Amalek is in de Bijbel meer dan een oud vijandig volk van Israël. De strijd tegen Amalek laat diep zien hoe de oude zondige natuur werkt in het leven van een gelovige. Eerst komt de redding door Christus, de geslagen Rots; daarna komt de strijd tegen het vlees. Eeuwig leven ontvangt u door geloof alleen, maar na de redding roept God de gelovige om te wandelen door de Geest.
Amalek in de Bijbel: de oude natuur die geen genade kent
Eerst kwam het water uit de geslagen rots. Daarna kwam Amalek. Zo laat de Bijbel zien: redding is door Christus alleen, maar daarna begint de strijd tegen het vlees.
Veel mensen denken dat het grootste gevaar voor een gelovige van buitenaf komt. Van de wereld. Van dwaalleer. Van vervolging. Van verleiding. Van de duivel.
En ja, dat zijn echte gevaren.
Maar de Bijbel legt een mes dieper. Er is een vijand die dichterbij zit. Een vijand die u overal mee naartoe draagt. Een vijand die niet ophoudt zolang u in dit lichaam leeft.
Dat is het vlees. De oude zondige natuur.
In het Oude Testament tekent God die waarheid op een indrukwekkende manier in de geschiedenis van Israël en Amalek. Amalek is niet zomaar een oud volk uit de woestijn. Amalek wordt in de Schrift een scherp beeld van de oude natuur: verraderlijk, hard, genadeloos, zonder vreze Gods, altijd uit op zwakke momenten, altijd gereed om de wandel van Gods volk te verwoesten.
Wie dit ziet, gaat de Bijbel dieper lezen. Dan ziet u: God redt de zondaar door genade. Maar na die redding begint de strijd.
Daarom is dit onderwerp zo belangrijk. Niet om iemand onzeker te maken over zijn zaligheid. Juist niet. Eeuwig leven ontvangt u niet door het vlees te overwinnen, niet door heilig genoeg te leven, niet door uzelf te verbeteren, maar door te geloven in de Heere Jezus Christus. Zie daarvoor ook: Hoe word ik gered?
Maar nadat iemand gered is, is de strijd niet voorbij. Dan begint de strijd om dienst, wandel, vrucht, getuigenis, loon en gehoorzaamheid. Dat is precies het terrein van leven na geloof.
Eerst de rots, daarna Amalek
In Exodus 17 gebeurt iets opmerkelijks. Israël is uit Egypte geleid. Het volk dorst. Mozes moet op Gods bevel de rots slaan, en uit die geslagen rots komt water.
Dat is geen klein detail. Het Nieuwe Testament geeft zelf de sleutel:
“En allen denzelfden geestelijken drank gedronken hebben; want zij dronken uit de geestelijke steenrots, die volgde; en de steenrots was Christus.”
— 1 Korinthe 10:4
De rots is Christus. De rots wordt geslagen. Daarna komt het water. Dat is een prachtig beeld: Christus werd geslagen, geoordeeld, gekruisigd, en uit Zijn volbrachte werk komt leven.
De Heere Jezus zei:
“Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke.”
— Johannes 7:37
En Johannes voegt eraan toe dat Hij sprak van de Geest, Die degenen ontvangen zouden die in Hem geloven.
Dus let goed op de volgorde.
Eerst komt het water uit de rots. Eerst komt de redding. Eerst komt het leven. Eerst komt de voorziening van God. Eerst drinkt het volk.
En daarna?
“Toen kwam Amalek, en streed tegen Israël in Rafidim.”
— Exodus 17:8
Dat is diep. Amalek komt niet vóór de rots, maar ná de rots. Niet vóór het water, maar ná het water. Niet vóór het beeld van redding, maar daarna.
Dat leert een grote waarheid: de strijd tegen het vlees is niet de voorwaarde om gered te worden. Het is de strijd van iemand die al door God gered is.
Dat moet glashelder blijven. Wie redding vermengt met de strijd tegen het vlees, maakt van het Evangelie een modderpoel. Dan wordt genade vermengd met prestatie. Dan wordt geloof vermengd met gedrag. Dan wordt zekerheid afhankelijk gemaakt van uw overwinning in plaats van Christus’ overwinning.
Nee. De zondaar wordt gered door geloof alleen in Christus alleen. Zie ook: Is redding alleen door geloof in Jezus Christus?
Maar de geredde mens krijgt daarna wél met Amalek te maken.
Deze volgorde is belangrijk: eerst redding door Christus, daarna de strijd tegen het vlees. Meer over die bredere Bijbelse lijn vindt u op de portaalpagina over vlees en Geest
Amalek: beeld van het vlees
Amalek komt voort uit de lijn van Ezau. Ezau wordt Edom genoemd. In Genesis 36 wordt Amalek genoemd in de geslachtslijn van Ezau.
Dat is niet zomaar geschiedenis. Ezau en Jakob staan in de Schrift tegenover elkaar. Ezau komt eerst. Jakob komt daarna. Ezau is de man van het veld, de man van het directe, aardse, natuurlijke verlangen. Jakob is niet volmaakt, maar God gebruikt hem in de lijn van de belofte.
Dat patroon past precies bij wat de gelovige in zichzelf ervaart.
De eerste geboorte is naar het vlees. U wordt geboren met een zondige natuur. Die oude natuur was er eerst. Die zat al op de troon van uw leven voordat u ooit geloofde. Die oude natuur wil regeren. Die wil niet buigen. Die wil niet sterven. Die wil niet dienen. Die wil niet luisteren.
Daarna komt de nieuwe geboorte.
“Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden.”
— 2 Korinthe 5:17
De gelovige heeft dus een nieuwe mens. Maar de oude natuur is niet verdwenen. Die is niet verbeterd. Die is niet opgevoed tot geestelijkheid. Die is nog steeds vlees.
En vlees wordt geen geest.
“Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees; en hetgeen uit den Geest geboren is, dat is geest.”
— Johannes 3:6
Dat is één van de meest bevrijdende én meest vernederende waarheden in de Bijbel. God zegt niet: “Verbeter uw vlees.” God zegt niet: “Maak uw oude natuur christelijk.” God zegt niet: “Doop Amalek, kleed Amalek netjes aan, stuur Amalek naar de kerk, en dan komt het wel goed.”
Nee. Het vlees blijft vlees.
Daarom schrijft Paulus:
“Want het vlees begeert tegen den Geest, en de Geest tegen het vlees; en deze staan tegen elkander, alzo dat gij niet doet, hetgeen gij wildet.”
— Galaten 5:17
Dat is Exodus 17 in nieuwtestamentische taal. Israël tegenover Amalek. Geest tegenover vlees. Nieuwe mens tegenover oude mens.
En die strijd is echt.
Amalek valt de zwakken aan
In Deuteronomium 25 herinnert God Israël eraan wat Amalek deed.
“Gedenk, wat u Amalek gedaan heeft op den weg, als gij uit Egypte uittoogt; hoe hij u op den weg ontmoette, en sloeg onder u in den achterhoede al de zwakken achter u, als gij mat en moede waart; en hij vreesde God niet.”
— Deuteronomium 25:17-18
Dat is een onthullend vers.
Amalek viel niet eerst de sterksten aan. Hij viel de achterhoede aan. De zwakken. De vermoeiden. De matten. Degenen die achteraan kwamen. Degenen die niet waakzaam waren. Degenen die uitgeput waren.
Zo werkt het vlees.
Het vlees valt aan wanneer u moe bent. Wanneer u geestelijk traag wordt. Wanneer u de Bijbel laat liggen. Wanneer u denkt: één keer kan geen kwaad. Wanneer u niet meer bidt. Wanneer u zich afzondert. Wanneer u denkt dat u sterk genoeg bent.
Het vlees fluistert nooit eerlijk: “Ik wil uw leven kapotmaken.”
Nee, het vlees zegt: “Overdrijf niet. Eén beetje kan geen kwaad. Je hoeft niet zo scherp te zijn. Je hoeft niet zo serieus te wandelen. Je bent toch gered? Maak je niet druk.”
Dat is het verraderlijke. Amalek vraagt om een klein stukje terrein. Niet alles tegelijk. Eerst een gedachte. Dan een gewoonte. Dan een excuus. Dan een patroon. Dan een ketting.
En daarna vraagt men zich af: hoe ben ik hier gekomen?
De Bijbel zegt:
“Dwaalt niet; God laat Zich niet bespotten; want zo wat de mens zaait, dat zal hij ook maaien. Want die in zijn eigen vlees zaait, zal uit het vlees verderfenis maaien; maar die in den Geest zaait, zal uit den Geest het eeuwige leven maaien.”
— Galaten 6:7-8
Dit gaat niet over eeuwig leven verdienen door werken. Dit gaat over zaaien en maaien in de wandel. Een gelovige die naar het vlees zaait, maait verderf in zijn leven. Zijn zaligheid rust op Christus, maar zijn wandel kan verwoest worden. Zijn getuigenis kan kapot. Zijn vreugde kan weg. Zijn vrucht kan verdwijnen. Zijn loon kan verloren gaan.
Daarom is de vraag niet: “Kan een gelovige verloren gaan?”
Nee. Christus heeft gezegd:
“En Ik geef hun het eeuwige leven; en zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid, en niemand zal dezelve uit Mijn hand rukken.”
— Johannes 10:28
De vraag is: gaat u als geredde mens wandelen in de Geest of gaat u Amalek ruimte geven?
Zie ook: Als ik eenmaal geloof, kan ik dan nog verloren gaan?
Amalek vreest God niet
Deuteronomium zegt over Amalek: “en hij vreesde God niet.”
Dat is precies het vlees. Uw oude natuur heeft geen eerbied voor God. Uw vlees wordt niet onder de indruk gebracht door preken. Uw vlees wordt niet betrouwbaar door kennis. Uw vlees wordt niet veilig omdat u ouder wordt. Uw vlees wordt niet heiliger omdat u al jaren gelooft.
Het vlees vreest God niet.
Daarom kunt u het vlees niet vertrouwen.
Niet een beetje. Niet onder voorwaarden. Niet op afstand. Niet “alleen vandaag”. Niet “alleen in gedachten”. Niet “ik weet wel hoever ik kan gaan”.
Nee. Wie Amalek spaart, opent de deur voor zijn eigen nederlaag.
Paulus zegt:
“Maar doet aan den Heere Jezus Christus, en verzorgt het vlees niet tot begeerlijkheden.”
— Romeinen 13:14
Dat is scherp. Verzorg het vlees niet. Geef het geen voeding. Geef het geen gelegenheid. Geef het geen voorraad. Geef het geen plan. Geef het geen comfortabele stoel in uw leven.
Want het vlees wil niet samenwerken. Het wil regeren.
Saul spaarde Agag
In 1 Samuel 15 krijgt koning Saul een duidelijke opdracht. God zegt dat Amalek geoordeeld moet worden. Saul moet Amalek slaan en niets sparen.
Maar Saul gehoorzaamt half. Hij spaart Agag, de koning van Amalek, en het beste van de dieren.
Daarna komt Samuel.
Saul zegt vroom: “Ik heb des HEEREN woord bevestigd.”
Maar Samuel hoort de schapen blaten.
“Wat is dan dit geblaat der schapen in mijn oren, en het geloei der runderen, dat ik hoor?”
— 1 Samuel 15:14
Dat is een van de meest ontmaskerende momenten in de Schrift. Saul beweert gehoorzaam te zijn, maar het geluid van zijn ongehoorzaamheid is hoorbaar.
Zo gaat het vaak.
Een gelovige kan zeggen: “Het valt wel mee.”
Maar de schapen blaten.
Een gelovige kan zeggen: “Ik heb het onder controle.”
Maar de schapen blaten.
Een gelovige kan zeggen: “God begrijpt het wel.”
Maar de schapen blaten.
Een gelovige kan zeggen: “Ik ben toch gered.”
Maar de schapen blaten.
Ja, een gelovige is gered door Christus, niet door zijn wandel. Maar ongehoorzaamheid blijft ongehoorzaamheid. Vlees blijft vlees. Rebellie blijft rebellie.
Samuel zegt:
“Want wederspannigheid is een zonde der toverij, en wederstreven is afgoderij en beeldendienst.”
— 1 Samuel 15:23
Dat werd tegen Saul gezegd, een man die door God als koning over Israël was aangesteld. Het punt is niet dat Saul door zijn falen bewees dat hij nooit iets met God te maken had. Het punt is dat zijn ongehoorzaamheid hem zijn koningschap kostte. Zijn dienst. Zijn positie. Zijn bruikbaarheid.
Dat is ernstig.
Zo kan ook een gelovige zijn eeuwig leven niet verliezen, maar wel zijn bruikbaarheid. Zijn loon. Zijn getuigenis. Zijn vreugde. Zijn levensduur zelfs. God kan een gelovige kastijden. God kan een kind van Hem streng behandelen. God kan iemand thuishalen.
Dat is geen verlies van zaligheid. Dat is vadershand, tucht, oordeel in het huisgezin van God.
Lees hierbij ook: De waarschuwingen in Hebreeën uitgelegd en Na geloof leven als de duivel.
De machtige kan vallen
Na Sauls ongehoorzaamheid komt zijn ondergang. In 2 Samuel 1 komt er een Amalekiet die beweert dat hij Saul heeft gedood. Of hij de waarheid spreekt of zichzelf groter maakt, maakt voor de geestelijke lijn niet eens uit. Het beeld is ijzingwekkend: Saul spaarde Amalek, en later staat een Amalekiet bij zijn dood.
Dat is de les.
Wat u spaart, kan u later slaan.
Wat u niet oordeelt, kan u later overheersen.
Waar u vandaag genade aan geeft in het vlees, kan morgen uw wandel verwoesten.
David klaagt:
“Hoe zijn de helden gevallen!”
— 2 Samuel 1:19
Dat is geen goedkoop zinnetje. Dat is de realiteit van geestelijke strijd. Sterke mensen kunnen vallen. Bijbelkenners kunnen vallen. Predikers kunnen vallen. Oudere gelovigen kunnen vallen. Mensen die al tientallen jaren meelopen, kunnen vallen.
Waarom?
Omdat het vlees nooit met pensioen gaat.
Zolang u in dit lichaam bent, is waakzaamheid nodig.
“Zo dan, die meent te staan, zie toe, dat hij niet valle.”
— 1 Korinthe 10:12
Dat vers moet iedere gelovige diep in zijn hart hebben. Niet uit angst om de hemel te verliezen, maar uit heilige ernst over de kracht van het vlees.
Pride will bring you down. Hoogmoed is een deur voor Amalek. Zodra een gelovige denkt: “Mij gebeurt dat niet”, staat hij al gevaarlijk dicht bij de rand.
Haman: Amalek leeft nog steeds
De lijn stopt niet bij Saul. In Esther verschijnt Haman, de Agagiet. Agag hoort bij Amalek. Haman wil het Joodse volk uitroeien, zelfs in ballingschap, ver weg in Perzië.
Dat is opnieuw veelzeggend.
Israël kon geografisch verplaatst worden, maar Amalek bleef hen zoeken.
Zo is het ook met het vlees. U kunt verhuizen. U kunt een nieuwe start maken. U kunt een andere omgeving zoeken. U kunt een andere groep mensen ontmoeten. Maar uw oude natuur reist mee.
U kunt Amalek niet ontlopen door omstandigheden te veranderen. U moet leren wandelen door de Geest.
“En ik zeg: Wandelt door den Geest, en volbrengt de begeerlijkheid des vleses niet.”
— Galaten 5:16
Let op wat er staat. Niet: verbeter het vlees. Niet: onderhandel met het vlees. Niet: maak vrede met het vlees. Maar: wandel door de Geest.
De overwinning ligt niet in zelfvertrouwen, maar in afhankelijkheid van de Heere.
U bent niet sterker dan Amalek
Dit is waar veel christenen zichzelf bedriegen. Ze denken dat ze sterk genoeg zijn.
“Ik kan dit wel aan.”
“Ik weet waar de grens ligt.”
“Ik ben niet zoals anderen.”
“Ik heb genoeg kennis.”
“Ik ben al zo lang gelovig.”
Dat is precies de taal waardoor Amalek wint.
U bent niet sterker dan uw vlees. U kunt uw oude natuur niet verslaan door wilskracht. U kunt het vlees niet betrouwbaar maken door religie. U kunt het niet neutraliseren door goede bedoelingen.
Maar de Heilige Geest kan het vlees wel overwinnen.
“Want indien gij naar het vlees leeft, zo zult gij sterven; maar indien gij door den Geest de werkingen des lichaams doodt, zo zult gij leven.”
— Romeinen 8:13
Dat is geen oproep om uzelf te redden. Dat is een oproep aan gelovigen om niet naar het vlees te leven. Het gaat om wandel, niet om het verkrijgen van eeuwig leven.
Wie het verschil niet ziet tussen redding en dienst, maakt de Bijbel verwarrend. Daarom is het zo belangrijk om recht te snijden. Eeuwig leven is een gave. Dienst na geloof is verantwoordelijkheid. Redding is door geloof alleen. Loon heeft te maken met trouw. Zie ook: Waarom zou ik God nog dienen?
De oude mens is gekruisigd, maar moet niet gevoed worden
De Bijbel zegt:
“Dit wetende, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam der zonde te niet gedaan worde, opdat wij niet meer de zonde dienen.”
— Romeinen 6:6
Positioneel is de oude mens gekruisigd. God heeft in Christus geoordeeld wat wij in Adam waren. De gelovige is met Christus gestorven en opgewekt tot een nieuw leven.
Maar praktisch kan een gelovige nog steeds het vlees voeden. Daarom zegt Paulus:
“Houdt het daarvoor dat gij wel der zonde dood zijt, maar Gode levende zijt in Christus Jezus, onzen Heere.”
— Romeinen 6:11
Dat woord “houdt het daarvoor” is belangrijk. U moet rekenen met wat God zegt. Niet met wat u voelt. Niet met wat het vlees fluistert. Niet met uw oude patronen. Niet met uw verleden.
God zegt: u bent van Christus. Uw lichaam behoort Hem toe. Uw leven is gekocht.
“Want gij zijt duur gekocht; zo verheerlijkt dan God in uw lichaam en in uw geest, welke Godes zijn.”
— 1 Korinthe 6:20
Dat is de juiste volgorde. Niet: verheerlijk God zodat u gekocht wordt. Maar: u bent gekocht, verheerlijk daarom God.
Dat is genade die leidt tot dienst.
Een gelovige kan zondigen, maar zonde is nooit ongevaarlijk
Hier moet hard en helder gesproken worden.
Een gelovige kan zondigen. Een gelovige kan zelfs zwaar vallen. Een gelovige kan vleselijk leven. De Bijbel noemt de Korinthiërs “vleselijk”, en toch noemt Paulus hen broeders.
“En ik, broeders, kon tot u niet spreken als tot geestelijken, maar als tot vleselijken, als tot jonge kinderen in Christus.”
— 1 Korinthe 3:1
Dat vers vernietigt de gedachte dat iedere vleselijke christen automatisch ongered is. Paulus zegt niet: “Jullie zijn nooit werkelijk gered.” Hij zegt: “broeders”, “in Christus”, maar “vleselijk”.
Daarom is het artikel Nog steeds zonde, toch gered? zo belangrijk.
Maar draai het niet om. Dat een gelovige kan zondigen, betekent niet dat zonde ongevaarlijk is. Dat eeuwig leven zeker is, betekent niet dat de wandel vrijblijvend is. Dat genade gratis is, betekent niet dat het vlees onschuldig is.
Zonde kan een gelovige verwoesten.
Niet zijn eeuwige positie in Christus, maar wel zijn aardse wandel. Niet Gods belofte, maar wel zijn getuigenis. Niet het fundament, maar wel het gebouw dat daarop gebouwd wordt.
“Zo iemands werk zal verbrand worden, die zal schade lijden; maar zelf zal hij behouden worden, doch alzo als door vuur.”
— 1 Korinthe 3:15
Zelf behouden. Werk verbrand. Dat is het onderscheid.
Amalek liegt
De oude natuur werkt met leugen.
Het vlees zegt:
“God meent het niet zo ernstig.”
“Dit ene ding maakt niet uit.”
“Later stop ik wel.”
“Ik kan ermee omgaan.”
“Niemand ziet het.”
“Ik heb recht op dit gevoel.”
“Ik ben nu eenmaal zo.”
Maar Christus zegt:
“En gij zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken.”
— Johannes 8:32
Vrijheid komt niet door de leugen van het vlees te geloven. Vrijheid komt door Gods waarheid te geloven.
Amalek wint wanneer u zijn leugen gelooft. Het vlees hoeft u niet meteen kapot te maken. Het hoeft u alleen maar één leugen te laten geloven. Daarna volgt de rest.
Daarom is Bijbelkennis geen luxe. Het is geestelijke noodzaak. Niet als systeem om uzelf te redden, maar als wapen om te wandelen.
“Uw woord heb ik in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.”
— Psalm 119:11
Een gelovige zonder Woord is als een soldaat zonder zwaard. En Amalek heeft geen medelijden met zwakke soldaten.
De strijd vraagt steun
In Exodus 17 staat Mozes op de berg met de staf van God in zijn hand. Wanneer zijn handen omhoog zijn, wint Israël. Wanneer zijn handen zakken, wint Amalek.
Mozes wordt moe. Dan komen Aäron en Hur. Zij ondersteunen zijn handen, de één aan de ene kant, de ander aan de andere kant.
Ook dat is een krachtige les.
Geen enkele gelovige is gemaakt om geïsoleerd te strijden. U hebt het Woord nodig. U hebt gebed nodig. U hebt broeders nodig. U hebt vermaning nodig. U hebt bemoediging nodig. U hebt mensen nodig die uw handen ondersteunen wanneer u moe wordt.
Niet om uw redding vast te houden. Die ligt in Christus.
Maar om te blijven staan in de strijd.
“En laat ons op elkander acht nemen, tot opscherping der liefde en der goede werken.”
— Hebreeën 10:24
Wie zich afzondert, maakt zichzelf kwetsbaar. Amalek valt de achterhoede aan. De zwakken. De vermoeiden. Degenen die achter raken.
Daarom: blijf dicht bij het Woord. Blijf dicht bij de Heere. Zoek gezonde Bijbelse gemeenschap. Laat u niet wijs maken dat geestelijke isolatie kracht is. Vaak is het hoogmoed in vermomming.
Geen vrede met Amalek
God zei tegen Israël:
“De HEERE zal krijg hebben tegen Amalek, van geslacht tot geslacht.”
— Exodus 17:16
Dat is geen tijdelijk conflict. Dat is oorlog van geslacht tot geslacht.
Voor de gelovige betekent dit: verwacht geen wapenstilstand met het vlees. Verwacht niet dat de oude natuur op een dag zegt: “Ik geef op.” Verwacht niet dat u zo geestelijk wordt dat waakzaamheid niet meer nodig is.
Zolang u in dit lichaam bent, blijft de strijd.
Maar die strijd is niet hopeloos.
“Gode zij dank, Die ons de overwinning geeft door onzen Heere Jezus Christus.”
— 1 Korinthe 15:57
De overwinning ligt niet in uzelf. Niet in uw vlees. Niet in uw kracht. Niet in uw karakter. Niet in uw kerkelijke achtergrond. Niet in uw discipline op zichzelf.
De overwinning ligt in Christus, door de Geest, door het Woord, door geloof.
Eerst zekerheid, dan strijd
Nu moet niemand dit artikel verkeerd lezen.
De boodschap is niet: “Vecht hard genoeg tegen Amalek, dan mag u misschien naar de hemel.”
Dat is niet het Evangelie. Dat is religie. Dat is slavernij.
Het Evangelie is:
Christus stierf voor onze zonden. Hij werd begraven. Hij stond op uit de doden. Hij betaalde volledig. Wie op Hem vertrouwt, ontvangt eeuwig leven als vrije gave.
“Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.”
— Johannes 6:47
Niet: zal het misschien krijgen als hij Amalek genoeg verslaat.
Heeft.
Daarom moet iemand eerst weten: ben ik gered? Heb ik mijn vertrouwen gesteld op Christus alleen? Niet op mijn werken. Niet op mijn berouw. Niet op mijn tranen. Niet op mijn volharding. Niet op mijn strijd tegen zonde. Maar op Christus en Zijn volbrachte werk.
Daarover gaat: Hoe kunt u zeker weten dat u naar de hemel gaat?
Maar wie gered is, moet daarna niet doen alsof de strijd er niet toe doet.
Genade maakt niet zorgeloos. Genade maakt vrij om God te dienen.
De vraag is: wie dient u vandaag?
Elke gelovige moet zichzelf eerlijk afvragen:
Voed ik Amalek of wandel ik door de Geest?
Geef ik mijn vlees ruimte of reken ik mij dood voor de zonde?
Leef ik uit de waarheid of geloof ik de leugen?
Laat ik kleine zonde toe omdat ik denk dat het niet uitmaakt?
Ben ik moe, zwak, achterop geraakt?
Denk ik dat ik sterk genoeg ben?
Waak dan.
Niet omdat Christus onbetrouwbaar is. Hij is volmaakt betrouwbaar.
Niet omdat eeuwig leven onzeker is. Eeuwig leven is zeker voor ieder die gelooft.
Maar omdat het vlees geen genade kent.
U kunt medelijden hebben met Amalek, maar Amalek heeft geen medelijden met u. U kunt het vlees sparen, maar het vlees spaart u niet. U kunt zonde klein noemen, maar zonde noemt u uiteindelijk zijn slaaf.
Daarom zegt God niet: onderhandel met Amalek.
God zegt: wandel door de Geest.
Conclusie: Christus redt, maar Amalek moet geen ruimte krijgen
De geschiedenis van Amalek is geen droge geschiedenisles. Het is een spiegel.
Israël dronk van het water uit de rots. Daarna kwam Amalek. De gelovige ontvangt leven uit Christus. Daarna komt de strijd van het vlees tegen de Geest.
Wie dit onderscheid ziet, bewaart twee grote waarheden tegelijk.
Ten eerste: redding is volledig door genade, door geloof, zonder werken.
“Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; niet uit de werken, opdat niemand roeme.”
— Efeze 2:8-9
Ten tweede: de geredde mens is geroepen om niet meer naar het vlees te leven.
“Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen.”
— Efeze 2:10
Niet werken om gered te worden.
Maar werken omdat u gered bent.
Niet strijden om eeuwig leven te krijgen.
Maar strijden omdat u eeuwig leven hebt.
Niet Amalek verslaan om een kind van God te worden.
Maar Amalek geen ruimte geven omdat u een kind van God bent.
Dat is helder. Dat is Bijbels. Dat is bevrijdend én ernstig.
Christus is de Rots. Hij werd geslagen. Het water van leven is vrij.
Maar na de Rots komt Amalek.
Dus drink. Geloof in Christus. Ontvang eeuwig leven.
En daarna: wees wakker. Wandel door de Geest. Geef het vlees geen voeding. Vertrouw Amalek niet.
Want Amalek kent geen genade.
📖 Verder lezen
👉
Waarom doe ik dit eigenlijk? Vlees, geest en de strijd om wie ik dien
👉
Nog steeds zonde, toch gered?
👉
Na geloof leven als de duivel
👉 Geloof zonder werken is dood