigen, geef uw leven over, maak Jezus Heer van uw leven, leef voortaan voor God — dan wordt u gered.”


Maar dat is geen Evangelie van genade.


Dat is redding door levensverbetering.


De Bijbel zegt:

“Doch dengene, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.”
— Romeinen 4:5

Let op:


“Die niet werkt, maar gelooft.”


God rechtvaardigt niet de mens die zijn leven genoeg heeft verbeterd.
God rechtvaardigt de goddeloze die gelooft.


Dat is genade.


Als u zegt dat iemand zijn zonden moet verlaten om gered te worden, dan maakt u stoppen met zondigen tot een werk voor zaligheid.



Maar de Schrift zegt:

“Niet uit de werken, opdat niemand roeme.”
— Efeze 2:9

Zaligheid is niet uit werken.
Niet vóór de redding.
Niet tijdens de redding.
Niet achteraf als bewijsgrond voor zekerheid.


Daarom is stoppen met zondigen ook niet de voorwaarde om gered te worden.



Wat gebeurt er bij de wedergeboorte?


Wanneer iemand in Christus gelooft, ontvangt hij eeuwig leven.

“Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven...”
— Johannes 3:36

Hij wordt een kind van God.

“Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven.”
— Johannes 1:12

Hij wordt uit God geboren.

“Een iegelijk, die gelooft, dat Jezus is de Christus, die is uit God geboren...”
— 1 Johannes 5:1

Hij ontvangt een nieuwe geboorte.


Dat nieuwe leven is uit God.


En wat uit God geboren is, kan niet zondigen.



Daarom zegt 1 Johannes 3:

“Een iegelijk, die uit God geboren is, die doet de zonde niet; want Zijn zaad blijft in hem; en hij kan niet zondigen, want hij is uit God geboren.”
— 1 Johannes 3:9

Wie of wat kan niet zondigen?


Niet uw oude vlees.
Niet uw oude natuur.
Niet uw oude mens.


Wat uit God geboren is, kan niet zondigen.


De nieuwe geboorte is volmaakt, omdat zij uit God is.



Een gelovige heeft twee naturen


Hier ligt de oplossing van de schijnbare tegenstelling.


De oude natuur kan niets anders dan zondigen.
De nieuwe natuur kan niet zondigen.


De oude geboorte is vlees.
De nieuwe geboorte is geest.


De oude mens is uit Adam.
De nieuwe mens is uit God.


Daarom ervaart een gelovige strijd.


Paulus beschrijft die strijd zeer duidelijk:

“Want hetgeen ik doe, dat ken ik niet; want hetgeen ik wil, dat doe ik niet, maar hetgeen ik haat, dat doe ik.”
— Romeinen 7:15

En:

“Ik dan doe datzelve nu niet meer, maar de zonde, die in mij woont.”
— Romeinen 7:17

Paulus ontkent de zonde niet.
Hij verklaart waar de strijd vandaan komt.


Er woont nog zonde in het vlees.



Daarom zegt hij:

“Want ik weet, dat in mij, dat is, in mijn vlees, geen goed woont...”
— Romeinen 7:18

Let op die woorden:


“in mijn vlees.”


Niet: in mijn nieuwe geboorte.
Niet: in wat uit God geboren is.
Maar: in mijn vlees woont geen goed.



Daarom roept hij uit:

“Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?”
— Romeinen 7:24

Een gelovige heeft dus nog steeds strijd met zonde.
Maar die strijd bewijst niet dat hij verloren is.


Die strijd hoort bij het leven na geloof, waarin een kind van God moet leren wandelen door de Geest en niet door het vlees.


Die strijd toont juist dat er meer is dan alleen de oude natuur.


Voor een verdere uitwerking hiervan: zie de strijd tussen vlees en Geest in het dagelijks leven.



Nog steeds zonde betekent niet dat u verloren bent


Dit moet hardop gezegd worden:


Een gered mens kan nog zondigen.


Een gered mens kan ernstig falen.
Een gered mens kan vleselijk leven.
Een gered mens kan ongehoorzaam zijn.
Een gered mens kan Gods tucht nodig hebben.
Een gered mens kan loon verliezen.
Een gered mens kan zijn getuigenis beschadigen.


Maar een gered mens verliest niet het eeuwige leven.


Waarom niet?


Omdat eeuwig leven eeuwig leven is.

“En Ik geef hun het eeuwige leven; en zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid, en niemand zal dezelve uit Mijn hand rukken.”
— Johannes 10:28

Als Christus zegt: “zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid”, dan is dat genoeg.


Niet bijna genoeg.
Niet voorlopig genoeg.
Niet zolang zij goed genoeg leven.


Genoeg.



Wat betekent: wie zondigt, is uit de duivel?


Ja. En dat moeten we serieus nemen.

“Die de zonde doet, is uit den duivel; want de duivel zondigt van den beginne.”
— 1 Johannes 3:8

Alles wat zondigt, komt niet uit God.


Zonde hoort bij de duivel.
Zonde hoort bij de oude natuur.
Zonde hoort bij het vlees.


Daarom mag een gelovige zijn zonde nooit verontschuldigen.



Maar hetzelfde gedeelte zegt ook:

“Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou.”
— 1 Johannes 3:8

Christus kwam om de werken van de duivel te verbreken.


Hij kwam niet om zonde goed te praten.
Hij kwam niet om zonde klein te maken.
Hij kwam niet om gelovigen een vrijbrief te geven voor het vlees.


Hij kwam om te redden, te reinigen, te bevrijden en uiteindelijk alles wat met zonde te maken heeft te vernietigen.


Maar de vraag is: hoe wordt iemand gered?


Door geloof in Christus.


Niet door zondeloos te worden.



Als u zegt dat u niet zondigt, bent u niet eerlijk


Er zijn mensen die beweren dat zij sinds hun bekering niet meer zondigen.


Dat is niet geestelijkheid.
Dat is zelfbedrog.


De Bijbel zegt:

“Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, zo verleiden wij onszelven, en de waarheid is in ons niet.”
— 1 Johannes 1:8

Wie zegt dat hij geen zonde heeft, bedriegt zichzelf.



En:

“Indien wij zeggen, dat wij niet gezondigd hebben, zo maken wij Hem tot een leugenaar, en Zijn woord is niet in ons.”
— 1 Johannes 1:10

Dat is ernstig.


Dus wees eerlijk.


U zondigt nog.
Ik zondig nog.
Iedere gelovige heeft nog vlees.


Dat betekent niet dat zonde goed is.
Dat betekent dat wij eerlijk moeten zijn over wat de Bijbel zegt.



Waarom “kijk naar uw leven” geen grond voor zekerheid is


Veel predikers zeggen:


“Kijk naar uw leven om te zien of u echt gered bent.”


Maar dat is gevaarlijk.


Want hoe goed moet uw leven dan zijn?


Hoeveel zonden mag u nog hebben?
Hoeveel verandering is genoeg?
Hoeveel vrucht bewijst echte redding?
Hoeveel falen bewijst dat u nooit gered was?


Niemand kan die grens Bijbels geven.


Dus ontstaat er verwarring.


De één zegt: een echte gelovige zondigt niet meer bewust.
De ander zegt: een echte gelovige zondigt niet meer in gewoonte.
De ander zegt: een echte gelovige kan vallen, maar niet blijven liggen.
De ander zegt: een echte gelovige heeft in elk geval bewijsbare vrucht.


Maar wat zegt de Bijbel over zekerheid?

“Deze dingen heb ik u geschreven, die gelooft in den Naam des Zoons van God; opdat gij weet, dat gij het eeuwige leven hebt...”
— 1 Johannes 5:13

Waarop rust weten?


Op geloven in de Naam van de Zoon van God.


Niet op kijken naar uw eigen leven.


Uw leven kan u bemoedigen of bestraffen.
Uw leven kan vrucht tonen of gebrek openbaren.
Uw leven kan laten zien of u geestelijk wandelt of vleselijk leeft.


Maar uw leven is niet de grond van uw eeuwige zekerheid.


Christus is de grond.



Hoe u leeft, bewijst niet of u gered bent


Dit klinkt voor sommigen schokkend, maar het is waar:


Hoe u leeft, bewijst niet of u eeuwig leven hebt.


Een ongelovige kan uiterlijk netjes leven.
Een gelovige kan vreselijk falen.


Als gedrag de beslissende test was, dan zou niemand ooit echte zekerheid hebben.


De Farizeeër leek uiterlijk rechtvaardig.
De tollenaar sloeg op zijn borst.


Toch zei Christus:

“Ik zeg ulieden: Deze ging af gerechtvaardigd in zijn huis, meer dan die...”
— Lukas 18:14

God kijkt niet zoals de mens kijkt.


Een mens ziet buitenkant.
God ziet het hart.



Maar voor zekerheid heeft God ons niet naar ons hart laten raden. Hij heeft ons Zijn belofte gegeven.

“Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.”
— Johannes 6:47

Dat is de test:


Gelooft u Christus?



Maar moet een gelovige dan niet goed leven?


Jawel.


Laat niemand dit verdraaien.


Een gelovige behoort niet in zonde te leven.

“Wat zullen wij dan zeggen? Zullen wij in de zonde blijven, opdat de genade te meerder worde?
Dat zij verre. Wij, die der zonde gestorven zijn, hoe zullen wij nog in dezelve leven?”
— Romeinen 6:1-2

Zonde is ernstig.


Zonde kostte Christus Zijn bloed.
Zonde verwoest gemeenschap.
Zonde rooft vreugde.
Zonde beschadigt anderen.
Zonde brengt tucht.
Zonde kan loon kosten.
Zonde kan een leven ruïneren.



Een gelovige moet leren wandelen door de Geest.

“En ik zeg: Wandelt door den Geest, en volbrengt de begeerlijkheid des vleses niet.”
— Galaten 5:16

Waarom moet Paulus dat zeggen?


Omdat een gelovige de begeerlijkheid van het vlees nog kan volbrengen.


Als dat onmogelijk was, was de waarschuwing overbodig.



Zonde heeft gevolgen


Vrije genade betekent niet dat zonde zonder gevolgen is.


Een kind van God kan getuchtigd worden.

“Want dien de Heere liefheeft, kastijdt Hij, en Hij geselt een iegelijk zoon, dien Hij aanneemt.”
— Hebreeën 12:6

Let op:


Hij kastijdt zonen.


Tucht betekent niet dat iemand geen kind is.
Tucht bewijst juist dat hij een kind is.



Een gelovige kan ook loon verliezen.

“Zo iemands werk zal verbrand worden, die zal schade lijden; maar zelf zal hij behouden worden, doch alzo als door vuur.”
— 1 Korinthe 3:15

Dit vers is vernietigend voor de gedachte dat elke geredde automatisch een vruchtbaar en overwinnend leven leeft.


Hier is iemand wiens werk verbrandt.


Hij lijdt schade.


Maar wat staat er?


“Zelf zal hij behouden worden.”


Dus een gelovige kan verlies lijden.
Zijn werk kan verbranden.
Zijn loon kan verloren gaan.


Maar hijzelf blijft behouden.


Dit helpt ook om geloof zonder werken in Jakobus 2 goed te begrijpen.


Waarom?


Omdat zijn behoud niet rust op zijn werk.



De rechterstoel van Christus is niet de Grote Witte Troon


Een ongelovige zal geoordeeld worden bij de Grote Witte Troon.

“En ik zag de doden, klein en groot, staande voor God; en de boeken werden geopend...”
— Openbaring 20:12

Daar worden de doden geoordeeld naar hun werken. Wie niet geschreven is in het boek des levens, wordt geworpen in de poel des vuurs.


Maar de gelovige komt niet daar om te zien of hij behouden is.



De gelovige verschijnt voor de rechterstoel van Christus.

“Want wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus, opdat een iegelijk wegdrage hetgeen door het lichaam geschiedt, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.”
— 2 Korinthe 5:10

Dat gaat over beoordeling van dienst, loon, verlies, trouw en ontrouw.


Niet over hemel of hel.


Een kind van God kan loon ontvangen.
Een kind van God kan loon verliezen.


Maar eeuwig leven is geen loon.



Eeuwig leven is een gave.

“...maar de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus onzen Heere.”
— Romeinen 6:23

Het verschil tussen verhouding en gemeenschap


Wanneer iemand in Christus gelooft, wordt hij een kind van God.


Dat is verhouding.


Een kind blijft kind.


Maar gemeenschap kan verstoord worden.


Als een kind ongehoorzaam is, houdt hij niet op kind te zijn. Maar de gemeenschap met zijn vader is verstoord. Er kan tucht komen. Er moet belijdenis en herstel zijn.


Zo is het ook met een gelovige.


Zonde verbreekt niet het eeuwige leven.
Zonde verstoort gemeenschap.


Daarom zegt 1 Johannes:

“Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve, en ons reinige van alle ongerechtigheid.”
— 1 Johannes 1:9

Dit vers is geschreven aan gelovigen.
Het gaat over reiniging in gemeenschap.


Niet over opnieuw geboren worden.
Niet over opnieuw eeuwig leven ontvangen.


Een kind van God moet zijn zonden belijden en in het licht wandelen.


Maar dat doet hij als kind.



De nieuwe mens is volmaakt in Christus


De gelovige heeft een nieuwe mens.

“En den nieuwen mens aandoen, die naar God geschapen is in ware rechtvaardigheid en heiligheid.”
— Efeze 4:24

Let op:


“naar God geschapen in ware rechtvaardigheid en heiligheid.”


Dat is niet het vlees.
Dat is niet de oude natuur.
Dat is de nieuwe mens.


De nieuwe mens is uit God.
De nieuwe mens hoort bij de nieuwe geboorte.
De nieuwe mens is verbonden met Christus.


Daarom kan Johannes zeggen dat wie uit God geboren is niet zondigt.


Niet omdat uw vlees plotseling zondeloos werd.
Maar omdat dat wat uit God geboren is, niet uit de duivel is en geen zonde voortbrengt.


De strijd van de gelovige is daarom niet om gered te blijven.
De strijd is om te wandelen naar de nieuwe mens en niet naar het vlees.



De oude mens moet gerekend worden als dood


De Bijbel zegt niet dat u de oude natuur moet verbeteren om gered te blijven.


De Bijbel zegt dat u uzelf der zonde dood moet rekenen.

“Alzo ook gijlieden, houdt het daarvoor dat gij wel der zonde dood zijt, maar Gode levende zijt in Christus Jezus, onzen Heere.”
— Romeinen 6:11



“Dat gij zoudt afleggen, aangaande de vorige wandeling, den ouden mens, die verdorven wordt door de begeerlijkheden der verleiding.”
— Efeze 4:22

De oude mens wordt niet beter.
De oude mens moet worden afgelegd.


De nieuwe mens moet worden aangedaan.


Dat is christelijke wandel.


Maar nogmaals: dit is niet de manier om gered te worden.
Dit is de manier waarop een gered mens hoort te wandelen.



De kernfout van lordship salvation


Lordship salvation leert vaak dat iemand Jezus niet alleen als Zaligmaker moet aannemen, maar Hem ook als Heer en Meester van zijn leven moet maken om werkelijk gered te worden.


Dat klinkt vroom.


Maar in de praktijk voegt het overgave en gehoorzaamheid toe aan geloof.


Dan is de boodschap niet meer:


“Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden.”


Maar:


“Geloof, én geef uw leven over, én maak Hem Heer, én stop met zonde, én bewijs het door uw wandel.”


Dat is geen vrije genade meer.


Natuurlijk is Jezus Heer.
Natuurlijk behoort een gelovige Hem te gehoorzamen.
Natuurlijk moet een christen Hem dienen.


Maar gehoorzaamheid is niet de voorwaarde om eeuwig leven te ontvangen.


Eeuwig leven ontvangt men door geloof.

“Deze dingen zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zone Gods; en opdat gij, gelovende, het leven hebt in Zijn Naam.”
— Johannes 20:31

Gelovende hebt gij leven.


Niet: u hebt leven als u voldoende overgegeven bent.



Waarom deze leer mensen kapotmaakt


De leer dat een echte gelovige niet meer doorgaat met zonde, of dat zijn leven moet bewijzen dat hij werkelijk gered is, maakt mensen kapot.


Want eerlijke mensen weten dat zij nog zondigen.


Zij kennen hun gedachten.
Zij kennen hun zwakheid.
Zij kennen hun vlees.
Zij kennen hun falen.
Zij kennen hun gebrek aan liefde.
Zij kennen hun trots, angst, boosheid, lauwheid en ongeloof.


Als zij geleerd hebben dat zonde bewijst dat zij niet gered zijn, raken zij hun zekerheid kwijt.


Dan gaan zij niet naar Christus kijken.
Zij gaan naar zichzelf kijken.


En wie eerlijk naar zichzelf kijkt als grond van zekerheid, raakt de zekerheid kwijt.


Daarom moet de grond buiten uzelf liggen.


De grond is Christus.

“Op hoop des eeuwigen levens, welke God, Die niet liegen kan, beloofd heeft, vóór de tijden der eeuwen.”
— Titus 1:2

God kan niet liegen.


Als Hij zegt dat wie in Christus gelooft eeuwig leven heeft, dan is dat waar.



Wat als iemand zegt: “Dan kan ik dus maar raak leven”?


Dat is altijd de tegenwerping.


“Dus iemand kan geloven en daarna maar raak leven?”


De Bijbel antwoordt:

“Wat zullen wij dan zeggen? Zullen wij in de zonde blijven, opdat de genade te meerder worde?
Dat zij verre.”
— Romeinen 6:1-2

Nee, een gelovige hoort niet maar raak te leven.

De ernstige vraag is dus niet of zonde gevolgen heeft, maar of een gelovige kan leven als de duivel en toch gered zijn.


Maar dat is niet omdat hij anders het eeuwige leven verliest.
Dat is omdat hij gekocht is met een prijs.

“Want gij zijt duur gekocht: zo verheerlijkt dan God in uw lichaam en in uw geest, welke Godes zijn.”
— 1 Korinthe 6:20

Een gelovige behoort God te verheerlijken.


Maar als hij faalt, is Christus’ betaling niet plotseling ongeldig.



Anders was het geen eeuwig leven.
Anders was het geen gave.
Anders was het niet uit genade.

Hoe word ik gered? Veelgestelde vragen