Hebreeën 10 uitgelegd

Willens zondigen, vuur en terugdeinzen tot verderf — geen verlies van zaligheid, maar een ernstige waarschuwing aan gelovigen.

Hebreeën 10 uitgelegd

Willens zondigen, vuur en terugdeinzen tot verderf — geen verlies van zaligheid, maar een ernstige waarschuwing aan gelovigen.

Hebreeën 10:26-39 wordt vaak gebruikt alsof een gelovige zijn zaligheid kan verliezen. Maar de context leert iets anders. Het gaat over gelovigen die, na kennis van Christus’ volmaakte offer, dreigen terug te deinzen naar het oude offersysteem. “Geen slachtoffer meer” betekent: buiten Christus is er geen ander offer. Het vuur verslindt de tegenstanders, niet de gelovige. En vers 39 zegt juist dat gelovigen niet behoren tot degenen die zich onttrekken ten verderve.

Hebreeën 10 uitgelegd: willens zondigen en terugdeinzen tot verderf

Wat betekent “geen slachtoffer meer voor de zonden”? En waarom verslindt het vuur de tegenstanders, maar niet de gelovige?

Hebreeën 10 is één van de zwaarste waarschuwingen in het Nieuwe Testament. Vooral deze woorden worden vaak gebruikt om gelovigen bang te maken dat zij hun zaligheid kunnen verliezen:

“Want zo wij willens zondigen, nadat wij de kennis der waarheid ontvangen hebben, zo blijft er geen slachtoffer meer over voor de zonden;
Maar een schrikkelijke verwachting des oordeels, en hitte des vuurs, dat de tegenstanders zal verslinden.”
— Hebreeën 10:26-27

En even later:

“Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven; en zo iemand zich onttrekt, Mijn ziel heeft in hem geen behagen.
Maar wij zijn niet van degenen, die zich onttrekken ten verderve, maar van degenen, die geloven tot behoudenis der ziel.”
— Hebreeën 10:38-39

Veel mensen lezen dit en zeggen direct: “Zie je wel, als je willens zondigt na kennis van de waarheid, kun je verloren gaan.”


Maar dat is niet wat Hebreeën 10 leert.



Deze tekst gaat niet over een kind van God dat eeuwig leven ontvangt, daarna zondigt, en vervolgens alsnog naar de hel gaat. Dat zou de heldere woorden van de Heere Jezus tegenspreken:

“Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die Mijn woord hoort, en gelooft Hem, Die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven, en komt niet in de verdoemenis, maar is uit den dood overgegaan in het leven.”
— Johannes 5:24

De Heere Jezus zegt niet: “die heeft tijdelijk leven.”


Hij zegt niet: “die komt voorlopig niet in de verdoemenis.”


Hij zegt niet: “die is uit de dood overgegaan in het leven, tenzij hij later zwaar zondigt.”


Hij zegt: die heeft eeuwig leven, die komt niet in de verdoemenis, die is uit de dood overgegaan in het leven.


Dus Hebreeën 10 kan niet betekenen dat Christus Zijn eigen belofte verbreekt.


De vraag is daarom niet: “Kan Hebreeën 10 Johannes 5:24 ongedaan maken?”


De vraag is: waarvoor waarschuwt Hebreeën 10 werkelijk?


Het antwoord ligt in de context.


Hebreeën 10 waarschuwt gelovigen die Christus’ volmaakte offer kennen, maar dreigen terug te deinzen naar het oude Joodse systeem van offers, tempel, priesters en zichtbare godsdienst. De waarschuwing is: als u na kennis van de waarheid teruggaat naar dat oude systeem, blijft er geen ander slachtoffer voor zonden over. Christus is het enige offer. Wie Hem praktisch veracht, heeft geen alternatief.


Dat is vlijmscherp. Maar het is geen verlies van zaligheid.


Het is een waarschuwing tegen terugdeinzen, afval in de wandel, kastijding, oordeel, verlies van loon en geestelijke schade in het leven van een gelovige.


Wie nog niet helder heeft dat eeuwig leven volledig door geloof alleen ontvangen wordt, moet eerst lezen: Is redding alleen door geloof in Jezus Christus?. Hebreeën 10 mag nooit gebruikt worden om werken, volharding of angst in het evangelie te smokkelen.



1. Hebreeën gaat over Christus als het betere offer


De brief aan de Hebreeën is geschreven aan Hebreeuwse gelovigen. Dat is belangrijk.


Zij kwamen uit het Jodendom. Zij kenden de tempel. Zij kenden de priesters. Zij kenden de offers. Zij kenden Mozes. Zij kenden de wet. Zij kenden het zichtbare godsdienstige systeem van Israël.


Maar nu hadden zij Christus leren kennen.


En de hele brief aan de Hebreeën zegt steeds opnieuw: Christus is beter.


Christus is beter dan de engelen.
Christus is beter dan Mozes.
Christus is beter dan Aäron.
Christus heeft een beter priesterschap.
Christus bracht een beter offer.
Christus is Middelaar van een beter verbond.
Christus geeft een betere hoop.


Daarom is teruggaan naar het oude systeem geen onschuldige stap. Het is niet zomaar “een andere traditie.” Het is een verachting van het volbrachte werk van Christus.


Hebreeën 10 begint precies daar:

“Want de wet, hebbende een schaduw der toekomende goederen, niet het beeld zelf der zaken, kan met dezelfde offeranden, die zij alle jaren geduriglijk opofferen, nimmermeer heiligen degenen, die daar toegaan.”
— Hebreeën 10:1

De wet had een schaduw. Christus is de werkelijkheid.



De offers onder de wet konden de zonden niet definitief wegnemen:

“Want het is onmogelijk, dat het bloed van stieren en bokken de zonden wegneme.”
— Hebreeën 10:4

Maar Christus kwam en bracht één volmaakt offer.

“Maar Deze, één slachtoffer voor de zonden geofferd hebbende, is in eeuwigheid gezeten aan de rechterhand Gods.”
— Hebreeën 10:12

En dan komt dit machtige vers:

“Want met één offerande heeft Hij in eeuwigheid volmaakt degenen, die geheiligd worden.”
— Hebreeën 10:14

Dat is de context.


Christus heeft niet een half offer gebracht.
Christus heeft niet een tijdelijk offer gebracht.
Christus heeft niet een offer gebracht dat aangevuld moet worden door onze volharding.
Christus heeft met één offerande in eeuwigheid volmaakt degenen die geheiligd worden.


Als iemand Hebreeën 10 gebruikt om te leren dat een gelovige alsnog verloren kan gaan, dan heeft hij het hoofdstuk ondersteboven gelezen. Het hoofdstuk begint juist met de volkomenheid van Christus’ ene offer.


Daarom past Hebreeën 10 direct bij Hebreeën 6 uitgelegd. Ook daar is de kern niet dat een gelovige opnieuw verloren gaat, maar dat Christus niet opnieuw gekruisigd wordt en dat gelovigen niet terug moeten naar het fundament.



2. “Willens zondigen” is niet elke bewuste zonde


Nu komen we bij vers 26:

“Want zo wij willens zondigen, nadat wij de kennis der waarheid ontvangen hebben, zo blijft er geen slachtoffer meer over voor de zonden.”
— Hebreeën 10:26

Veel mensen maken hier een grote fout. Zij denken dat “willens zondigen” betekent: elke zonde die je bewust doet.


Maar dan is iedereen verloren. Want welke gelovige heeft nooit bewust gezondigd?


Was Petrus zich niet bewust toen hij Christus verloochende?
Was David zich niet bewust toen hij zondigde met Bathséba?
Was de gemeente van Korinthe zich niet bewust van allerlei zonden?
Was de gelovige in 1 Korinthe 5 zich niet bewust van zijn hoererij?


Toch leert de Bijbel niet dat deze mensen daardoor hun eeuwige leven verloren.


Een gelovige kan nog zondigen. Ernstig zelfs. Dat maakt zonde niet minder erg. Maar het betekent wel dat Hebreeën 10:26 niet kan betekenen: “als een gelovige bewust zondigt, is hij verloren.”


Wie daarmee worstelt, moet dit goed vastzetten: Nog steeds zonde doen en toch gered zijn?


De “willens zonde” in Hebreeën 10 moet bepaald worden door de context.


En de context is: na kennis van Christus’ ene, volmaakte offer teruggaan naar een offersysteem dat door Christus vervuld is. Dat is willens zondigen tegen de waarheid van het volbrachte offer.


Het is niet zomaar struikelen in zwakheid.
Het is niet de strijd tussen vlees en geest.
Het is niet een gelovige die faalt en kastijding nodig heeft.


Het is doelbewust de waarheid kennen, Christus’ offer kennen, en toch terugdeinzen naar een systeem dat zegt: er zijn nog offers nodig.


Dat is een frontale belediging van het bloed van Christus.



3. “Nadat wij de kennis der waarheid ontvangen hebben”


Let op de woorden:

“nadat wij de kennis der waarheid ontvangen hebben”
— Hebreeën 10:26

De schrijver spreekt niet over onwetende heidenen. Hij spreekt over mensen die waarheid ontvangen hebben.


Welke waarheid?


De waarheid die hij net uitvoerig heeft uitgelegd: Christus is het ene, volkomen, definitieve offer. De wet was een schaduw. Het bloed van stieren en bokken kon de zonde niet wegnemen. Christus heeft met één offerande in eeuwigheid volmaakt degenen die geheiligd worden.


Dus als iemand na die kennis teruggaat naar het oude systeem, is dat geen neutrale keuze. Dan zondigt hij tegen ontvangen licht.


Daarom is de waarschuwing zo hard.


Hoe meer waarheid iemand ontvangt, hoe ernstiger het is wanneer hij die waarheid verwaarloost.



Hebreeën 2 zei al:

“Hoe zullen wij ontvlieden, indien wij op zo grote zaligheid geen acht nemen?”
— Hebreeën 2:3

Niet: “hoe zullen wij ontvlieden als wij nooit gered zijn?”


Maar: “indien wij op zo grote zaligheid geen acht nemen.”


Dat is precies de lijn van Hebreeën. God waarschuwt Zijn volk dat zij niet lichtvaardig moeten omgaan met wat Hij gegeven heeft. Zie ook Hebreeën 2:3 uitgelegd.



4. “Geen slachtoffer meer voor de zonden” betekent: buiten Christus is er geen ander offer


Hebreeën 10:26 zegt:

“zo blijft er geen slachtoffer meer over voor de zonden”
— Hebreeën 10:26

Dat wordt vaak uitgelegd alsof God zegt: “Als jij na je bekering bewust zondigt, is er geen offer meer voor jou.”


Maar dat is niet de gedachte.


De gedachte is: als u Christus’ offer verlaat en teruggaat naar het oude offersysteem, dan is daar geen offer meer dat zonde kan wegnemen. Buiten Christus is er niets.


De tempeloffers konden het niet.
De wet kon het niet.
De priesters konden het niet.
Dierenbloed kon het niet.
Religie kon het niet.


Er blijft geen ander slachtoffer over.


Christus is het enige offer. Als u Hem praktisch verwerpt, heeft u geen reserve-systeem.


Daarom is deze tekst juist een aanval op religie, niet op eeuwige zekerheid.


Wie Hebreeën 10 gebruikt om gelovigen te leren dat Christus’ offer niet genoeg is tenzij zij volharden, draait de tekst om. Hebreeën 10 zegt juist: er is geen ander offer dan Christus.


Geen misoffer.
Geen altaar.
Geen wetsonderhouding.
Geen tranen.
Geen belijdenis.
Geen levensverbetering.
Geen religieuze prestatie.


Alleen Christus.


Daarom is dit artikel ook nauw verbonden met Maar je moet toch wel iets doen?. Ja, een gelovige moet God dienen. Maar nee, zijn dienst is niet de grond van zijn zaligheid.



5. De hitte des vuurs verslindt de tegenstanders, niet de gelovige


Vers 27 zegt:

“Maar een schrikkelijke verwachting des oordeels, en hitte des vuurs, dat de tegenstanders zal verslinden.”
— Hebreeën 10:27

Dit vers moet nauwkeurig gelezen worden.


Er staat niet dat het vuur de gelovige zal verslinden. Er staat dat de hitte des vuurs de tegenstanders zal verslinden.


Dat is een belangrijk onderscheid.


De tegenstanders zijn degenen die werkelijk tegenover God staan. Zij behoren niet tot Christus. Zij zijn geen kinderen die kastijding ontvangen, maar vijanden die oordeel ontvangen. Voor hen is het vuur verterend in de zin van eeuwig oordeel.


Maar wanneer een gelovige met Gods vuur te maken krijgt, is dat niet hetzelfde. Dat vuur verslindt hem niet als vijand. Dat vuur beoordeelt, beproeft en verbrandt wat waardeloos is.



Paulus legt dat exact uit:

“Zo iemands werk zal verbrand worden, die zal schade lijden; maar zelf zal hij behouden worden, doch alzo als door vuur.”
— 1 Korinthe 3:15

Daar staat het glashelder.


Het werk kan verbranden.
De gelovige kan schade lijden.
Maar hijzelf wordt behouden.


Dat is het verschil tussen een tegenstander en een kind van God.


De tegenstander wordt verslonden door het vuur van oordeel.
De gelovige wordt niet verslonden, maar zijn werk wordt door vuur beproefd.


Daarom mag Hebreeën 10:27 niet gebruikt worden alsof een gelovige alsnog door Gods vuur naar de hel wordt gevoerd. De tekst zegt dat de tegenstanders verslonden worden. Voor Gods kinderen is er wel oordeel in de zin van tucht, kastijding, beoordeling en verlies, maar niet verdoemenis met de wereld.



Dat zegt Paulus ook:

“Maar als wij geoordeeld worden, zo worden wij van den Heere getuchtigd, opdat wij met de wereld niet zouden veroordeeld worden.”
— 1 Korinthe 11:32

Let op het onderscheid:


Getuchtigd door de Heere.
Niet veroordeeld met de wereld.


Dat is precies de lijn.


Hebreeën 10 is dus bloedernstig. Een gelovige moet niet spelen met zonde. Hij moet niet Christus’ bloed in zijn wandel verachten. Hij moet niet terugdeinzen naar dode religie of vleselijk leven. Maar de hitte des vuurs die de tegenstanders verslindt, maakt van een kind van God geen verloren vijand.


God kan Zijn kinderen hard aanpakken. Maar Hij werpt Zijn kinderen niet in de verdoemenis.


Dit onderscheid moet het hele artikel beheersen: Hebreeën 10 spreekt ernstig over oordeel, vuur en verderf, maar het maakt onderscheid tussen tegenstanders en gelovigen. De tegenstanders worden door het vuur verslonden. De gelovigen worden door God geoordeeld als kinderen, hun werken worden beproefd, en zij kunnen schade lijden — maar zijzelf worden behouden.


Wie dat onderscheid niet maakt, zal Hebreeën 10 verkeerd gebruiken. Dan wordt een waarschuwing aan gelovigen veranderd in een aanval op eeuwige zekerheid. En dat doet geen recht aan de tekst.



6. “Hoeveel te zwaarder straf” — straf voor wie?


Hebreeën 10 gaat verder:

“Als iemand de wet van Mozes heeft teniet gedaan, die sterft zonder barmhartigheid onder twee of drie getuigen;
Hoeveel te zwaarder straf, meent gij, zal hij waardig geacht worden, die den Zoon van God vertreden heeft, en het bloed des testaments onrein geacht heeft, waardoor hij geheiligd was, en den Geest der genade smaadheid heeft aangedaan?”
— Hebreeën 10:28-29

Let heel goed op:

“waardoor hij geheiligd was”
— Hebreeën 10:29

De persoon in deze waarschuwing wordt beschreven als iemand die geheiligd was door het bloed van het testament.


Dat past niet makkelijk bij de uitleg: “Dit gaat over iemand die nooit werkelijk iets met Christus te maken had.”


De waarschuwing is juist zo ernstig omdat het gaat om iemand die onder de heiliging van Christus’ bloed staat en toch dat bloed in zijn wandel veracht.


Hij vertreedt de Zoon van God.
Hij acht het bloed onrein.
Hij doet de Geest der genade smaadheid aan.


Dat is verschrikkelijke taal.


Maar opnieuw: het gaat om straf, niet om verlies van eeuwig leven als gave. De context van Hebreeën 12 laat zien dat God Zijn zonen kastijdt. De context van Hebreeën 10:35 spreekt over vergelding van loon. De context van Hebreeën 10:39 zegt juist dat wij niet behoren tot degenen die zich onttrekken ten verderve.


Zwaar? Ja.


Eeuwige onzekerheid? Nee.



7. “De Heere zal Zijn volk oordelen”


Vers 30 maakt het nog duidelijker:

“Want wij kennen Hem, Die gezegd heeft: Mijn is de wraak, Ik zal het vergelden, spreekt de Heere. En wederom: De Heere zal Zijn volk oordelen.”
— Hebreeën 10:30

Wie wordt geoordeeld?

“Zijn volk”
— Hebreeën 10:30

Niet: “de Heere zal de ongelovigen oordelen.”


Dat is ook waar, maar dat staat hier niet.



Hier staat:

“De Heere zal Zijn volk oordelen.”
— Hebreeën 10:30

God oordeelt Zijn volk. God kastijdt Zijn kinderen. God rekent af met ongehoorzaamheid onder degenen die Hem toebehoren.



Daarom is vers 31 zo aangrijpend:

“Vreselijk is het te vallen in de handen des levenden Gods.”
— Hebreeën 10:31

Dat is geen lege dreiging. Een kind van God moet niet denken: “Omdat ik eeuwig leven heb, maakt het niet uit hoe ik leef.”


Dat is goddeloos denken.


Eeuwige zekerheid is geen vrijbrief om te zondigen. Eeuwige zekerheid is de vaste grond waarop een gelovige God moet dienen uit dankbaarheid, liefde en ontzag.


Wie zegt: “Ik ben toch gered, dus ik kan leven zoals ik wil,” heeft niet begrepen hoe ernstig Gods kastijding is. Lees ook Waarom zou een gelovige God nog dienen?. Juist omdat redding gratis is, wordt dienst daarna niet minder belangrijk, maar juist zuiverder.



8. De schrijver herinnert hen aan hun vroegere trouw


Na deze zware waarschuwing zegt de schrijver:

“Doch gedenkt der vorige dagen, in dewelke gij, nadat gij verlicht zijt geweest, veel strijd des lijdens hebt verdragen.”
— Hebreeën 10:32

Dit is opnieuw belangrijk.



Hij spreekt tot mensen met een verleden van geloofsstrijd. Zij waren verlicht geweest. Zij hadden lijden verdragen. Zij hadden smaad gedragen. Zij hadden meegeleden met anderen. Zij hadden zelfs beroving van hun goederen blijmoedig aangenomen.

“Want gij hebt ook over mijn banden medelijden gehad, en de beroving uwer goederen met blijdschap aangenomen, wetende, dat gij hebt in uzelven een beter en blijvend goed in de hemelen.”
— Hebreeën 10:34

Dit zijn geen mensen die nooit iets begrepen hadden. Dit zijn geen buitenstaanders die alleen maar wat religieuze indrukken hadden. Dit zijn mensen die geleden hadden om de waarheid.


Zij wisten dat zij een beter en blijvend goed in de hemelen hadden.


Maar nu waren ze moe geworden. Onder druk. Verleid om terug te deinzen. Verleid om hun vrijmoedigheid weg te werpen.



Daarom zegt vers 35:

“Werpt dan uw vrijmoedigheid niet weg, welke een grote vergelding des loons heeft.”
— Hebreeën 10:35

Let op:

“vergelding des loons”
— Hebreeën 10:35

Dit is de sleutel.


De schrijver zegt niet: “Werpt uw vrijmoedigheid niet weg, anders verliest u eeuwig leven.”


Hij zegt: uw vrijmoedigheid heeft een grote vergelding des loons.


Loon is geen zaligheid.



Zaligheid is een gave.

“Want de bezoldiging der zonde is de dood, maar de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onzen Heere.”
— Romeinen 6:23

Loon is beloning voor dienst.


Wie gave en loon verwart, verwart het evangelie.



9. “Gij hebt lijdzaamheid van node”


Vers 36 zegt:

“Want gij hebt lijdzaamheid van node, opdat gij, den wil van God gedaan hebbende, de beloftenis moogt wegdragen.”
— Hebreeën 10:36

Zij hadden lijdzaamheid nodig. Geduld. Volharding in de loopbaan. Niet om eeuwig leven te verdienen, maar om de beloftenis weg te dragen die verbonden is aan trouwe dienst.



Dit is dezelfde lijn als Hebreeën 6:

“Maar wij begeren, dat een iegelijk van u dezelfde naarstigheid bewijze, tot de volle verzekerdheid der hoop, tot het einde toe;
Opdat gij niet traag wordt, maar navolgers zijt dergenen, die door geloof en lankmoedigheid de beloftenissen beërven.”
— Hebreeën 6:11-12

Het gaat over geloof en lankmoedigheid. Over niet traag worden. Over doorgaan. Over beloften beërven. Over loon. Over zegen. Over volwassenheid.


Niet over proberen behouden te blijven.


Daarom past Hebreeën 10 ook in de bredere serie De waarschuwingen in Hebreeën helder uitgelegd. De waarschuwingen zijn echt. Ze zijn scherp. Maar ze gaan niet over het verliezen van eeuwig leven.



10. “Nog een zeer weinig tijd”


Dan zegt vers 37:

“Want: Nog een zeer weinig tijds, en Hij, Die te komen staat, zal komen, en niet vertoeven.”
— Hebreeën 10:37

De komst van Christus wordt gebruikt als aansporing tot trouw.


Waarom?



Omdat de gelovige rekenschap zal geven.

“Want wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus, opdat een iegelijk wegdrage hetgeen door het lichaam geschiedt, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.”
— 2 Korinthe 5:10

De rechterstoel van Christus is niet de Grote Witte Troon. Daar wordt de gelovige niet geoordeeld om te bepalen of hij naar de hemel mag. Dat is al beslist door Christus’ bloed en Gods belofte.



Maar zijn werk wordt wel beoordeeld.

“Zo iemands werk blijft, dat hij daarop gebouwd heeft, die zal loon ontvangen.
Zo iemands werk zal verbrand worden, die zal schade lijden; maar zelf zal hij behouden worden, doch alzo als door vuur.”
— 1 Korinthe 3:14-15

Dat is exact de ernst van Hebreeën 10.


Werk kan verbranden.
Loon kan verloren gaan.
Schade is mogelijk.
Maar de gelovige zelf wordt behouden.



11. “De rechtvaardige zal uit het geloof leven”


Vers 38 zegt:

“Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven; en zo iemand zich onttrekt, Mijn ziel heeft in hem geen behagen.”
— Hebreeën 10:38

Wie is “de rechtvaardige”?



Dat is iemand die rechtvaardig is. In de Schrift wordt de mens rechtvaardig door geloof.

“Doch dengene, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.”
— Romeinen 4:5

De rechtvaardige moet daarna uit geloof leven.


Niet alleen door geloof gered worden, maar ook door geloof wandelen. Door geloof dienen. Door geloof blijven staan onder druk. Door geloof Christus boven zichtbare religie verkiezen. Door geloof de beloften vasthouden.


Maar een rechtvaardige kan zich onttrekken in zijn wandel. Hij kan terugdeinzen. Hij kan stoppen met lopen. Hij kan zich uit de strijd terugtrekken.



En dan zegt God:

“Mijn ziel heeft in hem geen behagen.”
— Hebreeën 10:38

Dat is geen verlies van kindschap. Dat is verlies van Gods goedkeuring over zijn wandel.


Een vader kan een kind hebben in wie hij op dat moment geen behagen heeft vanwege ongehoorzaamheid, terwijl dat kind nog steeds zijn kind is.


Gods behagen in onze dienst is niet hetzelfde als Gods gave van eeuwig leven.



12. Wat betekent “terugdeinzen tot verderf”?


Nu komen we bij vers 39:

“Maar wij zijn niet van degenen, die zich onttrekken ten verderve, maar van degenen, die geloven tot behoudenis der ziel.”
— Hebreeën 10:39

Ook dit vers moet precies gelezen worden.


De schrijver zegt niet: “Wij kunnen ons onttrekken ten verderve.”



Hij zegt juist:

“Wij zijn niet van degenen…”
— Hebreeën 10:39

Met andere woorden: dat is niet onze categorie. Dat is niet de groep waartoe wij behoren.


Er zijn mensen die zich onttrekken ten verderve. Zij keren zich af tot hun ondergang. Zij behoren tot de tegenstanders. Zij gaan richting eeuwig verderf. Dat past bij vers 27, waar de hitte des vuurs de tegenstanders zal verslinden.



Maar dan zegt de schrijver: wij zijn niet van die mensen.

“Maar van degenen, die geloven tot behoudenis der ziel.”
— Hebreeën 10:39

De gelovigen behoren niet tot degenen die zich onttrekken ten eeuwige verderve. Zij behoren tot degenen die geloven tot behoudenis der ziel.


Dat is geen ontkenning van de waarschuwing. Dat is juist de juiste plaatsing van de waarschuwing.


De schrijver waarschuwt scherp, maar hij spreekt de gelovigen niet aan alsof zij vijanden zijn die door het vuur verslonden zullen worden. Hij zegt: wij zijn niet van degenen die zich onttrekken ten verderve.


Dat is hetzelfde principe als bij vers 27.


De tegenstanders worden verslonden.
De gelovigen worden bewaard.
De tegenstanders gaan ten verderve.
De gelovigen geloven tot behoudenis der ziel.


Maar dat betekent niet dat een gelovige zorgeloos kan leven. Een gelovige kan wel degelijk terugdeinzen in zijn wandel. Hij kan zijn vrijmoedigheid wegwerpen. Hij kan loon verliezen. Hij kan schade lijden. Hij kan onder Gods kastijding komen. Zijn werk kan verbranden. Zijn leven kan vruchteloos worden.


Maar hij behoort niet tot de tegenstanders die ten eeuwige verderve gaan.


Daarom is Hebreeën 10:39 juist een bevestiging van zekerheid, niet een aanval erop.


De schrijver eindigt dit gedeelte niet met: “Misschien gaan wij alsnog verloren.”


Hij eindigt met:

“Maar wij zijn niet van degenen, die zich onttrekken ten verderve, maar van degenen, die geloven tot behoudenis der ziel.”
— Hebreeën 10:39

Dat is krachtig.


De waarschuwing blijft staan, maar de zekerheid blijft ook staan.



13. “Behoudenis der ziel” in de context


De uitdrukking “behoudenis der ziel” wordt vaak automatisch gelezen als: naar de hemel gaan in plaats van naar de hel.


Maar in de Bijbel betekent “ziel” vaak ook het leven, de persoon, het praktische leven. De context moet bepalen waar het over gaat.


In Hebreeën 10 gaat het over gelovigen die moeten volharden in geloof, hun vrijmoedigheid niet moeten wegwerpen, de wil van God moeten doen en loon zullen ontvangen.


Daarom gaat “behoudenis der ziel” hier niet over het verdienen van eeuwig leven. Het gaat over het bewaren van het leven in de weg van geloof, tegenover terugdeinzen tot verderf.


Met andere woorden: een gelovige die uit geloof blijft leven, bewaart zijn leven voor Gods doel. Hij blijft bruikbaar. Hij blijft in de loopbaan. Hij blijft gericht op de belofte. Hij werpt zijn vrijmoedigheid niet weg.


Maar wie terugdeinst, loopt richting schade, ruïne en verlies.


Dat is ernstig genoeg.


Je hoeft van Hebreeën 10 geen verlies-van-zaligheid-tekst te maken om de waarschuwing scherp te houden. De tekst is al scherp.



14. Dit is geen zachte waarschuwing


Laat niemand zeggen: “O, dus het valt allemaal wel mee.”


Nee. Het valt niet mee.


Hebreeën 10 is bloedserieus.


Een gelovige die Christus’ bloed praktisch veracht, Gods genade smaadt, terugdeinst naar religie of de wereld, zijn vrijmoedigheid wegwerpt en niet meer uit geloof leeft, speelt met vuur.


Niet het vuur van de hel voor Gods kinderen, maar wel het vuur van Gods beoordeling, kastijding en verbranding van waardeloze werken.

“Want onze God is een verterend vuur.”
— Hebreeën 12:29

Dat staat in dezelfde brief.


God is geen slappe Vader. God laat Zijn kinderen niet rustig doorgaan in opstand zonder correctie.


Daarom is de boodschap aan gelovigen niet: “Maak je nergens druk om.”


De boodschap is:


U bent gekocht met een prijs.
U behoort Christus toe.
U bent geroepen om uit geloof te leven.
Werpt uw vrijmoedigheid niet weg.
Keer niet terug naar dode religie.
Speel niet met zonde.
Veracht het bloed van Christus niet in uw wandel.
Verspil uw leven niet.


Wie het verschil wil begrijpen tussen zekerheid van redding en ernst in de wandel, moet ook lezen: Leven na geloof: wat nu?



15. De grote fout: waarschuwingen gebruiken tegen zekerheid


Veel prediking maakt van Hebreeën 10 een zweep om gelovigen hun zekerheid af te nemen.


Dat klinkt vroom, maar het is verkeerd.


Als je tegen een gelovige zegt: “Als jij willens zondigt, ben je misschien toch verloren,” dan breng je hem niet dichter bij Hebreeën 10. Je haalt hem juist weg bij de kern van Hebreeën 10: Christus’ ene offer is genoeg.


Hebreeën 10 begint niet met de onzekerheid van de gelovige. Het begint met de zekerheid van Christus’ volbrachte offer.

“Want met één offerande heeft Hij in eeuwigheid volmaakt degenen, die geheiligd worden.”
— Hebreeën 10:14

Wie dat vers werkelijk gelooft, kan vers 26-39 niet gebruiken om te leren dat Christus’ offer toch niet genoeg is.


De waarschuwing staat niet tegenover eeuwige zekerheid. De waarschuwing staat op de grond van eeuwige zekerheid.


Juist omdat Christus u volmaakt heeft door één offer, is het verschrikkelijk als u dat offer in uw wandel veracht.


Juist omdat u gered bent, moet u niet terugdeinzen.


Juist omdat u eeuwig leven hebt, moet u uw aardse leven niet verspillen.



16. Hebreeën 10 is geen speeltje voor religieuze angst


Laat dit ook duidelijk zijn: Hebreeën 10 mag niet worden gebruikt om mensen terug te jagen in religieuze slavernij.


Veel mensen zijn jarenlang opgevoed met de gedachte: “Als je te veel zondigt, ben je misschien nooit echt gered. Als je niet genoeg volhardt, ben je misschien nooit echt bekeerd. Als je niet genoeg vrucht ziet, moet je vrezen dat je geen waar geloof hebt.”


Dat klinkt ernstig, maar het is levensgevaarlijk wanneer het de blik afhaalt van Christus en richt op de mens zelf.


De Bijbel zegt niet: kijk naar uw prestaties om te weten of Christus u gered heeft.


De Bijbel zegt:

“Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven.”
— Johannes 3:36

Daarna spreekt de Bijbel ernstig tot Gods kinderen over wandel, vrucht, dienst, loon en kastijding.


Maar dat is een andere categorie.


Redding is door geloof alleen.
Dienst komt daarna.
Loon komt daarna.
Kastijding komt bij ongehoorzaamheid.
Maar eeuwig leven blijft eeuwig leven.


Daarom moet Hebreeën 10 niet gebruikt worden om de zekerheid van Johannes 3:36 en Johannes 5:24 kapot te maken.


Het moet gebruikt worden waarvoor God het gaf: om gelovigen wakker te schudden die Christus’ volbrachte werk kennen, maar toch dreigen terug te deinzen.



17. Wat Hebreeën 10 dus wél leert


Hebreeën 10 leert:


Christus is het enige offer voor zonden.
De wet en de tempeloffers konden de zonde niet wegnemen.
Wie na kennis van die waarheid teruggaat naar het oude systeem, zondigt willens tegen het licht.
Er blijft buiten Christus geen ander offer over.
Het vuur verslindt de tegenstanders.
De gelovige wordt niet verslonden, maar kan wel onder Gods tucht en beoordeling komen.
God zal Zijn volk oordelen.
Een gelovige kan zijn vrijmoedigheid wegwerpen.
Een gelovige kan loon verliezen.
Een gelovige moet lijdzaamheid hebben.
De rechtvaardige moet uit geloof leven.
Gelovigen behoren niet tot degenen die zich onttrekken ten verderve.
Gelovigen zijn van degenen die geloven tot behoudenis der ziel.


Dat is Hebreeën 10.


Niet: “Geloof in Christus, maar pas op, misschien ga je alsnog verloren.”


Maar: “Christus is genoeg; keer daarom niet terug, werp uw vrijmoedigheid niet weg, leef uit geloof en verspil uw leven niet.”



18. De kern in één zin


Hebreeën 10:26-39 waarschuwt niet dat een gelovige zijn zaligheid kan verliezen, maar dat een gelovige die na kennis van Christus’ volmaakte offer terugdeinst, Christus’ bloed in zijn wandel veracht, onder Gods oordeel en kastijding kan komen, zijn vrijmoedigheid kan wegwerpen, schade kan lijden en loon kan verliezen — terwijl de tekst tegelijk duidelijk maakt dat de gelovigen niet behoren tot de tegenstanders die door het vuur verslonden worden en zich onttrekken ten verderve.


Dat is de kern.


Geen blad voor de mond: wie Hebreeën 10 gebruikt om het evangelie van genade onzeker te maken, misbruikt de tekst.


Maar wie Hebreeën 10 gebruikt om gelovigen wakker te schudden uit geestelijke slapheid, religieuze terugval en vleselijk leven, gebruikt de tekst precies zoals hij bedoeld is.



Slot: werp uw vrijmoedigheid niet weg


De waarschuwing van Hebreeën 10 is niet bedoeld om u van Christus af te jagen. Ze is bedoeld om u bij Christus te houden.


Niet bij de wet.
Niet bij religie.
Niet bij offers.
Niet bij uzelf.
Niet bij uw gevoel.
Niet bij uw prestaties.


Bij Christus.


Zijn offer is genoeg. Zijn bloed is genoeg. Zijn werk is volbracht.


Maar juist daarom is het zo ernstig om daarna terug te deinzen.

“Werpt dan uw vrijmoedigheid niet weg, welke een grote vergelding des loons heeft.”
— Hebreeën 10:35

U wordt niet gered door uw vrijmoedigheid.
U blijft niet gered door uw volharding.
U ontvangt eeuwig leven door geloof in Christus.


Maar uw vrijmoedigheid heeft wel loon. Uw trouw heeft loon. Uw dienst heeft loon. Uw leven uit geloof heeft loon.


En terugdeinzen heeft gevolgen.


Daarom: leef niet alsof Christus’ bloed goedkoop is. Leef niet alsof genade een vrijbrief is voor slordigheid. Leef niet alsof uw aardse leven er niet toe doet.


Christus heeft u gered door één offer.


Ga daarom niet terug.


Leef uit geloof.


Dien Hem.


Blijf staan.


En werp uw vrijmoedigheid niet weg.



📚 Bekijk alle artikelen in deze serie

Lees over de strijd na de redding Veelgestelde vragen