Jakob heb Ik liefgehad, Ezau heb Ik gehaat

God zegent niet het vlees, maar de belofte

Jakob heb Ik liefgehad, Ezau heb Ik gehaat

God zegent niet het vlees, maar de belofte

“Jakob heb Ik liefgehad, en Ezau heb Ik gehaat” wordt vaak verkeerd gebruikt om te leren dat God willekeurig mensen tot hemel of hel bestemt. Maar Romeinen 9 wijst juist op het verschil tussen vlees en belofte. Niet de kinderen van het vlees zijn kinderen Gods, maar de kinderen der belofte. Redding komt door geloof alleen in Jezus Christus.

Jakob heb Ik liefgehad, Ezau heb Ik gehaat: wat betekent dit echt?

Ezau kwam eerst en beeldt de eerste geboorte uit: het vlees. Jakob kwam daarna en staat in de lijn van belofte. Zo laat Romeinen 9 zien dat God niet redt door afkomst, wet of werken, maar door geloof alleen.

Er zijn teksten in de Bijbel die mensen hard laten schrikken. Eén daarvan staat in Maleachi 1 en wordt later aangehaald in Romeinen 9:

“Jakob heb Ik liefgehad, en Ezau heb Ik gehaat.”

Voor veel mensen klinkt dat alsof God van eeuwigheid af bepaalde personen willekeurig liefheeft en andere personen willekeurig haat. Alsof God vóór hun geboorte al zou hebben besloten: deze gaat naar de hemel, die gaat naar de hel. Alsof geloof er uiteindelijk niet echt toe doet. Alsof de mens niets anders is dan een pion in een hemels besluit.


Maar dat is niet wat de Schrift leert.


Wie de Bijbel zorgvuldig leest, ziet dat God hier iets veel diepers laat zien. Jakob en Ezau zijn niet zomaar twee losse personen in een losse geschiedenis. Zij staan in een grotere Bijbelse lijn. Ezau komt eerst. Jakob komt daarna. De eerste geboorte spreekt van het vlees. De tweede lijn spreekt van de belofte, van geloof, van de geboorte uit God.


God haat niet een zondaar die gered had willen worden, maar door een verborgen besluit buitengesloten werd. God haat het vlees. God haat de oude zondige natuur. God haat alles wat uit de eerste geboorte voortkomt en zich verheft tegenover Zijn belofte.


En God heeft lief wat uit Hem geboren is.


Daar zit de sleutel.



Ezau en Jakob raken daarom niet alleen Romeinen 9, maar ook het bredere onderwijs over de oude natuur en de nieuwe geboorte



Niet alle Israël is Israël


Paulus schrijft in Romeinen 9:

“Want die zijn niet allen Israël, die uit Israël zijn.”
— Romeinen 9:6

Dat vers is beslissend. Er is Israël naar het vlees, en er is Israël in de diepere, geestelijke betekenis van geloof. Iemand kon lichamelijk afstammen van Abraham, maar daarmee was hij nog niet automatisch een kind van God.


Dat moet scherp gezegd worden.


Joodse afkomst redt niet. Kerkelijke afkomst redt niet. Gereformeerde afkomst redt niet. Baptistische afkomst redt niet. Een christelijk gezin redt niet. Doop redt niet. Belijdenis redt niet. Wet houden redt niet. Goede werken redden niet.



Paulus zegt:

“Want ik schaam mij des Evangelies van Christus niet; want het is een kracht Gods tot zaligheid een iegelijk, die gelooft, eerst den Jood, en ook den Griek.”
— Romeinen 1:16

Let op: ook de Jood moest geloven. Als natuurlijke afkomst genoeg was, waarom zou het Evangelie dan “eerst den Jood” tot zaligheid zijn? Juist omdat ook de Jood verloren is zonder geloof in Christus.



Daarom zegt Romeinen 2:

“Want die is niet een Jood, die het in het openbaar is; noch die is de besnijdenis, die het in het openbaar in het vlees is; maar die is een Jood, die het in het verborgen is, en de besnijdenis des harten, in den geest, niet in de letter.”
— Romeinen 2:28-29

God kijkt dus dieper dan afkomst, uiterlijk teken, religieuze positie of wetsprestatie. De vraag is: bent u een kind van de belofte? Bent u uit geloof? Bent u geboren uit God?


Dat sluit perfect aan bij: Hoe word ik gered?



Abraham werd gerechtvaardigd vóór de wet en vóór de besnijdenis


De Bijbel maakt het expres onmogelijk om redding door wet of werken te leren.


Abraham leefde vóór de wet van Mozes. De wet kwam pas eeuwen later. Abraham werd dus niet gerechtvaardigd door de wet. Hij werd ook niet gerechtvaardigd door besnijdenis, want Genesis 15 komt vóór Genesis 17.


In Genesis 15 staat:

“En hij geloofde in den HEERE; en Hij rekende het hem tot gerechtigheid.”
— Genesis 15:6

Dat is de kern.


Abraham geloofde God. God rekende het hem tot gerechtigheid. Niet: Abraham werkte hard genoeg. Niet: Abraham hield de wet. Niet: Abraham werd besneden en daarna gerechtvaardigd. Nee. Hij geloofde, en het werd hem tot gerechtigheid gerekend.



Paulus grijpt dat exact aan in Romeinen 4:

“Want wat zegt de Schrift? En Abraham geloofde God, en het is hem gerekend tot rechtvaardigheid.”
— Romeinen 4:3

En dan komt de mokerslag:

“Doch dengene, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.”
— Romeinen 4:5

Dat is geen vage tekst. Dat is geen moeilijke tekst. Dat is geen tekst die men moet wegtheologiseren. God rechtvaardigt de goddeloze die niet werkt, maar gelooft.


Dat is het Evangelie.


Niet werken, maar geloven.


Niet presteren, maar vertrouwen.


Niet verdienen, maar ontvangen.


Niet de wet, maar Christus.


Zie ook: Is redding alleen door geloof in Jezus Christus?



Ismaël en Izak: twee geboorten


In Galaten 4 gebruikt Paulus de geschiedenis van Abraham, Hagar, Sara, Ismaël en Izak als een geestelijke illustratie.


Abraham had twee zonen.


Ismaël werd geboren uit Hagar, de dienstmaagd. Hij staat voor slavernij, vlees, wet, menselijke poging.


Izak werd geboren uit Sara, de vrije vrouw. Hij was het kind van de belofte. Hij kwam niet door menselijke kracht, maar door Gods belofte. Abraham en Sara waren menselijk gezien niet meer in staat om zelf de beloofde zoon voort te brengen. Izak was een wonderkind. Een kind van belofte. Een kind dat God gaf.


Paulus zegt:

“Maar wij, broeders, zijn kinderen der belofte, als Izak was.”
— Galaten 4:28

Dat is diep.


De nieuwe geboorte is niet het resultaat van uw vlees. Uw oude natuur kan geen kind van God produceren. Uw religieuze inspanning kan geen nieuw leven voortbrengen. Uw wetsonderhouding kan geen wedergeboorte maken. Uw tranen kunnen het niet. Uw ernst kan het niet. Uw belijdenis kan het niet. Uw kerk kan het niet.


Alleen God kan nieuw leven geven.



En Hij doet dat door geloof in Christus.

“Want gij zijt allen kinderen Gods door het geloof in Christus Jezus.”
— Galaten 3:26

Daarom is redding zo eenvoudig en tegelijk zo vernederend voor de mens. De mens wil iets bijdragen. De mens wil iets in handen hebben. De mens wil kunnen zeggen: ik heb dit gedaan, ik heb mij bekeerd, ik heb mij overgegeven, ik heb volgehouden, ik heb bewezen dat ik echt ben.



Maar God zegt: geloof in Mijn Zoon.

“Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven.”
— Johannes 3:36

De eerste geboorte kan niet naar de hemel


Hier moet men niet omheen draaien.


De eerste geboorte is vlees. En vlees kan Gods Koninkrijk niet beërven.

“Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees; en hetgeen uit den Geest geboren is, dat is geest.”
— Johannes 3:6

Uw eerste geboorte bracht u in Adam. Uw eerste geboorte gaf u een zondige natuur. Uw eerste geboorte bracht u onder de wet, onder schuld, onder veroordeling, onder dood.



Daarom zei de Heere Jezus:

“Gijlieden moet wederom geboren worden.”
— Johannes 3:7

Niet opgeknapt. Niet religieuzer gemaakt. Niet kerkelijker gemaakt. Niet serieuzer gemaakt. Niet emotioneler gemaakt.


Wederom geboren.


De eerste geboorte kan niet verbeterd worden tot zaligheid. De oude mens kan niet opgepoetst worden tot hemelse geschiktheid. Het vlees blijft vlees. Daarom moet er een tweede geboorte zijn.


Dat is precies wat Izak afbeeldt: een geboorte uit belofte, een geboorte door Gods ingrijpen, een geboorte die niet voortkomt uit natuurlijke kracht.



Daarom is het dwaas om mensen naar de wet te sturen om gered te worden. De wet kan het vlees wel veroordelen, maar niet vernieuwen. De wet kan schuld aanwijzen, maar geen leven geven. De wet kan zeggen: gij zult, maar zij geeft geen kracht om nieuw geboren te worden.

“Want indien er een wet gegeven ware, die machtig was levend te maken, zo zou waarlijk de rechtvaardigheid uit de wet zijn.”
— Galaten 3:21

Maar er is geen wet die levend maakt. Leven komt door Christus.



Wet of liefde


In Galaten 4 zegt Paulus tegen gelovigen:

“Mijn kinderkens, die ik wederom arbeide te baren, totdat Christus een gestalte in u krijge.”
— Galaten 4:19

Hij spreekt tot gelovigen. Niet tot ongelovigen. Zijn zorg is niet dat zij nooit gered zijn, maar dat Christus in hun wandel gevormd wordt. Dat gaat over groei, volwassenheid, geestelijke vorming.


Maar nu komt het punt: Christus wordt niet in u gevormd door uzelf onder de wet te plaatsen.


De wet zegt: gij moet.


Liefde zegt: ik wil.


De wet dwingt van buitenaf. Liefde werkt van binnenuit.


De wet kan veroordelen. Liefde dient.


De wet zegt: doe dit, anders. Liefde zegt: Christus heeft mij liefgehad, daarom wil ik Hem dienen.



Daarom vraagt de Heere Jezus aan Petrus niet: “Hebt gij de schapen lief?” maar: “Hebt gij Mij lief?”

“Simon, zoon van Jonas, hebt gij Mij lief?”
— Johannes 21:16

Dat is de motor van ware dienst. Niet angst om verloren te gaan. Niet wettische slavernij. Niet religieuze druk. Niet mensen behagen. Maar liefde tot Christus.


Dat is ook waarom leven na geloof nooit verward mag worden met hoe iemand eeuwig leven ontvangt. Eeuwig leven is een gave. Dienst is de vrucht van liefde.



De christelijke wandel werkt niet door wet


Galaten 5 geeft de sleutel:

“Wandelt door den Geest, en volbrengt de begeerlijkheid des vleses niet.”
— Galaten 5:16

Niet: wandel onder de wet en dan zult u geestelijk worden.


Niet: zet uw nieuwe geboorte onder Mozes en dan wordt u gelijkvormig aan Christus.


Niet: leef uit angst en dan groeit u gezond.


Nee. Wandel door de Geest.


De wet kan het vlees niet verbeteren. Het vlees staat juist onder de wet en wordt door de wet veroordeeld. De nieuwe geboorte is niet onder de wet, maar onder Christus. De Geest werkt niet door wettische dwang, maar door waarheid, genade, geloof en liefde.



Daarom staat er in Galaten 5 over de vrucht van de Geest:

“Tegen de zodanigen is de wet niet.”
— Galaten 5:23

De Geest brengt voort wat de wet niet kan produceren. De wet kan eisen, maar de Geest brengt vrucht voort.


En dat is precies waar veel religie faalt. Men denkt dat heiliging ontstaat door de gelovige weer onder druk, angst, dreiging en wet te zetten. Maar Paulus zegt dat dit niet werkt. Christus wordt niet gevormd door het vlees onder religieuze regels te disciplineren. Christus wordt gevormd wanneer de gelovige wandelt door de Geest.


Dat betekent niet: wetteloosheid.


Dat betekent: een hogere motivatie dan wet.


Liefde heeft haar eigen heilige grenzen. Wie Christus liefheeft, vraagt niet: “Hoeveel zonde kan ik doen en toch gered blijven?” Wie Christus liefheeft, vraagt: “Heere, wat behaagt U?”


Zie hierbij ook: Waarom zou ik God nog dienen?



Jakob en Ezau: de oudere zal de jongere dienen


In Genesis 25 wordt Rebekka zwanger van een tweeling. De kinderen strijden al in haar buik. God zegt:

“Twee volken zijn in uw buik, en twee natiën zullen zich uit uw ingewand vaneenscheiden; en het ene volk zal sterker zijn dan het andere volk; en de meerdere zal den mindere dienen.”
— Genesis 25:23

Ezau wordt eerst geboren. Jakob daarna.


De eerste geboorte komt eerst. De tweede lijn komt daarna.


Dat is opnieuw de grote lijn van de Schrift: eerst het natuurlijke, daarna het geestelijke.



Paulus zegt in een ander verband:

“Doch het geestelijke is niet eerst, maar het natuurlijke, daarna het geestelijke.”
— 1 Korinthe 15:46

Ezau vertegenwoordigt de eerste geboorte, het vlees, het natuurlijke, het aardse. Jakob vertegenwoordigt in deze typologie de lijn van de belofte. Niet omdat Jakob in zichzelf zo’n keurige man was. Hij was dat niet. Jakob was geen toonbeeld van karakter. Maar hij geloofde wel God en stond in de lijn van de belofte.


Dat is belangrijk.


God zegt niet: “Jakob was moreel beter, dus heb Ik hem gekozen.”


Nee. Het punt is niet menselijke voortreffelijkheid. Het punt is Gods belofte en geloof.



Daarom zegt Romeinen 9:

“Niet uit de werken, maar uit den Roepende.”
— Romeinen 9:11

God had vóór hun werken al vastgesteld welke lijn Hij zou zegenen: niet de lijn van het vlees, maar de lijn van de belofte. Niet de eerste geboorte, maar de geboorte die verbonden is aan geloof en belofte.



“Ezau heb Ik gehaat” betekent: God verwerpt het vlees


Wanneer Maleachi zegt: “Jakob heb Ik liefgehad, en Ezau heb Ik gehaat”, moet men zien wanneer dat gezegd wordt. Het wordt niet in Genesis tegen baby Ezau gezegd alsof God persoonlijk tegen een pasgeboren kind zegt: “Ik haat jou.” Maleachi schrijft veel later, in de context van Israël, Edom, Gods handelen met volken, erfenis, oordeel en verbondsgeschiedenis.


Ezau is inmiddels ook Edom. Het gaat om meer dan een individuele baby. Het gaat om een lijn, een volk, een houding, een beeld.


En in de lijn van deze uitleg is Ezau het beeld van de eerste geboorte: het vlees.


God haat het vlees.


Niet omdat God geen liefde heeft voor zondaren. De Bijbel zegt:

“Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft.”
— Johannes 3:16

God had de wereld lief. Niet alleen een verborgen groep. De wereld.



Maar God haat zonde. God haat de oude natuur. God haat het vlees dat zich niet onderwerpt aan Hem.

“Daarom dat het bedenken des vleses vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich der wet Gods niet; want het kan ook niet.”
— Romeinen 8:7

Dat is sterk. Het vlees onderwerpt zich niet aan God. Het kan ook niet. Daarom moet het vlees niet verbeterd worden, maar geoordeeld. De gelovige moet niet leren vertrouwen op zijn vlees, maar wandelen door de Geest.


Dit sluit nauw aan bij het artikel: Waarom doe ik dit eigenlijk? Vlees, geest en de strijd om wie ik dien



Verkiezing volgens Gods doel: niet uit werken


Romeinen 9 zegt:

“Want als de kinderen nog niet geboren waren, noch iets goeds of kwaads gedaan hadden, opdat het voornemen Gods, dat naar de verkiezing is, vast bleve, niet uit de werken, maar uit den Roepende.”
— Romeinen 9:11

Veel mensen lezen dit door een calvinistische bril en denken meteen: zie je wel, God koos willekeurig de ene persoon tot hemel en de andere tot hel, los van geloof.


Maar dat is niet de lijn van Paulus.



Paulus is bezig met Israël, belofte, zaad, vlees, geloof, en de vraag waarom niet alle lichamelijke Israëlieten automatisch kinderen van God zijn. Zijn antwoord is: niet de kinderen van het vlees zijn kinderen Gods, maar de kinderen der belofte worden voor het zaad gerekend.

“Dat is, niet de kinderen des vleses, die zijn kinderen Gods; maar de kinderen der beloftenis worden voor het zaad gerekend.”
— Romeinen 9:8

Dat vers verklaart de zaak.


Gods verkiezend doel is niet: werken, afkomst, vlees, wet, besnijdenis.


Gods doel is: belofte, geloof, genade, Christus.


God heeft vóór de geboorte van Jakob en Ezau al laten zien dat Hij niet de eerste geboorte zegent, maar de belofte. Niet het vlees, maar geloof. Niet menselijke verdienste, maar Zijn eigen belofte.


Dat vernietigt alle roem.


Dat vernietigt wetticisme.


Dat vernietigt afkomststrots.


Dat vernietigt religieuze zelfrechtvaardiging.



Maar het vernietigt niet de oproep om te geloven. Integendeel. Het bevestigt juist dat allen die geloven kinderen van Abraham zijn.

“Zo verstaat gij dan, dat degenen, die uit het geloof zijn, Abrahams kinderen zijn.”
— Galaten 3:7

De kinderen van Abraham zijn degenen die geloven


Veel mensen zeggen makkelijk: “De Joden zijn Gods volk, dus zij zijn kinderen van God.”


Maar de Bijbel maakt onderscheid.


Lichamelijk zijn zij zaad van Abraham. Nationaal had Israël een unieke roeping. God gaf hun de verbonden, de beloften, de wet, de tempeldienst, de profeten, en uit hen is Christus naar het vlees.


Maar zaligheid komt niet automatisch door afkomst.


Johannes de Doper zei:

“En meent niet bij uzelven te zeggen: Wij hebben Abraham tot een vader; want ik zeg u, dat God zelfs uit deze stenen Abraham kinderen kan verwekken.”
— Mattheüs 3:9

De Heere Jezus zei tegen Joden die zich op Abraham beriepen:

“Indien gij Abrahams kinderen waart, zo zoudt gij de werken van Abraham doen.”
— Johannes 8:39

En Galaten 3 zegt:

“Want gij zijt allen kinderen Gods door het geloof in Christus Jezus.”
— Galaten 3:26

Daarom is de conclusie onontkoombaar: geestelijk kindschap is door geloof.


Niet door bloedlijn.


Niet door besnijdenis.


Niet door de wet.


Niet door kerk.


Niet door belijdenis.


Niet door werken.


Door geloof in Christus Jezus.


Zie ook: Wat is ware geloof?



Besnijdenis was een teken, geen middel tot redding


Romeinen 4 legt uit dat Abraham de besnijdenis ontving als teken en zegel van gerechtigheid die hij al had door geloof.

“En hij heeft het teken der besnijdenis ontvangen tot een zegel der rechtvaardigheid des geloofs, die hem in de voorhuid was toegerekend.”
— Romeinen 4:11

Dat is dodelijk voor elke leer die een uiterlijk ritueel tot voorwaarde van redding maakt.


Besnijdenis redde Abraham niet. Hij was al gerechtvaardigd.


Zo redt ook de waterdoop niemand. De doop is belangrijk als gehoorzaamheid na geloof, maar maakt niemand tot kind van God. Wie een teken verwart met het middel tot redding, maakt dezelfde fout als de Judaïsten.


Een teken wijst ergens op. Het veroorzaakt niet zelf de redding.



Dat geldt ook voor kerkelijke handelingen. Geen enkel ritueel kan doen wat alleen Christus kan doen. Redding is niet door een sacrament, maar door geloof in de Zaligmaker.

“Maar dengene, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.”
— Romeinen 4:5

Daarom moet iedere religieuze toevoeging keihard verworpen worden. Niet omdat gehoorzaamheid onbelangrijk is, maar omdat Christus genoeg is.



“Easy believism”? Nee, Bijbels geloof


Wanneer men zegt dat redding door geloof alleen is, komt vaak de beschuldiging: “Dat is goedkoop geloof” — in het Engels vaak easy believism genoemd.


Maar de Bijbel zegt niet dat de mens gered wordt door moeilijk genoeg te geloven. De Bijbel zegt dat de mens gered wordt door te geloven in Christus.


Als het zo “makkelijk” is, waarom geloven zo veel mensen het dan niet?


Omdat de mens van nature zijn eigen bijdrage wil handhaven. Hij wil roemen. Hij wil iets doen. Hij wil iets voelen. Hij wil iets bewijzen. Hij wil zichzelf kunnen onderscheiden.


Maar genade laat geen roem over.

“Waar is dan de roem? Hij is uitgesloten.”
— Romeinen 3:27

Dat is waarom veel religieuze mensen struikelen over het Evangelie. Niet omdat het onduidelijk is, maar omdat het vernederend is. Het zegt tegen de mens: u kunt uzelf niet redden. U kunt niet betalen. U kunt niet genoeg gehoorzamen. U kunt niet genoeg veranderen. U kunt niet genoeg volharden om eeuwig leven te verdienen.


Christus deed het werk.



U moet geloven.

“Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.”
— Johannes 6:47

Daar staat geen lijst achter. Geen “mits”. Geen “als hij genoeg vrucht draagt”. Geen “als hij tot het einde bewijst dat zijn geloof echt was”. Geen “als hij onder de wet blijft”.


Heeft.


Wie dit onderwerp verder wil uitdiepen, moet ook lezen: Maar dit is toch veel te simpel?



Kan iemand gered zijn en God niet dienen?


Hier wordt het spannend.


Als redding werkelijk door geloof alleen is, kan iemand dan Christus vertrouwen als Zaligmaker en daarna toch slecht dienen? Kan iemand gered zijn en weinig vrucht hebben? Kan iemand falen? Kan iemand vleselijk leven?


De Bijbel zegt ja.


Niet omdat dat goed is. Niet omdat God zonde goedpraat. Niet omdat de wandel onbelangrijk is. Maar omdat redding en dienst niet hetzelfde zijn.


Paulus zegt over de gelovige wiens werk verbrandt:

“Zo iemands werk zal verbrand worden, die zal schade lijden; maar zelf zal hij behouden worden, doch alzo als door vuur.”
— 1 Korinthe 3:15

Zelf behouden. Werk verbrand.


Dat is geen vrijbrief voor zonde. Dat is een duidelijke scheiding tussen fundament en loon. Het fundament is Christus. Het gebouw is de dienst van de gelovige.


Daarom is de juiste boodschap niet:


“Leef heilig, anders verlies je eeuwig leven.”


Maar:


“U hebt eeuwig leven door Christus. Wandel daarom door de Geest, uit liefde tot Hem.”



Dat is veel krachtiger dan wet. Wet zegt: doe dit, anders verwerpt God u. Liefde zegt: Christus heeft u gekocht, leef nu voor Hem.

“Want de liefde van Christus dringt ons.”
— 2 Korinthe 5:14

Niet de angst voor de hel dringt de gelovige. De liefde van Christus dringt hem.


Zie ook: Nog steeds zonde, toch gered?



De wet kan niet vrijmaken


De wet heeft een doel. Zij laat zonde zien. Zij legt schuld bloot. Zij sluit de mond. Zij bewijst dat de mens geen eigen gerechtigheid heeft.

“Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde.”
— Romeinen 3:20

De wet kan kennis van zonde geven, maar geen rechtvaardiging.


De wet kan eisen, maar niet verlossen.


De wet kan dreigen, maar niet wederbaren.


De wet kan veroordelen, maar niet liefhebben.



Daarom is het fataal wanneer men het christenleven terugbrengt onder de wet als drijvende kracht. Dan verliest men vreugde, vrijheid en liefde. Dan wordt dienst krampachtig. Dan wordt gehoorzaamheid een poging om Gods aanvaarding te behouden, in plaats van vrucht uit de zekerheid dat men in Christus aanvaard is.

“Staat dan in de vrijheid, met welke ons Christus vrijgemaakt heeft, en wordt niet wederom met het juk der dienstbaarheid bevangen.”
— Galaten 5:1

Dat vers moet hard klinken in een religieuze wereld die altijd weer jukken oplegt.


Christus heeft vrijgemaakt. Ga niet terug naar slavernij.



De nieuwe geboorte is verzegeld


Het bestand legt ook een prachtige verbinding met verzegeling. Abraham ontving een teken en zegel van gerechtigheid die hij al door geloof had. In het Nieuwe Testament ontvangt de gelovige de verzegeling met de Heilige Geest.

“In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte.”
— Efeze 1:13

Let op de volgorde.


Eerst: het woord der waarheid horen.
Dan: het Evangelie geloven.
Dan: verzegeld worden met de Heilige Geest.


Niet: nadat gij genoeg gewerkt hebt.
Niet: nadat gij volhard hebt tot uw sterfdag.
Niet: nadat gij bewezen hebt dat uw geloof echt is.
Niet: nadat gij onder de wet zijt gebleven.


Nadat gij geloofd hebt.



En Efeze 4 zegt:

“En bedroeft den Heiligen Geest Gods niet, door Welken gij verzegeld zijt tot den dag der verlossing.”
— Efeze 4:30

Tot de dag der verlossing.


Dat is zekerheid. Geen halve zekerheid. Geen misschien. Geen religieuze spanning. Geen “hopelijk ben ik echt genoeg”. God verzegelt Zijn kind.


Daarom is eeuwige zekerheid geen gevaarlijke leer. Het is Bijbelse waarheid. Het gevaar zit niet in zekerheid. Het gevaar zit in het vlees. En de oplossing voor het vlees is niet onzekerheid, maar wandelen door de Geest uit liefde tot Christus.


Lees ook: Als ik eenmaal geloof, kan ik dan nog verloren gaan?



God redt de goddeloze die gelooft


Romeinen 4:5 is één van de helderste verzen in de hele Bijbel:

“Doch dengene, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.”

Wie rechtvaardigt God?


De goddeloze.


Op welke basis?


Niet werken, maar geloven.


Dat is zo eenvoudig dat religie het bijna niet kan verdragen.


De mens wil eerst godsdienstig worden. God zegt: Ik rechtvaardig de goddeloze die gelooft.


De mens wil eerst zichzelf verbeteren. God zegt: geloof in Mijn Zoon.


De mens wil eerst waardig worden. God zegt: Christus is waardig.


De mens wil eerst bewijzen dat hij uitverkoren is. God zegt: wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven.



Daarom is het antwoord op de vraag “Hoe weet ik dat ik gered ben?” niet: kijk diep genoeg in uzelf. Het antwoord is: wat zegt God over Zijn Zoon en over degene die in Hem gelooft?

“Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die Mijn woord hoort, en gelooft Hem, Die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven, en komt niet in de verdoemenis, maar is uit den dood overgegaan in het leven.”
— Johannes 5:24

Dat is zekerheid op Gods Woord.


Zie ook: Hoe kunt u zeker weten dat u naar de hemel gaat?



Jakob, Ezau en de strijd in de gelovige


Deze geschiedenis is niet alleen belangrijk voor leer over redding. Zij helpt ook om de strijd in de gelovige te begrijpen.


De gelovige heeft één lichaam, maar twee geboorten.


De eerste geboorte: vlees.
De tweede geboorte: uit God.


De oude natuur begeert tegen de Geest.
De Geest begeert tegen het vlees.


Daarom ervaart een gelovige innerlijke strijd. Dat betekent niet automatisch dat hij ongered is. Het kan juist laten zien dat er een nieuwe geboorte is. Een ongelovige heeft geen nieuwe natuur die tegen het vlees ingaat. De gelovige wel.


Maar de opdracht is duidelijk: laat de eerste geboorte niet heersen over de tweede. De oudere zal de jongere dienen. Het vlees moet niet regeren. De nieuwe mens moet wandelen door de Geest.

“Laat dan de zonde niet heersen in uw sterfelijk lichaam, om haar te gehoorzamen in de begeerlijkheden deszelven lichaams.”
— Romeinen 6:12

Dat is een bevel aan gelovigen. Zonde kan proberen te heersen. Het vlees kan proberen te domineren. Maar de gelovige hoeft niet onder die heerschappij te leven.


Niet omdat hij sterk is in zichzelf, maar omdat hij in Christus is.



Waarom dit calvinistische mislezing corrigeert


Romeinen 9 wordt vaak gebruikt alsof Paulus daar leert dat God vóór de geboorte bepaalde individuen onvoorwaardelijk tot hemel en hel heeft bestemd.


Maar de context verzet zich daartegen.


Paulus bespreekt Israël. Hij legt uit waarom Gods Woord niet gefaald heeft, terwijl veel Israëlieten Christus verworpen hebben. Zijn antwoord is niet: “Dat maakt niet uit, want fysieke afkomst redt toch automatisch.” Zijn antwoord is ook niet: “God wilde gewoon niet dat zij geloofden.”


Zijn antwoord is: niet allen die uit Israël zijn, zijn Israël. Niet de kinderen van het vlees zijn kinderen Gods. De kinderen der belofte worden voor het zaad gerekend.


Dat is een geloofslijn, geen werkensysteem. Een beloftelijn, geen vleeslijn. Een genadelijn, geen wetlijn.


Wie Romeinen 9 losrukt uit Romeinen 4, Galaten 3, Galaten 4 en de geschiedenis van Abraham, Ismaël, Izak, Jakob en Ezau, maakt van Paulus een fatalist. Maar Paulus is geen fatalist. Paulus is de apostel die zegt:

“Een iegelijk, die den Naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden.”
— Romeinen 10:13

En:

“Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods.”
— Romeinen 10:17

Romeinen 9 eindigt niet met willekeurige verwerping. Romeinen 9 wijst op het struikelen over Christus door ongeloof.

“Waarom? Omdat zij die zochten niet uit het geloof, maar als uit de werken der wet; want zij hebben zich gestoten aan den steen des aanstoots.”
— Romeinen 9:32

Daar staat het.


Niet uit geloof. Als uit werken der wet.


Dat is het probleem.


Niet dat God hen geen kans gaf. Niet dat Christus niet voor hen beschikbaar was. Niet dat het Evangelie niet waarachtig aangeboden werd. Het probleem was dat zij gerechtigheid zochten op de verkeerde basis.


Dat is vandaag nog steeds het probleem.


Zie ook: Hoe calvinisme het evangelie besmet en Calvinisme en genade gaan niet samen



De grote vraag: bent u uit het vlees of uit geloof?


U kunt godsdienst hebben en toch verloren zijn.


U kunt Bijbelkennis hebben en toch verloren zijn.


U kunt gedoopt zijn en toch verloren zijn.


U kunt belijdenis gedaan hebben en toch verloren zijn.


U kunt streng leven en toch verloren zijn.


U kunt zeggen dat u Abraham, de kerk, de traditie, de belijdenis of de wet hebt — en toch verloren zijn.


De vraag is niet: wat is uw afkomst?


De vraag is niet: wat hebt u gepresteerd?


De vraag is niet: welke wet houdt u?


De vraag is: hebt u geloofd in de Heere Jezus Christus als uw Zaligmaker?


Christus stierf voor onze zonden. Hij werd begraven. Hij stond op uit de doden. Hij betaalde volledig. Hij geeft eeuwig leven aan ieder die in Hem gelooft.

“En dit is de getuigenis, namelijk dat ons God het eeuwige leven gegeven heeft; en ditzelve leven is in Zijn Zoon. Die den Zoon heeft, die heeft het leven; die den Zone Gods niet heeft, die heeft het leven niet.”
— 1 Johannes 5:11-12

Dat is zwart-wit.


Niet: wie genoeg wet heeft.
Niet: wie genoeg werken heeft.
Niet: wie genoeg religie heeft.
Niet: wie genoeg innerlijke kenmerken vindt.


Wie de Zoon heeft, heeft het leven.


Wie de Zoon niet heeft, heeft het leven niet.



Conclusie: God zegent niet het vlees, maar de belofte


“Jakob heb Ik liefgehad, en Ezau heb Ik gehaat” is geen bewijs dat God willekeurig zondaren buitensluit die gered willen worden. Het is een diepe verklaring dat God het vlees verwerpt en de belofte zegent.


Ezau komt eerst: het vlees, de eerste geboorte, het natuurlijke, het aardse.


Jakob komt daarna: de lijn van belofte, geloof, Gods verkiezend doel buiten werken om.


Ismaël komt eerst: uit de dienstmaagd, beeld van slavernij.


Izak komt daarna: kind van de belofte, wondergeboorte, beeld van de geboorte uit geloof.


De wet komt later en kan niet redden.


Abraham werd gerechtvaardigd door geloof vóór de wet en vóór de besnijdenis.


De besnijdenis was een teken, geen middel tot redding.


De gelovige wordt verzegeld nadat hij gelooft.


De christelijke wandel wordt niet gedragen door wet, maar door liefde en de Geest.


Daarom is de boodschap helder:


U wordt niet gered door het vlees te verbeteren.
U wordt niet gered door de wet te houden.
U wordt niet gered door religieuze afkomst.
U wordt niet gered door uiterlijke tekenen.
U wordt niet gered door werken.


U wordt gered door geloof in Christus alleen.


En als u gered bent, wandel dan niet naar het vlees, maar door de Geest. Niet uit angst om verloren te gaan, maar uit liefde tot Hem Die u heeft vrijgemaakt.


“Staat dan in de vrijheid, met welke ons Christus vrijgemaakt heeft.”

Hoe word ik gered? Vlees en Geest uitgelegd