BILEAM WAS BEHOUDEN
Niet zijn wandel, maar Gods getuigenis beslist
Was Bileam behouden? De Schrift laat geen andere consistente conclusie toe
Bileam wordt bijna altijd voorgesteld als een verloren valse profeet.
Daar lijken op het eerste gezicht genoeg redenen voor te zijn.
Hij had het loon der ongerechtigheid lief. Hij zocht eer en voordeel. Hij hield zich met waarzeggerij bezig. Hij gaf Balak de verderfelijke raad waardoor Israël tot hoererij en afgoderij werd verleid. Zijn naam werd later verbonden aan „de weg van Bileam”, „de verleiding des loons van Bileam” en „de lering van Bileam”. Uiteindelijk werd hij met het zwaard gedood.
De conclusie lijkt daarom vanzelfsprekend:
Zo iemand kan onmogelijk behouden zijn geweest.
Maar die conclusie wordt niet uit de Schrift getrokken. Zij komt voort uit een menselijke veronderstelling:
Een werkelijk behouden mens kan nooit zo diep in zonde vallen.
De Bijbel leert dat niet.
Het vlees van een gelovige wordt bij zijn geestelijke geboorte niet verbeterd. Vlees blijft vlees. Wanneer een gelovige volledig aan zijn vlees toegeeft, kan hij dezelfde zonden bedrijven als een ongered mens — en zelfs dingen doen die onder ongelovigen nauwelijks genoemd worden.
Daarom mag Bileams eeuwige positie niet worden vastgesteld aan de hand van zijn latere wandel.
Iemands vrucht of levenswandel mag daarom nooit de grond worden waarop wij achteraf bepalen of hij werkelijk behouden was. Dat onderscheid wordt verder uitgewerkt in Goede boom en kwade vrucht uitgelegd.
De beslissende vraag is:
Schrijft de Schrift Bileam persoonlijk iets toe wat volgens diezelfde Schrift onmogelijk is voor iemand die uitsluitend natuurlijke mens is?
Het antwoord is ja.
De Schrift zegt dat:
- de Geest Gods op Bileam was;
- God persoonlijk Zijn woorden in Bileams mond legde;
- Bileam de redenen Gods hoorde;
- zijn ogen geopend werden;
- hij het gezicht des Almachtigen zag;
- hij de wetenschap des Allerhoogsten wist;
- God Zich door een profetisch gezicht aan hem bekendmaakte;
- hij ware Schriftprofetie sprak;
- zijn profetische spreken valt onder het beginsel van 2 Petrus 1:21.
Maar de natuurlijke mens kan de dingen des Geestes niet ontvangen, verstaan of geestelijk onderscheiden.
Bileam kan daarom niet uitsluitend natuurlijke mens zijn geweest.
Hij had geestelijk leven.
Bileam was behouden.
Bileams geldzucht, waarzeggerij, verderfelijke raad en lichamelijke dood bewijzen niet dat hij ongered was. Het vlees van een gelovige is niet minder verdorven dan het vlees van een ongelovige en kan dezelfde werken voortbrengen. Het beslissende bewijs ligt daarom niet in Bileams wandel, maar in wat God hem geestelijk toeschrijft. De Geest Gods was op hem, God legde Zijn woorden in zijn mond, zijn ogen werden geopend, hij hoorde de redenen Gods, zag een profetisch gezicht en wist de wetenschap des Allerhoogsten. Volgens 1 Korinthe 2:14 is dit onmogelijk voor iemand die uitsluitend natuurlijke mens is. Bovendien noemt 2 Petrus 1:21 de menselijke sprekers van Schriftprofetie „heilige mensen Gods”, die door den Heiligen Geest gedreven werden. Bileam was zelf de spreker van door God gegeven profetieën die als Schrift werden vastgelegd. De som van Gods Woord laat daarom geen andere consistente conclusie toe: Bileam was behouden, maar ging later verschrikkelijk diep naar het vlees leven.
1. De bewijsvoering in één overzicht
Voordat alle teksten afzonderlijk worden onderzocht, kan de kern van het bewijs kort worden weergegeven.
Wat de Schrift over de natuurlijke mens zegt
„Maar de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen, die des Geestes Gods zijn; want zij zijn hem dwaasheid, en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden.”
— 1 Korinthe 2:14
De natuurlijke mens kan de dingen des Geestes:
- niet ontvangen;
- niet werkelijk verstaan;
- niet geestelijk onderscheiden;
- niet geestelijk kennen.
Wat de Schrift over Bileam zegt
„En de Geest Gods was op hem.”
— Numeri 24:2
„De hoorder der redenen Gods…”
— Numeri 24:4
„Wien de ogen ontdekt worden.”
— Numeri 24:4
„Die de wetenschap des Allerhoogsten weet…”
— Numeri 24:16
„Die het gezicht des Almachtigen ziet…”
— Numeri 24:16
„Toen legde de HEERE een woord in Bileams mond…”
— Numeri 23:5
Daarbij zegt 2 Petrus 1:21 over de menselijke sprekers van Schriftprofetie:
„Maar de heilige mensen Gods, van den Heiligen Geest gedreven zijnde, hebben ze gesproken.”
Bileam sprak ware, door God gegeven profetieën die in de Schrift zijn opgenomen.
De gevolgtrekking is helder:
Bileam kan niet uitsluitend natuurlijke mens zijn geweest. Hij had geestelijk leven en was behouden.
2. De vraag is niet hoe slecht Bileam leefde
Bileams zonden waren verschrikkelijk.
De Schrift verbergt of verzacht ze nergens.
Petrus schrijft:
„Die den rechten weg verlaten hebbende, zijn verdwaald, en volgen den weg van Balaäm, den zoon van Bosor, die het loon der ongerechtigheid liefgehad heeft.”
— 2 Petrus 2:15
Judas noemt:
„De verleiding des loons van Balaäm…”
— Judas 11
De Heere Jezus zegt over de gemeente te Pérgamus:
„Gij hebt aldaar, die de lering van Balaäm houden, die Balak leerde den kinderen Israëls een aanstoot voor te werpen, opdat zij zouden afgodenoffer eten en hoereren.”
— Openbaring 2:14
Mozes verklaart:
„Zie, deze waren, door den raad van Bileam, den kinderen Israëls tot een oorzaak om overtreding te begaan tegen den HEERE, in de zaak van Peor…”
— Numeri 31:16
Bileam:
- had geld lief;
- zocht voordeel;
- liet zich door begeerte leiden;
- gaf verderfelijke raad;
- werd een aanstoot voor Gods volk;
- kwam uiteindelijk onder zwaar lichamelijk oordeel.
Dat is allemaal waar.
Maar nergens staat:
Omdat Bileam zo slecht leefde, was hij nooit behouden.
Redding wordt niet verkregen door een goede levenswandel, maar alleen door geloof in Jezus Christus.
Daarom kan een slechte levenswandel ook niet als bewijs dienen dat iemand nooit geestelijk leven heeft ontvangen.
De vraag is niet:
Hoe slecht werd Bileams gedrag?
De vraag is:
Wat zegt God dat Bileam geestelijk hoorde, zag, wist, ontving en sprak?
3. De natuurlijke mens kan geestelijke dingen niet verstaan
Paulus schrijft:
„Maar de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen, die des Geestes Gods zijn; want zij zijn hem dwaasheid, en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden.”
— 1 Korinthe 2:14
Dit is geen oppervlakkige uitspraak over gebrek aan opleiding of Bijbelkennis.
De natuurlijke mens mist het geestelijke vermogen om de dingen des Geestes te ontvangen en geestelijk te onderscheiden.
Er staat niet:
Hij begrijpt ze moeilijk.
Er staat:
„Hij kan ze niet verstaan.”
De Heere Jezus zegt:
„Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees; en hetgeen uit den Geest geboren is, dat is geest.”
— Johannes 3:6
Vlees brengt geen geest voort.
De natuurlijke geboorte geeft een mens lichamelijk leven en een natuurlijke mens. Geestelijk leven moet uit den Geest geboren worden.
Paulus schrijft over het vlees:
„Daarom dat het bedenken des vleses vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich der wet Gods niet; want het kan ook niet.”
— Romeinen 8:7
En:
„En die in het vlees zijn, kunnen Gode niet behagen.”
— Romeinen 8:8
Hebreeën zegt:
„Maar zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen…”
— Hebreeën 11:6
Iemand die uitsluitend natuurlijke mens is:
- kan geestelijke openbaring niet geestelijk ontvangen;
- kan de dingen des Geestes niet werkelijk verstaan;
- kan ze niet geestelijk onderscheiden;
- kan God niet behagen;
- kan geen geestelijke gemeenschap met God hebben.
Dat is de Schriftuurlijke maatstaf waarmee Bileam onderzocht moet worden.
4. God sprak persoonlijk met Bileam
De geschiedenis begint niet met Bileam die zelfstandig een profetie bedenkt.
God kwam tot hem:
„En God kwam tot Bileam, en zeide: Wie zijn die mannen bij u?”
— Numeri 22:9
Later staat opnieuw:
„Doch God kwam des nachts tot Bileam…”
— Numeri 22:20
Bileam sprak dus niet alleen over God.
God sprak persoonlijk tot Bileam.
Bileam antwoordde God en ontving aanwijzingen van Hem.
God waarschuwde hem, bestuurde hem en bepaalde wat hij wel en niet mocht spreken.
De omgang tussen God en Bileam wordt in Numeri als werkelijkheid beschreven. Het is geen verzonnen aanspraak van Bileam zelf. Het is Gods eigen verslag.
5. God legde Zijn woorden in Bileams mond
Toen Bileam bij Balak kwam, kon hij niet vrij zeggen wat Balak wilde horen.
Bileam verklaarde:
„Zie, ik ben tot u gekomen; nu, zal ik enigszins iets kunnen spreken? Het woord, dat God in mijn mond zal leggen, dat zal ik spreken.”
— Numeri 22:38
Dat gebeurde daadwerkelijk:
„Toen legde de HEERE een woord in Bileams mond, en zeide: Keer weder tot Balak, en aldus zult gij spreken.”
— Numeri 23:5
Later opnieuw:
„Toen ontmoette de HEERE Bileam, en legde een woord in zijn mond, en zeide: Keer weder tot Balak, en aldus zult gij spreken.”
— Numeri 23:16
Let op wie de oorsprong van deze profetieën was.
Niet:
- Bileams verbeelding;
- zijn menselijke wijsheid;
- zijn liefde voor geld;
- een gezicht uit zijn eigen hart;
- Balaks verlangen.
De HEERE Zelf:
- ontmoette Bileam;
- gaf het woord;
- legde dat woord in zijn mond;
- bepaalde wat hij moest spreken.
Bileam sprak onder andere:
„God is geen man, dat Hij liegen zou, noch eens mensen kind, dat het Hem berouwen zou; zou Hij het zeggen, en niet doen, of spreken, en niet bestendig maken?”
— Numeri 23:19
En:
„Ik zal hem zien, maar nu niet; ik zal hem aanschouwen, maar niet nabij. Er zal een Ster voortgaan uit Jakob, en er zal een Scepter uit Israël opkomen…”
— Numeri 24:17
Bileam sprak werkelijke Goddelijke openbaring, zelfs over de toekomstige Ster en Scepter uit Jakob.
6. De Geest Gods was op Bileam
De Schrift zegt uitdrukkelijk:
„Toen hief Bileam zijn ogen op, en zag Israël, wonende naar zijn stammen; en de Geest Gods was op hem.”
— Numeri 24:2
Deze woorden mogen niet worden afgezwakt.
Er staat niet alleen dat God een situatie bestuurde.
Er staat persoonlijk over Bileam:
„De Geest Gods was op hem.”
Wat daarop volgt, verklaart wat deze werking van Gods Geest bij Bileam inhield.
Bileam:
- hoorde de redenen Gods;
- kreeg geopende ogen;
- zag een profetisch gezicht;
- wist de wetenschap des Allerhoogsten;
- sprak Goddelijke profetie.
De werking van Gods Geest betrof daarom niet alleen geluid dat toevallig uit zijn mond kwam. Bileam wordt persoonlijk beschreven als iemand die hoorde, zag en wist.
7. Bileam hoorde de redenen Gods
„Bileam, de zoon van Beor, spreekt, en de man, wien de ogen geopend zijn, spreekt!
De hoorder der redenen Gods spreekt, die het gezicht des Almachtigen ziet; die verrukt wordt, en wien de ogen ontdekt worden.”
— Numeri 24:3-4
De Schrift noemt Bileam:
„De hoorder der redenen Gods.”
Hij hoorde niet slechts menselijke woorden over God.
Hij hoorde de redenen Gods.
Daarbij staat:
„Wien de ogen ontdekt worden.”
Zijn ogen werden geopend voor Goddelijke openbaring.
Dat is het tegenovergestelde van de natuurlijke mens uit 1 Korinthe 2:14, die de dingen des Geestes niet kan verstaan omdat zij geestelijk onderscheiden worden.
Bileam:
- hoorde Gods redenen;
- ontving geopende ogen;
- zag wat God hem openbaarde.
Dit kan niet uit alleen de oude natuur worden verklaard.
8. Bileam wist de wetenschap des Allerhoogsten
In zijn latere profetie zegt Bileam:
„Bileam, de zoon van Beor, spreekt, en de man, wien de ogen geopend zijn, spreekt!
De hoorder der redenen Gods spreekt, en die de wetenschap des Allerhoogsten weet; die het gezicht des Almachtigen ziet; die verrukt wordt, en wien de ogen ontdekt worden.”
— Numeri 24:15-16
De Schrift zegt niet alleen dat Bileam bepaalde klanken hoorde of zonder begrip herhaalde.
Er staat:
„Die de wetenschap des Allerhoogsten weet.”
Bileam wist.
Hij had kennis die door de Allerhoogste was geopenbaard.
Paulus schrijft:
„Doch God heeft het ons geopenbaard door Zijn Geest; want de Geest onderzoekt alle dingen, ook de diepten Gods.”
— 1 Korinthe 2:10
En:
„Doch wij hebben niet ontvangen den geest der wereld, maar den Geest, Die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen, die ons van God geschonken zijn.”
— 1 Korinthe 2:12
Daarna volgt:
„Maar de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen, die des Geestes Gods zijn…”
— 1 Korinthe 2:14
De lijn is helder:
- God openbaart geestelijke waarheid door Zijn Geest;
- daardoor kan geestelijke waarheid gekend worden;
- de natuurlijke mens kan haar niet ontvangen en verstaan;
- de Geest Gods was op Bileam;
- Bileam hoorde Gods redenen;
- zijn ogen werden geopend;
- hij wist de wetenschap des Allerhoogsten.
Als Bileam uitsluitend natuurlijke mens was, zou 1 Korinthe 2:14 hier niet overeind blijven.
Maar Gods Woord spreekt zichzelf niet tegen.
9. Wat was „het gezicht des Almachtigen”?
Bileam zegt:
„Die het gezicht des Almachtigen ziet…”
Dit betekent niet dat Bileam het onzichtbare wezen van God met lichamelijke ogen aanschouwde.
De Schrift zegt:
„Gij zoudt Mijn aangezicht niet kunnen zien; want Mij zal geen mens zien, en leven.”
— Exodus 33:20
Ook staat er:
„Niemand heeft ooit God gezien…”
— Johannes 1:18
Numeri legt zelf uit wat een dergelijk gezicht betekent:
„Zo er een profeet onder u is, Ik, de HEERE, zal door een gezicht Mij aan hem bekendmaken, door een droom zal Ik met hem spreken.”
— Numeri 12:6
Een profetisch gezicht is een middel waardoor de HEERE Zich aan een profeet bekendmaakt.
Dat is precies wat bij Bileam gebeurde:
- God sprak tot hem;
- God gaf hem een gezicht;
- zijn ogen werden geopend;
- hij hoorde Gods redenen;
- hij ontving kennis van toekomstige gebeurtenissen;
- hij sprak de ontvangen profetie uit.
„Het gezicht des Almachtigen” was dus een werkelijke, door God gegeven profetische openbaring.
Numeri 12:6 maakt Bileams beschrijving uitzonderlijk sterk:
De HEERE maakte Zich door een gezicht aan Bileam bekend.
10. Numeri 12:6 spreekt niet over valse profeten
Numeri 12:6 beschrijft niet hoe iemand uit zijn eigen hart een religieus visioen bedenkt.
God zegt:
„Ik, de HEERE, zal door een gezicht Mij aan hem bekendmaken…”
Het initiatief ligt volledig bij de HEERE.
Hij:
- maakt Zich bekend;
- geeft het gezicht;
- spreekt tot de profeet.
Valse profeten worden totaal anders beschreven:
„Hoort niet naar de woorden der profeten, die u profeteren; zij maken u ijdel; zij spreken het gezicht huns harten, niet uit des HEEREN mond.”
— Jeremia 23:16
En:
„Ik heb die profeten niet gezonden, nochtans hebben zij gelopen; Ik heb tot hen niet gesproken, nochtans hebben zij geprofeteerd.”
— Jeremia 23:21
Valse profeten:
- zijn niet door God gezonden;
- hebben Gods woord niet ontvangen;
- spreken een gezicht uit hun eigen hart;
- spreken niet uit de mond des HEEREN.
Bij Bileam staat precies het tegenovergestelde:
„Toen legde de HEERE een woord in Bileams mond…”
„Toen ontmoette de HEERE Bileam…”
„De Geest Gods was op hem.”
„De hoorder der redenen Gods…”
„Die de wetenschap des Allerhoogsten weet…”
Bileams Goddelijke profetieën kwamen niet uit zijn eigen hart. De HEERE Zelf gaf ze.
11. Ware profetie, verderfelijke wandel
Hier moet een belangrijk onderscheid worden gemaakt.
Bileam was geen valse profeet wat betreft de profetieën die God in Numeri 23 en 24 aan hem gaf.
God legde Zijn eigen woorden in zijn mond. Daarom waren die profetieën volkomen waar.
Maar Bileams latere wandel, verlangen en raad werden verschrikkelijk verkeerd.
Zijn profetieën kwamen van God.
Zijn geldzucht kwam uit het vlees.
Zijn gezicht kwam van God.
Zijn begeerte naar Balaks loon kwam uit het vlees.
Zijn kennis des Allerhoogsten kwam door Goddelijke openbaring.
Zijn raad waardoor Israël tot zonde werd verleid, kwam uit het vlees.
De Schrift noemt later:
- de weg van Bileam;
- de verleiding des loons van Bileam;
- de lering van Bileam.
Zij spreekt nergens over:
De valse Godsspraken van Bileam in Numeri 23 en 24.
Zijn door God gegeven profetieën waren waar.
Zijn latere wandel werd verderfelijk.
12. Tweede Petrus 1:21 gaat over het spreken van profetie
Petrus schrijft:
„Dit eerst wetende, dat geen profetie der Schrift is van eigen uitlegging.
Want de profetie is voortijds niet voortgebracht door den wil eens mensen, maar de heilige mensen Gods, van den Heiligen Geest gedreven zijnde, hebben ze gesproken.”
— 2 Petrus 1:20-21
Vers 20 spreekt over „profetie der Schrift”: profetie die als Schrift is vastgelegd.
Vers 21 verklaart hoe die profetie oorspronkelijk werd voortgebracht.
De profetie:
- ontstond niet uit de wil van een mens;
- werd gesproken door heilige mensen Gods;
- deze mensen werden door den Heiligen Geest gedreven.
Petrus zegt niet alleen:
Zij hebben haar opgeschreven.
Hij zegt:
„Hebben ze gesproken.”
De Bijbelse volgorde is:
- God geeft de openbaring.
- Gods Geest drijft de profeet.
- De profeet spreekt.
- De gesproken profetie wordt als Schrift vastgelegd.
Dat patroon wordt op verschillende plaatsen bevestigd.
„God, voortijds veelmaal en op velerlei wijze tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten…”
— Hebreeën 1:1
„Gelijk Hij gesproken heeft door den mond Zijner heilige profeten, die van het begin der wereld geweest zijn.”
— Lukas 1:70
„Deze Schrift moest vervuld worden, welke de Heilige Geest door den mond van David voorzegd heeft…”
— Handelingen 1:16
David zegt zelf:
„De Geest des HEEREN heeft door mij gesproken, en Zijn rede is op mijn tong geweest.”
— 2 Samuël 23:2
Gods Geest gaf het woord.
De profeet sprak het.
Daarna werd het als Schrift bewaard.
13. Bileam valt rechtstreeks onder dit beginsel
Mozes heeft het boek Numeri geschreven.
Maar Mozes was niet degene die de profetieën van Bileam oorspronkelijk uitsprak.
Bileam was de menselijke spreker.
Over Bileams profetieën staat:
„Het woord, dat God in mijn mond zal leggen, dat zal ik spreken.”
— Numeri 22:38
„Toen legde de HEERE een woord in Bileams mond…”
— Numeri 23:5
„En de Geest Gods was op hem.”
— Numeri 24:2
Bileams profetieën:
- kwamen niet voort uit zijn eigen wil;
- werden door God in zijn mond gelegd;
- werden gesproken terwijl de Geest Gods op hem was;
- bevatten ware Goddelijke openbaring;
- werden later als Schrift vastgelegd.
Dat sluit rechtstreeks aan bij 2 Petrus 1:21:
„De profetie is voortijds niet voortgebracht door den wil eens mensen…”
Bileam kon niet spreken wat hij of Balak wilde.
„Van den Heiligen Geest gedreven zijnde…”
De Geest Gods was op Bileam.
„Hebben ze gesproken.”
Bileam sprak de profetieën.
Hij was daarom niet alleen een persoon over wie Mozes later iets opschreef. Hij was zelf de menselijke spreker van door God gegeven Schriftprofetie.
14. „Heilige mensen Gods” is een geestelijke aanduiding
Petrus noemt de menselijke sprekers van Schriftprofetie:
„Heilige mensen Gods.”
Dat is geen neutrale aanduiding voor mensen die geestelijk dood en van God gescheiden zijn.
Dezelfde geestelijke taal wordt elders gebruikt:
„Gelijk Hij gesproken heeft door den mond Zijner heilige profeten…”
— Lukas 1:70
„Welke God gesproken heeft door den mond van al Zijn heilige profeten…”
— Handelingen 3:21
„Gelijk het nu is geopenbaard aan Zijn heilige apostelen en profeten door den Geest.”
— Efeze 3:5
Gelovigen worden genoemd:
„Heilige broeders, die der hemelse roeping deelachtig zijt…”
— Hebreeën 3:1
Timótheüs wordt genoemd:
„Maar gij, o mens Gods, vlied deze dingen…”
— 1 Timótheüs 6:11
En:
„Opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust.”
— 2 Timótheüs 3:17
„Heilig” betekent niet dat iemand zondeloos wandelt.
Het betekent dat iemand voor God is afgezonderd en Hem toebehoort.
„Mens Gods” is evenmin een beschrijving van een natuurlijk mens die geestelijk geen betrekking tot God heeft.
De volledige uitdrukking:
„Heilige mensen Gods”
beschrijft mensen die God toebehoren en door Zijn Geest werden gedreven om Zijn profetie te spreken.
Bileam was zelf de spreker van ware Schriftprofetie.
God legde Zijn woorden in zijn mond.
De Geest Gods was op hem.
Zijn profetische spreken valt daarom rechtstreeks onder het beginsel van 2 Petrus 1:21.
15. Mattheüs 7:22-23 weerlegt dit niet
Een mogelijke tegenwerping is:
Kunnen verloren mensen volgens Mattheüs 7 niet profeteren?
De Heere Jezus zegt:
„Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Heere, Heere! hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam duivelen uitgeworpen, en in Uw Naam vele krachten gedaan?”
— Mattheüs 7:22
Zij beroepen zich volledig op hun eigen werken:
- hebben wij niet geprofeteerd;
- hebben wij niet uitgeworpen;
- hebben wij niet vele krachten gedaan?
Christus antwoordt:
„En dan zal Ik hun openlijk aanzeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij, die de ongerechtigheid werkt!”
— Mattheüs 7:23
Christus bevestigt hun aanspraken niet.
Hij zegt niet:
Jullie waren werkelijk Mijn heilige profeten, Mijn Geest was op jullie en Ik legde Mijn woorden in jullie mond.
Hij zegt:
„Ik heb u nooit gekend.”
De directe context begint bovendien met:
„Maar wacht u van de valse profeten…”
— Mattheüs 7:15
Valse profeten kunnen Christus’ Naam gebruiken zonder werkelijk door Hem gekend of gezonden te zijn.
Ook de zonen van Sceva gebruikten de Naam van Jezus:
„Wij bezweren u bij Jezus, Dien Paulus predikt.”
— Handelingen 19:13
Maar de boze geest antwoordde:
„Jezus ken ik, en Paulus weet ik; maar gijlieden, wie zijt gij?”
— Handelingen 19:15
Het gebruiken van Christus’ Naam bewijst dus niet dat iemand werkelijk door Hem gezonden of door Zijn Geest gedreven is.
Mattheüs 7 bewijst daarom niet dat ongeredde mensen door den Heiligen Geest gedreven ware Schriftprofetie ontvingen.
Bij Bileam gaat het bovendien niet om zijn eigen onbevestigde aanspraken.
God Zelf getuigt dat:
- Hij tot Bileam sprak;
- Hij Zijn woorden in Bileams mond legde;
- Zijn Geest op Bileam was;
- Bileams ogen geopend werden;
- Bileam Gods redenen hoorde;
- Bileam de wetenschap des Allerhoogsten wist.
Mattheüs 7 kan dat Goddelijke getuigenis niet weerleggen.
16. Bileam was geen levenloos instrument
Een andere tegenwerping luidt:
God kan ook een ongered mens of zelfs een dier gebruiken.
God kan inderdaad ieder schepsel gebruiken om Zijn doel uit te voeren.
De ezelin van Bileam sprak.
Maar over die ezelin staat niet dat zij:
- de redenen Gods hoorde;
- de wetenschap des Allerhoogsten wist;
- geopende geestelijke ogen had;
- een profetisch gezicht ontving;
- door Gods Geest als een heilig mens Gods Schriftprofetie sprak.
Het argument voor Bileams behoud is daarom niet alleen:
God gebruikte hem.
Het argument is:
Bileam hoorde, zag, wist en sprak geestelijke openbaring.
Een levenloos instrument hoeft niets te verstaan.
Maar over Bileam staat:
„Die de wetenschap des Allerhoogsten weet.”
Dat is persoonlijke geestelijke kennis, niet slechts geluid dat zonder begrip uit een mond kwam.
17. Kajafas is geen gelijkwaardig tegenvoorbeeld
Over Kajafas staat:
„En dit zeide hij niet uit zichzelven; maar zijnde hogepriester van datzelve jaar, profeteerde hij, dat Jezus sterven zou voor het volk.”
— Johannes 11:51
Kajafas bedoelde dat het politiek beter was wanneer één man stierf dan dat het hele volk gevaar liep.
Johannes legt vervolgens de diepere betekenis uit:
Christus zou niet alleen voor het volk sterven, maar ook de verstrooide kinderen Gods tot één vergaderen.
Er staat niet dat Kajafas:
- de geestelijke betekenis van zijn woorden verstond;
- de redenen Gods hoorde;
- geopende ogen ontving;
- het gezicht des Almachtigen zag;
- de wetenschap des Allerhoogsten wist;
- Gods Geest op zich had.
Kajafas sprak meer waarheid dan hij zelf begreep.
Bij Bileam zegt de Schrift daarentegen nadrukkelijk dat hij:
- hoorde;
- zag;
- wist;
- geopende ogen had;
- Gods Geest op zich had.
Kajafas verklaart daarom niet weg wat God persoonlijk over Bileam getuigt.
18. Het vlees van een gelovige is niet beter vlees
Nu blijft het belangrijkste bezwaar over:
Hoe kon een behouden man later zo verschrikkelijk handelen?
Het antwoord is dat het vlees van een gelovige bij zijn redding niet wordt verbeterd.
De Heere Jezus zegt:
„Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees…”
— Johannes 3:6
Paulus zegt als gelovige:
„Want ik weet, dat in mij, dat is, in mijn vlees, geen goed woont…”
— Romeinen 7:18
Niet:
- weinig goeds;
- beschadigd goeds;
- gedeeltelijk goed.
Maar:
„Geen goed.”
Het vlees van een gelovige is geen betere of minder verdorven versie van het vlees van een ongered mens.
Vlees is vlees.
Het verschil tussen een gered en een ongered mens is niet dat de gelovige beter vlees heeft.
Het verschil is dat de gelovige daarnaast geestelijk leven bezit en door den Geest kan wandelen.
Wanneer hij echter weigert door den Geest te wandelen en volledig aan zijn vlees toegeeft, kan hij dezelfde zonden bedrijven als een ongered mens.
Paulus schrijft aan behouden gelovigen:
„Men hoort ganselijk dat er hoererij onder u is, en zodanige hoererij, die ook onder de heidenen niet genoemd wordt…”
— 1 Korinthe 5:1
Een gelovige kon iets doen wat zelfs onder de heidenen nauwelijks genoemd werd.
De gedachte:
Bileam leefde te slecht om behouden te kunnen zijn,
is daarom onschriftuurlijk.
Zijn gedrag bewijst niet dat hij geen geestelijk leven had.
Het bewijst hoe diep het vlees van een behouden mens kan gaan wanneer het ongehinderd regeert.
De confronterende vraag hoe ver een behouden mens naar het vlees kan gaan, wordt uitgebreider behandeld in Kan een gelovige leven als de duivel?
19. De gelovige heeft vlees én geest
Paulus schrijft:
„Want het vlees begeert tegen den Geest, en de Geest tegen het vlees; en deze staan tegen elkander…”
— Galaten 5:17
Daarom wordt de gelovige bevolen:
„Wandelt door den Geest en volbrengt de begeerlijkheid des vleses niet.”
— Galaten 5:16
Die waarschuwing zou zinloos zijn wanneer een behouden mens automatisch geestelijk leefde.
Bileam had geestelijk leven.
Daarom kon hij:
- Gods openbaring ontvangen;
- Gods redenen horen;
- geopende ogen krijgen;
- de wetenschap des Allerhoogsten weten;
- door Gods Geest profetie spreken.
Maar hij bezat daarnaast nog steeds zijn verdorven vlees.
Daarom kon hij:
- geld liefhebben;
- eer zoeken;
- naar waarzeggerij terugkeren;
- zichzelf door begeerte laten leiden;
- Gods volk willen benadelen;
- Balak verderfelijke raad geven;
- onder zwaar oordeel komen.
Zijn geestelijke openbaringen verbeterden zijn vlees niet.
20. Bileams waarzeggerij bewijst zijn verlorenheid niet
Bileam wordt later genoemd:
„Bileam, den zoon van Beor, den waarzegger…”
— Jozua 13:22
Numeri 24:1 vermeldt eveneens dat hij eerder naar toverijen ging.
Dat was ernstige zonde.
Maar waarzeggerij bepaalt zijn eeuwige positie niet.
Paulus noemt onder de werken van het vlees:
„Afgoderij, venijngeving…”
— Galaten 5:20
Deze waarschuwing wordt gegeven in een gedeelte over de strijd tussen vlees en Geest in het leven van gelovigen.
Occulte zonde komt uit het vlees.
Dat een gelovige zich daaraan overgeeft, bewijst niet dat hij uitsluitend natuurlijke mens is. Het bewijst dat hij naar het vlees wandelt.
Bileams waarzeggerij kwam uit zijn vlees.
Zijn door God gegeven profetieën kwamen daarentegen rechtstreeks van God.
De Schrift houdt beide bronnen duidelijk uit elkaar.
21. „De HEERE wilde naar Bileam niet horen”
Mozes zegt:
„Doch de HEERE uw God wilde naar Bileam niet horen; maar de HEERE uw God veranderde u den vloek in een zegen, omdat de HEERE uw God u liefhad.”
— Deuteronomium 23:5
Dit betekent niet dat God nooit werkelijk met Bileam sprak.
Numeri zegt uitdrukkelijk dat God:
- tot hem kwam;
- tot hem sprak;
- hem ontmoette;
- woorden in zijn mond legde;
- Zijn Geest op hem liet zijn;
- hem een profetisch gezicht gaf.
„De HEERE wilde naar Bileam niet horen” betekent daarom dat God niet instemde met het vleeslijke verlangen waarmee Bileam Israël wilde laten vervloeken.
Ook een gelovige kan vanuit het vlees verlangen of bidden.
„Had ik naar ongerechtigheid met mijn hart gezien, de Heere zou niet gehoord hebben.”
— Psalm 66:18
Jakobus schrijft aan gelovigen:
„Gij bidt, en gij ontvangt niet, omdat gij kwalijk bidt, opdat gij het in uw wellusten doorbrengen zoudt.”
— Jakobus 4:3
God hoorde niet naar Bileams vleeslijke begeerte.
Hij veranderde de vloek in een zegen.
Dat bewijst geen afwezigheid van geestelijk leven. Het bewijst de afwezigheid van praktische gemeenschap in Bileams vleeslijke verlangen.
22. De weg, dwaling en leer van Bileam
Het Nieuwe Testament gebruikt drie ernstige beschrijvingen.
De weg van Bileam
„Die het loon der ongerechtigheid liefgehad heeft.”
— 2 Petrus 2:15
Zijn weg werd beheerst door liefde voor persoonlijk voordeel.
De volledige context van Petrus’ waarschuwing wordt behandeld in 2 Petrus 2 uitgelegd.
De verleiding van Bileam
„Door de verleiding des loons van Balaäm…”
— Judas 11
Zijn begeerte naar loon verleidde hem en trok hem van de rechte weg af.
De leer van Bileam
„Die Balak leerde den kinderen Israëls een aanstoot voor te werpen…”
— Openbaring 2:14
Toen Israël niet rechtstreeks vervloekt kon worden, wees Bileam Balak een weg waardoor Israël zichzelf door zonde onder oordeel zou brengen.
Deze teksten beschrijven:
- welke weg Bileam koos;
- waardoor hij verleid werd;
- welke verderfelijke raad hij gaf.
Zij zeggen niet dat:
- Gods Geest nooit op hem was;
- hij nooit Gods redenen hoorde;
- hij nooit geestelijke kennis bezat;
- hij nooit door God gegeven profetie sprak;
- hij nooit geestelijk leven had.
Zijn latere wandel kan Gods eerdere en duidelijke getuigenis niet uitwissen.
23. Bileams lichamelijke dood bewijst geen eeuwige verlorenheid
Bileam werd uiteindelijk met het zwaard gedood:
„Ook Bileam, den zoon van Beor, doodden zij met het zwaard.”
— Numeri 31:8
Dat was zwaar lichamelijk oordeel.
Maar lichamelijke dood bewijst geen eeuwige verlorenheid.
Paulus schrijft over een zwaar zondigende gelovige:
„Denzulken over te geven den satan tot verderf des vleses, opdat de geest behouden moge worden in den dag van den Heere Jezus.”
— 1 Korinthe 5:5
Let op het onderscheid:
- verderf van het vlees;
- behoud van de geest.
Over gelovigen die het avondmaal onwaardig gebruikten, schrijft Paulus:
„Daarom zijn onder u vele zwakken en kranken, en velen slapen.”
— 1 Korinthe 11:30
Zij kwamen onder lichamelijk oordeel. Sommigen stierven.
Johannes schrijft:
„Er is zonde tot den dood…”
— 1 Johannes 5:16
God kan een behouden mens vanwege ernstige en aanhoudende zonde lichamelijk wegnemen.
Bileams dood bewijst daarom niet dat hij nooit behouden was.
Zij bewijst hoe ernstig de gevolgen van zijn vleeslijke wandel waren.
Zonde na geloof kan dus verschrikkelijke gevolgen hebben zonder dat eeuwig leven weer tijdelijk wordt. Lees hierover verder in Nog steeds zonde, toch gered?
24. Bileam leed schade, maar redding is geen loon
Paulus schrijft:
„Zo iemands werk zal verbrand worden, die zal schade lijden; maar zelf zal hij behouden worden, doch alzo als door vuur.”
— 1 Korinthe 3:15
De Schrift onderscheidt:
- de persoon;
- zijn werk;
- zijn loon;
- zijn schade;
- zijn behoud.
Een gelovige kan:
- zijn werk verliezen;
- schade lijden;
- bruikbaarheid verliezen;
- zijn getuigenis verwoesten;
- onder tuchtiging komen;
- zelfs lichamelijk sterven.
Maar:
„Zelf zal hij behouden worden.”
Bileam verloor aantoonbaar:
- zijn goede getuigenis;
- zijn bruikbaarheid;
- zijn rechte wandel;
- praktische gemeenschap;
- uiteindelijk zijn lichamelijke leven.
Een dergelijke vleeslijke wandel kon geen blijvend loon voortbrengen, maar slechts schade.
Dat is ernstig.
Maar schade lijden is niet hetzelfde als eeuwig verloren gaan.
De Bijbel maakt een scherp onderscheid tussen schade lijden en als gelovige alsnog verloren gaan.
25. Toets de twee verklaringen
Nu kunnen de twee mogelijke verklaringen naast de volledige Schrift worden gelegd.
Verklaring één: Bileam was ongered
Dan moeten we aannemen dat iemand die uitsluitend natuurlijke mens was:
- persoonlijk met God sprak;
- de Geest Gods op zich had;
- Gods redenen hoorde;
- geopende ogen ontving;
- een door God gegeven profetisch gezicht zag;
- de wetenschap des Allerhoogsten wist;
- Gods eigen woorden in zijn mond ontving;
- door Gods Geest ware Schriftprofetie sprak;
- onder het beginsel van „heilige mensen Gods” in 2 Petrus 1:21 viel.
Maar 1 Korinthe 2:14 zegt dat de natuurlijke mens de dingen des Geestes niet kan ontvangen, verstaan of geestelijk onderscheiden.
Deze verklaring laat de Schrift met zichzelf botsen.
Daarom kan zij niet juist zijn.
Verklaring twee: Bileam was behouden
Dan past alles zonder tegenspraak.
Bileam had geestelijk leven.
Daarom kon hij:
- Goddelijke openbaring ontvangen;
- Gods redenen horen;
- geopende ogen krijgen;
- een profetisch gezicht zien;
- de wetenschap des Allerhoogsten weten;
- door Gods Geest profetie spreken.
Maar hij bezat daarnaast nog steeds zijn volledig verdorven vlees.
Daarom kon hij:
- geld liefhebben;
- eer zoeken;
- zich met waarzeggerij bezighouden;
- Gods wil weerstaan;
- Balak verderfelijke raad geven;
- Israël tot zonde verleiden;
- buiten praktische gemeenschap wandelen;
- onder zwaar lichamelijk oordeel sterven.
Deze verklaring laat iedere Schriftplaats volledig staan.
26. De som van Gods Woord
De Schrift zegt over de natuurlijke mens:
- hij begrijpt de dingen des Geestes niet;
- hij ontvangt ze niet;
- hij kan ze niet verstaan;
- hij kan ze niet geestelijk onderscheiden;
- hij kan God niet behagen.
De Schrift zegt over Bileam:
- God kwam tot hem;
- God sprak tot hem;
- God ontmoette hem;
- God legde Zijn woorden in zijn mond;
- de Geest Gods was op hem;
- zijn ogen werden geopend;
- hij hoorde de redenen Gods;
- God maakte Zich door een profetisch gezicht aan hem bekend;
- hij wist de wetenschap des Allerhoogsten;
- hij sprak ware Goddelijke profetie;
- hij profeteerde over de Ster en Scepter uit Jakob;
- zijn profetieën werden als Schrift vastgelegd;
- zijn spreken valt onder het beginsel van 2 Petrus 1:21.
Dit alles kan niet uit alleen de oude natuur worden verklaard.
Bileam had geestelijk leven.
Bileam was behouden.
27. Waarom Bileams geschiedenis zo ernstig is
Bileams geschiedenis maakt zonde niet minder ernstig.
Zij maakt zonde juist ernstiger.
Bileam ontving:
- Goddelijke openbaring;
- geopende ogen;
- profetische gezichten;
- de redenen Gods;
- kennis des Allerhoogsten;
- een bijzondere bediening;
- openbaring over de komende Ster en Scepter.
Toch koos hij later voor:
- geld;
- eer;
- eigen voordeel;
- begeerte;
- misleiding;
- ongehoorzaamheid;
- het vlees.
Zijn geestelijke leven hield niet op te bestaan.
Maar zijn aardse leven werd verwoest.
Zijn naam werd voor altijd verbonden aan een verkeerde weg, een verderfelijke verleiding en een verwoestende leer.
Dat is de ernst van wandelen naar het vlees.
Niet dat Christus eeuwig leven weer tijdelijk maakt.
Niet dat geestelijke geboorte ongedaan wordt gemaakt.
Maar dat een werkelijk behouden mens vrijwel alles kan verwoesten wat te maken heeft met:
- gemeenschap;
- dienst;
- vrucht;
- getuigenis;
- loon;
- bruikbaarheid;
- zijn aardse leven.
Bileam laat niet zien dat een slecht levende gelovige nooit werkelijk behouden was.
Hij laat zien hoe verschrikkelijk ver een behouden mens naar het vlees kan gaan.
28. Redding en wandel moeten onderscheiden blijven
De Schrift zegt:
„Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave;
Niet uit de werken, opdat niemand roeme.”
— Efeze 2:8-9
Daarna volgt:
„Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken…”
— Efeze 2:10
Eerst komt redding:
- uit genade;
- door geloof;
- niet uit werken;
- als gave van God.
Daarna komt de wandel:
- gehoorzaamheid;
- gemeenschap;
- dienst;
- vrucht;
- loon;
- tuchtiging.
Bileam werd niet behouden doordat hij profeteerde.
Ware profetie verdient geen eeuwig leven.
Hij bleef ook niet behouden doordat hij goed genoeg leefde. Zijn latere wandel was verschrikkelijk.
Maar zijn vleeslijke wandel kon zijn geestelijke geboorte niet ongedaan maken.
29. Hoe ontvang je eeuwig leven?
Eeuwig leven wordt ontvangen door geloof in Jezus Christus.
„Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden…”
— Handelingen 16:31
Christus stierf voor onze zonden, werd begraven en stond op uit de dood:
„Dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften;
En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften.”
— 1 Korinthe 15:3-4
De Heere Jezus zegt:
„Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.”
— Johannes 6:47
Niet:
- ontvangt het pas wanneer zijn leven goed genoeg blijkt;
- behoudt het zolang hij voldoende vrucht voortbrengt;
- verliest het wanneer zijn vlees te diep gaat.
Maar:
„Heeft het eeuwige leven.”
Wie op Jezus Christus vertrouwt, heeft eeuwig leven.
Lees de volledige Bijbelse uitleg: Hoe word ik gered?
Daarna begint de verantwoordelijkheid om door den Geest te wandelen en niet zoals Bileam aan het vlees toe te geven.
Eindconclusie
Bileam wordt bijna altijd als een verloren valse profeet beschouwd.
Maar die conclusie ontstaat doordat zijn verschrikkelijke levenswandel wordt gebruikt om zijn eeuwige positie vast te stellen.
De Schrift begint ergens anders.
God zegt:
„De Geest Gods was op hem.”
Bileam was:
„De hoorder der redenen Gods.”
Zijn ogen werden geopend.
Hij zag:
„Het gezicht des Almachtigen.”
Hij was iemand:
„Die de wetenschap des Allerhoogsten weet.”
God maakte Zich volgens het profetische patroon van Numeri 12:6 door een gezicht aan hem bekend.
God legde Zijn eigen woorden in Bileams mond.
Bileam sprak ware Schriftprofetie.
Over de menselijke sprekers van zulke profetie zegt Petrus:
„De heilige mensen Gods, van den Heiligen Geest gedreven zijnde, hebben ze gesproken.”
— 2 Petrus 1:21
Bileam was behouden.
Zijn latere geldzucht, waarzeggerij, misleiding en verderfelijke raad kwamen voort uit zijn vlees.
En het vlees van een gelovige is niet beter dan het vlees van een ongelovige.
Vlees is vlees.
Bileam ging uiteindelijk net zo diep in zonde als een ongered mens kon gaan. Hij verwoestte zijn wandel, getuigenis en bruikbaarheid en verloor uiteindelijk zijn lichamelijke leven.
Maar zijn verschrikkelijke wandel kon zijn geestelijke geboorte niet ongedaan maken.
De geschiedenis van Bileam is daarom geen bewijs dat een slecht levende gelovige nooit werkelijk behouden was.
Zij is een ernstige waarschuwing aan iedereen die behouden is:
„Wandelt door den Geest en volbrengt de begeerlijkheid des vleses niet.”
— Galaten 5:16
Verder onderzoeken
Was Kaïn behouden?
Ook bij Kaïn wordt zijn eeuwige positie bijna altijd uitsluitend uit zijn verschrikkelijke zonde afgeleid.
2 Petrus 2 uitgelegd
Lees de volledige context van de weg van Bileam, valse leraars, het vlees en Gods oordeel.
Vlees en Geest
Een overzicht van de strijd tussen de oude en de nieuwe natuur na geloof.