De slechtste zondaar is in de hemel
De Bijbel noemt Paulus „de voornaamste” der zondaren. En juist aan hem is barmhartigheid geschied.
Kort antwoord: De Bijbel noemt Paulus in 1 Timotheüs 1:15 „de voornaamste” der zondaren. In het volgende vers legt Paulus uit waarom juist aan hem barmhartigheid geschiedde: Jezus Christus wilde in hem, „die de voornaamste ben”, al Zijn lankmoedigheid tonen, tot voorbeeld voor degenen die later in Hem zouden geloven ten eeuwigen leven. De voornaamste der zondaren werd dus gered. Niemand kan daarom zeggen dat hij te slecht is om door geloof in Jezus Christus gered te worden.
Waarom de slechtste zondaar in de hemel is
1 Timotheüs 1:15-16 noemt Paulus „de voornaamste” der zondaren. Juist zijn redding laat zien dat niemand te slecht is voor Jezus Christus.
Christus kwam om zondaren zalig te maken
Lees eerst heel precies wat Paulus schrijft:
“Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste ben.”
— 1 Timotheüs 1:15
Christus Jezus kwam in de wereld:
„om de zondaren zalig te maken.”
Daarna zegt Paulus:
„van welke ik de voornaamste ben.”
„Van welke” verwijst rechtstreeks naar:
de zondaren.
Niet naar de apostelen.
Niet naar de Joden.
Niet alleen naar vervolgers.
Niet alleen naar mensen uit Paulus' eigen tijd.
De categorie die in de tekst genoemd wordt, is eenvoudig:
zondaren.
En van hen zegt Paulus:
„ik [ben] de voornaamste.”
Wat betekent „de voornaamste”?
Het Griekse woord dat Paulus gebruikt is prōtos.
Dat betekent:
eerste, voorste, voornaamste.
De Statenvertaling vertaalt daarom:
„de voornaamste.”
Wanneer wij dat in gewone Nederlandse taal uitleggen, kunnen we zeggen:
de slechtste zondaar.
Dat betekent niet dat Paulus noodzakelijk meer mensen heeft vermoord dan ieder ander mens.
Het betekent niet dat hij iedere denkbare zonde vaker heeft bedreven dan ieder ander.
Dat is helemaal niet het punt.
Wij hoeven Paulus niet met Hitler, Stalin, Mao, Pol Pot of welke verschrikkelijke misdadiger dan ook te vergelijken.
Wij hoeven hun misdaden niet op te tellen.
Wij hoeven geen menselijke zondelijst te maken.
God geeft Zelf de aanduiding.
Paulus schrijft onder inspiratie van de Heilige Geest:
„van welke ik de voornaamste ben.”
Dat is genoeg.
Het gaat niet om nummer twee
Wie is na Paulus de ergste zondaar?
De Bijbel vertelt het ons niet.
En voor dit argument doet dat er ook helemaal niet toe.
Wij hoeven niet te weten wie nummer twee is.
Of nummer drie.
Of nummer honderd.
Het enige wat hier van belang is, is de voornaamste.
En die plaats wordt in de Schrift genoemd.
Paulus.
Dan komt de beslissende vraag:
Wat gebeurde er met de voornaamste der zondaren?
Hij werd niet als voorbeeld gegeven van iemand voor wie genade onmogelijk was.
Precies het tegenovergestelde.
Hem is barmhartigheid geschied.
Paulus was een lasteraar, vervolger en verdrukker
Paulus maakt zijn verleden niet mooier dan het was.
Vlak vóór zijn uitspraak over „de voornaamste” schrijft hij:
„Die te voren een lasteraar was, en een vervolger, en een verdrukker; maar mij is barmhartigheid geschied, dewijl ik het onwetende gedaan heb in mijn ongelovigheid.”
— 1 Timotheüs 1:13
Paulus noemt zichzelf een:
lasteraar.
vervolger.
verdrukker.
Hij vervolgde de gemeente van Jezus Christus.
Hij zette gelovigen gevangen.
Hij stemde in wanneer zij gedood werden.
Hij probeerde hen zelfs te dwingen te lasteren.
Paulus vertelt later:
„En door al de synagogen heb ik hen dikmaals gestraft, en gedwongen te lasteren; en bovenmate tegen hen woedende, heb ik hen vervolgd ook tot in de buitenlandse steden.”
— Handelingen 26:11
Toen Jezus Christus hem op de weg naar Damascus tegenhield, zei Hij:
„Saul, Saul! wat vervolgt gij Mij?”
— Handelingen 9:4
Paulus vervolgde gelovigen.
Maar Christus zei:
„wat vervolgt gij Mij?”
Paulus stond tegenover Christus.
En juist aan deze man is barmhartigheid geschied.
Bedoelt Paulus het alleen uit nederigheid?
Hier wordt de tekst soms afgezwakt.
Men zegt:
„Paulus was gewoon heel nederig. Daarom noemt hij zichzelf de voornaamste der zondaren.”
Dat Paulus nederig over zichzelf sprak, hoeven we helemaal niet te ontkennen.
Integendeel.
Paulus zegt elders:
„Want ik ben de minste van de apostelen, die niet waardig ben een apostel genaamd te worden, daarom dat ik de Gemeente Gods vervolgd heb.”
— 1 Korinthe 15:9
En hij noemt zichzelf:
„den allerminste van al de heiligen”
— Efeze 3:8
Paulus kende zijn verleden.
Hij roemde niet in zichzelf.
Maar daaruit volgt niet dat wij zijn woorden in 1 Timotheüs 1 mogen veranderen.
Nederigheid kan de houding zijn waarin Paulus de waarheid spreekt. Nederigheid maakt de waarheid van zijn woorden niet minder waar.
Dat onderscheid is belangrijk.
Jezus gebruikt hetzelfde woord voor een werkelijke eerste plaats
Hetzelfde Griekse woord prōtos wordt door Jezus gebruikt wanneer Hij zegt:
„En zo wie onder u zal willen de eerste zijn, die zij uw dienstknecht.”
— Mattheüs 20:27
„De eerste” is daar opnieuw prōtos.
Niemand leest dat als:
„Wie zich persoonlijk uit nederigheid als eerste beschouwt...”
Jezus spreekt over werkelijk de eerste, de voornaamste positie.
Ook wanneer Hij zegt:
„Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en vele laatsten de eersten.”
— Mattheüs 19:30
betekenen „eersten” werkelijk eersten.
Het woord verliest zijn betekenis niet omdat een bepaalde uitleg ons te sterk voorkomt.
Waarom zouden we dan bij Paulus ineens lezen:
„de voornaamste” betekent eigenlijk niet de voornaamste; Paulus voelde zich alleen zo?
Dat zegt de tekst niet.
Denk aan wat Jezus over Johannes de Doper zegt
Er is nog een duidelijke Bijbelse vergelijking.
Jezus zegt:
„Voorwaar zeg Ik u: Onder degenen, die van vrouwen geboren zijn, is niemand opgestaan, meerder dan Johannes den Doper...”
— Mattheüs 11:11
Hier geeft Jezus eerst een categorie:
„degenen, die van vrouwen geboren zijn.”
Daarna noemt Hij Johannes.
En vervolgens zegt Hij:
„niemand ... meerder dan Johannes.”
Stel dat iemand daarop zou zeggen:
„Dat moeten we niet werkelijk nemen. Jezus gebruikt gewoon sterke taal.”
Dan haal je de uitspraak leeg.
De vergelijking is juist onderdeel van wat Jezus wil zeggen.
Zo moeten we ook bij Paulus voorzichtig zijn dat we niet hetzelfde doen.
Paulus noemt de categorie:
„de zondaren.”
En zegt:
„van welke ik de voornaamste ben.”
Daarna bouwt hij in vers 16 juist verder op die uitspraak.
Dat is beslissend.
Vers 16 vertelt waarom „de voornaamste” belangrijk is
Als 1 Timotheüs 1:15 alleen maar een nederige gevoelsuitspraak van Paulus was, zou het volgende vers moeilijk te verklaren zijn.
Paulus schrijft:
„Maar daarom is mij barmhartigheid geschied, opdat Jezus Christus in mij, die de voornaamste ben, al Zijn lankmoedigheid zou betonen, tot een voorbeeld dergenen, die in Hem geloven zullen ten eeuwigen leven.”
— 1 Timotheüs 1:16
Let op de opbouw.
Vers 15:
„ik [ben] de voornaamste.”
Vers 16:
„daarom is mij barmhartigheid geschied.”
En vervolgens opnieuw:
„in mij, die de voornaamste ben.”
Paulus' uitspraak wordt dus niet achtergelaten als een losse opmerking.
Hij gebruikt haar in zijn argument.
Waarom is hem barmhartigheid geschied?
„opdat Jezus Christus in mij, die de voornaamste ben, al Zijn lankmoedigheid zou betonen...”
Het gaat dus niet in de eerste plaats om:
Kijk eens hoe nederig Paulus is.
Het gaat om:
Kijk eens hoe groot de lankmoedigheid van Jezus Christus is.
Als het alleen een gevoel was, wat zou dan het voorbeeld bewijzen?
Denk daar goed over na.
Stel dat Paulus werkelijk bedoelde:
„Ik ben objectief niet de voornaamste der zondaren; ik voel mij alleen zo omdat ik nederig ben.”
Wat bewijst vers 16 dan?
Dan zou Christus „al Zijn lankmoedigheid” tonen in iemand die zichzelf subjectief bijzonder slecht vond.
Maar waarom zou dát het grote voorbeeld voor toekomstige gelovigen zijn?
De kracht van het voorbeeld ligt juist hierin:
Christus toont Zijn lankmoedigheid in de voornaamste.
Niet in iemand die toevallig denkt dat hij de voornaamste is.
Vers 16 krijgt juist zijn volle kracht wanneer we vers 15 laten staan zoals het geschreven staat.
De voornaamste der zondaren ontvangt barmhartigheid.
En daardoor wordt zichtbaar hoe ver de lankmoedigheid van Christus reikt.
„Al Zijn lankmoedigheid”
Paulus schrijft niet alleen dat Jezus Christus lankmoedigheid wilde tonen.
Er staat:
„al Zijn lankmoedigheid.”
Dat is geweldig sterk.
Wilt u weten hoe ver de lankmoedigheid van Christus reikt?
Kijk naar Paulus.
Wilt u weten of een werkelijk grote zondaar gered kan worden?
Kijk naar Paulus.
Wilt u weten of uw verleden groter kan zijn dan Christus' barmhartigheid?
Kijk naar Paulus.
God heeft niet een tamelijk nette man genomen om het uiterste bereik van Zijn lankmoedigheid zichtbaar te maken.
Hij heeft dit laten zien:
in mij, die de voornaamste ben.
En juist aan hem is barmhartigheid geschied.
Paulus werd een voorbeeld
Daarna zegt Paulus waarom dit niet alleen over hemzelf gaat:
„...tot een voorbeeld dergenen, die in Hem geloven zullen ten eeuwigen leven.”
— 1 Timotheüs 1:16
Paulus werd:
„een voorbeeld.”
Voor wie?
Voor:
„degenen, die in Hem geloven zullen.”
Dat kijkt vooruit.
Naar mensen die later zouden geloven.
Naar mensen die Paulus nooit persoonlijk zouden ontmoeten.
Naar zondaren die misschien eeuwen later zouden leven.
Naar mensen die naar hun verleden zouden kijken en zeggen:
„Voor mij kan het niet meer.”
God heeft voor zulke mensen een voorbeeld in Zijn Woord gezet.
Paulus.
De voornaamste der zondaren.
Hem is barmhartigheid geschied.
Misschien denkt u dat ú erger bent
Misschien zegt u:
„Maar u weet niet wat ik gedaan heb.”
Dat kan waar zijn.
Maar dat is niet de beslissende vraag.
Ik hoef uw hele verleden niet te kennen.
U hoeft uw zonden ook niet met Paulus' zonden te vergelijken.
De vraag is:
Heeft God u in Zijn Woord de voornaamste der zondaren genoemd?
Nee.
Van Paulus staat het er.
En juist Paulus werd gered.
Misschien zegt u:
„Maar ik heb verschrikkelijke dingen gedaan.”
„Maar ik wist beter.”
„Maar ik heb jarenlang bewust gezondigd.”
„Maar ik heb mensen kapotgemaakt.”
„Maar niemand zou mij vergeven als alles bekend werd.”
Dat kan uw schuld ernstig maken.
Maar het verandert 1 Timotheüs 1:15-16 niet.
De voornaamste der zondaren ontving barmhartigheid.
De slechtste zondaar is in de hemel
Laat die gedachte eens werkelijk binnenkomen.
Menselijk gezien zou u misschien verwachten dat juist de slechtste zondaar het duidelijkste voorbeeld zou zijn van iemand die verloren is.
Maar God heeft precies het tegenovergestelde laten zien.
De man die de Schrift „de voornaamste” der zondaren noemt, is gered.
Paulus wist bovendien wat hem na zijn lichamelijke dood wachtte.
Hij schreef:
„Want ik word van deze twee gedrongen, hebbende begeerte, om ontbonden te worden en met Christus te zijn; want dat is zeer verre het beste.”
— Filippenzen 1:23
Met Christus.
De voornaamste der zondaren is met Christus.
Daarom is deze uitspraak zo onverwacht en toch zo krachtig:
De slechtste zondaar is in de hemel.
Niet omdat zijn zonden klein waren.
Niet omdat God het kwaad door de vingers zag.
Niet omdat Paulus zichzelf uiteindelijk goed genoeg maakte.
Maar omdat:
„Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken...”
Genade maakt zonde niet klein
Dit betekent absoluut niet dat zonde onbelangrijk is.
Paulus noemt zichzelf niet voor niets:
„de voornaamste.”
Zijn lastering was werkelijk kwaad.
Zijn vervolging was werkelijk kwaad.
Zijn geweld tegen gelovigen was werkelijk kwaad.
Zijn zonde verdiende geen beloning.
Zij verdiende oordeel.
Maar precies daarom spreekt Paulus over:
barmhartigheid.
Hij zegt:
„maar mij is barmhartigheid geschied...”
Niet:
„Mijn goede werken hebben mijn slechte werken gecompenseerd.”
Niet:
„God zag uiteindelijk genoeg goeds in mij.”
Niet:
„Ik heb alles eerst goedgemaakt.”
Maar:
„mij is barmhartigheid geschied.”
Genade maakt zonde niet klein.
Genade maakt Christus groot.
Redding rust daarom niet op wat de zondaar nog kan herstellen, maar op het volbrachte werk van Jezus Christus.
Paulus werd niet gered omdat hij de slechtste was
Ook dat moet helder blijven.
Paulus werd niet gered omdat hij zo'n grote zondaar was.
Zijn zonde gaf hem geen recht op eeuwig leven.
Een mens verdient door zonde nooit genade.
Anders zou het geen genade zijn.
Maar Paulus werd gered door Jezus Christus.
En in hetzelfde vers staat wat toekomstige mensen doen:
„...die in Hem geloven zullen ten eeuwigen leven.”
Daar ligt de redding: In Hem geloven.
Niet uzelf verbeteren tot Christus u eindelijk aanneemt.
Niet eerst uw verleden voldoende herstellen.
Niet eerst bewijzen dat u serieus genoeg bent.
Niet eerst goed genoeg worden.
Maar:
geloven in Jezus Christus.
Christus kwam voor zondaren
1 Timotheüs 1:15 begint uiteindelijk niet bij Paulus.
Het begint bij Christus.
„Christus Jezus [is] in de wereld gekomen, om de zondaren zalig te maken...”
Christus kwam voor:
zondaren.
Niet voor mensen die zichzelf al hadden gered.
Niet voor mensen die geen schuld hadden.
Niet voor mensen die zichzelf eerst acceptabel gemaakt hadden.
Voor:
zondaren.
Uw zonde bewijst daarom niet dat u geen Zaligmaker kunt hebben.
Uw zonde bewijst dat u een Zaligmaker nodig hebt.
U kunt niet boven „de voornaamste” uitkomen
De redenering is uiteindelijk heel eenvoudig.
Paulus wordt in de Schrift genoemd:
„de voornaamste” der zondaren.
Dan kunt u niet méér dan de voornaamste zijn.
Anders zou hij niet de voornaamste zijn.
Wij hoeven daarvoor geen lijst met nummers twee, drie en vier te maken.
Dat doet er niet toe.
Het enige wat voor dit argument nodig is, heeft God ons bekendgemaakt.
De voornaamste is aangewezen.
En aan de voornaamste:
is barmhartigheid geschied.
Daarom kan geen zondaar terecht zeggen:
„Jezus Christus kan iemand zoals mij niet redden.”
Christus hééft de voornaamste der zondaren gered.
Dat is geen theorie.
Het is gebeurd.
Dit verandert ook hoe we naar personen in de Bijbel kijken
Tot nu toe hebben we vooral gedacht aan zondaren buiten de Bijbel: dictators, massamoordenaars, oorlogsmisdadigers en andere mensen die verschrikkelijke dingen hebben gedaan.
Maar dezelfde waarheid heeft ook een belangrijke consequentie voor de mensen die in de Bijbel zelf beschreven worden.
De Schrift vertelt over mensen die zwaar gezondigd hebben.
Mensen die moordden.
Mensen die tegen God in opstand kwamen.
Mensen die anderen tot zonde brachten.
Mensen die diep vielen.
Mensen die hun leven zelfs onder een zwaar oordeel van God eindigden.
En juist bij zulke personen wordt soms heel snel geconcludeerd:
„Die was dus zeker niet gered.”
Maar als die conclusie alleen gebaseerd is op zijn slechte werken, zonden of levenswandel, kan dat argument niet standhouden.
Waarom niet?
Omdat God ons al verteld heeft wie de voornaamste der zondaren is.
Paulus.
En de voornaamste is gered.
Dat betekent niet dat iedere zondige persoon die in de Bijbel beschreven wordt daarom automatisch gered was.
Dat is niet het punt.
Het punt is dat zijn slechte levenswandel op zichzelf nooit kan bewijzen dat hij verloren was.
Denk bijvoorbeeld aan personen als Kaïn, Saul, Bileam, Korach of Jerobeam. Over zulke mensen kunnen allerlei Bijbelse vragen gesteld worden. Maar één redenering is niet voldoende:
„Kijk hoe slecht hij leefde; dus hij moet verloren zijn geweest.”
Want dan moet dezelfde maatstaf eerst langs Paulus.
En juist van Paulus zegt de Schrift:
„van welke ik de voornaamste ben.”
Toch is hem barmhartigheid geschied.
Daarom kan de ernst van iemands zonden op zichzelf nooit zijn eeuwige bestemming vaststellen.
Als God Zelf duidelijk over iemands eeuwige toestand spreekt, is de zaak beslist.
Dan hoeven wij niets uit zijn werken af te leiden.
Maar waar verlorenheid alleen moet worden afgeleid uit iemands zonde, afval, ongehoorzaamheid of slechte levenswandel, mogen wij niet verder gaan dan de Schrift.
De vraag moet dan niet zijn:
„Hoe slecht heeft deze persoon geleefd?”
Maar:
„Wat heeft God werkelijk over deze persoon geopenbaard?”
Want de Bijbel heeft één mogelijkheid definitief uitgesloten:
niemand kan te slecht zijn om door Jezus Christus gered te worden.
De voornaamste der zondaren is immers al gered.
Maar wat moet ik geloven?
Het Evangelie is niet:
„Probeer voortaan een beter mens te zijn en misschien redt God u.”
Paulus vat het Evangelie elders zo samen:
„Dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; en dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften.”
— 1 Korinthe 15:3-4
Jezus Christus stierf voor onze zonden.
Hij werd begraven.
Hij stond op uit de doden.
En Jezus Zelf zegt:
„Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.”
— Johannes 6:47
Niet:
die een netjes genoeg verleden heeft.
Niet:
die weinig genoeg gezondigd heeft.
Niet:
die zichzelf eerst waardig maakt.
Die in Mij gelooft.
„Ik ben te slecht” kijkt naar de verkeerde persoon
Wanneer u denkt:
„Ik ben te slecht om gered te worden,”
kijkt u naar uzelf.
Naar uw verleden.
Naar uw schuld.
Naar de diepte van uw zonden.
Maar redding rust niet op de vraag hoe goed u bent.
De vraag is niet:
Ben ik goed genoeg voor Jezus Christus?
Nee.
Paulus was dat niet.
Niemand is dat.
De echte vraag is:
Is Jezus Christus een voldoende Zaligmaker voor zondaren?
1 Timotheüs 1:15-16 geeft daar een indrukwekkend antwoord op.
Christus heeft de voornaamste der zondaren gered.
En juist in hem heeft Hij:
„al Zijn lankmoedigheid”
getoond.
Daarom staat Paulus als voorbeeld in Gods Woord
Paulus' naam staat in de Bijbel.
Zijn verleden staat erin.
Zijn vervolging staat erin.
Zijn redding staat erin.
En deze woorden staan erin:
„van welke ik de voornaamste ben.”
Wij hoeven daarom niet eeuwen later zelf te bedenken wat het grootste voorbeeld van Christus' barmhartigheid zou kunnen zijn.
God heeft een voorbeeld gegeven.
Paulus zegt het zelf:
„...tot een voorbeeld dergenen, die in Hem geloven zullen ten eeuwigen leven.”
Dat voorbeeld staat er ook voor de zondaar die vandaag denkt:
„Voor mij kan het niet.”
Kijk dan niet alleen naar uzelf.
Kijk naar wat God met Paulus heeft laten zien.
De voornaamste der zondaren is gered
Wie nummer twee is, weten wij niet.
Dat hoeft ook niet.
Wie nummer drie is, doet er voor dit punt niet toe.
God heeft ons verteld wie de voornaamste is.
En over hem staat:
„mij is barmhartigheid geschied.”
De voornaamste werd gered.
De voornaamste werd een voorbeeld.
In de voornaamste toonde Christus al Zijn lankmoedigheid.
En de voornaamste is met Christus.
Daarom is „ik ben te slecht” geen argument tegen het Evangelie.
Het is juist de reden waarom u een Zaligmaker nodig hebt.
„Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste ben.”
— 1 Timotheüs 1:15
En:
„Maar daarom is mij barmhartigheid geschied, opdat Jezus Christus in mij, die de voornaamste ben, al Zijn lankmoedigheid zou betonen, tot een voorbeeld dergenen, die in Hem geloven zullen ten eeuwigen leven.”
— 1 Timotheüs 1:16
Daar staat het.
De voornaamste.
Barmhartigheid.
Al Zijn lankmoedigheid.
Een voorbeeld.
Geloven in Hem.
Eeuwig leven.
De slechtste zondaar is in de hemel.
Niet omdat zonde klein is.
Maar omdat Jezus Christus een volkomen Zaligmaker is.
Denkt u dat u te slecht bent?
De voornaamste der zondaren is al gered.
Geloof in Jezus Christus.
Lees verder
Ik voel me veel te slecht om gered te worden
Bijbelse voorbeelden van redding
Is redding alleen door geloof in Jezus Christus?