Twee deuren die God na de dood niet opent

Geen verdere betaling voor de geredde — geen nieuwe reddingskans voor de verlorene

De Bijbel leert geen vagevuur en geen tweede kans op redding na de dood. Vagevuur en een tweede kans zijn twee verschillende ideeën: het ene laat een geredde mens na zijn dood nog zuivering ondergaan; het andere geeft een ongelovige na zijn dood alsnog gelegenheid om gered te worden. Het offer van Christus is echter volledig, en na het sterven volgt volgens Hebreeën 9:27 het oordeel.

Is er een vagevuur of tweede kans na de dood?

Er komt een moment waarop de stemmen rond een sterfbed verstommen.


De laatste adem is uitgegaan.


Het lichaam ligt nog in de kamer, maar de persoon antwoordt niet meer.


Voor de achterblijvers blijven vragen over:

Is alles nu definitief?


Kan er na de dood nog iets veranderen?


Bestaat er misschien een plaats waar de laatste zonden worden uitgezuiverd?


Kan iemand die zonder Christus stierf Hem daarna alsnog aannemen?

In menselijke gedachten verschijnt na de dood vaak een gang met twee deuren.



Op de eerste staat:

Nog zuiveren

Op de tweede:

Nog kiezen

De eerste deur heet vagevuur.


De tweede deur heet een nieuwe kans na de dood.


Maar wanneer wij de Bijbel openen, vinden wij die gang niet.


Wij vinden geen verdere betaling voor degene die door Christus gered is.


Wij vinden evenmin een nieuwe reddingsmogelijkheid voor degene die zonder Christus gestorven is.



De Schrift toont een andere grens:

Vóór de dood klinkt het Evangelie.
Na de dood volgt het oordeel.


Vagevuur en een tweede kans zijn niet hetzelfde


Deze twee ideeën worden vaak in één adem genoemd, maar zij beweren niet hetzelfde.



Het idee van een vagevuur


Volgens dit idee sterft iemand als geredde, maar is hij nog niet gereed om rechtstreeks de volle heerlijkheid binnen te gaan. Na zijn dood zou daarom nog een pijnlijke of reinigende toestand nodig zijn.


De persoon krijgt daar niet voor het eerst eeuwig leven. Hij zou reeds tot God behoren, maar nog gezuiverd moeten worden.


Het idee van een tweede kans


Dit gaat verder.


Volgens deze gedachte kan iemand zonder Christus sterven en Hem daarna alsnog geloven of aannemen.


De dood zou dan niet het einde van de mogelijkheid tot redding zijn, maar slechts een overgang naar een nieuwe gelegenheid.


Het zijn dus twee verschillende deuren:

Idee Wat zou er na de dood nog moeten gebeuren?
Vagevuur Een geredde mens moet nog worden gezuiverd
Tweede kans Een verloren mens kan alsnog gered worden

De Bijbel sluit beide uit, maar niet om exact dezelfde reden.



De eerste deur: moet een geredde mens na de dood nog betalen?


Het idee van een vagevuur begint met een begrijpelijke gedachte.


Geen gelovige sterft nadat hij hier op aarde volmaakt heeft geleefd.


Er zijn tekortkomingen.


Er zijn verkeerde keuzes.


Er zijn zonden die misschien nooit tegenover mensen zijn rechtgezet.


Moet daar na de dood dan niet alsnog iets mee gebeuren?


De Bijbel antwoordt door onze aandacht niet op de volmaaktheid van de gelovige te richten, maar op de volmaaktheid van het offer.

„Want met één offerande heeft Hij in eeuwigheid volmaakt degenen, die geheiligd worden.”

— Hebreeën 10:14

Let op ieder onderdeel:


  • één offerande;
  • in eeuwigheid;
  • volmaakt.


Niet meerdere offers.


Niet Christus plus een laatste zuivering.


Niet het kruis gevolgd door een aanvullende betaling na de dood.


Christus’ offer is voldoende omdat Christus Zelf voldoende is.



‘Het is volbracht’ laat geen restschuld over


Kort voordat Jezus stierf, zei Hij:

„Het is volbracht.”

— Johannes 19:30

Hij zei niet:

Het grootste gedeelte is volbracht.

Hij zei niet:

De eeuwige schuld is betaald, maar de gelovige moet na zijn dood het laatste deel zelf dragen.

Hij zei:

Het is volbracht.

Aan het kruis werd de zonde niet genegeerd. Zij werd betaald.


Waarom die volledige betaling noodzakelijk was, wordt dieper uitgelegd in waarom Gods liefde het kruis niet overbodig maakte.



Wanneer een gelovige na de dood nog straf moet ondergaan om geschikt te worden voor Gods aanwezigheid, rijst een onvermijdelijke vraag:

Wat ontbrak er dan nog aan het offer van Christus?

De Bijbel antwoordt: niets.



Vergeving is niet hetzelfde als onverschilligheid


Dat Christus volledig betaalde, betekent niet dat het leven van een gelovige onbelangrijk is.


Een gelovige kan:


  • gemeenschap met God verliezen;
  • Gods tuchtiging ondervinden;
  • mensen ernstig beschadigen;
  • gelegenheden verspillen;
  • toekomstig loon verliezen.


Maar geen van deze gevolgen verandert het volbrachte werk van Christus in een onvoltooide betaling.


Een gelovige wordt niet gered door eerst goed te leven.


Hij blijft evenmin gered doordat hij na zijn geloof goed genoeg blijft leven.


Zijn zekerheid ligt in Christus.


Daarom kan de Bijbel spreken over werkelijke eeuwige zekerheid voor wie in Jezus Christus gelooft.



Leert 1 Korinthe 3 een vagevuur?


Een gedeelte dat soms met vagevuur wordt verbonden, staat in 1 Korinthe 3.


Paulus beschrijft hoe het werk van een gelovige door vuur beproefd wordt:

„Zo iemands werk blijft, dat hij daarop gebouwd heeft, die zal loon ontvangen.

Zo iemands werk zal verbrand worden, die zal schade lijden; maar zelf zal hij behouden worden, doch alzo als door vuur.”

— 1 Korinthe 3:14-15

Maar wat wordt door het vuur beproefd?


Niet de ziel van de gelovige.


Niet zijn resterende zondeschuld.


Niet een onvoltooide betaling aan God.



De tekst zegt:

iemands werk

De uitkomst is bovendien niet een gereinigde ziel die uiteindelijk gered wordt.



De persoon is al behouden:

„maar zelf zal hij behouden worden”

Het verschil gaat over:


  • loon ontvangen;
  • of schade lijden.


Het vuur beproeft het werk. Het voltooit niet het offer van Christus.


Dit gedeelte gaat daarom over de beoordeling van het leven en werk van een gelovige, niet over een strafplaats waarin hij na zijn dood geschikt wordt gemaakt voor de hemel.


Wie redding en werken zorgvuldig uit elkaar wil houden, kan verder lezen waarom goede werken nooit de ontbrekende betaling voor eeuwig leven worden.



De misdadiger had geen tijd meer voor zuivering


Naast Jezus hing een misdadiger.


Zijn leven was niet voorbeeldig geweest.


Hij hing daar niet vanwege een kleine vergissing, maar onder een doodvonnis.


Hij had geen jaren meer om zijn verleden te herstellen.


Geen tijd om een nieuw leven op te bouwen.


Geen gelegenheid om met goede werken te bewijzen dat hij veranderd was.


Hij kon niet van het kruis afkomen om alles alsnog recht te zetten.


Maar hij erkende Wie Jezus was.


En Jezus zei tegen hem:

„Voorwaar, zeg Ik u, heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.”

— Lukas 23:43

Niet:

Na een lange zuivering zult u misschien bij Mij zijn.

Niet:

Eerst moet u alsnog betalen voor wat u hebt gedaan.

Maar:

heden

De misdadiger ging niet naar het Paradijs omdat zijn leven uiteindelijk voldoende goed was geworden.


Hij ging omdat Christus voldoende was.


Dit is dezelfde radicale lijn die zichtbaar wordt wanneer de slechtst levende mens met Christus tegenover de best levende mens zonder Christus wordt geplaatst.



Paulus verwachtte geen zuiveringsplaats tussen dood en Christus


Paulus schreef:

„Hebbende begeerte, om ontbonden te worden en met Christus te zijn; want dat is zeer verre het beste.”

— Filippenzen 1:23

Zijn verwachting was niet:

ontbonden worden, daarna gezuiverd worden en uiteindelijk met Christus zijn.

Hij verbond het verlaten van dit leven met:

met Christus zijn

Ook schreef hij dat hij liever uit het lichaam wilde uitwonen en bij de Heere inwonen.


De hoop van de gelovige is niet een onbekende tussenplaats waar alsnog betaald moet worden.


Zijn hoop is Christus.



Maar worden gelovigen dan niet verder geheiligd?


Zeker.


Een gelovige behoort in dit leven te groeien.


Hij behoort zonde te belijden, het vlees niet te gehoorzamen en te wandelen in de Geest.


Dat proces wordt vaak praktische heiliging genoemd.


Maar groei in het christelijke leven is niet hetzelfde als betaling voor eeuwig leven.


Wij moeten twee zaken uit elkaar houden:

Positie van de gelovige Wandel van de gelovige
Volledig gered door Christus Kan groeien of achterblijven
Bezit eeuwig leven Kan goed of verkeerd leven
Staat niet meer onder veroordeling Kan tuchtiging en verlies ondervinden
Rust op het volbrachte offer Wordt opgeroepen Christus te dienen

Een onvolmaakte wandel bewijst niet dat het offer onvolmaakt is.


Het laat zien hoe afhankelijk de gelovige ook ná zijn redding van God blijft.



De eerste deur blijft gesloten


De Bijbelse conclusie over vagevuur is daarom niet slechts:

Het woord staat niet in de Bijbel.

De diepere conclusie is:

Een verdere betaling na de dood past niet bij een volledig volbrachte betaling aan het kruis.

Christus heeft niet alleen een mogelijkheid tot redding geschapen.

Hij heeft betaald.


Met één offerande.


In eeuwigheid.


Volmaakt.


De eerste denkbeeldige deur — nog zuiveren — is niet nodig, omdat Christus’ werk geen aanvulling nodig heeft.



De tweede deur: kan een ongelovige na de dood alsnog geloven?


Nu komen we bij een heel andere vraag.


Niet:

Moet een geredde mens nog gezuiverd worden?

Maar:

Kan iemand die zonder Christus stierf daarna alsnog gered worden?

Ook hier geeft de Bijbel een heldere volgorde:

„En gelijk het den mensen gezet is, eenmaal te sterven, en daarna het oordeel.”

— Hebreeën 9:27

De tekst noemt:


  1. eenmaal sterven;
  2. daarna het oordeel.


Er staat niet:


  1. sterven;
  2. een nieuwe openbaring ontvangen;
  3. alsnog geloven;
  4. daarna eventueel geoordeeld worden.


De dood opent geen tweede evangelisatieperiode.


Na het sterven volgt het oordeel.



De grote kloof is niet tijdelijk


Jezus vertelde over de rijke man en Lazarus.


Na hun sterven bevonden zij zich niet meer in dezelfde toestand. Tussen beide zijden was een scheiding aangebracht.


Abraham zei:

„En boven dit alles, tussen ons en ulieden is een grote kloof gevestigd, zodat degenen, die van hier tot u willen overgaan, niet kunnen, noch ook die daar zijn, van daar tot ons overkomen.”

— Lukas 16:26

De woorden zijn absoluut:


  • de kloof is gevestigd;
  • oversteken kan niet;
  • terugkeren kan niet.


De rijke man vraagt ook niet of iemand hem daar alsnog het Evangelie wil uitleggen.


Hij vraagt of Lazarus naar zijn nog levende broers kan gaan.


Waarom?


Omdat hun tijd om te horen nog niet voorbij was.


Zij leefden nog.


De volledige Bijbelse volgorde vanaf de laatste adem tot het oordeel laat zien dat de tijdlijn vooruitgaat en nergens een nieuwe proeftijd bevat.



Nu is de dag der zaligheid


De Bijbel legt de nadruk steeds op het heden:

„Zie, nu is het de welaangename tijd; zie, nu is het de dag der zaligheid.”

— 2 Korinthe 6:2

Niet:

Straks, wanneer u God met eigen ogen ziet.

Niet:

Nadat de gevolgen van ongeloof niet meer ontkend kunnen worden.

Niet:

Na de dood, wanneer alle onzekerheid verdwenen is.

Maar:

nu

Geloof is geen nooduitgang die pas na het sterven zichtbaar wordt.


God heeft het Evangelie tijdens dit leven laten verkondigen.


De vraag is niet of u na de dood bereid zult zijn te geloven wanneer u het oordeel ziet.


De vraag is of u nu Gods getuigenis over Zijn Zoon gelooft.



Sterven in uw zonden is werkelijk sterven in uw zonden


Jezus waarschuwde:

„Want indien gij niet gelooft, dat Ik Die ben, gij zult in uw zonden sterven.”

— Johannes 8:24

Waarom is deze waarschuwing zo ernstig wanneer sterven in ongeloof slechts betekent dat iemand direct daarna een betere gelegenheid krijgt?



Dan zou Jezus kunnen hebben gezegd:

U zult na uw dood alsnog overtuigd worden.

Maar Hij waarschuwt voor het sterven in de zonden.


Niet omdat Zijn betaling onvoldoende is.


Niet omdat Hij iemand niet wil redden.


Maar omdat eeuwig leven wordt ontvangen door geloof in Hem.


Wie wil begrijpen wat dat Bijbelse geloof precies inhoudt, leest verder in wat werkelijk geloven in Jezus Christus betekent.



Predikte Jezus dan niet tot geesten in de gevangenis?


In 1 Petrus 3:19 staat dat Christus gepredikt heeft tot „de geesten, die in de gevangenis zijn”.


Sommigen zien daarin een reddingsaanbod aan overleden mensen.


Maar de tekst zegt niet:


  • dat gestorven ongelovigen het Evangelie hoorden;
  • dat zij zich konden bekeren;
  • dat iemand daar alsnog gered werd;
  • dat deze prediking een tweede kans was.


Het woord „geesten” en de verwijzing naar de dagen van Noach vragen om zorgvuldige uitleg. Over de precieze identiteit bestaan verschillende verklaringen.


Maar één uitleg past niet bij wat er daadwerkelijk staat:

dat alle gestorven ongelovigen na hun dood een nieuwe mogelijkheid tot redding krijgen.

Een leer van een tweede kans kan niet worden gebouwd op zaken die de tekst nergens noemt.



Kan iemand anders na mijn dood iets voor mij veranderen?


Mensen kunnen na een overlijden veel doen.


Zij kunnen:


  • rouwen;
  • herinneren;
  • een begrafenis verzorgen;
  • dankbaar spreken over het goede;
  • achtergebleven schade proberen te herstellen;
  • anderen waarschuwen.


Maar de Bijbel geeft geen opdracht om een overleden mens alsnog in het eeuwige leven te brengen.


Geen familielid kan na uw dood voor u geloven.


Geen kerk kan uw bestemming veranderen.


Geen geldbedrag kan de straf verkorten.


Geen gebed kan uw naam achteraf in het boek des levens schrijven.


Redding is persoonlijk.


U wordt niet gered door het geloof van uw ouders, echtgenoot, dominee of kinderen.


En na uw sterven kunnen zij die keuze niet van u overnemen.


De afzonderlijke vraag hoe God oordeelt over mensen die het Evangelie nooit hebben gehoord verdient haar eigen zorgvuldige behandeling. Maar ook daar leert de Bijbel geen algemene reddingsmogelijkheid na de dood.



Waarom klinkt een tweede kans zo aantrekkelijk?


Omdat wij weten hoe gemakkelijk mensen uitstellen.


Misschien zal iemand later anders denken.


Misschien komt hij na zijn dood tot inzicht.


Misschien geeft God hem, wanneer hij alles eindelijk ziet, nog één gelegenheid.


Die hoop voelt liefdevol.


Maar een hoop die God niet heeft beloofd, kan iemand juist in slaap sussen.


Zij fluistert:

Er is later nog tijd.

Terwijl God zegt:

„Heden, zo gij Zijn stem hoort, zo verhardt uw harten niet.”

— Hebreeën 3:15

Het gevaar van een tweede-kansleer is niet alleen dat zij een verkeerde voorstelling van het hiernamaals geeft.


Zij verzwakt het woord heden.


Zij maakt van de dood een uitstelpunt terwijl de Bijbel haar als grens beschrijft.



Waarom geeft God geen nieuwe kans nadat iedereen Hem gezien heeft?


Omdat het probleem van de mens niet uitsluitend een gebrek aan zichtbaar bewijs is.


De mens ontvangt nu Gods getuigenis:


  • door de schepping;
  • door Zijn Woord;
  • door het Evangelie van Christus.


Bovendien zou geloven nadat het oordeel zichtbaar is niet hetzelfde zijn als God nu op Zijn Woord geloven.


De Schrift roept mensen niet op te wachten totdat geloof overbodig lijkt te zijn.


Zij roept hen nu:

„Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden.”

— Handelingen 16:31

Wie wacht op een reddingsweg na de dood, verlaat de weg die God vandaag heeft geopend.



Er is wel een tweede opstanding — maar geen tweede kans


De Bijbel spreekt over opstanding en oordeel.


De ongelovige houdt na de dood niet eenvoudig op te bestaan. Hij zal voor God verschijnen.


Maar die toekomstige opstanding is geen herstelmoment waarin iemand alsnog eeuwig leven kan ontvangen.


Zij leidt tot oordeel.


Ook de huidige hel is niet hetzelfde als de uiteindelijke poel des vuurs. Het verschil tussen de hel en de definitieve tweede dood verandert echter niets aan de grens van de dood.


Dat er nog toekomstige gebeurtenissen volgen, betekent niet dat er nog een toekomstige reddingskans volgt.



De tweede deur blijft eveneens gesloten


De Bijbelse conclusie is:

Een ongelovige krijgt na zijn sterven geen nieuwe gelegenheid om Christus alsnog te geloven.

Niet omdat God tijdens zijn leven geen redding aanbood.


Christus stierf voor onze zonden.


Hij werd begraven.


Hij stond op uit de dood.


Het Evangelie mag worden verkondigd.


Eeuwig leven wordt als gave aangeboden.


Maar God plaatst de oproep tot geloof in dit leven.


Na de dood volgt geen nieuw Evangelie, maar het oordeel.



Twee gesloten deuren — en één deur die vandaag openstaat


De denkbeeldige gang na de dood bevat niet de twee deuren waarop mensen hopen.


Niet:

nog betalen

Niet:

nog kiezen

Maar dat betekent niet dat er geen deur is.



Jezus zegt:

„Ik ben de Deur; indien iemand door Mij ingaat, die zal behouden worden…”

— Johannes 10:9

Die deur staat vandaag open.


Niet omdat u voldoende goed hebt geleefd.


Niet omdat u uw zonden eerst zelf kunt uitzuiveren.


Niet omdat u later nog een betere gelegenheid krijgt.


Maar omdat Jezus Christus de volledige betaling heeft gedaan.



De vagevuurleer zegt in feite:

Na het kruis blijft voor de geredde nog iets te betalen.

De tweede-kansleer zegt:

Na het sterven blijft voor de verlorene nog een nieuw moment om te geloven.

Het Evangelie zegt:

Christus heeft volledig betaald — geloof Hem vandaag.


Dit leven is niet uw betaling, maar wel uw gelegenheid


U hoeft tijdens dit leven geen voldoende hoeveelheid goede werken te verzamelen om de hemel te verdienen.


Dat kan niet.


Redding is uit genade door geloof.


Maar dit leven is wel de tijd waarin u Gods belofte kunt horen en geloven.


Daarom is de boodschap zowel eenvoudig als dringend.


Eenvoudig:

Christus heeft betaald.

Dringend:

U bent niet beloofd dat u morgen nog zult leven.

De vraag is daarom niet:

Zal er na mijn dood nog iets geregeld kunnen worden?

De vraag is:

Waarom zou ik uitstellen wat God mij vandaag aanbiedt?


Conclusie: na de dood wordt niets aan Christus toegevoegd


Is er een vagevuur?


Nee.


De geredde hoeft na zijn dood niet alsnog het tekort van Christus’ offer aan te vullen. Met één offerande heeft Hij in eeuwigheid volmaakt degenen die geheiligd worden.


Is er een tweede kans na de dood?


Nee.


De ongelovige gaat na zijn sterven niet een nieuwe proeftijd binnen. Het is de mens gezet eenmaal te sterven, en daarna het oordeel.


Daarom zijn beide gedachten uiteindelijk een aanval op twee volkomen duidelijke waarheden:


  • het werk van Christus is volledig;
  • het Evangelie vraagt vandaag om geloof.


De gelovige hoeft na de dood niet verder te betalen.


De ongelovige kan na de dood niet opnieuw beginnen.


Maar u leeft nu.


U leest nu.


Het Evangelie klinkt nu.


Jezus Christus stierf voor al uw zonden, werd begraven en stond op uit de dood.


Hij belooft:

„Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.”

— Johannes 6:47

De belangrijkste vraag is niet wat anderen na uw dood nog voor u kunnen doen.



De vraag is:

Gelooft u vandaag in Jezus Christus?