De mens kan zichzelf niet redden. Jezus Christus leefde volmaakt, droeg al onze zonden, stierf aan het kruis en stond op uit de dood. Wie in Hem gelooft, ontvangt eeuwig leven en Zijn gerechtigheid. Niet jouw werken, maar Zijn volbrachte werk redt.
Je wordt gered door werken — maar niet door jouw werken
Jezus Christus volbracht alles voor jouw redding. Jouw werken voegen niets toe — vóór het geloof, daarna of ooit.
Genade voor de mens moet het werk van God zijn
Wanneer redding uit genade is en niet uit onze werken, kan redding maar op één ding rusten:
op het werk van God.
Dat klinkt eenvoudig. Toch wordt juist deze waarheid bijna overal verminkt. Men zegt dat redding uit genade is, maar voegt er vervolgens menselijke voorwaarden aan toe:
Je moet werkelijk berouw tonen.
Je moet je leven aan Jezus geven.
Je moet stoppen met zondigen.
Je moet goede vruchten voortbrengen.
Je moet gehoorzaam blijven.
Je moet volharden tot het einde.
Je moet bewijzen dat je geloof echt is.
Maar zodra jouw gedrag nodig is om gered te worden, gered te blijven of te bewijzen dat je werkelijk gered bent, rust jouw zekerheid niet langer volledig op Christus.
Dan is Christus niet genoeg.
Dan heeft Hij een deel gedaan en moet jij het ontbrekende deel aanvullen.
Dat is geen genade. Dat is een belediging van het volbrachte werk van de Zoon van God.
“En indien het door genade is, zo is het niet meer uit de werken; anderszins is de genade geen genade meer.”
— Romeinen 11:6
Genade en werken kunnen niet worden vermengd. Zodra een mens ook maar één menselijke verdienste als voorwaarde aan redding toevoegt, heeft hij de genade verlaten.
Daarom is redding alleen door geloof in Jezus Christus geen versmalde of onvolledige boodschap. Het is de enige reddingsboodschap die alle eer aan Christus laat.
God vraagt jou niet om Hem te helpen jou te redden.
Hij vraagt jou te geloven dat Hij het volledige werk al heeft gedaan.
God had jouw hulp niet nodig
God riep jou niet vóór de schepping bij Zich om samen te overleggen hoe de wereld gemaakt moest worden.
Hij vroeg jouw mening niet.
Hij had jouw kracht niet nodig.
Hij schiep de hemel en de aarde zonder jou. Hij vormde de mens zonder jou. Hij maakte het verlossingsplan zonder jou. Hij zond Zijn Zoon zonder jou. Christus leefde volmaakt zonder jouw hulp. Hij droeg de zonden zonder jouw hulp. Hij stond op uit de dood zonder jouw hulp.
God heeft jou niet nodig om het werk van Christus achteraf te verbeteren.
De mens denkt veel te hoog van zichzelf. Alsof God wel een prachtige redding heeft ontworpen, maar uiteindelijk afhankelijk is van onze bijdrage om die redding te laten slagen.
Dat is hoogmoed.
Het verlossingsplan was Gods plan voordat jij geboren was. Christus was reeds vóór de grondlegging der wereld gekend als het volmaakte Lam van God.
De mens heeft de weg naar de hemel niet uitgevonden. Zonder Gods openbaring zouden wij niet eens weten dat er een hemel is, dat er een oordeel komt of dat God een Redder heeft gegeven.
Alles begon bij God.
Alles werd volbracht door God.
En alle eer behoort daarom aan God.
Ieder onderdeel van onze redding is Gods werk
Bekijk eerlijk wie het werk deed.
De schepping was Gods werk
Geen mens hielp God bij de schepping van de hemel en de aarde.
“In den beginne schiep God den hemel en de aarde.”
— Genesis 1:1
De schepping van de mens was Gods werk
Adam maakte zichzelf niet. God vormde hem uit het stof der aarde en blies de adem des levens in zijn neusgaten.
Het verlossingsplan was Gods werk
De mens bedacht het kruis niet. De mens kwam niet met het plan dat God Zelf mens zou worden, onze zonden zou dragen en de schuld volledig zou betalen.
De maagdelijke geboorte was Gods werk
Geen man verwekte Jezus Christus. Het heilige Kind werd door de Heilige Geest in Maria verwekt.
Christus kwam niet voort uit het zondige werk van de mens. Hij kwam door het wonderbare werk van God.
De wonderen van Christus waren Gods werk
Jezus opende de ogen van blinden. Hij liet kreupelen lopen. Hij reinigde melaatsen. Hij wekte doden op. Hij wandelde op het water. Hij bestrafte de storm.
Geen mens kon doen wat Hij deed.
Zijn werken bewezen Wie Hij was.
“Indien Ik niet doe de werken Mijns Vaders, zo gelooft Mij niet; maar indien Ik ze doe, en zo gij Mij niet gelooft, zo gelooft de werken.”
— Johannes 10:37-38
Het volmaakte leven van Christus was Gods werk
Jezus Christus leefde het leven dat jij had moeten leven, maar nooit hebt geleefd.
Hij werd in alle dingen verzocht zoals wij, maar bleef zonder zonde. Hij loog nooit. Hij bedroog nooit. Hij had nooit één zondige gedachte. Hij week nooit van de wil van Zijn Vader af.
Hij was volmaakt.
Niemand hielp Hem daarbij.
Hij is niemand iets verschuldigd. Hij hoeft geen eer met ons te delen alsof Hij het zonder onze bijdrage niet had kunnen volbrengen.
Het dragen van onze zonden was Gods werk
Jouw zonden stonden tegen jou.
Je hebt Gods wet overtreden. Je hebt gedaan wat verkeerd was. Je bent tekortgeschoten aan Gods volmaaktheid. Je schuld kon niet worden weggedacht, weggepraat of weggewerkt.
Maar Christus nam die schuld op Zich.
“Uitgewist hebbende het handschrift, dat tegen ons was, in inzettingen bestaande, hetwelk, zeg ik, enigerwijze ons tegen was, en heeft datzelve uit het midden weggenomen, hetzelve aan het kruis genageld hebbende.”
— Kolossenzen 2:14
Niemand dwong Christus om Zijn leven te geven.
“Niemand neemt hetzelve van Mij, maar Ik leg het van Mijzelven af; Ik heb macht hetzelve af te leggen, en heb macht hetzelve wederom te nemen.”
— Johannes 10:18
Christus ging vrijwillig naar het kruis.
Hij droeg vrijwillig onze zonden.
Hij betaalde vrijwillig onze schuld.
De opstanding van Christus was Gods werk
Christus stierf werkelijk en stond lichamelijk op uit de dood.
Heb jij Hem opgewekt?
Heb jij het graf geopend?
Heb jij Hem het leven teruggegeven?
Nee.
God wekte Hem op uit de dood.
“Maar God heeft Hem uit de doden opgewekt.”
— Handelingen 13:30
De Vader was werkzaam. De Zoon had macht Zijn leven wederom te nemen. De Heilige Geest was werkzaam in Zijn levendmaking.
De hele Godheid was betrokken bij het werk van onze verlossing.
Jouw naam wordt nergens genoemd als medewerker.
Je wordt gered door een werk
Sommige mensen schrikken van de uitspraak dat een mens door een werk wordt gered.
Toch is dat waar.
Je wordt alleen niet gered door jouw werk.
Je wordt gered op grond van het werk van Jezus Christus.
Christus kwam om een werk te volbrengen dat jij onmogelijk kon volbrengen.
“Mijn Vader werkt tot nu toe, en Ik werk ook.”
— Johannes 5:17
Jezus zei bovendien over de werken die de Vader Hem had gegeven:
“Want de werken, die Mij de Vader gegeven heeft om die te volbrengen, dezelve werken, die Ik doe, getuigen van Mij, dat Mij de Vader gezonden heeft.”
— Johannes 5:36
Let op dat woord: volbrengen.
Christus kwam niet om een half werk te doen.
Hij kwam niet om alleen een mogelijkheid tot redding te scheppen, waarna de mens de rest zou moeten afmaken.
Hij kwam om het werk te volbrengen.
En toen Hij aan het kruis hing, riep Hij:
“Het is volbracht.”
— Johannes 19:30
Niet: “Het begin is gemaakt.”
Niet: “Nu is het aan jou.”
Niet: “Ik heb Mijn deel gedaan; doe jij nu het jouwe.”
Niet: “Ik heb voor je vroegere zonden betaald, maar de toekomstige moet je zelf onder controle houden.”
Hij zei:
Het is volbracht.
Afgerond.
Voltooid.
Betaald.
Er ontbreekt niets.
Wie iets aan dat volbrachte werk probeert toe te voegen, maakt het niet beter. Hij verklaart feitelijk dat het werk van Christus onvoldoende was.
Dat is geen nederigheid.
Dat is ongeloof.
Christus is niet alleen noodzakelijk — Hij is genoeg
Veel religieuze mensen zullen zeggen dat Jezus noodzakelijk is.
Maar zij geloven niet werkelijk dat Hij genoeg is.
De tegenwerping dat je toch wel iets moet doen om gered te worden klinkt misschien logisch en vroom, maar maakt menselijke prestatie alsnog tot een onderdeel van redding.
Zij zeggen:
“Zonder Jezus kan ik niet gered worden, maar ik moet mij ook bekeren van al mijn zonden.”
“Christus heeft betaald, maar ik moet wel gehoorzaam blijven.”
“Redding is een geschenk, maar je kunt het verliezen als je verkeerd leeft.”
“Je wordt gered door geloof, maar je goede werken moeten bewijzen dat je geloof echt was.”
Dat klinkt christelijk, maar de mens heeft zichzelf opnieuw in het middelpunt geplaatst.
Christus is dan slechts een onderdeel van de redding geworden.
Maar de Bijbel zegt niet dat Christus een bijdrage leverde aan jouw redding.
Christus is jouw redding.
Jij gaat niet naar de hemel omdat Christus iets deed en jij vervolgens voldoende hebt meegewerkt.
Je gaat naar de hemel omdat Christus alles deed.
Jouw kerkbezoek helpt niet één procent.
Jouw gebeden helpen niet één procent.
Jouw doop helpt niet één procent.
Jouw levensverbetering helpt niet één procent.
Jouw tranen helpen niet één procent.
Jouw belijdenis helpt niet één procent.
Jouw volharding helpt niet één procent.
Niets wat jij doet, kan ook maar een splinter toevoegen aan het kruis van Christus.
De gedachte dat jij Christus nodig hebt, maar daarnaast met jouw prestaties moet bijdragen, is alsof je God in het gezicht slaat en zegt:
“Het offer van Uw Zoon was indrukwekkend, maar nog niet helemaal voldoende. Gelukkig heb ik zelf ook iets bijgedragen.”
God deelt Zijn eer niet met jou.
Waarom jouw werken je nooit kunnen redden
Geen mens is rechtvaardig
“Gelijk geschreven is: Er is niemand rechtvaardig, ook niet één.”
— Romeinen 3:10
Een onrechtvaardig mens kan zichzelf niet door zijn eigen daden rechtvaardig maken.
Een schuldige kan zijn misdaad niet uitwissen door later enkele goede dingen te doen.
Stel dat een moordenaar voor de rechter zegt:
“Het klopt dat ik iemand heb gedood, maar daarna heb ik een oude vrouw geholpen oversteken.”
Zou de rechter daarom zijn misdaad negeren?
Natuurlijk niet.
Goede daden wissen slechte daden niet uit.
Alle mensen hebben gezondigd
“Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods.”
— Romeinen 3:23
God vergelijkt jou niet met je buurman, je collega of een beruchte crimineel.
De maatstaf is dat God volmaakt is.
En jij komt tekort.
Misschien ben je beter dan sommige andere mensen. Maar “beter dan een ander” is niet hetzelfde als volmaakt.
De hemel is geen plaats voor betrekkelijk goede mensen.
De hemel is volmaakt.
Zelfs onze gerechtigheden zijn onrein
“Doch wij allen zijn als een onreine, en al onze gerechtigheden zijn als een wegwerpelijk kleed.”
— Jesaja 64:6
Niet alleen onze openlijke zonden zijn onvoldoende. Zelfs onze beste menselijke gerechtigheden kunnen ons niet rechtvaardigen.
Waarom niet?
Omdat ze voortkomen uit een gevallen mens.
Zelfs in onze goede daden zitten verkeerde motieven, trots, zelfzucht, eerzucht, angst of verlangen naar menselijke goedkeuring.
De mens kan zichzelf niet omhoogwerken naar Gods volmaaktheid.
Hij heeft een Redder nodig.
De hemel is volmaakt
Er bestaat geen “redelijk goede” hemel.
De hemel is geen plaats waar God de beste kandidaten uit een slechte groep selecteert.
In de nieuwe hemel en de nieuwe aarde woont gerechtigheid.
“Maar wij verwachten, naar Zijn belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, in dewelke gerechtigheid woont.”
— 2 Petrus 3:13
In het nieuwe Jeruzalem zal niets inkomen dat verontreinigt, gruwelijkheid doet of leugen spreekt.
Daar ontstaat het onoplosbare probleem voor ieder mens:
Om een volmaakte hemel binnen te gaan, moet je volmaakt zijn.
Maar jij bent niet volmaakt.
Je kunt jouw verleden niet veranderen. Je kunt jouw zonden niet ongedaan maken. Je kunt jezelf geen volmaakte gerechtigheid geven.
Daarom moet God jou een gerechtigheid geven die niet van jouzelf afkomstig is.
God rekent de gerechtigheid van Christus toe
Dit is het hart van het Evangelie.
Christus nam jouw zonden op Zich, zodat God Zijn gerechtigheid aan jou kan geven.
“Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.”
— 2 Korinthe 5:21
Christus kende geen zonde.
Jij kende wel zonde.
Aan het kruis nam Hij jouw zonden op Zich. Hij droeg het oordeel dat jij verdiende. Hij betaalde wat jij nooit kon betalen.
Wanneer jij in Hem gelooft, wordt Zijn gerechtigheid jou toegerekend.
Toerekenen betekent: op jouw rekening zetten.
Jouw zonden werden op Christus gelegd.
Zijn gerechtigheid wordt aan jou toegerekend.
Je wordt niet zelf God. Je wordt ook niet plotseling zondeloos in je dagelijkse wandel. Maar voor Gods rechterstoel sta je bekleed met de volmaakte gerechtigheid van Christus.
God ziet geen openstaande schuld meer.
Niet omdat jij zo goed bent.
Maar omdat Christus zo goed is.
Paulus verlangde:
“En in Hem gevonden worde, niet hebbende mijn rechtvaardigheid, die uit de wet is, maar die door het geloof van Christus is, namelijk de rechtvaardigheid, die uit God is door het geloof.”
— Filippenzen 3:9
Paulus vertrouwde niet op zijn afkomst, godsdienst, ijver, gehoorzaamheid of prestaties.
Hij wilde niet voor God staan met zijn eigen gerechtigheid.
Hij wilde in Christus gevonden worden.
Dat is jouw enige hoop.
De tekst die menselijke godsdienst niet kan verdragen
Romeinen 4:5 snijdt iedere menselijke bijdrage radicaal af:
“Doch dengene, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.”
Lees nauwkeurig wat er staat.
Dengene die niet werkt.
Er staat niet: degene die hard genoeg werkt.
Niet: degene die zijn leven verbetert.
Niet: degene die goede vruchten voortbrengt.
Niet: degene die ophoudt met ernstige zonden.
Niet: degene die voldoende berouw toont.
Niet: degene die tot het einde volhardt.
Er staat:
Die niet werkt, maar gelooft.
En wie rechtvaardigt God?
De godsdienstige?
De levenslange gehoorzame?
De voorbeeldige christen?
Nee.
God rechtvaardigt de goddeloze.
Dat betekent dat God iemand rechtvaardigt die op dat moment niets heeft om Hem aan te bieden.
Geen verdiensten.
Geen prestaties.
Geen verbeterd leven.
Geen bewijsstukken.
Hij gelooft in Christus en zijn geloof wordt hem tot rechtvaardigheid gerekend.
Romeinen 4:6 spreekt daarom over:
“De zaligheid des mensen, welken God de rechtvaardigheid toerekent zonder werken.”
Zonder werken.
Niet met weinig werken.
Niet met werken die pas na de redding als noodzakelijke bewijsvoering worden toegevoegd.
Zonder werken.
Geloof is geen betaling
Sommige mensen maken zelfs van geloof een verdienstelijk werk.
Maar geloven is niet hetzelfde als betalen.
Wanneer iemand jou een geschenk aanbiedt en jij neemt het aan, heb jij dat geschenk niet verdiend.
Je hebt alleen geloofd dat de gever het werkelijk aan jou wilde geven.
Zo is het ook met eeuwig leven.
“Want de bezoldiging der zonde is de dood, maar de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onzen Heere.”
— Romeinen 6:23
Een bezoldiging verdien je.
Een genadegift ontvang je.
Eeuwig leven is niet Gods loon voor een goed christelijk leven.
Het is Gods geschenk aan de goddeloze die in Christus gelooft.
Geloof is overtuigd zijn dat God kan en zal doen wat Hij heeft beloofd.
Over Abraham staat:
“En ten volle verzekerd zijnde, dat hetgeen beloofd was, Hij ook machtig was te doen.”
— Romeinen 4:21
Dat is wat waar geloof volgens de Bijbel is: niet vertrouwen op jouw vermogen om trouw te blijven, maar overtuigd zijn dat God machtig is Zijn belofte te vervullen.
Niet vertrouwen op jouw kracht om te volharden.
Niet vertrouwen op de echtheid van jouw emoties.
Maar overtuigd zijn dat God machtig is Zijn belofte te vervullen.
De vraag is niet:
“Ben jij sterk genoeg om jezelf gered te houden?”
De vraag is:
“Is Christus machtig genoeg om jou te redden?”
Wat moet je dan precies geloven?
Je moet niet alleen geloven dat Jezus ooit heeft bestaan.
Je moet niet alleen geloven dat Hij een groot Leraar was.
Je moet niet alleen geloven dat Hij wonderen deed.
Je moet geloven dat Jezus Christus, de Zoon van God, het volledige verlossingswerk voor jou heeft volbracht.
Hij stierf voor jouw zonden.
Hij werd begraven.
Hij stond lichamelijk op uit de dood.
Hij betaalde jouw volledige schuld.
Hij biedt jou eeuwig leven als vrije gave aan.
“Zo zij u dan bekend, mannen broeders, dat door Dezen u vergeving der zonden verkondigd wordt; en dat van alles, waarvan gij niet kondet gerechtvaardigd worden door de wet van Mozes, door Dezen een iegelijk, die gelooft, gerechtvaardigd wordt.”
— Handelingen 13:38-39
Een iegelijk die gelooft.
Niet een iegelijk die gelooft én zijn leven op orde brengt.
Niet een iegelijk die gelooft én zich laat dopen.
Niet een iegelijk die gelooft én voldoende volhardt.
Niet een iegelijk die gelooft én later bewijst dat zijn geloof echt was.
Een iegelijk die gelooft, wordt gerechtvaardigd.
Het werk van God: geloof in Degene Die Hij heeft gezonden
Toen mensen aan Jezus vroegen:
“Wat zullen wij doen, opdat wij de werken Gods mogen werken?”
antwoordde Hij:
“Dit is het werk Gods, dat gij gelooft in Hem, Dien Hij gezonden heeft.”
— Johannes 6:28-29
De mens wil altijd weten wat hij moet doen.
Welke wet moet ik houden?
Welke prestatie moet ik leveren?
Welke zonde moet ik eerst overwinnen?
Welke religieuze handeling moet ik uitvoeren?
Maar Christus wijst niet naar jouw werken.
Hij wijst naar Zichzelf.
Geloof in Hem Die God heeft gezonden.
Geloof in de Persoon Die het werk deed.
Geloof dat Zijn betaling voldoende was.
Geloof dat Hij eeuwig leven geeft aan degene die op Hem vertrouwt.
De Vader is tevreden met het werk van de Zoon
Christus is de verzoening voor onze zonden.
Hij heeft aan Gods rechtvaardige eis voldaan.
De Vader keek niet naar het kruis en zei:
“Het is een goed begin, maar de zondaar moet nog enkele voorwaarden vervullen.”
De Vader heeft het offer van Zijn Zoon aangenomen.
De opstanding bewijst dat Christus werkelijk heeft volbracht waarvoor Hij kwam.
God is tevreden met de betaling van Zijn Zoon.
De enige vraag is nu:
Ben jij er ook tevreden mee?
Of denk je dat jouw werken nog nodig zijn?
Wie werkelijk gelooft dat Christus volledig heeft betaald, stopt met proberen zichzelf te redden.
Hij rust in Christus.
Niet in zichzelf.
Hoogmoed wil altijd iets bijdragen
Waarom hebben zoveel mensen moeite met redding door geloof alleen?
Omdat de natuurlijke mens iets wil kunnen aanwijzen waarop hij trots kan zijn.
“Ik ga trouw naar de kerk.”
“Ik heb mijn leven veranderd.”
“Ik heb veel opgegeven.”
“Ik ben gedoopt.”
“Ik leef heiliger dan vroeger.”
“Ik heb volhard.”
“Ik heb bewezen dat mijn geloof echt was.”
De mens wil een stukje van de eer.
Hij wil kunnen zeggen dat hij Christus nodig had, maar dat hij zelf ook verstandig, nederig, gehoorzaam of volhardend genoeg was.
Maar voor God blijft daar niets van over.
“Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; niet uit de werken, opdat niemand roeme.”
— Efeze 2:8-9
Waarom is redding niet uit werken?
Opdat niemand roeme.
In de hemel zal niemand zeggen:
“Ik ben hier omdat ik beter heb volhard dan mijn buurman.”
Niemand zal zeggen:
“Christus heeft mij een kans gegeven, maar uiteindelijk heb ik door mijn gehoorzaamheid de eindstreep gehaald.”
Iedere geredde zal eeuwig moeten erkennen:
Ik ben hier uitsluitend vanwege Jezus Christus.
Goede werken vóór of na het geloof kunnen redding niet veiligstellen
Titus 3:5 zegt:
“Heeft Hij ons zalig gemaakt, niet uit de werken der rechtvaardigheid, die wij gedaan hadden, maar naar Zijn barmhartigheid.”
God maakt ons niet zalig uit onze rechtvaardige werken.
Niet uit vroegere werken.
Niet uit huidige werken.
Niet uit toekomstige werken.
Sommige mensen erkennen dat goede werken je niet kunnen redden, maar leren vervolgens dat goede werken noodzakelijk zijn om gered te blijven.
Daarmee hebben zij de werken gewoon naar een later tijdstip verplaatst.
Eerst zeggen zij:
“Je ontvangt redding gratis.”
Daarna zeggen zij:
“Maar je moet wel gehoorzaam blijven, anders verlies je haar.”
Dan was redding nooit werkelijk gratis.
Dan ontving je slechts een tijdelijke proefperiode.
Eeuwig leven zou dan niet eeuwig zijn, maar voorwaardelijk leven dat duurt zolang jij aan de voorwaarden voldoet.
Dat is niet wat Christus heeft beloofd.
“Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.”
— Johannes 6:47
Heeft.
Niet: krijgt het misschien later.
Niet: houdt het zolang hij goed leeft.
Niet: bezit het totdat hij ernstig zondigt.
Wie gelooft, heeft eeuwig leven.
Wanneer dat leven later zou kunnen eindigen, is het nooit eeuwig leven geweest.
De onvermijdelijke vraag: kan een gelovige leven als de duivel en toch naar de hemel gaan?
Zodra je het Evangelie werkelijk gratis verkondigt, ontstaat onvermijdelijk de vraag: kan een gelovige na zijn geloof leven als de duivel en toch naar de hemel gaan?
Het juiste antwoord is niet moeilijk.
Het juiste antwoord is alleen zo radicaal dat veel mensen het niet durven geven.
Ja.
Wanneer iemand werkelijk in Jezus Christus heeft geloofd en eeuwig leven heeft ontvangen, kan zijn latere zonde dat eeuwige leven niet veranderen in tijdelijk leven.
Anders was de gave niet werkelijk vrij.
Anders waren niet alle zonden betaald.
Anders was de belofte van Christus niet betrouwbaar.
Anders werd de gelovige uiteindelijk toch door zijn eigen gedrag gered of verloren.
Begrijp goed wat hiermee wordt gezegd.
Dit betekent niet dat zonde goed is.
Dit betekent niet dat God ongehoorzaamheid goedkeurt.
Dit betekent niet dat een gelovige zonder gevolgen kan zondigen.
Dit betekent niet dat een christen wordt aangemoedigd te liegen, stelen, bedriegen, overspel te plegen, geweld te gebruiken of als de duivel te leven.
Maar het betekent wél dat zelfs de zonde van een gelovige niet sterker is dan het bloed van Jezus Christus.
Een gelovige behoort heilig te leven. Maar hij leeft niet heilig om gered te worden, gered te blijven of uiteindelijk toegelaten te worden tot de hemel.
Hij behoort heilig te leven omdat hij reeds Gods kind is.
Er is een hemelsbreed verschil tussen:
“Leef goed, anders ga je verloren,”
en:
“Je bent door Christus voor eeuwig gered; leef daarom zoals een kind van God behoort te leven.”
Het eerste is slavernij.
Het tweede is genade.
Wanneer “gratis” niet echt gratis mag zijn
Waarom stelt iemand de vraag of een gelovige dan maar kan leven zoals hij wil?
Omdat hij heeft begrepen dat je zei dat eeuwig leven gratis is.
Hij test of je het werkelijk meent.
Wanneer jij vervolgens antwoordt:
“Nee, want als hij slecht leeft, gaat hij alsnog verloren,”
dan heb je toegegeven dat eeuwig leven niet gratis is.
Dan hangt de uiteindelijke redding alsnog af van gedrag.
Dan heb je eerst gezegd dat de mens niet hoeft te betalen, maar stuur je later alsnog de rekening.
Een geschenk dat je moet teruggeven zodra je onvoldoende presteert, was nooit een onvoorwaardelijk geschenk.
Een eeuwig leven dat verloren kan gaan, was nooit eeuwig.
Een redding die Christus geeft maar die jij door jouw falen kunt vernietigen, rust uiteindelijk niet op Christus maar op jou.
En dat is precies het probleem.
Een ongehoorzaam kind blijft een kind
Wanneer een gelovige zondigt, houdt God niet op zijn Vader te zijn.
De gelovige kan een ongehoorzaam kind worden. Hij kan buiten gemeenschap met God leven. Hij kan zijn vreugde, vrede, bruikbaarheid, getuigenis, beloning en zelfs zijn lichamelijke leven verliezen.
Dit is de eeuwige zekerheid van de gelovige: zijn behoud rust op Gods onveranderlijke belofte en het volbrachte werk van Christus, niet op zijn wisselende wandel.
God kan hem kastijden.
“Want dien de Heere liefheeft, kastijdt Hij, en Hij geselt een iegelijken zoon, dien Hij aanneemt.”
— Hebreeën 12:6
Let op: God kastijdt hem omdat hij een zoon is.
Niet om hem tot zoon te maken.
Niet om te bepalen of hij misschien toch geen zoon was.
Maar omdat hij reeds tot Gods gezin behoort.
Sommige gelovigen werden vanwege hun zonde zwak, ziek of stierven voortijdig.
“Daarom zijn onder u vele zwakken en kranken, en velen slapen.”
— 1 Korinthe 11:30
God kan een opstandig kind zelfs vroeg naar huis nemen.
Maar naar huis nemen is iets anders dan in de hel werpen.
De gelovige kan zijn loon verliezen.
“Zo iemands werk zal verbrand worden, die zal schade lijden; maar zelf zal hij behouden worden, doch alzo als door vuur.”
— 1 Korinthe 3:15
Zijn werk verbrandt.
Hij lijdt schade.
Maar wat gebeurt er met hemzelf?
Hij zal behouden worden.
De Bijbel maakt verschil tussen redding en loon, tussen kindschap en gemeenschap, tussen eeuwig leven en dagelijkse wandel.
Religie gooit die dingen door elkaar en maakt van de Vader een Rechter Die Zijn kinderen bij iedere ernstige misstap opnieuw met de hel bedreigt.
Maar Christus heeft de straf voor hun zonden reeds gedragen.
“Maar dan hoeft iemand God dus niet lief te hebben om naar de hemel te gaan?”
Je wordt niet gered omdat jij God liefhebt.
Je wordt gered omdat God jou heeft liefgehad en Zijn Zoon voor jou heeft gegeven.
“Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.”
— Johannes 3:16
Er staat niet:
“Opdat een iegelijk die God voldoende liefheeft niet verderve.”
Er staat:
Een iegelijk die in Hem gelooft.
Liefde tot God is goed. Gehoorzaamheid is goed. Heiligheid is goed. Dienstbaarheid is goed.
Maar geen van die dingen is de voorwaarde voor het ontvangen van eeuwig leven.
Je gaat niet naar de hemel omdat jij God zo voortreffelijk hebt liefgehad.
Je gaat naar de hemel omdat God jou liefhad en Christus jouw zonden heeft gedragen.
“Maar hij wil alleen niet naar de hel”
Sommige mensen spreken minachtend over iemand die Christus alleen gelooft omdat hij niet naar de hel wil.
Ze noemen dat “slechts een brandverzekering”.
Maar waarom zou het verkeerd zijn om niet naar de hel te willen?
De hel is werkelijk.
Het oordeel is werkelijk.
Jouw zonde is werkelijk.
Wanneer jij begrijpt dat je verloren bent en vervolgens gelooft dat Christus jou eeuwig leven geeft, ben je gered.
Je hoeft eerst geen verheven motieven te ontwikkelen.
Je hoeft niet te bewijzen dat je God om volkomen zuivere redenen zoekt.
Je hoeft niet te wachten totdat je Hem voldoende liefhebt.
Kom als de schuldige zondaar die je bent.
Geloof in Christus.
Ontvang de vrije gave.
Tranen, gevoelens en gebeden redden niet
Sommige mensen huilen wanneer zij het Evangelie begrijpen.
Anderen voelen nauwelijks iets.
Emoties redden niet.
Tranen redden niet.
Een hand opsteken redt niet.
Naar voren lopen in een samenkomst redt niet.
Een zondaarsgebed opzeggen redt niet.
Een voorganger vertellen dat je een beslissing hebt genomen redt niet.
Je wordt gered door Jezus Christus.
Geloof is geen religieuze ceremonie. Het is overtuigd zijn dat Christus deed wat Hij heeft beloofd en dat Zijn werk voldoende is om jou voor eeuwig te redden.
Je hoeft God niet met een speciaal geformuleerd gebed over te halen.
God wil jou redden.
Christus heeft betaald.
De gave wordt aangeboden.
Geloof Hem.
De wedergeboorte is Gods werk
Jezus zei tegen Nicodemus:
“Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien.”
— Johannes 3:3
Heb jij geholpen bij je natuurlijke geboorte?
Heb jij jezelf gevormd?
Heb jij jezelf ter wereld gebracht?
Nee.
Zo is ook de wedergeboorte geen menselijke prestatie.
Wie in Christus gelooft, wordt uit God geboren.
God geeft hem nieuw leven.
De nieuwe mens is uit God geboren en zondigt niet. Tegelijk blijft de gelovige in dit aardse leven het zondige vlees bij zich dragen. Daarom bestaat er strijd tussen vlees en Geest.
Maar dat nieuwe leven komt van God.
Het is niet het eindproduct van jouw zelfverbetering.
Je wordt niet wedergeboren doordat jij je leven verandert.
Je kunt je leven pas werkelijk volgens God leren leven nadat je uit God geboren bent.
Goede werken hebben wel degelijk een plaats
Het Evangelie leert niet dat goede werken waardeloos zijn.
Het leert dat goede werken waardeloos zijn als middel tot redding.
Ook de Bijbelse uitspraak dat geloof zonder werken dood is maakt werken niet tot een voorwaarde voor eeuwig leven. Zij gaat over de werkzaamheid en bruikbaarheid van het geloof in het leven van iemand die al gered is.
Na Efeze 2:8-9 volgt Efeze 2:10:
“Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken.”
Let op de volgorde.
Niet:
Goede werken → redding.
Maar:
Redding → goede werken.
Wij doen geen goede werken om kinderen van God te worden.
Wij behoren goede werken te doen omdat wij kinderen van God zijn geworden.
Die volgorde is beslissend voor heel het leven na geloof: eerst ontvangt de mens eeuwig leven uit genade; daarna behoort hij als kind van God te leren wandelen.
Goede werken zijn belangrijk voor:
- onze gemeenschap met God;
- onze geestelijke groei;
- onze bruikbaarheid;
- ons getuigenis;
- onze vreugde en vrede;
- zegen in ons aardse leven;
- toekomstig loon voor de rechterstoel van Christus;
- het bekendmaken van het Evangelie aan anderen.
Maar zodra je goede werken gebruikt om redding te verdienen, te behouden of te bewijzen, plaats je ze waar alleen het bloed van Christus mag staan.
Het werk van de gelovige is anderen over Gods werk te vertellen
De gelovige behoort niet de wereld in te gaan om te vertellen hoe goed hijzelf is geworden.
De boodschap is niet:
“Kijk naar mijn veranderde leven.”
“Word zoals ik.”
“Ga naar mijn kerk.”
“Neem mijn levensstijl over.”
De boodschap is:
Kijk naar Jezus Christus.
Hij kwam in deze wereld.
Hij leefde volmaakt.
Hij droeg jouw zonden.
Hij stierf in jouw plaats.
Hij stond op uit de dood.
Hij geeft eeuwig leven aan ieder die in Hem gelooft.
Ons werk is mensen te vertellen over Zijn werk.
Wanneer wij mensen vooral vertellen wat zij allemaal moeten doen, hebben wij het Evangelie omgekeerd.
De zondaar moet niet eerst voor Christus gaan werken.
Hij moet geloven in het werk dat Christus reeds voor hem heeft gedaan.
Wat houdt jou nog tegen?
Misschien vertrouw je op je kerk.
Maar jouw kerk stierf niet voor jou.
Misschien vertrouw je op je doop.
Maar water betaalde jouw zonden niet.
Misschien vertrouw je op je gebeden.
Maar jouw woorden kunnen Gods rechtvaardige oordeel niet dragen.
Misschien vertrouw je op je levensverandering.
Maar een verbeterd leven wist je verleden niet uit.
Misschien vertrouw je op je berouw.
Maar de intensiteit van jouw verdriet is geen betaling voor de zonde.
Misschien vertrouw je op je volharding.
Maar jij weet niet eens wat je morgen zult doen.
Misschien vertrouw je erop dat je geloof echt is omdat je goede vruchten ziet.
Dan kijk je voor zekerheid opnieuw naar jezelf.
Kijk niet naar jezelf.
Kijk naar Christus.
Jij kunt jezelf niet redden.
Je kunt jezelf niet gereedmaken om gered te worden.
Je kunt jezelf niet gered houden.
Je kunt Christus niet helpen.
En je hoeft Hem niet te helpen.
Gods werk is voldoende
Jezus Christus heeft al jouw zonden gedragen.
Niet alleen de zonden die je vóór het geloof hebt gedaan.
Niet alleen de zonden waarvan je je bewust bent.
Niet alleen de “kleine” zonden.
Hij wist aan het kruis al jouw zonden.
Toen Christus stierf, lagen al jouw zonden nog in de toekomst. Toch betaalde Hij ervoor.
Hij hoeft niet opnieuw te sterven.
“Alzo ook Christus, eenmaal geofferd zijnde, om veler zonden weg te nemen, zal ten anderen male zonder zonde gezien worden van degenen, die Hem verwachten tot zaligheid.”
— Hebreeën 9:28
Toen Hij de eerste keer kwam, kwam Hij om de zonde te dragen.
Wanneer Hij terugkomt, komt Hij niet opnieuw om voor zonden te betalen.
Het werk is gedaan.
Eén offer.
Eén betaling.
Eén Redder.
Het oordeel is eenvoudig
Er zijn uiteindelijk maar twee soorten mensen.
Mensen die vertrouwen op Christus.
En mensen die, geheel of gedeeltelijk, vertrouwen op zichzelf.
Misschien vertrouw je voor negentig procent op Christus en voor tien procent op je eigen levenswandel.
Dan vertrouw je niet op Christus alleen.
Misschien zeg je dat Christus alles heeft betaald, maar geloof je dat jouw toekomstige zonde je alsnog verloren kan laten gaan.
Dan geloof je niet dat Zijn betaling werkelijk volledig was.
Misschien zeg je dat eeuwig leven een geschenk is, maar geloof je dat je door onvoldoende goede werken kunt bewijzen dat je het nooit werkelijk hebt ontvangen.
Dan rust je zekerheid alsnog op jouw werken.
God vraagt niet om een combinatie.
Hij vraagt geloof in Zijn Zoon.
Geloof Christus nu
Deze boodschap is niet ingewikkeld.
Jij bent een zondaar.
Je kunt jezelf niet redden.
De straf op de zonde is de dood en eeuwige afscheiding van God.
Maar God heeft jou lief.
Jezus Christus kwam als God geopenbaard in het vlees.
Hij leefde zonder zonde.
Hij nam al jouw zonden op Zich.
Hij stierf aan het kruis.
Hij betaalde volledig.
Hij werd begraven.
Hij stond lichamelijk op uit de dood.
En Hij belooft eeuwig leven aan ieder die in Hem gelooft.
Niet aan ieder die belooft voortaan goed te leven.
Niet aan ieder die voldoende berouw voelt.
Niet aan ieder die zich laat dopen.
Niet aan ieder die tot het einde volhardt.
Aan ieder die gelooft.
Stop met vertrouwen op jezelf.
Stop met proberen Christus te helpen.
Stop met onderhandelen met God.
Stop met wachten op sterkere gevoelens.
Geloof dat Jezus Christus het volledige werk voor jou heeft gedaan.
Het is volbracht.
De prijs is betaald.
De gave is gratis.
Christus is genoeg.
“Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.”
— Johannes 6:47
Lees verder over zekerheid en leven na geloof
Nog steeds zonde — toch gered?